Silent Flood

Tabor Film

‘Ze hebben geen elektriciteit of andere moderne gemakken’, vertelt de ene Oekraïense soldaat aan de andere, terwijl ze aan het front handgebakken brood met elkaar delen. Dat is belachelijk, vindt die. Geen televisie of telefoons, benadrukt de eerste nog maar eens. ‘Als je bij hen binnenkomt, schrik je je dood. Alles is van hout. Geen plastic of metaal.’ Zijn collega begint te glimlachen. ‘Zelfs hun wasmachines zijn zeker van hout?’ Nee, reageert z’n gesprekspartner. Ze brengen hun was naar de Dnjestr-rivier en doen hem daarin met de hand. ‘Met stenen!’

De soldaten kunnen er niet over uit: de ‘kashketniky’, een soort Oekraïense Amish, lijken echt in een ander tijdsgewricht te leven. Ze mijden het contact met de buitenwereld. Bij hen is er ook geen alcohol, geen moderne geneeskunde en geen oorlog. Tenminste, zolang de jaarlijks overstromende Dnjestr hen niet opzadelt met vijandelijke soldaten. Want de Russische aanval bereikt uiteindelijk ook het westen van Oekraïne. Op hun eigen voorwaarden levert de pacifistische gemeenschap tóch een bijdrage aan de strijd: militairen aan het front worden voorzien van zelfgemaakt brood.

Dmytro Sukholytkyy-Sobchuk begint zijn observerende documentaire Silent Flood (90 min.), op het IDFA van 2025 bekroond met de Award voor beste cinematografie, bij de rivier, die tijdens zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog aan de frontlinie lag en nu geen afdoende barrière lijkt te vormen tegen Poetins aanvalsdrift. Een idyllische leefomgeving, weldadig vereeuwigd. De mens is er eerst en vooral onderdeel van een gemeenschap. De Oekraïense filmmaker licht er dus ook geen individuen uit, maar richt zich op het collectief, de leefwijze en hun mores.

Bij de beeldenpracht klinken stemmen van binnen en buiten de gemeenschap. Over hoe zij de wereld op afstand proberen te houden, om puur te blijven voor hun God. ‘Wij hebben geen priesters of geestelijk leiders’, vertelt een kashketniky-man bijvoorbeeld, buiten beeld. ‘We bidden samen en vragen God om ons te behoeden voor zonde en weg te houden bij het moderne leven.’ En over hoe de buitenwereld soms naar hen kijkt: profiteurs, inteelt en landverraders. ‘Onze jongens werden naar de oorlog gestuurd’, laat een vrouw optekenen. ‘Maar zij wilden niet gaan.’

Halverwege laat Sukholytkyy-Sobchuk de idylle achter zich en reist met een zending brood mee naar het frontgebied. Zijn film verschiet dan van kleur: de grauwe realiteit van oorlog doet zijn intrede. Deze wereld, eveneens gecreëerd door God, is door de mens bezaaid met landmijnen. Een treffende metafoor voor hoe de Russische invasie gaandeweg elk stukje Oekraïne overspoelt en zelfs degenen die zich willen onttrekken aan de strijd meezuigt in een maalstroom van geweld. Net als de Dnjestr-rivier: zonder genade.

Patatje Oorlog

Franky & Coen / WW Entertainment

Nee, Patatje Oorlog (52 min.) is geen verslag van een broedertwist in het vredige Nederland tussen Friet-zeggers en Patat-roepers, die in het voordeel van de hardste schreeuwers is beslecht. Deze documentaire van Pamela Sturhoofd en Jessica van Tijn portretteert twee Nederlanders die friet bakken voor een betere wereld – of gewoon omdat het lekker is, óók of júist wanneer je wereld wordt bedreigd.

Tenminste, zo begon de missie van Franky van Hintum en Coen van Oosten enkele jaren geleden. Ze trokken met hun frietkraam naar Oekraïne, om de plaatselijke bevolking een hart onder de riem te steken en een bakje goudgele troost te offreren. Zo nodig met een combinatie van pindasaus, mayonaise en gesnipperde uien erop, ook wel een frietje oorlog genoemd. Of, voor de harde G’ers onder ons: een patatje oorlog.

Inmiddels is dat kleine menselijke gebaar, friet voor allen, uitgegroeid tot een loffelijk humanitair initiatief. Het Paulo Coelho-citaat ‘De wereld verandert door jouw voorbeeld, niet door je mening’, waarmee deze film start, in de praktijk gebracht. Daarna volgt een heftige raketaanval, waarin Franky en Coen in de zomer van 2023 verzeild raakten in de stad Kramatorsk. Hun grimmige eigen beelden getuigen van de hectiek ter plaatse.

De twee Nederlanders wisten ternauwernood aan de dood te ontsnappen. In tegenstelling tot dertien Oekraïners. ‘Ik wil naar huis’, was Coens eerste reactie. En toen daalde weer in waarom ze daar waren en reden ze hun ‘Holland supports Ukraine’-busje, met daarachter die roodgele frietkar, gewoon naar een andere plek in het door oorlog geteisterde land en vuurden daar, met een kogelvrij vest aan, het vet weer aan.

Inmiddels zijn Franky, die een Oekraïense vrouw heeft en die zich dus prima redt in de lokale taal, en zijn vriend Coen alweer aan een nieuw project begonnen. Ze hebben een voormalig hotel in Dnipro geschikt gemaakt voor de opvang van vluchtelingen. Met hulp van Denys Khrystov, bijgenaamd ‘De Hollander’, rijden ze af en aan naar de frontlinie, om met gevaar voor eigen leven bewoners te evacueren naar ‘The Holland House’.

Sturhoofd en Van Tijn geven de twee goeddoeners in deze deels door henzelf gefilmde docu alle ruimte om hun werk en drijfveren te delen. ‘Als je ‘t daar een heel klein beetje kunt verlichten, dat voelt wel heel fijn’, vertelt Franky bijvoorbeeld nuchter. ‘Misschien is het nog wel een soort egoïsme ook, want ik voel me fijn als ik bepaalde dingen gedaan heb. Dus misschien is het niet voor die ander, maar is het wel voor mezelf.’

Hoe het ook zij, deze sympathieke film toont hoe ook gewone Nederlanders het leven kunnen verlichten van medemensen die worden getroffen door oorlog. En dat gaat bij Franky en Coen veel verder dan het bakken van een portie friet of het serveren van een mexicano of lihanboutje. Luchtalarm of niet, aan iedereen die ’t wil serveren zij niets minder dan een Patatje Vrede. Vanuit een goed hart en met een praatje erbij.