Miguel Ángel Blanco: Las 48 Horas Que Lo Cambiaron Todo

Netflix

Ook de huidige Spaanse koning Felipe VI kan zich de dag waarop Miguel Ángel Blanco is ontvoerd door de Baskische terreurbeweging ETA nog goed herinneren. Donderdag 10 juli 1997. Nadat het 29-jarige gemeenteraadslid van de Partido Popular ‘s middags niet bij een afspraak is verschenen, belt iemand in bij het radiostation Egin Irratia: als er niet binnen 48 uur aan de eisen van de ETA wordt voldaan, zal Blanco worden geëxecuteerd. ‘Lieve help’, zegt de toenmalige kroonprins Felipe. ‘Om de waarheid te zeggen, als ik eraan terugdenk, voel ik al dat verdriet weer en al die verontwaardiging.’

‘Laat alle hoop varen’, houdt Ramón Jáuregui, de secretaris-generaal van de Baskische socialistische partij, Blanco’s directe omgeving meteen voor. ‘Ze gaan jullie vriend vermoorden.’ De ETA is op zoek naar wraak, nadat ze een gevoelige nederlaag heeft geleden. Tien dagen eerder is de gijzelaar José Antonio Ortega Lara na anderhalf jaar bevrijd door de Guardia Civil. Dat kunnen de Baskische extremisten niet over hun kant laten gaan. Maar wie heeft daarbij gedacht aan een onbeduidend raadslid uit Ermua, voor wie politiek niet meer is dan een hobby? En dat hij zou worden verraden door een directe collega uit de gemeenteraad?

Zijn uren tikken letterlijk weg in Miguel Ángel Blanco: Las 48 Horas Que Lo Cambiaron Todo (94 min.), de aangrijpende documentaire waarin journalist Jon Sistiaga, die tevens dienst doet als verteller, samen met Juanjo López het drama reconstrueert dat heel Spanje in z’n greep krijgt. Zij ontvangen zowel verwanten en vrienden van het slachtoffer als bestuurders, politici (zoals de toenmalige premier José Marie Aznar) en hoogwaardigheidsbekleders voor de camera, waaronder dus ook de huidige Spaanse koning Felipe VI, een generatiegenoot van Blanco. ‘Er was een sentiment van ongewoon hechte saamhorigheid’, herinnert hij zich.

De ontvoering zorgt in het hele land voor spontane demonstraties en witte marsen, waarbij Miguels jongere zus Marimar, inmiddels een bekende Spaanse politica, zich manifesteert als een krachtige stem namens de familie, die is overvallen, letterlijk voor een draaiende camera, met het slechtst denkbare nieuws. ‘Het zijn geen Basken’, scandeert een woedende menigte op één van die bijeenkomsten, als Blanco’s laatste uur lijkt te hebben geslagen. ‘Het zijn moordenaars.’ Sistiaga en López brengen dit scharnierpunt in de recente Spaanse historie, dat uiteindelijk het einde van de gevreesde ETA zal inluiden, weer helder in het vizier.

Dit gaat gepaard met beelden die zich op het netvlies branden. Van een volksmenigte bijvoorbeeld, die op de grond gaat zitten, collectief het hoofd buigt en de handen in de nek legt en woedend begint te roepen: ‘ETA, hier is mijn nek.’ Tegen zulke taferelen lijkt uiteindelijk geen (radicaal) politiek ideaal bestand.

El Caso Alcàsser

‘Hoe leven de gezinnen van die meisjes nu? vraagt Manuel Campo Vidal, de presentator van de Spaanse televisierubriek Noticias zich af, nadat hij zojuist het nieuws heeft gebracht dat er drie lichamen zijn aangetroffen. ‘Zoals gezegd schamen we ons ervoor, maar we moeten bellen, dat is ons werk: Mevrouw Iborra, moeder van Miriam Garcia, wat voor nieuws is er?’

De moeder van de vermiste Miriam heeft natuurlijk ook niets nieuws te melden, maar dat weerhoudt Spaanse media er in 1992 blijkbaar niet van om de familie, live in de uitzending zelfs, lastig te vallen met impertinente vragen. De politie onderzoekt op dat moment nog of de gevonden lichamen inderdaad aan Miriam, Toñi en Desirée toebehoren, de drie verdwenen tieners uit Alcàsser.

De geruchtmakende verdwijningszaak was niets minder dan een zegen voor de Spaanse media. Schaamteloos legden ze het verdriet van de familie vast met hun camera’s, onderwijl natuurlijk steeds hun medeleven betonend. De twee belangrijkste talkshows van het land bouwden voor de gelegenheid zelfs een provisorische televisiestudio in de regio Valencia. ‘De meisjes zijn vermoord’, zegt presentatrice Nieves Herrero bijvoorbeeld op camera, tijdens een smakeloze live-uitzending. ‘Dat, na de reclame.’

Talkshowhost Paco Lobatón, de voornaamste concurrent van Nieves Herrero, kijkt in de vijfdelige true crime-serie El Caso Alcàsser (306 min.), waarin de zaak met vrijwel alle betrokkenen nog eens minutieus wordt doorgelicht, enigszins beschaamd terug op de rol van de journalistiek. Tegelijkertijd spreken de cijfers in zijn voordeel: beide programma’s behoren nog altijd tot de vijf best bekeken programma’s in de Spaanse televisiehistorie. En er zou in de navolgende jaren nog veel vaker worden gescoord met ‘nieuws’ uit de Alcàsser-zaak.

Nu werd de pers ook veelvuldig ingeschakeld door de families van de meisjes, waarbij met name Miriams vader Fernando zich ontwikkelde tot een echte mediapersoonlijkheid. Ruim 25 jaar later blikt ook deze Spaanse evenknie van Paul Marchal terug op de tragedie die zijn leven bepaalde, het politie-onderzoek én zijn eigen naspeuringen, waarmee hij een enorme Dutroux-achtige samenzwering op het spoor meende te zijn. In talkshows mocht hij, ondersteund door de cynische misdaadjournalist Juan Ignacio Blanco, ongehinderd allerlei ongefundeerde beschuldigingen uiten.

Zo toont deze typische true crime-serie van Elías León Siminiani vooral de lelijkste kant van de Spaanse media, die een gruwelijke misdaad vooral lijken te zien als een kans om de eigen status of kijkcijfers op te krikken. Nabestaanden, verdachten, advocaten en allerlei soorten ‘deskundigen’ zijn daarbij niet meer dan babbelvee, dat naar behoefte kan worden ingezet. En moddergevechten of ‘trial by media’ zijn nooit ver weg. Intussen komt er maar geen klaarheid in de zaak waarmee het ooit begonnen was: de verdwijning van drie volledig onschuldige tienermeisjes. Ook deze interessante, soms wat langdradige en warrige serie geeft geen definitief antwoord.