The Grown-Ups

Anita en Andrés zijn verliefd en willen trouwen. Hij, een voormalige womanizer, is haar steun en toeverlaat. Als haar vader overlijdt, troost Andrés haar liefdevol. ‘De dood is niet echt’, zegt hij zalvend, denkend aan zijn eigen ouders. ‘Zolang we hen in ons hart houden.’ Andres straalt rust uit. Levenswijsheid.

Op een gegeven moment zie je als kijker niet meer dat hij het Syndroom van Down heeft. Net als alle andere hoofdpersonen van de liefdevolle observerende documentaire The Grown-Ups (82 min.) uit 2016 overigens. Anita en Andrés willen in het huwelijk treden, maar ‘mongooltjes’ mogen in Chili niet trouwen voor de wet. Alleen voor de kerk. Andrés gaat maar eens te rade bij meneer pastoor.

Op het gebied van intimiteit is er dan ook nog het een en ander te leren voor de twee tortelduifjes, die al veertig jaar samen naar een speciale dagopvang gaan. Dat treft, want daaraan wordt uitgebreid aandacht besteed door hun begripvolle begeleiders. Liefde en wederzijds respect, daar gaat het om. En het ontdekken van seksualiteit.

Intussen dromen ook de andere bezoekers van het activiteitencentrum van een zelfstandig bestaan. Maar is echte onafhankelijkheid ook voor hen weggelegd? Kan Rita straks bijvoorbeeld zelf bepalen of ze van de chocolade van de bakkerij snoept? Zou Ricardo ooit alleen kunnen wonen? En kan Maria gaan samenleven met Andrés? Beter: mág ze dat? Haar moeder, bij wie ze nog altijd inwoont, ziet er eigenlijk weinig in.

Regisseur Maite Alberdi kijkt met haar camera mee over de schouders van haar hoofdpersonen. Hun begeleiders zijn voor haar niet meer dan figuranten, die onscherp of buiten beeld blijven. Alberdi neemt haar subjecten volledig serieus. Zonder dat ze de complicaties die hun beperking met zich meebrengt uit de weg gaat. Het resultaat is een vertederende en openhartige film, die alleen lieden met een hart van steen onberoerd laat.

Voor Het Donker Wordt

Roos (l) en Lotte (r)

Leef elke dag alsof het de allerlaatste is – dat je hoort en ziet. Dat is het gegeven waarmee de zussen Lotte (18) en Roos (16) Klaver de rest van hun leven hebben te dealen. Ze weten sinds enkele jaren dat ze het Syndroom van Usher hebben. Hun zicht en gehoor zijn al minder geworden en zullen in de komende jaren alleen maar verder afnemen. Totdat ze – probeer het je voor te stellen – helemaal doof en blind zijn.

Kim Smeekes volgt de zussen en hun familie in Voor Het Donker Wordt (55 min.) twee jaar lang en tekent op hoe die aandoening hun leven bepaalt. ‘Ik schaam me er nog altijd voor’, bekent Roos op een kwetsbaar moment. ‘Als het dan niet goed gaat of als ik tegen iets aanloop.’ Ze heeft haar ambities als hockeyer inmiddels moeten laten varen. Lotte ondervindt ondertussen steeds meer problemen op de fotovakschool. De dagen dat de zussen nog normaal kunnen deelnemen aan het sociale leven zijn geteld.

Dat gevoel wordt heel tastbaar bij een oogtest in het ziekenhuis. In het gezichtsveld van Roos wordt een lichtje bewogen. Als ze het ziet, moet ze op een belletje drukken. ‘Nu weer goed?, wil de onderzoekster weten als Roos het lichtje even kwijt lijkt te zijn geraakt. ‘Nee, niet’, antwoordt de tiener. De vrouw helpt: ‘Vlak bij het midden.’ ‘Nee, ik zie niks.’ De onderzoekster kan het nauwelijks geloven: ‘Nee, echt niet?’ Nee,’ antwoordt Roos direct. De vrouw valt even uit haar rol: ‘Jeetje!’ Zij ziet hoe het bereik van de ogen van het meisje in korte tijd verder is verminderd.

Intussen leven de zussen Klaver natuurlijk ook met vragen over de toekomst – of met pure wanhoop bij de gedachte daarbij. Lotte heeft zelfs een concrete deadline gehangen aan het moment waarop licht en geluid worden uitgedaan: nog zo’n negen jaar geeft ze zichzelf. En wat doe je dan in de tussentijd: maak je je school af of kun je beter, nu het nog kan, meteen die wereldreis waarvan je altijd al droomde maken? Eerst gaan de zussen in elk geval samen op reis: ze willen het Noorderlicht zien.

Voor Het Donker Wordt is hier te bekijken.