Bagasi – Wat Wij Meedragen 

Emma Lesuis / Human

Enkele jaren geleden heeft Opa Hans een koffer gegeven aan zijn schoondochter Emma Lesuis. Die vormt nu het startpunt van haar film Bagasi – Wat Wij Meedragen (55 min.). In de koffer zitten spullen van de grootvader van Hans, die ruim dertig jaar hoge functies bekleedde in de voormalige Nederlandse kolonie Suriname. En daarvan wil theatermaakster Emma, die zelf wortels heeft in Suriname en die inmiddels ook zwanger is van een kleinkind van Hans, nu eindelijk wel eens meer weten.

Opa geeft haar nog wel mee om alles wat ze ontdekt goed te checken en in z’n context en tijdgeest te plaatsen. Intussen waarschuwt de bevriende kunstenaar Raul Emma juist om vooral geen ‘zijden handschoentjes’ aan te trekken. Ze hoeft volgens hem geen leuke multicultifilm te maken. ‘Het is 2025 en je hebt de kans om een film te maken en kolonialisme anders te framen, in al z’n geweld – ook al is het de voorvader van je man.’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘Be honest.’

Met deze adviezen in de achterzak gaat Lesuis op pad, om via de betovergrootvader van haar ongeboren kind Suriname’s koloniale verleden te ontrafelen. Maarten de Niet was als rechterhand van de beruchte Nederlandse gouverneur Kielstra bijvoorbeeld betrokken bij de aanhoudingen van de Surinaamse schrijver en verzetsstrijder Anton de Kom en vakbondsleider Louis Doedel. Volgens de overlevering was hij een ‘maka’, een doorn. Als hij je te pakken had, liet hij niet meer los.

De Surinaamse historica Mildred Caprino noemt De Niet zelfs ‘een neerhaler in het kwadraat’. Zulke kwalificaties zou ze destijds overigens nooit hebben durven uitspreken. ‘Ik zou het zeggen en hard wegrennen.’ Praten over het koloniale verleden is nog altijd ellende, stelt de taxichauffeur Rasta, die Emma Lesuis en enkele van haar familieleden, zowel van de Nederlandse als van de Surinaamse tak, rondrijdt door het land dat hen nog altijd met zoveel lastige vragen opzadelt.

Was Suriname voor Nederland inderdaad niet meer dan een schatkist om te plunderen? Is het land door de kolonisator ook nog beroofd van een generatie leiders? En hebben Surinamers in Nederland hun eigen cultuur verloochend? Bagasi – Wat Wij Meedragen gaat geen vraag uit de weg, maar zoekt ook geen gemakkelijke antwoorden. Een genuanceerde film, met enkele fraaie theatrale toevoegingen, over een verleden dat nog altijd tot het heden behoort.

Grand Me

Associate Directors

De auto begint te rijden. Achter het stuur zit de Iraanse vrouw Atefeh. Naast haar op de bijrijdersstoel een meisje in een fleurige oranje blouse, haar dochter Melina. Moeder vindt dat ze beter haar best moet doen op school. ‘Dat boeit me niet’, onderbreekt Melina haar bruusk. ‘Het laat me koud wat jij wil.’ Zij wil weten waarom mama van papa is gescheiden. ‘Wat valt er nog te zeggen?’ zucht Atefeh en laat een stilte vallen. Melina neemt daarmee geen genoegen. ‘Nu heb je ineens niets meer te zeggen.’

Waarna de documentaire Grand Me (79 min.) twee jaar terug in de tijd gaat als Melina haar negende verjaardag viert, bij haar zorgzame grootouders in Isfahan. Mama Ati en Baba Ati proberen het meisje het thuis te bieden dat Melina’s vader en moeder haar blijkbaar niet willen of kunnen geven. Die scheidden toen ze zes maanden was. Daarna woonde zij zes jaar lang bij haar moeder Atefeh. Tot die hertrouwde met een man die ook al kinderen had. Melina belandde bij haar opa en oma, waar hun dochter en haar tante, de filmmaakster Atiye Zare Arandi, het samengestelde gezinnetje begon te filmen.

Samen met Bram Crols heeft zij van die beelden nu een bitterzoete vertelling gemaakt. Waarbij de warmte die Melina bij haar grootouders vindt als ze een spelletje doen, nagels lakken of lekker dollen pijnlijk contrasteert met de koude schouder die ze van haar beide ouders krijgt. ‘Ze hebben het te druk met hun eigen leven’, stelt Melina die een voogdijzaak tegen hen heeft aangespannen. Haar vader houdt ’t bij belletjes, waarbij ie ook rustig ophangt als iets hem niet zint. Moeder bezoekt haar dochter ook nog wel eens en wordt dan geconfronteerd met de vlogs die het meisje inmiddels van haar leven maakt.

De film schakelt ook regelmatig terug naar die auto, waar Melina nog steeds haar gram haalt op Atefeh. Die valt geregeld stil, wordt emotioneel of slaat terug. Intussen is het de vraag waarnaar de twee op weg zijn en wat dit heeft te maken met de toekomst van het inmiddels elfjarige meisje, dat vermalen dreigt te worden door de plannen van haar ouders en hun nieuwe partners. Het is allerminst zeker dat daarbinnen ook plek is voor haar, hun kind. Het aandoenlijke meisje blijft vooralsnog aangewezen op de liefde en zorg van Mama en Baba Ati, die zich wel voor haar kunnen en willen wegcijferen.

Bij hen mag Melina gewoon ‘Grand Me’ zijn, de allerbelangrijkste in de hele wereld. En dat gevoel hoeft elk kind, waar ook ter wereld, soms nodig, laat deze delicate film nog maar eens ten overvloede zien.