Ademloos

Op archiefbeelden uit 1977 benadrukt Jacques Lepoutre, de huisarts van het Vlaamse dorp Kapelle-op-den-Bos, dat kanker als gevolg van asbest een zeer zeldzame ziekte is. ‘Op de 120.000 sterfgevallen in België vorig jaar zijn slechts tien mensen daaraan gestorven.’ Of er een verband is met asbest? ‘Dat weet ik niet. Maar ik kan bevestigen dat ik bij onze arbeiders geen enkel geval van mesiothelioom heb gezien.’

‘Uiteindelijk is ‘m er zelf aan overleden’, zegt Kapelles huidige huisarts Renaat Huysmans over Lepoutre, toentertijd tevens de bedrijfsarts van Etex-Eternit, een plaatselijke fabrikant van dakbedekkings- en bouwmaterialen die veelvuldig gebruik maakte van asbest. ‘Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt’, constateert Huysmans, die in de plaatselijke gemeenschap nog altijd heel veel loyaliteit naar het bedrijf ziet. ‘Ik vrees dat dat zeker en vast van toepassing is geweest.’

Filmmaker Daniel Lambo groeide op in Kapelle-op-den-Bos en zag van dichtbij hoe asbest huishield in zijn directe omgeving. Zijn vader, een vakbondsman die bij Etex-Eternit werkte, moet hebben geweten hoe de fabrikant doelbewust risico’s nam met de plaatselijke volksgezondheid. Hij wilde er tot aan zijn dood echter nooit over praten en vroeg zijn zoon zelfs om het onderwerp te laten rusten. Die slaat het vaderlijk advies met Ademloos (80 min.) overtuigend in de wind.

In zekere zin heeft vader Lambo daar zelf om gevraagd: hij stimuleerde zijn zoon ooit om vakantiewerk te gaan doen bij Etex-Eternit. Met het geld dat hij daarmee verdiende, kocht Daniel zijn allereerste camera. Enkele tientallen jaren later zet hij dat middel nu in voor een onderzoek naar het gebruik van asbest en de gevolgen daarvan. Zijn queeste is persoonlijk van aard, maar niet navelstaarderig of sentimenteel, en uitstekend gedocumenteerd bovendien.

De film brengt de Belgische filmmaker tot ver buiten zijn eigen landsgrenzen. Nadat asbest in de jaren negentig in de ban is gedaan in Europa, is de productie gewoon geoutsourced naar landen als India, waar een tweede Kapelle is ontstaan. In het kwadraat, welteverstaan. Het is een uiterst wrange conclusie. En de asbestindustrie, zo ervaart Lambo tijdens het maken van deze krachtige documentaire aan den lijve, geeft zich nog altijd niet zomaar gewonnen…

Patience, Patience, T’Iras Au Paradis!


Geduld, straks ga je naar het paradijs!, luidt de Nederlandse titel van deze Belgische documentaire, die in 2015 de Prix Europa voor beste televisieprogramma over diversiteit en de multiculturele samenleving won. In deze levenslustige film van Hadja Lahbib neemt een groepje oudere moslima’s uit Brussel geen genoegen meer met die belofte voor het hiernamaals en besluit om de bloemetjes eens ongegeneerd buiten te gaan zetten.

Hun hele leven hebben ze  netjes voor het huishouden en de kinderen gezorgd. Nu ze eindelijk hun handen vrij hebben, ontdekken Mina en haar goedlachse vriendinnen, geïnspireerd door de vrijgevochten Marokkaanse poetry slamster Tata Milouda, dat een islamitische vrouw nog een ánder leven kan leiden, ontdaan van de vertrouwde huiselijke plichten.

Ze leren lezen en schrijven, bezoeken de opera en besluiten uiteindelijk zelfs om een trip naar New York te maken. Als kijker krijg je ondertussen zicht op een wereld die doorgaans verborgen blijft. Het leidt tot een even voorspelbare als opzienbarende conclusie: ‘t zijn net gewone mensen, daar onder die hoofddoek. Uitroepteken.

De Belgische moslima’s kletsen en giebelen in Patience, Patience, T’Iras Au Paradis! (50 min.) net zo uitbundig als het gemiddelde clubje Nederlandse vrouwen van onbestemde leeftijd, dat in het weekend winkels, musea en restaurants onveilig maakt. Waar die meestal al snel op de zenuwen beginnen te werken, roepen de hoofdpersonen van deze hartverwarmende film vooral gevoelens van vertedering op.

Je Mag Altijd Bij Me Komen

Viewpoint

Je Mag Altijd Bij Me Komen (52 min.) focust dinsdag op Nezhlya, één van de 42 brugfiguren van de Belgische stad Gent. De van origine Bulgaarse vrouw onderhoudt het contact tussen haar basisschool De Toverberg en ouders die kampen met armoede, alcohol of aanpassingsproblemen. Voor iedereen heeft ze een warm woord en begripvolle blik in de aanbieding.

De aandoenlijke film van Julia Roeselers laat daarbij wel de nodige vragen over Nezhlya zelf onbeantwoord: waarom is ze eigenlijk vanuit haar geboorteland naar België gekomen en hoe houdt zij zich daar nu zelf staande, met twee kinderen (en ogenschijnlijk geen partner)?

Het is intussen geen geheim dat de filmmaakster wel brood ziet in de persoonlijke benadering van Gents brugfiguren, die ook in Nederland een nuttige bijdrage zouden kunnen leveren aan het zorgen voor gelijke kansen in het onderwijs voor iedereen.