Stel Dat Je Vliegt

Sounds Like Film

Via surfen, kitesurfen en skydiven is Jonneke van Dooren in steeds extremere sporten beland. Inmiddels maakt de jonge Nederlandse vrouw alweer enige tijd deel uit van de basejump-gemeenschap, een internationaal gezelschap van enkele duizenden springers dat z’n eigen grenzen blijft verkennen.

‘Die goeie angst’, legt ze uit in Stel Dat Je Vliegt (28 min.). ‘Dat is echt wel een fijn gevoel.’ En ‘the stoke’, de euforie erna, is zelfs onbetaalbaar en spat ook van het scherm in de talloze filmpjes die ze van hun sprongen maken en delen. Als alles goed is gegaan, tenminste. Janneke heeft al diverse vrienden verloren, vertelt ze aan haar goede vriendin Coco Belize Koldijk, de maker van deze straffe korte documentaire. Twee handen vol.

Getuige de halsbrekende toeren die ze uithalen, op beelden die zijn gemaakt vanaf een exitpunt of juist vanuit het oogpunt van de jumper, kan dit geen verrassing zijn. Ze zoeken het gevaar op, om oog in oog met de dood boven zichzelf uit te stijgen. Zoals Johno. Hij bracht Jonneke aan het wankelen. Met hem zag ze zowaar een toekomst ‘waarin we dezelfde hoeveelheid avontuur konden hebben, zonder dezelfde hoeveelheid risico.’

Dat zou anders lopen. Op een ochtend, nadat ze samen naar een trouwerij waren geweest, hadden Johno en Jonneke nog enkele uren om te doden en besloten ze om samen een duosprong te maken. Nu lijkt zij weer terug bij af, in deze geladen film die soepeltjes schakelt tussen opwinding en hartzeer. Klaar voor de volgende sprong in het diepe of onbekende. Alsof/omdat er geen weg terug is.

That Peter Crouch Film

Prime Video

Freak. The Laughing Stick. All elbows and ugly. Als jonge speler leerde Peter Crouch de wreedheid van het voetbal kennen. Vanaf de tribune, op televisie en ongetwijfeld ook in de kleedkamer gingen ze bepaald niet zachtzinnig om met hem, de lange slungel die maar niet wilde ogen als een goede voetballer. Crouch moest heel wat twijfel overwinnen en had uiteindelijk ook een flink aantal jaren en clubs nodig om via Liverpool en het nationale elftal van Engeland alsnog de top te bereiken. En toen smeten de tabloids ineens met superlatieven over de Britse bonenstaak, die veel beter was dan hij leek: ‘Crouch Standing Tall’, ‘Saint Peter’ en ‘Crouch Aims For The Heights’.

Inmiddels is ‘Crouchie’ in eigen land allang uitgegroeid tot een volksheld, een man die ná zijn carrière zeker zo populair is als tíjdens zijn voetballoopbaan. Niet in het minst door een no-nonsense houding en ontwapenend gevoel voor humor. In That Peter Crouch Film (86 min.), die volgt op onder andere That Peter Crouch Podcast en Crouchfest, blikt de voormalige spits samen met zijn (typische voetbal)vader Bruce, echtgenote Abbey Clancy, beste vriend Greg Chapman, voormalige trainer Harry Redknapp, oud-bondscoach Sven-Göran Eriksson, medespelers als Steven Gerrard en Jamie Carragher en lekker veel zelfspot terug op zijn onverwacht succesvolle carrière.

Waar deze, ja, sympathieke film van Benjamin Hirsch uiteindelijk tamelijk cheesy eindigt – met een cultfiguur, die geniet van zijn succes en populariteit – begint ie eigenlijk best grimmig: bij de harde omgangsvormen, of simpelweg het gebrek aan fatsoen en respect, binnen het betaalde voetbal. Waar je openlijk wordt aangepakt om wie je bent of hoe je eruit ziet. Als je daarbinnen wilt overleven, moet je over incasseringsvermogen beschikken en een olifantshuid ontwikkelen. Wanneer er openlijk wordt gespeculeerd dat je wel eens homo zou kunnen zijn (Graeme Le Saux) bijvoorbeeld. Of, omdat je zo lelijk bent, wordt voorgedragen als nieuwe vertolker van Hannibal Lecter (Luke Chadwick).

Peter Crouch blijkt uiteindelijk in staat om, na een ellenlange doelpuntloze start bij Liverpool en een wedstrijd met het Engelse elftal waarin hij steeds luidkeels wordt uitgejoeld, alle kritiek en zijn eigen gebrek aan (zelf)vertrouwen achter zich te laten en de allerlaatste stap naar de top te zetten. De lange weg daarnaartoe, en de twijfel bij Jan en alleman (waaronder Peter zelf) die daarmee gepaard ging, heeft hem alleen maar menselijker en sympathieker gemaakt. Zoals laatbloeiers als Marten de Roon, de al even humorvolle Nederlandse Crouch, nu eenmaal altijd meer van ‘ons’ zullen voelen dan spelers van het Nederlands elftal die als kind al werden vergeleken met Cruijff, Van Basten of Sneijder.

Crouchie speelt ook openlijk met dat sentiment. Als ze hem in een televisieprogramma vragen wat hij zou zijn geweest als hij geen topvoetballer was geworden, antwoordt de voormalige schlemiel, die allang met een topmodel is getrouwd, bijvoorbeeld precies goed getimed met: ‘maagd’. En daar lacht hij dan zelf het hardst om.