The Winning Generation

Bind Film

Nadat Shant Harutyunyan is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, doet zijn zeventienjarige zoon Shahen van zich spreken tijdens de voetbalwedstrijd van hun land Armenie tegen Portugal op 13 juni 2015 in Jerevan. Met een spandoek, met de tekst ‘Freedom for Shant Harutyunyan and all poitical prisoners in Armenia’ erop, bestormt hij het veld. Shahen wordt al snel overmeesterd door de politie. De strijd van zijn vader is inmiddels echter de zijne geworden: samen eisen ze een vrij en onafhankelijk Armenië, dat niet langer wordt geknecht door Rusland.

Hij staat daarmee in een familietraditie die nog een generatie verder teruggaat. Shahens grootvader, naar wie hij ook is vernoemd, werd na twee arrestaties zelfs de Sovjet-Unie uitgezet en leeft nu in de Verenigde Staten. Hij liet zijn megafoon achter voor zijn naamgenoot. Die behoort tot wat hij zelf The Winning Generation (102 min.) noemt, de generatie Armeniërs die de patstelling rond hun volk nu eindelijk eens gaat doorbreken. Vanuit de gevangenis voorziet zijn nurkse vader hem intussen van advies en zit hij Shahen soms ook flink op de huid.

Ruim tien jaar lang volgt filmmaker Marco De Stefanis de volwassenwording van Shahen Harutunyan en het ontluiken van zijn politieke talent, in tijden die het uiterste vragen van hem en zijn medestanders. Intussen moet hij zich ook losmaken van zijn opa en vader, mannen die alles opgaven voor hun strijd, inclusief de relatie met hun vrouw en kinderen, en die van vechten hun tweede natuur hebben gemaakt. Kan Shahen daarmee breken en meteen een uitweg vinden uit de uitzichtloze positie waarin Armenië zich al sinds mensenheugenis bevindt?

Van dichtbij tekent De Stefanis zijn ontwikkeling op in deze klassieke coming of age-docu. Terwijl de relatie met buurland Azerbeidzjan in het nabijgelegen Nagorno-Karanach onder ernstige spanning komt te staan, probeert de beminnelijke jongeling – met steun van en soms ook ondanks z’n hoekige vader – zijn eigen stem te vinden als politicus. De tijd zal uitwijzen of hij zich kan ontwikkelen tot een soort Armeense Obama of uiteindelijk toch in de geschiedenisboeken belandt als de vertegenwoordiger van opnieuw een verliezende generatie.

Het Mondkapjesgoud

KRO-NCRV

’Hugo. Op jouw verzoek ben ik gaan knuffelen met Sywert’, schrijft topambtenaar Mark Frequin op 25 maart 2020 aan Hugo de Jonge. ‘Dat is bijna een dagtaak.’ De minister van Volksgezondheid reageert binnen enkele minuten: ‘Top. Dank!’

De berichtjes zijn exemplarisch geworden voor de druk die Sywert van Lienden – de bekende politieke influencer, prominente CDA’er én potentiële leverancier van mondkapjes – in de eerste fase van de Coronacrisis uitoefent op de regering, partijgenoot De Jonge in het bijzonder. Samen met zijn zakenpartners Bernd Damme en Camille van Gestel wil Van Lienden met de zojuist opgerichte Stichting Hulptroepen Alliantie de opdracht binnenhalen om mondkapjes te leveren.

Het verhaal is bekend: ze zullen dat gaan doen zonder er zelf iets aan over te houden. ‘Om niet’, noemt Sywert dat en maakt daarmee goede sier. In werkelijkheid lopen de drie er helemaal mee binnen. En achter de schermen verkneukelen ze zich daar al over. ‘Gillend rijk’ gaan wij worden! Het maakt van Sywert, Bernd en Camille ‘de meest gehate mannen van de Coronacrisis’. Terwijl de halve wereld op z’n rug ligt vanwege de COVID-19 pandemie, halen zij stiekem Het Mondkapjesgoud (219 min.) binnen.

Deze vijfdelige docuserie van Dirk Mostert, waarvoor Anouk Burgman fungeerde als coregisseur, licht de inmiddels welbekende affaire, die van ‘Sywert’ een scheldnaam maakte, nog eens helemaal door, met behulp van geluidsfragmenten van gesprekken tussen het drietal, ministers, topambtenaren en inkopers, zakelijke én persoonlijke chatberichten, vertrouwelijke documenten en privéfilmpjes. Sommige cruciale scènes en gesprekken zijn op basis van het dossier ook met acteurs en (nogal vette) muziek gereconstrueerd.

Centrale figuur in de vertelling is Camille van Gestel. Mostert geeft hem ruim de gelegenheid om het ontstane beeld van hem en zijn mondkampjespartners toe te lichten, in een bepaalde context te plaatsen en bij te stellen. Van Gestel houdt staande dat er nooit sprake is geweest van een vooropgezet plan om het land een rad voor ogen te draaien en intussen achter de schermen multimiljonair te worden, maar moet zo nu en dan wel erkennen dat ze soms eerlijker en transparanter hadden moeten zijn.

Zijn relaas wordt bevestigd, aangevuld en/of weersproken door een brede waaier aan bronnen die betrokken waren bij de mondkapjesaffaire, waaronder ook de nogal onwillige ambtenaar Mark Frequin. Er ontbreken ook belangrijke hoofdrolspelers: Sywert van Lienden (die ’t in eerste instantie bij een schriftelijke verklaring houdt), Bernd Damme (die zolang de rechtszaak loopt niet wil reageren), Hugo de Jonge en Pieter Omtzigt, die destijds als CDA-kamerlid in nauw contact stond met Sywert en bemiddelde voor zijn partijgenoot.

Verteller Jacob Derwig brengt alle verhaallijntjes bij elkaar met een smeuïge voice-over en voegt ook een zekere suspense toe aan de miniserie die erg kritisch is op het optreden van de Nederlandse overheid, Frequin en minister Hugo de Jonge in het bijzonder, en het beeld van Van Lienden en consorten als uitgekookte oplichters een héél klein beetje nuanceert. Tegelijk is ook helder dat de drie de omstandigheden (net iets te) handig naar hun hand hebben gezet en vooral geen slapende honden wakker wilden maken toen er, tegen alle gewekte verwachtingen in, grof geld kon worden verdiend.

En dan, in een later uitgebrachte slotaflevering, komt alsnog Sywert van Lienden aan het woord. Hij is ervan overtuigd dat de Mondkapjesaffaire, en dan in het bijzonder zijn eigen rol daarin, nog altijd helemaal verkeerd wordt gepresenteerd in de media en ervaart ook Mostert, die kritische vragen blijft stellen, weer als een vooringenomen interviewer.

Deze bespreking is na de afronding van deze miniserie geactualiseerd.