All The Walls Came Down

Los Angeles Times

Documentairemaker Ondi Timoner is begin 2025 in Boedapest om een overlevende van de Holocaust te interviewen als ze een appje krijgt van haar overbuurman Randy Vance in Los Angeles County. ‘It’s not looking good’, schrijft hij. ‘My house is gone and I’m sorry to say yours and Steve’s didn’t make it. Most of Altadena is gone.’

Een natuurbrand heeft Timoners woonplaats volledig verwoest. In de loop van twee dagen zijn er 12.500 huizen in de as gelegd. En negentien inwoners komen om in het vuur. Als filmmaker heeft Ondi Timoner (Dig!, We Live In Public en Last Flight Home) geen keuze: ze moet een film maken – al is het alleen uit puur lijfsbehoud.

All The Walls Came Down (39 min.) is de weerslag van het eerste jaar na de brand, als Timoner en haar buren ervaren wat het is om álles kwijt te zijn. Zelfs de as van een ouder. Alles, behalve elkaar. De natuurramp zorgt voor een gevoel van solidariteit bij de bewoners, die met de hardheid van de Amerikaanse samenleving worden geconfronteerd.

Want ook al staat er een rechtszaak van de slachtoffers tegen de verantwoordelijken voor de brand op stapel, in de loop van het jaar komen er toch huisuitzettingen op gang. Bij bewoners die hun hypotheek niet kunnen opbrengen of niet (voldoende) verzekerd waren. Terwijl dat afgebrande huis soms al generaties lang in de familie was.

Bij veel zwarte bewoners van Altadena, die sinds de ramp vastzitten in een goedkoop hotel of slapen in hun eigen auto, vat zelfs het idee post dat de autoriteiten hen eigenlijk wel graag weg willen hebben. Om er duurdere huizen te kunnen bouwen. Never waste a good crisis, toch? Vanachter de solidariteit komt dus ook strijdbaarheid tevoorschijn.

Ondi Timoner legt die eerste rouw- en herstelperiode vast – en is er zelf natuurlijk ook onderdeel van. Het is daarom nauwelijks voor te stellen dat ze dit verhaal nu loslaat. De komende jaren zal die Californische natuurbrand blijven nazinderen en vermoedelijk ook nog wel een vervolg krijgen. Deze korte film is dus vast niet meer dan een eerste aanzet.

Cashing Out

aidsmemorial.org

Het idee klinkt te cru en naargeestig om waar te kunnen zijn: terminale, seropositieve patiënten verkopen halverwege de jaren tachtig, in de diepste diepten van de AIDS-crisis, hun levensverzekering om zo goede zorg te kunnen bekostigen en zichzelf of hun naasten financiële verlichting te bieden. Viatical Settlement wordt dit genoemd. De investeerder heeft alleen bewijs nodig dat de dood daadwerkelijk aanstaande is. Het is geen grap of allegorie, maar bittere realiteit. Only in America, vanzelfsprekend.

Ik ben voor van alles en nog wat uitgemaakt, vertelt initiatiefnemer Scott Page in Cashing Out (39 min.) aan filmmaker Matt Nadel, die als homoseksuele zoon van een investeerder zelf te maken kreeg met de constructie. Scott liet zich door de kritiek niet van de wijs brengen. Zijn slimme en gedurfde idee gaf mensen die wisten dat het einde nabij was de mogelijkheid om nog even waardig te leven. Scott wist ook waarover hij ’t had: zijn eigen vriend Greg Morgan stierf aan de gevolgen van het HIV-virus.

Het idee was in wezen bedrieglijk simpel: een koper betaalde een aantrekkelijk percentage van de werkelijke waarde van de polis, die al snel zou worden uitgekeerd. De verkoper kon van het aankoopbedrag vervolgens zorg inkopen en zijn laatste dagen enigszins comfortabel leven. En diens nabestaanden, die vaak toch al opzichtig afstand van hem hadden genomen, konden fluiten naar hun geld. Geweldige deal! Totdat een nieuwe behandeling ervoor zorgde dat patiënten niet meer automatisch stierven…

Die wending geeft deze boeiende korte docu, waarin enkele direct betrokkenen terugblikken op een traumatische periode voor hun gemeenschap, nog een extra nawrant karakter. Het idee dat een samenleving doodzieke patiënten veroordeelde tot schrijnende armoede of rare bokkensprongen, die natuurlijk alleen te maken waren door Amerikanen die überhaupt een levensverzekering hadden, was blijkbaar nog niet wrang genoeg. Add insult and insult and insult to injury, zoiets.