Escape From Kabul

HBO Max

Terwijl de Taliban op 15 augustus 2021 Kabul innemen, bereidt een speciaal ingevlogen groep mariniers de evacuatie van Amerikaanse burgers en hun Afghaanse medewerkers voor. Ze verwachten een ‘relatief geordend proces’. Dat zal echter heel anders uitpakken. Het vliegveld van de Afghaanse hoofdstad groeit uit tot een soort menselijke mierenhoop, waar zo’n 24.000 gewone burgers zich verzamelen om het land te kunnen verlaten en godsonmogelijke keuzes moeten worden gemaakt. Buiten de luchthaven bevinden zich nog veel meer gewone Afghanen, vrouwen in het bijzonder, die de repressie van een nieuw Taliban-bewind niet willen afwachten.

En de nieuwe machthebbers willen dan weer koste wat het kost voorkomen, zeggen ze met de nodige bravoure in Escape From Kabul (74 min.), dat landgenoten door ongelovigen worden meegenomen en zich een Amerikaanse levensstijl gaan aanmeten. Dat is ook meteen het aardige aan deze documentaire van Jamie Roberts (Four Hours At The Capitol): behalve Amerikanen en ‘verlichte Afghanen’, komen ook de vijanden van het vrije westen aan het woord. Ruwe mannen met woeste blikken en baarden, die duidelijk jaren oorlog in de benen hebben zitten en geweld bepaald niet schuwen om hun wil, zeker als het gaat om de positie van Afghaanse vrouwen, tot wet te verklaren.

Vanuit totaal verschillende perspectieven wordt zo de Amerikaanse aftocht belicht en de massahysterie en menselijke tragedies die daarvan onderdeel zijn geworden. De bijbehorende beelden, van zowel nieuwszenders als gewone burgers, tonen paniek en verwarring. Ouders proberen te vertrekken met hun kroost. En sommige kinderen, waarvan de ouders het niet hebben gehaald, worden simpelweg met de hand doorgegeven, zodat ze alsnog een kans maken op dat andere leven. In die hachelijke situatie wordt ook nog een bermbom tot ontploffing gebracht. Islamitische Staat eist de aanslag bij Abbey Gate op.

Als op 31 augustus de laatste vlucht naar de Verenigde Staten vertrekt, de vanzelfsprekende climax van deze nauwgezette reconstructie, neemt de Amerikaanse ambassadeur in Afghanistan, Ross Wilson, stil en somber afscheid. Intussen kraait de Taliban victorie: na twintig jaar is er een einde gekomen aan de Amerikaanse ‘invasie’. ‘We zijn vrij’, zegt Qari Mohammed Zahid, lid van een speciale eenheid van de Taliban. ‘Ons bezette Afghanistan is nu een vrij Afghanistan.’

Het grotere verhaal van Amerika’s twintigjarige bemoeienis met Afghanistan wordt verteld in het tweeluik Leaving Afghanistan, terwijl de vierdelige serie Afghanistan: The Wounded Land laat zien hoe het land al zo’n vijftig jaar permanent verwikkeld is in oorlog.

Armadillo

De blik in de ogen van die ene naamloze soldaat. Daarin zit deze complete film opgesloten: het is de horror van oorlog, bezien door iemand die daarmee voor het eerst kennis maakt en er voorgoed door wordt veranderd.

Deze bijzonder indringende documentaire uit 2010 volgt een Deens peloton, dat wordt uitgezonden naar de Afghaanse provincie Helmand, waar de Taliban op hen wacht. Het zijn nog maar jongens die naar Afghanistan vertrekken. Voordat hun missie start, laten ze zich nog één keer helemaal gaan tijdens een soort vrijgezellenfeestje, compleet met sterke drank en een stripper. Op weg naar een avontuur, waarover ze straks sterke verhalen kunnen vertellen aan hun vrienden thuis en waarmee ze, ook niet onbelangrijk, indruk zullen maken op de meisjes.

Eenmaal op de vooruitgeschoven militaire post Armadillo (101 min.) wacht de oorlog: het landerige wachten (dat wordt gedood met schietspelletjes en porno), de moeizame communicatie met de plaatselijke bevolking (die maar loopt te zaniken over akkers die zijn vertrapt tijdens patrouilles) en het altijd dreigende gevaar (achter elke baardmans kan een Talibanner schuilgaan). Filmmaker Janus Metz bivakkeert met zijn camera zes maanden lang echt te midden van de militairen, zodat hij zich hun ‘mindset eigen kan maken en de oorlog van binnenuit, vanuit het perspectief van de kanonniers en het kanonnenvlees, kan laten zien.

Naarmate de missie vordert, wordt de oorlog steeds tastbaarder en krijgen de manschappen bovendien eelt op hun ziel. Erg veel begrip voor de lokale Afghanen, die knel zitten tussen de internationale troepenmacht en de Taliban, is er dan niet meer. Het wordt Wij tegen Zij – waarbij het niet meer zo belangrijk lijkt wie er precies bij Zij hoort en wie niet. Dat gaat van kwaad tot erger. Weg vluchtende vrouwen en kinderen zijn geen burgers meer om te beschermen, maar ‘combat indicators’, signalen dat de vijand op het punt staat om toe te slaan. Als een klein Afghaans meisje sneuvelt bij een granaatontploffing, leidt dit bijvoorbeeld tot een ronduit onverschillige reactie van één van de betrokken militairen: ‘Als je in deze wereld leeft en je kijkt naar het nieuws met de duizenden mensen die dagelijks sterven, dan zit ik er niet mee dat hier één klein meisje omkomt.’

De houding van de soldaten zal zich nog verder verharden, zeker als via de intercom berichten binnenkomen dat een collega zwaargewond is geraakt door een bermbom. ‘Ik zou er echt geen moeite mee hebben om al die klootzakken over de kling te jagen’, fulmineert een hospik, die zowel vriend als vijand ter zijde zou moeten staan. ‘Je zou je bijna rottiger voelen als je zo’n straathond doodschiet.’ Het is dergelijke ontmenselijking van de vijand, en daarmee van henzelf, die Metz genadeloos vastlegt en die de Deense soldaten uiteindelijk op een duister pad zal brengen, dat op geen enkele manier meer valt te verenigen met de vredesmissie die hen naar Afghanistan heeft gebracht.

Armadillo, dat op diverse filmfestivals in de prijzen viel, veroorzaakte in eigen land de nodige ophef en laat de donkerste kant van oorlog zien – in de geest van speelfilms als Apocalypse Now en Full Metal Jacket. Het is een film die demonstreert hoe ogenschijnlijk doodnormale jongens, zonder dat ze het zelf doorhebben, kunnen veranderen in een soort menselijke duivels. Zolang de omstandigheden maar hels genoeg zijn – of er genoeg is om hels over te worden.