Jip van den Toorn, Boekhouder

NTR / maandag 23 februari, om 22.45 uur, op NPO2

Een beeld zegt dus meer dan duizend woorden. Zeker voor haar. Als Jip van den Toorn door een krant of tijdschrift bladert, kijkt ze volgens eigen zeggen vooral naar de plaatjes.

Ze tekent al van kinds af aan. In de korte docu Jip van den Toorn, Boekhouder (24 min.) laat de Amsterdamse cartoonist, kind van een creatief milieu, bijvoorbeeld ‘Het Grooten Dierenboek voor Mamma en Pappa en Bas en Kees en Oma’ zien dat ze als meisje maakte. Daarin zijn haar allereerste cartoons te vinden, zoals die ene over een vrijen pingwing, een halfgevangen pingwing en een gevangen pingwing. ‘Misschien was ik toch wel bezig met onrecht’, constateert Van den Toorn als ze er nu naar kijkt.

Tegenwoordig probeert ze met haar werk nog altijd vat te krijgen op, zoals ze ’t tegenover radio-interviewer Willemijn Veenhoven uitdrukt, ‘wat er zich in de echte wereld afspeelt’ en orde in de chaos te brengen. Zodat ze zich iets minder machteloos voelt. ‘Er is gewoon zoveel kut nu in de wereld’, zegt Van den Toorn tegen documentairemaker Stephane Kaas. ‘Je kan de hele tijd een boze cartoon maken.’ En alleen boze tekeningen maken vindt ze als tekenaar, die in haar werk duidelijk stelling neemt, ook niet interessant.

‘Knip dit er maar gewoon uit’, zegt Van den Toorn elders, in één van de ‘vele entre nous’ met Kaas, als ze zichzelf toch wel heel arrogant vindt klinken. Hij heeft die gewoon in de film laten zitten. Als ze tijdens het uitlaten bijvoorbeeld tegen haar hond zegt: ‘Kom rennen, we zitten in een documentaire, Ben!’ En daarna, zittend op een bankje, tegen hemzelf: ‘Ik had eigenlijk mijn opschrijfboekje mee moeten nemen. Dat het dan lijkt alsof ik stress.’ ‘Oh ja’, reageert Kaas. Waarna zij haar punchline plaatst. ‘Maar dat heb ik niet. Wel dropjes.’

In wezen heeft ze alleen zichzelf, haar iPad en die hond nodig, constateert Jip van den Toorn zelf in dit handzame portret, waar alles wel inzit: het buitenbeentjesgevoel, haar wanhoop over de wereld en haar nieuwe liefde, schrijver Tobi Lakmaker. Zonder overigens dat ‘t héél erg de diepte ingaat.

App Me Als Je Thuis Bent

KRO-NCRV / NPO Start

Hun namen zijn synoniemen geworden voor ieders nachtmerrie: Marianne Vaatstra, Anne Faber en Lisa uit Abcoude. Één enkele ontmoeting met een onbekende man werd hen fataal. In de driedelige serie App Me Als Je Thuis Bent (105 min.) van Elly de Bont vertellen enkele andere jonge vrouwen over hún ervaringen met zo’n man die de nacht van hen en andere vrouwen afpakt.

De engste versie van seksueel geweld, kortom. Niet door een familielid, niet door een (ex-)partner en niet door een bekende – de meest voorkomende vormen – maar door een volstrekt onbekende man. Een seksueel roofdier, dat vanuit het niets toeslaat en dat dan naar hun keel grijpt, dreigt met een mes en doet wat ie niet laten wil. ‘Gaat het verder zo?’ vroeg de man die Sonja in 2003, op 8 september om precies te zijn, net had verkracht. ‘Rennen, jij!’ kreeg Jolanda op haar beurt te horen van de ‘jogger’ die zich in Nijmegen aan haar vergreep, herinnert ze zich in de eerste aflevering van deze miniserie. Hij zou zeker nog tien andere slachtoffers maken.

Zij vroeg zich later af of ze zijn smerige spel niet te veel had meegespeeld. ‘Had je jezelf niet iets minder weg kunnen geven en dan alsnog kunnen overleven?’ vertelt ze in het tweede deel, dat dealt met de gevoelens die zo’n traumatische ervaring oproept en de ‘victim blaming’ die dan ook onvermijdelijk lijkt. Hadden de Leidse studenten Willemijn en Frederique bijvoorbeeld wel zo laat alleen de straat op moeten gaan? En was het wel verstandig om zoveel te drinken? Willemijn probeerde zelf nog een tijd te ontkennen wat er was gebeurd en gedroeg zich volgens eigen zeggen een beetje ‘jongensgek’. Totdat ze toch echt onder ogen moest zien wat haar was misdaan.

Het seksuele geweld tegen deze jonge vrouwen zorgde tevens voor een algeheel gevoel van onveiligheid in de steden Nijmegen en Leiden. Dat gold al helemaal voor Utrecht, waar eind jaren negentig jarenlang een serieverkrachter actief was. Één van zijn slachtoffers, de geanonimiseerde Noa, vertelt hoe ze van de politie, die zijn sporen wilde vastleggen, in eerste instantie niet mocht douchen. Thuis kon ze zich eindelijk ontdoen van hem. ‘Het is de langste en heetste douche die ik in m’n leven ooit heb gehad.’ Schoon voelde Noa zich echter niet. En dat gevoel bleef, niet in het minst omdat die kerel heel lang uit de handen van de politie wist te blijven.

Jolanda loopt nog altijd met vragen rond. De man die haar overweldigde is nooit gepakt. Zou ‘t dan toch de Utrechtse serieverkrachter zijn? vraagt ze zich af in de slotaflevering van App Me Als Je Thuis Bent, waarin de lange termijn-gevolgen van zo’n traumatische ervaring worden onderzocht. Dan komen ook twee vriendinnen van Anne Faber, die in 2017 werd vermoord door een man die destijds al onder behandeling was van een psychiatrische instelling, aan het woord. Ze zochten destijds mee naar Anne, die bijna twee weken spoorloos was. ‘Je hoopt dat ze nog ergens wordt vastgehouden.’ Meer dan haar jas zou er in eerste instantie echter niet worden gevonden.

Hun herinneringen tarten nog altijd elke verbeelding. De Bont omkleedt alle ervaringsverhalen met stemmige reconstructies en getuigenissen van enkele politiemensen en een officier van justitie, casemanager van Slachtofferhulp en cold case-rechercheur die bij de zaken betrokken waren. Samen geven zij in deze miniserie een indringend inkijkje bij hoe ’t is om de willekeurige prooi te worden en zijn (geweest) van een seksueel roofdier.