Mourinho / A Beautiful Obsession

Netflix
Prime Video

Als coaches van de aartsrivalen Real Madrid en FC Barcelona ontwikkelden ze zich allebei tot de belichaming van een voetbalfilosofie. Met de zelfverklaarde ‘special one’ José Mourinho als geboren winnaar, ten koste van alles. En Cruijff-adept Pep Guardiola als de pure liefhebber – en zonder enige twijfel ook een echte winnaar. Vanaf 2010 maakten ze elkaar enkele seizoenen het leven zuur in Spanje. Zo’n vijftien jaar later krijgen ze nu allebei, vrijwel tegelijkertijd, hun eigen documentaireserie.

De drie afleveringen van Mourinho  (171 min.) zijn grofweg gewijd aan zijn opeenvolgende gloriejaren bij respectievelijk Chelsea, Inter Milaan en Real Madrid (en zijn terugkeer naar Chelsea), met nauwelijks aandacht voor de mindere periodes die daarna kwamen. Een leven gecondenseerd tot z’n gloriedagen. De vierdelige serie A Beautiful Obsession (157 min.) volgt Pep Guardiola juist als zijn team Manchester City, na vier opeenvolgende kampioenschappen, in 2024 begint te verliezen – en verliezen.

Ofwel: de meest gehate man van het internationale voetbal versus de coach waarvan iedereen wel een beetje houdt. De hoofdpersoon van de All Or Nothing-serie over het kwakkelende Tottenham Hotspur versus de held van de reeks over het onoverwinnelijke City. En ook: Joe Pearlman (Bros: After The Screaming Stops, Lewis Capadli: How I’m Feeling Now en Robbie Williams) versus Kevin Macdonald (One Day In September, Touching The Void en Marley), twee filmmakers die een groot publiek weten te vinden.

Achter de schermen schijnt José Mourinho een mensenmens te zijn. Die krijgt echter weinig ruimte in ‘zijn’ miniserie. ‘Ik zag jongens het veld opgaan met tranen in hun ogen’, vertelt zijn personage, de geboren bluffer, bijvoorbeeld op kenmerkende wijze, over hoe hij, Barcelona’s voormalige ‘vertaler’, Inter Milaan met een emotionele speech tijdens de rust prepareerde voor het vervolg van de Champions League-halve finale tegen het machtige Barça. ‘Niet om te voetballen. Om weerstand te bieden in een oorlog.’

Even later, als die beker daadwerkelijk is gewonnen, toont hij kort, gecontroleerd, zijn kwetsbare kant. Want Mourinho weet al dat hij zijn team gaat verlaten voor een volgende club, Real Madrid, en reist niet mee terug naar Milaan om met hen de overwinning te vieren. ‘Ik kon ’t gewoon niet’, vertelt de topcoach, bij beelden van hoe hij geëmotioneerd afscheid neemt van zijn spelers. ‘Ik vluchtte voor die emotie.’ Om er meteen, heel geroutineerd, weer zo’n straffe oneliner aan toe te voegen: ‘De klus was geklaard.’

In Spanje gaat de Portugees de strijd aan met een verwende sterrenploeg, een ‘kleedkamer vol ego’s’ aangevoerd door Reals vermaarde keeper Iker Casillas, teneinde het Barcelona van Pep en Messi te kunnen verslaan. Nadat dit is gelukt, begint Mourinho’s conflictmodel zich tegen hem te keren. Als Casillas, met wie hij sowieso een ‘kille’ relatie onderhoudt, voor een wedstrijd de opstelling zou hebben gelekt naar de pers, verwijst de coach hem naar de reservebank. Intussen verliest hij zo de kleedkamer.

In die kleedkamer, van Manchester City welteverstaan, moet Pep Guardiola in het seizoen 2024-2025 het lek weer boven zien te krijgen. Zijn ze de passie kwijtgeraakt? vraagt de Spaanse stercoach zich af in de observerende eerste aflevering van ‘zijn’ puike docuserie. ‘Geef me het gevoel dat jullie willen winnen!’ schreeuwt hij zijn spelers toe, als de gifbeker maar niet leeg lijkt te raken. Met geladen speeches probeert ie de ommekeer te bewerkstelligen. En er zijn fikse woordenwisselingen achter de schermen.

‘Je maakt geen documentaire over een verliezer’, zegt Peps rivaal met kenmerkende arrogantie in Mourinho, maar verliezen levert wel degelijk een fascinerend schouwspel op. Net als de wederopbouw van een nieuwe succesploeg bij City, in de tweede aflevering van A Beautiful Obsession. Die geeft echt een blik achter de schermen bij een topsportorganisatie, waar afscheid moet worden genomen van oude helden, zoals de geëmotioneerde spelmaker Kevin De Bruyne, en nieuwe iconen worden gerekruteerd.

Als zijn team helemaal stuk zit, verlengt Pep zowaar zijn contract, voor zijn finale seizoen bij de club waar hij sinds 2016 de scepter zwaait. Die laatste akte vormt de onderlegger voor de laatste twee afleveringen van de serie, als Guardiola alle middelen inzet, waaronder zijn eigen echtscheiding, om een nieuwe voetbalmachine te construeren – en wat dit losmaakt bij City’s top, vervat in besprekingen en privéberichtjes. Die emotionele open- en eerlijkheid contrasteert met de façade die Mourinho blijft ophouden.

Waar de Portugees rancune en wraak als motor lijkt te gebruiken, wil zijn Spaanse concullega ogenschijnlijk vooral zijn passie en liefde delen. Hij blijft maar knuffelen. Slechte verliezers zijn ze allebei. Voor José wordt het dus tandenknarsen, want ditmaal wordt hij echt overvleugeld door Pep. Het meeslepende A Beautiful Obsession maakt daadwerkelijk zichtbaar wat ‘t in het hier en nu betekent om topsport te bedrijven, terwijl Mourinho, met louter archiefmateriaal, vooral een imposante carrière nog eens doorneemt.

Inmiddels is José Mourinho overigens terug bij Real Madrid en heeft Pep Guardiola een sabbatical, volgens zijn nooit aflatende concullega ‘een teken van zwakte’, opgenomen. Om te ontdekken of er ‘een leven na voetbal’ bestaat.

De twee topcoaches schitteren trouwens door afwezigheid in elkaars serie. Pep zou volgens dit artikel naar verluidt best bereid zijn geweest om in José’s (anti)heldenepos op te draven. Hij moest ’t alleen wel even zelf vragen.

Norges Vei Tilbake

Netflix

Een hele generatie Noren is opgegroeid zonder eindtoernooi. Beter: met toernooien zonder het Noorse voetbalelftal. Sinds het Europees Kampioenschap van 2000 krijgt Noorwegen steeds de deksel op de neus tijdens de kwalificatie. De ene deceptie volgt op de andere.

Als de voetbalbond in 2020 oud-international Ståle Solbakken aanstelt als bondscoach, is er echter nieuwe hoop. Het Scandinavische elftal heeft met aanvoerder en spelverdeler Martin Ødegaard (Arsenal) en spits Erling Haaland (Manchester City) inmiddels internationale sterren in de gelederen. Toch gaat het in de kwalificatieronden voor het WK van 2022 en het EK van 2024 wéér mis. Solbakken dreigt de zak te krijgen. Hij krijgt echter nog één allerlaatste kans, om zich te plaatsen voor het wereldkampioenschap in de Verenigde Staten, Mexico en Canada van 2026.

En ditmaal slaagt de fanatieke coach wél in zijn missie. In het tweeluik Norges Vei Tilbake (internationale titel: Norway: The Dark Horse, 120 min.) reconstrueert Emil Trier de Noorse wederopstanding: hoe een elftal, dat in 2023 nog gebroken uit een verloren beslissingswedstrijd tegen Schotland is gekomen, zich weer opricht en via zeges op Italië, Moldavië, Estland en Israël een ideale uitgangspositie verwerft om het WK te bereiken. De climax daarvan, de allesbeslissende laatste wedstrijd tegen groepsfavoriet Italië, is alleen vreemd genoeg al aan het begin van de tweede aflevering geposteerd.

Als die horde is genomen – en, net als de vorige wedstrijden, met de gebruikelijke bombast en het nodige drama is uitgeserveerd – volgt de voorbereiding van het Noorse elftal op het wereldkampioenschap zelf, inclusief een oefenwedstrijd tegen het Nederlands elftal. Deze productie dreigt dan als een nachtkaars uit te gaan. Wat rest is alleen nog een kwestie die vermoedelijk vooral in Noorwegen zelf de gemoederen verhit: welke spelers halen de definitieve WK-selectie wel/niet? Is er bijvoorbeeld een plek voor Jens Petter Hauge, de sterspeler van de Champions League-revelatie Bodø/Glimt?

Net als de rest van het land verneemt de flankaanvaller het nieuws via een live-uitzending op televisie, waarin de namen van de geselecteerde spelers nog altijd omfloerst bekend worden gemaakt. Zodat het toch nog even spannend wordt.

Poldi

Netflix

Bij de meeste voetbaldocu’s gaat tachtig procent over de carrière van de hoofdpersoon en slechts twintig over zijn privéleven. De Duitse aanvaller Lukas Podolski, die maar liefst 130 keer uitkwam voor ‘Die Mannschaft’, zou dat in ‘zijn’ documentaire graag omdraaien. Terwijl hij op z’n veertigste bezig is aan zijn ‘vermoedelijk laatste seizoen’ als speler van de Poolse club Górnik Zabrze, maakt de zakenman Podolski bijvoorbeeld al overuren. In een sportwinkel overlegt hij met enkele medewerkers over een ‘goodbye collection’, om zijn pensionering als voetballer ook te gelde te maken. Één van de anderen stelt een LD-tuinkabouter voor. Poldi (94 min.) twijfelt. Iedereen heeft al een tuinkabouter. ‘Klopt’, antwoordt één van de anderen. ‘Maar niet eentje die op jou lijkt.’

Daarmee is de toon gezet voor een voetbalportret dat vooral geen routineuze sportdocu mag worden. Natuurlijk komt Podolski’s loopbaan, die hem langs clubs als FC Köln, Bayern München, Arsenal, Inter Milan en Galatasaray heeft geleid, aan de orde in deze film van Nicolas Berse-Gilles, Simone Schillinger en Kai Sehr, maar, ondanks de bijdrage van Duitse kopstukken zoals Joachim Löw, Oliver Kahn, Toni Kroos, Thomas Müller en Bastian Schweinsteiger, gebeurt dit met mate. De nadruk ligt meer op de man dan op de voetballer. In 1987 verkaste die als peuter met zijn hele familie, stuk voor stuk ‘positiv verrückt’ aldus Podolski, van Polen naar Duitsland. Als kind van een migrantengezin werd ‘geen woorden maar daden’ zijn levensfilosofie. Ofwel: wer schläft verliert.

Samen met zijn vrouw, zoon, ouders, zus, tantes en oma laat hij zijn achtergrond, jeugd, gezinsleven, zakelijke carrière én voetbalbestaan de revue passeren. Dat gebeurt open, nuchter en met veel humor. Als ze zijn aanbeland bij Podolski’s periode in Londen, snijden de filmmakers bijvoorbeeld een pijnpuntje aan: ‘We hebben beelden van Arsenal die we graag zouden gebruiken. Ze vragen daar [****] euro voor.’ Poldi vertrekt geen spier. ‘Dat gaat dan ten koste van je budget’, antwoordt hij grinnikend en loopt vervolgens alle leden van de filmcrew na. ‘Als iedereen [****] lapt, dan is het voor de bakker.’ Daarna verschijnt er een tekst in beeld: ‘Het geld werd niet ingezameld. Vandaar alleen een foto.’ Van Lukas Podolski, glunderend in een Arsenal-shirt. Hij heeft vermoedelijk net gescoord.

Zo nemen Berge-Gilles, Schillinger en Podolski in deze zeer vermakelijke documentaire behalve zichzelf ook consequent de dertien-in-een-dozijn sportfilm op de hak. Waarbij ze zich, helemaal aan het eind, zelfs nog bezondigen aan een kostelijk staaltje geschiedvervalsing en de hoofdpersoon Duitsland hoogstpersoonlijk naar de wereldtitel laten schieten.

Zlatan’s Näsa

DR Sales

‘Waar is de neus?’, zingen de supporters van Malmö FF uitdagend. ‘Olé, olé. Waar is de neus?’ Eerst waren ze nog blij met het standbeeld van Zlatan Ibrahimovic bij het stadion van hun club. Daar zette hij immers zijn eerste schreden in het internationale topvoetbal. Toen Zlatan zich snel daarna inkocht bij Malmö’s grote concurrent Hammarby IF, sloeg die vreugde echter om in woede. Het beeld werd ontheiligd, gemolesteerd én ontdaan van z’n neus. En die is sindsdien spoorloos.

Ideaal uitgangspunt voor een true crime-documentaire, vinden Mathias Rosberg en de broers Nils en Olle Toftenow. Ze ritselen een budget bij de Zweedse publieke omroep en huren daarmee vervolgens een privédetective in, op voorwaarde dat ze hem direct vanaf zijn aankomst in Malmö mogen gaan filmen tijdens het onderzoek naar Zlatan’s Näsa (Internationale titel: Zlatan’s Nose, 83 min.). En deze Claes Ekman gaat meteen voortvarend van start. Hij zal dat varkentje wel eens even wassen, maar de zaak blijkt toch ingewikkelder dan gedacht.

En Claes blijkt op zijn beurt een toch wel heel opmerkelijk personage, misschien nog wel interessanter dan die hele neus. Hij spiegelt zich aan Hollywood-films, is verzot op Sherlock Holmes, James Bond en Hercule Poirot en houdt er geheel eigen methoden op na, zoals bijvoorbeeld het veelvuldig gebruik van een ‘spy cam’, die overigens ook hemzelf stiekem in beeld brengt. Hij huurt tevens Bogdan Kotenko in, een andere detective die bij de Oekraïense geheime dienst zou hebben gezeten en meester is in martial arts.

Gaandeweg ontdekken de broers Toftenow en Rosberg dat in dit geval de jacht niet alleen mooier is dan de vangst, maar dat de échte catch ditmaal zelfs de jager is: Claes dus. Een aaibare man die volledig opgaat in de rol die hij voor zichzelf heeft bedacht in dit detectiveverhaal en die deze ook uitspeelt in enkele kolderieke scènes. Uiteindelijk laat hij ook steeds meer van zichzelf zien. Hij neemt de filmmakers bijvoorbeeld mee naar zijn ouderlijk huis in Göteborg – zonder doorspoelend toilet – waarin hij nog altijd woont.

Zlatan’s Nose is dan een heel eind afgedreven van het oorspronkelijke idee en heeft zich ontwikkeld tot een tragikomisch portret van een zeer aandoenlijke paradijsvogel. Claes Ekman zou Claes Ekman echter niet zijn als hij niet tóch een weg terug zou vinden naar de neus van Ibrahimovic. Die is naar verluidt – en dat lag natuurlijk al voor de hand – in handen gevallen van Malmö-hooligans. Zouden zij bereid zijn om hem te ontmoeten? En zou Claes er dan in slagen om het kleinood terug te bezorgen bij de rechtmatige eigenaar?

That Peter Crouch Film

Prime Video

Freak. The Laughing Stick. All elbows and ugly. Als jonge speler leerde Peter Crouch de wreedheid van het voetbal kennen. Vanaf de tribune, op televisie en ongetwijfeld ook in de kleedkamer gingen ze bepaald niet zachtzinnig om met hem, de lange slungel die maar niet wilde ogen als een goede voetballer. Crouch moest heel wat twijfel overwinnen en had uiteindelijk ook een flink aantal jaren en clubs nodig om via Liverpool en het nationale elftal van Engeland alsnog de top te bereiken. En toen smeten de tabloids ineens met superlatieven over de Britse bonenstaak, die veel beter was dan hij leek: ‘Crouch Standing Tall’, ‘Saint Peter’ en ‘Crouch Aims For The Heights’.

Inmiddels is ‘Crouchie’ in eigen land allang uitgegroeid tot een volksheld, een man die ná zijn carrière zeker zo populair is als tíjdens zijn voetballoopbaan. Niet in het minst door een no-nonsense houding en ontwapenend gevoel voor humor. In That Peter Crouch Film (86 min.), die volgt op onder andere That Peter Crouch Podcast en Crouchfest, blikt de voormalige spits samen met zijn (typische voetbal)vader Bruce, echtgenote Abbey Clancy, beste vriend Greg Chapman, voormalige trainer Harry Redknapp, oud-bondscoach Sven-Göran Eriksson, medespelers als Steven Gerrard en Jamie Carragher en lekker veel zelfspot terug op zijn onverwacht succesvolle carrière.

Waar deze, ja, sympathieke film van Benjamin Hirsch uiteindelijk tamelijk cheesy eindigt – met een cultfiguur, die geniet van zijn succes en populariteit – begint ie eigenlijk best grimmig: bij de harde omgangsvormen, of simpelweg het gebrek aan fatsoen en respect, binnen het betaalde voetbal. Waar je openlijk wordt aangepakt om wie je bent of hoe je eruit ziet. Als je daarbinnen wilt overleven, moet je over incasseringsvermogen beschikken en een olifantshuid ontwikkelen. Wanneer er openlijk wordt gespeculeerd dat je wel eens homo zou kunnen zijn (Graeme Le Saux) bijvoorbeeld. Of, omdat je zo lelijk bent, wordt voorgedragen als nieuwe vertolker van Hannibal Lecter (Luke Chadwick).

Peter Crouch blijkt uiteindelijk in staat om, na een ellenlange doelpuntloze start bij Liverpool en een wedstrijd met het Engelse elftal waarin hij steeds luidkeels wordt uitgejoeld, alle kritiek en zijn eigen gebrek aan (zelf)vertrouwen achter zich te laten en de allerlaatste stap naar de top te zetten. De lange weg daarnaartoe, en de twijfel bij Jan en alleman (waaronder Peter zelf) die daarmee gepaard ging, heeft hem alleen maar menselijker en sympathieker gemaakt. Zoals laatbloeiers als Marten de Roon, de al even humorvolle Nederlandse Crouch, nu eenmaal altijd meer van ‘ons’ zullen voelen dan spelers van het Nederlands elftal die als kind al werden vergeleken met Cruijff, Van Basten of Sneijder.

Crouchie speelt ook openlijk met dat sentiment. Als ze hem in een televisieprogramma vragen wat hij zou zijn geweest als hij geen topvoetballer was geworden, antwoordt de voormalige schlemiel, die allang met een topmodel is getrouwd, bijvoorbeeld precies goed getimed met: ‘maagd’. En daar lacht hij dan zelf het hardst om.

Ronaldo

Netflix

Je moet er respect voor hebben dat Cristiano Ronaldo, dik in de dertig inmiddels, nog altijd niet de attitude van een volgevreten vedette heeft. Dat hij na Sporting Lissabon, Manchester United, Real Madrid en Juventus nog eenmaal wil gloriëren bij zijn oude liefde United. Dat hij daar gewoon nog topscorer wil worden. En dat hij zichzelf – en niet Lionel Messi! – stiekem misschien nog steeds de beste voetballer van de wereld vindt.

Je kunt er ook met enige afstand naar kijken: naar een man die zijn hele leven in het teken van één enkele ambitie heeft gesteld. Wie is hij (nog) zonder de bal? In Ronaldo (92 min.), een film van Anthony Wonke uit 2015, verwoordt hij het direct zo: ‘Winnen. Dat is voor mij het belangrijkst. Zo simpel is het.’ In de voorgaande jaren had hij moeten aanzien hoe Messi – hij weer! – vier jaar achter elkaar de Ballon d’Or won, de prijs voor de beste speler van de wereld. Dat kon Cristiano Ronaldo natuurlijk niet op zich laten zitten. ‘Ik ben gemaakt om de beste te zijn.’

Denkt hij echt zo? Is zo’n houding nodig om te kunnen komen tot topprestaties? Of bestendigt hij met dit soort oneliners vooral zijn imago van onaantastbare – en arrogante – held? Van de Ronaldo die we hebben leren kennen op het voetbalveld en via de media zou je eigenlijk een Leroy Sanétje verwachten, de voetballer die zijn eigen beeltenis levensgroot op zijn rug liet tatoeëren. Deze documentaire geeft evenwel geen definitief uitsluitsel: weerspiegelt Ronaldo’s image zijn identiteit of is dat vooral bedoeld als schild, om te kunnen (blijven) presteren?

Om te beginnen bij het wereldkampioenschap voetbal van 2014 in Brazilië, waar hij eigenlijk geblesseerd aan begint. Daar moet hij alleen zijn mond over houden. Anders gaat het nergens anders meer over in de media. En excuses, daar doet ‘CR7’ niet aan. Het toernooi dreigt na een 4-0 nederlaag in de openingswedstrijd tegen Duitsland uit te lopen op een deceptie, een smet op zijn blazoen. ‘Rustig aan, maak je niet druk’, probeert hij zijn moeder telefonisch gerust te stellen. ‘Het komt wel goed.’

Die zachtere kant van de ongenaakbare Portugese aanvaller toont zich in deze chique ogende film slechts mondjesmaat (en dan nog in een ogenschijnlijk zéér gecontroleerde vorm): wanneer hij meezingt met zijn lievelingsnummer, spreekt over de dood van zijn alcoholische vader of zelf als alleenstaande ouder zorgt voor zijn zoontje (waarvan hij overigens categorisch weigert om bekend te maken wie de moeder is).

Ook dan is de patser echter nooit ver weg. ‘Wil je niet net zo groot worden als papa?’, vraagt hij bijvoorbeeld aan Cristiano Jr. tijdens het ontbijt. Vader heeft duidelijk niet diens lichaamslengte voor ogen. Of hij laat het jongetje zoeken naar welk exemplaar tijdelijk ontbreekt in zijn privé-wagenpark. De Lamborghini, juist. Zo vertelt dit portret precies wat de protagonist kwijt wil – en veel meer dan hij zelf in de gaten heeft.

En dan moet er weer een Ballon d’Or uitgereikt worden en staat Ronaldo in de apotheose van de film letterlijk oog in oog met zijn grote rivaal, Messi.