Martin H.

Videoland

Hij geldt als de Nederlandse verpersoonlijking van de ‘dirty cop’. In opdracht van de zogenaamde Joego-maffia zou Martin H. (82 min.) op 27 juni 1991 Klaas Bruinsma, de drugsbaron die de vaderlandse onderwereld definitief professionaliseerde, voor de deur van het Amsterdamse Hilton Hotel hebben omgelegd. Enkele maanden na de liquidatie van ‘De Dominee’ zou Martin Hoogland bovendien zijn voormalige beste vriend Tonny Hijzelendoorn, die zich eveneens met allerlei schimmige zaakjes bezighield, koud hebben gemaakt. Zelf ontkende hij elke betrokkenheid.

De neergang van Hoogland is volgens vrienden en oud-collega’s te herleiden naar zijn stationering als agent bij het politiebureau aan de Warmoesstraat, gepopulariseerd door de De Cock-boeken van Baantjer, in de beruchte Rosse buurt van Amsterdam. Hij komt dan terecht in een ogenschijnlijk grenzeloze omgeving en is veel te jong en onervaren om de enorme verleidingen daarvan te weerstaan. Waar anderen wel eens een oogje dichtknijpen, stapt Martin gaandeweg steeds vaker over de grens tussen goed en kwaad. Totdat zijn collega’s hem een ultimatum geven.

Aan de zijde van Tonny Hijzelendoorn, en onder invloed van cocaïne, glijdt Martin steeds verder af. De kogels die hij op Bruinsma en zijn voormalige ‘bloedgabber’ zou hebben afgevuurd en de navolgende veroordeling vormen de logische (anti)climax van een op drift geraakt leven. Dat smeuïge verhaal wordt in deze driedelige true crime-serie van Nick Hoedeman, gebaseerd op het gelijknamige boek van misdaadauteur Vico Olling, uit de doeken gedaan door politieagenten, penozefiguren, z’n advocaat Jan Boone, Tonny Hijzelendoorns broer Peter, Hooglands ex-vriendin én zijn zoon Jeoffrey.

Met een smakelijke combinatie van krasse anekdotes en fraai archiefmateriaal, opgeleukt met een kekke seventies- en eighties-soundtrack, wordt zo een scharnierpunt in de ontwikkeling van de Nederlandse misdaad opgeroepen, waarbij verteller Ton Kas alle verwikkelingen lekker los aan elkaar mag praten. ‘Vergeleken met nu was het een bananenrepubliek‘, constateert hij in plat Amsterdams. Daarvan is geen woord gelogen. Al kijken ze in de scene zelf niet op een leugentje meer of minder. Als Hoogland in de cel zit meldt een Joegoslaaf zich bijvoorbeeld doodleuk als de échte killer van Bruinsma.

De persoon Martin Hoogland blijft ondertussen een enigma. Vereeuwigd in talloze sterke en schrijnende verhalen, op een handvol foto’s en met enkele bewegende beelden, door insider/misdaadjournalist Bas van Hout met een verborgen camera gemaakt tijdens de rechtszaak. Van hem komen ook de audiocassettes waarop de platte agent opnieuw zijn straatje schoon probeert te vegen rond de liquidatie van Klaas Bruinsma. In 2004 zal Hoogland zelf ook tegen een kogelregen aanlopen. Zoals vrijwel al zijn vakbroeders achter de tralies en/of onder de zoden zijn beland.

Leve De Vrouw Van De SRV

BNNVARA

Probeer haar maar eens níet in je hart te sluiten. Met dat (grote) hart op de tong, het eeuwige shaggie in de mond en die onmiskenbaar Tilburgse tongval. Tonny Steenis, voormalig probleemgeval. Dwars. Agressief. Tokkie. Ooit was ze zelfs dakloos. En probeerde ze naar binnen te rijden bij het politiebureau.

Met ‘Tonneke’s rijdende winkel’ heeft ze zichzelf opnieuw uitgevonden (‘ik ga nooit meer naar de soos’) en is ze zowaar een sociale functie gaan vervullen in de wijken die ze met haar wagen aandoet. Ze maakt her en der een praatje, biedt een luisterend oor en matst vaste klanten die even op zwart zaad zitten.

Tonny heeft zelf eigenlijk ook geen cent te makken. Heel veel levert die wagen niet op. Ze heeft er ook flinke schulden voor moeten maken. En vriend Kees, met wie ze oeverloos kan bekvechten, maakt haar zo nu en dan horendol. Soms komt de stoom bijna letterlijk uit haar oren en ziet zelfs deze doorgewinterde doordouwer het niet meer zitten.

Toch is Leve De Vrouw Van De SRV (originele titel: Laatste Der Mohikanen, 47 min.) op de één of andere manier een optimistische film. De documentaire, waarmee Max Ploeg afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, toont een vrouw die zich niet laat ontmoedigen door de klappen die het leven aan haar heeft uitgedeeld.

Ploeg dringt via zijn cultheld in de dop tevens diep door in een volksbuurt, waar allerlei kwetsbare mensen het hoofd boven water moeten zien te houden. Hij kijkt onbevooroordeeld met Tonny mee, begeleidt haar lotgevallen met een lekker lome jazzsoundtrack – en dus niet met Nederlandstalige schlagers – en tilt de film zo moeiteloos uit boven de gemiddelde docusoap over een probleemwijk.

Tonneke blijft intussen, soms tegen beter weten in, stug rondrijden. ‘Totdat we erbij neervallen.’