Vol Gas Door De Modder

BNNVARA / Kleine Storm Media

‘Dat wordt emotioneel als we hier weg zouden moeten’, zegt Tony Verhorevoort, een Brabantse zeventiger met een markante snor die al sinds jaar en dag voorzitter is van M.A.C. De Helm in Helmond, terwijl hij zijn emotie probeert weg te slikken. ‘En dat komt ervan, dat weten we.’ Het circuit van zijn motorcrossvereniging lijkt na 42 jaar te moeten verdwijnen.

En dat zou een kleine ramp zijn voor de Helmondse familie Verhorevoort. Tony’s vrouw Ria werkt niet alleen in hun eigen meubelzaak maar is tevens penningmeester bij de motorcrossclub. Hun zoon Jarno was ooit een nationale topper en is nog altijd bloedfanatiek. Zijn zestienjarige zoon Seth staat inmiddels ook z’n mannetje in de modder en wordt daarbij flink op z’n huid gezeten door vaderlief. En Tony’s kleindochter Kelsey verleent regelmatig hand- en spandiensten bij de vereniging en stapt soms zelf ook op de motor.

Het geluid van motoren klinkt de Verhorevoorts en andere crossliefhebbers als muziek in de oren. Dat geldt zeker niet voor iedereen in ons land. Steeds vaker krijgen clubs, circuits en wedstrijden te maken met strikte geluidsnormen en milieumaatregelen. Dat is ook de uitgangspositie van de vierdelige docuserie Vol Gas Door De Modder (147 min.), waarin regisseur Bas Voorwinde de bedreigde subcultuur, door critici vaak weggezet als ‘herriesport’, op een toepasselijke manier, rechttoe rechtaan en zonder poespas dus, optekent.

Hij kijkt verder mee bij een wedstrijd van de Cross Club Cuijk, laat zich bijpraten door commentator Kees De Omroeper, luistert naar de elektrische crossmotor van oudgediende Johan uit Hummelo en sluit aan bij de 22-jarige Kaylee van Dam die zich als Nederlands kampioen bij de amateurs wil meten met de professionals. Want motorsport mag dan het imago van een mannensport hebben, er stappen ook steeds meer vrouwen op de motor – al is er voor sommige mannelijke coureurs nog altijd niets erger dan verliezen van een meisje.

Op weg naar de finishlijn bezoekt Voorwinde, begeleid door een noeste voice-over van de Overijsselse zanger/acteur Hendrik Jan Bökkers, trainingen en races en vergezelt hij de rijders ook naar huis, waar de olie die door hun aderen vloeit kan worden ververst en hun motoren en lijven weer worden opgelapt. Zodat ze straks opnieuw – cliché-waarschuwing! – oerend hart van start kunnen.

De Magie Van De TT

Dutch Angle

De eerste editie van de TT in 1925 moet direct als een bom zijn ingeslagen, concludeert directeur Peter Oosterbaan bij het honderdjarig jubileum. Drenthe was destijds een afgelegen, naar binnen gekeerd gebied. De motorisering van het land moest nog echt op gang komen. En toen besloten vijf mannen van de motorclub Assen en omstreken om de eerste motorsnelheidswedstrijd van Nederland te organiseren. ‘Dat heeft een collectief enthousiasme teweeg gebracht. Op de één of andere manier is dat in die vijf generaties, honderd jaar, toch altijd gebleven.’

Die eerste race, over lang niet altijd verharde wegen, is uitgegroeid tot een hoogtepunt op de internationale grand prix-kalender. In het laatste weekend van juni trekt iedere zichzelf respecterende motorsportliefhebber steevast naar Assen. Met de jubileumdocu De Magie Van De TT (99 min.) richt Roy Ferwerda een klein monumentje op voor het Drentse evenement dat een begrip is geworden in binnen- en buitenland. Met beeldmateriaal uit de voorbije honderd jaar construeert hij een soort ideaal TT-weekend, waarin heden en verleden moeiteloos samenvloeien.

Tussendoor spreekt Ferwerda met medewerkers aan de TT, vaste gasten die ‘The Cathedral Of Speed’ al decennia bezoeken en internationale topcoureurs zoals Valentino Rossi, Randy Mamola en Kevin Schwantz. En natuurlijk ontbreken ook de Nederlandse winnaars Wil Hartog, Hans Spaan en (Assenaar) Egbert Streuer niet. Samen geven zij tekst en uitleg bij de collageachtige montage van de voorbereidingen op de Dutch TT, de activiteiten en festiviteiten daaromheen en de race zelf. Er is met de jaren van alles veranderd, behalve de beleving van het evenement.

Dat is uiteindelijk ook de impliciete boodschap van deze liefdevolle archieffilm, die werd gemaakt in opdracht van TT Circuit Assen: niemand – geen winnaar, organisator, bondsofficial, commentator of bezoeker – is groter dan de TT.

Missile From The East

Sky

‘Degner heeft een negatieve houding’, staat er te lezen in het ruim 350 pagina’s tellende dossier van de Oost-Duitse binnenlandse veiligheidsdienst Stasi. ‘De Partij heeft geprobeerd om hem te hervormen. Dit is niet gelukt…’ Als topsporter is motorracer Ernst Degner (1931-1983) tijdens de Koude Oorlog een belangrijk uithangbord voor de Duitse Democratische Republiek (DDR), de communistische heilstaat die na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan.

Vanachter het IJzeren Gordijn proberen de Oost-Duitsers hun politieke idealen te bewaken en te verbreiden. Door zijn racecarrière kan Degner echter ook achter dat Gordijn kijken. Wat hij ziet bevalt hem wel. Als wereldtopper kan hij er in elk geval veel beter verdienen. En dat zint de machthebbers dan weer niet: de vermaarde motorcoureur mag niet ten prooi vallen aan het verfoeide kapitalisme. Van overlopen naar het westen kan natuurlijk al helemaal geen sprake zijn.

Justin Stokes reconstrueert in Missile From The East (91 min.) hoe het regime zicht probeert te houden op Ernst Degner. Daarbij wordt teruggegrepen op een beproefd middel: informanten. Een aanzienlijk deel van de Oost-Duitse bevolking, volgens schattingen zeker één op de vijftig mensen, wordt structureel ingezet om de rest in de gaten te houden. Terwijl Degner zich afvraagt hoeveel toekomst hij nog heeft in de DDR, heeft de Stasi al een informant binnen zijn raceteam MZ geplaatst.

Deze film schetst zo tegelijkertijd een paranoïde politiek systeem en de getalenteerde en gepassioneerde sportheld die daarin dreigt vast te lopen. Die ziet nog maar één uitweg: ontsnappen. Tijdens de Grand Prix van Zweden in 1961 besluit Degner zijn motor helemaal aan gort te rijden, zodat hij daarna, met zijn vrouw Gerda en hun kinderen, de afslag naar het westen kan nemen. Het is een vermetel plan, dat door Stokes in een enerverende scène wordt gereconstrueerd.

Het leven van Ernst Degner, dat bestaat bij de gratie van grote snelheid, zal daarna door sportieve en persoonlijke malheur langzaam maar zeker ontsporen. Totdat het volledig tot stilstand is gekomen en hij nog slechts een schim is van de man die hij ooit moet zijn geweest. Zijn vader was altijd aan het racen, vertelt Degners zoon Olaf daarover. Hij kon niet anders. Op een gegeven moment herkende zijn eigen hond hem niet meer. Die bleef maar blaffen als pa thuis kwam.

Met racesportkenners en mannen die nog met hem hebben gewerkt, bij MZ of Suzuki, legt Missile From The East het verhaal van de vergeten snelheidsduivel nog eens onder het vergrootglas. En via (gereconstrueerde) wedstrijdimpressies weet Justin Stokes bovendien overtuigend de opwinding van het racen voor je leven op te roepen.