DEPOT – Reflecting Boijmans

Sjarel Ex (l) & Winy Maas (r) / NTR

Eerst wordt de film opgedragen aan ‘de ziel van Museum Boijmans Van Beuningen’. Daarna volgt een tamelijk overcomplete voice-over over ‘het Louvre aan de Maas’ (‘iconische schilderijen en beeldhouwwerken’, ‘zware regenval’, ‘propvol asbest’, ‘totale renovatie’, ‘bouw groot publiekelijk toegankelijk depot’, ‘ark van Noach’, ‘bewaren voor de eeuwigheid’). En tenslotte volgt een lied annex leader waarin het met de adjectieven ‘wonderlijk’, ‘eigenwijs’ en ‘onvoorstelbaar prachtig’ omschreven gebouw alsmede de voornaamste spelers in deze documentaire (directeur Sjarel Ex, architect Winy Maas en regisseur Sonia Herman Dolz en haar crew) worden gepresenteerd. En dan ben je als kijker wel binnen bij DEPOT – Reflecting Boijmans (86 min.) – of niet, natuurlijk.

Ex en Maas leiden de kijker als ervaren gidsen rond door de totale vernieuwing van het Rotterdamse museum; van de ontmanteling van het oude gebouw en het inpakken en verhuizen van de collectie tot de ontwikkeling van James Bond-achtige plannen voor het depot, een gigantisch spiegelpaleis in het hart van de stad, en de vrijwel onvermijdelijke protesten daartegen vanuit de directe omgeving, waarover de rechter dan weer moet oordelen. Parallel daaraan toont Dolz, via fragmenten uit de film Bouw Van Boymans (1935), de geschiedenis van het oorspronkelijke museumgebouw, dat geen opslagruimte heeft voor de snel groeiende collectie. Dit pand is sinds 2019 gesloten, voor een renovatie die naar verwachting zeker zo’n tien jaar zal duren.

‘Wat is nou belangrijk?’ vraagt Ex. ‘De veiligheid of dat het kunstwerk kan worden genoten? Dan zal ik altijd zeggen dat een kunstwerk moet worden genoten. Natuurlijk, op een veilige manier. Maar het is onzin om te zeggen: het is gevaarlijk om het te laten zien. Dat kan toch niet? Want dan zouden we de kunst helemaal niet meer kunnen genieten.’ In de opslag krijgt elk van de ruim 150.000 kunstwerken bovendien een gelijke kans en valt er steeds weer iets nieuws te ontdekken. DEPOT biedt ook echt gelegenheid om, begeleid door de expressieve muziek en liederen van Paul M. van Brugge, aandachtig te kijken. Naar de (inmiddels ruim 150.000) kunstwerken, het ‘naakte’ oude gebouw, dat imposante depot, de feestelijke opening daarvan met de koning én de betrokken personages.

Als de lyrische beeldenpracht en krachtige soundtrack samensmelten is deze film, waarin Dolz’s vertelstem een beetje een fremdkörper blijft, op zijn sterkst. In zulke sequenties wordt voel- en zichtbaar wat Ex, die in 2022 na achttien jaar is gestopt als directeur, bedoelt als hij zegt dat het met zestienhonderd spiegels behangen depot, niet zomaar een gebouw is, maar een stukje stad. Een weerspiegeling van al, de mensen, gebouwen en activiteiten, waardoor het wordt omringd.

Ademloos

Op archiefbeelden uit 1977 benadrukt Jacques Lepoutre, de huisarts van het Vlaamse dorp Kapelle-op-den-Bos, dat kanker als gevolg van asbest een zeer zeldzame ziekte is. ‘Op de 120.000 sterfgevallen in België vorig jaar zijn slechts tien mensen daaraan gestorven.’ Of er een verband is met asbest? ‘Dat weet ik niet. Maar ik kan bevestigen dat ik bij onze arbeiders geen enkel geval van mesiothelioom heb gezien.’

‘Uiteindelijk is ‘m er zelf aan overleden’, zegt Kapelles huidige huisarts Renaat Huysmans over Lepoutre, toentertijd tevens de bedrijfsarts van Etex-Eternit, een plaatselijke fabrikant van dakbedekkings- en bouwmaterialen die veelvuldig gebruik maakte van asbest. ‘Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt’, constateert Huysmans, die in de plaatselijke gemeenschap nog altijd heel veel loyaliteit naar het bedrijf ziet. ‘Ik vrees dat dat zeker en vast van toepassing is geweest.’

Filmmaker Daniel Lambo groeide op in Kapelle-op-den-Bos en zag van dichtbij hoe asbest huishield in zijn directe omgeving. Zijn vader, een vakbondsman die bij Etex-Eternit werkte, moet hebben geweten hoe de fabrikant doelbewust risico’s nam met de plaatselijke volksgezondheid. Hij wilde er tot aan zijn dood echter nooit over praten en vroeg zijn zoon zelfs om het onderwerp te laten rusten. Die slaat het vaderlijk advies met Ademloos (80 min.) overtuigend in de wind.

In zekere zin heeft vader Lambo daar zelf om gevraagd: hij stimuleerde zijn zoon ooit om vakantiewerk te gaan doen bij Etex-Eternit. Met het geld dat hij daarmee verdiende, kocht Daniel zijn allereerste camera. Enkele tientallen jaren later zet hij dat middel nu in voor een onderzoek naar het gebruik van asbest en de gevolgen daarvan. Zijn queeste is persoonlijk van aard, maar niet navelstaarderig of sentimenteel, en uitstekend gedocumenteerd bovendien.

De film brengt de Belgische filmmaker tot ver buiten zijn eigen landsgrenzen. Nadat asbest in de jaren negentig in de ban is gedaan in Europa, is de productie gewoon geoutsourced naar landen als India, waar een tweede Kapelle is ontstaan. In het kwadraat, welteverstaan. Het is een uiterst wrange conclusie. En de asbestindustrie, zo ervaart Lambo tijdens het maken van deze krachtige documentaire aan den lijve, geeft zich nog altijd niet zomaar gewonnen…