Retrograde

National Geographic

Na twintig jaar komt er een einde aan ‘Amerika’s langste oorlog’. President Biden besluit aan het begin van 2021 dat alle Amerikaanse troepen per 1 mei worden teruggetrokken uit Afghanistan, het land dat ze na de aanslagen van 11 september 2001 zijn binnengevallen om de terroristische organisatie Al-Qaeda en hun gastheren, de Taliban, een kopje kleiner te maken.

Hoewel de Amerikaanse Retrograde (96 min.) een jaar eerder al min of meer is aangekondigd door Bidens voorganger Trump blijft het een hard gelag voor de twaalf ‘Green Berets’, die sinds enige tijd de jonge Afghaanse generaal Sami Sadat en zijn 15.000 manschappen van het Afghaanse leger terzijde staan in de provincie Helmand. Al hun inspanningen in de afgelopen jaren en de verliezen die ze daarbij hebben moeten incasseren, lijken voor niets te zijn geweest.

Voor hun Afghaanse collega’s en plaatselijke medewerkers, die soms al hun hele leven voor het Amerikaanse leger werken, kan diezelfde terugtrekking direct gevaar betekenen. Want de Taliban staan klaar om de macht in het land weer over te nemen en alle verworvenheden van de afgelopen twintig jaar, waaronder bijvoorbeeld vrouwenrechten, terug te draaien. Daarbij zullen ze vast niet zachtzinnig omspringen met landgenoten, of hun familieleden, die hebben geheuld met de vijand.

Als de Amerikanen zijn vertrokken sluit filmmaker Matthew Heineman (Cartel Land, City Of Ghosts en The Trade) aan bij de eenheid van generaal Sadat, die met beperkte middelen de provincie Helmand probeert te verdedigen en ondertussen lijdzaam moet toezien hoe de Taliban inderdaad grote delen van Afghanistan naar zich toetrekken. Tijdens heftige confrontaties met de vijand begint Sadat zich te realiseren dat ze, zonder de Amerikanen aan hun zijde, een verloren strijd voeren. 

Net als bij zijn eerdere films slaagt Heineman erin om heel dicht bij zijn subjecten te komen, in spannende en soms ronduit hachelijke situaties bovendien, en zo de grootsheid van de maatschappelijke gebeurtenissen te vangen. Op de gezichten van de terneergeslagen Afghaanse generaal en zijn manschappen, vervat in dramatische close-ups en begeleid door een onheilszwangere soundtrack, is af te lezen hoe het met hun land gaat en wat dit voor hen betekent.

Als de provinciehoofdstad Lashkar Gah uiteindelijk valt, twee dagen later gevolgd door de Afghaanse hoofdstad Kabul, is er geen redden meer aan. Het Afghanistan waarvoor zij hebben gevochten is, althans voorlopig, voltooid verleden tijd. Op dat moment melden ook de Amerikaanse commando’s, die Sami Sadat eerder aan zijn zijde wist, zich weer, om ervoor te zorgen dat hun Afghaanse bloedsbroeders en hun families een plek krijgen in de laatste vliegtuigen naar het vrije westen.

De inmiddels welbekende taferelen van paniekerige koehandel op de overvolle luchthaven over wie er wel en niet weg kan uit het land van de Taliban en de lichaamstaal van de ‘uitverkorenen’, als ze in een afgeladen toestel hun geboorteland verlaten, vormen de vanzelfsprekende climax van deze even tragische als meeslepende film.

Inside The Mossad

‘Dat schiet toch niet, hoop ik?’, zegt Ram Ben Barak, de waarnemend directeur van de Mossad, als er in zijn gezichtsveld een camera wordt geïnstalleerd. De interviewer grapt terug: ‘Misschien zijn wij ook een façade voor een operatie van de Mossad waar we niks van weten.’ ‘Of erger nog’, reageert de goedlachse functionaris van de Israëlische geheime dienst weer. ‘Voor de Iraanse geheime dienst. Misschien ga je me vermoorden. Je kunt het niet weten. Je weet het nooit. Het is een smerige sector.’

Welkom in de wereld van de internationale spionage, waarin niets lijkt wat het is. Welkom in het bijzonder bij de beruchtste speler binnen die wereld, de geheime dienst van Israël en de medewerkers die zich namens die schimmige organisatie doelbewust bewegen in het levensgevaarlijke gebied tussen feit en fictie. In de vierdelige documentaireserie Inside The Mossad (197 min.), ook uitgebracht onder de naam The Mossad: Imperfect Spies, bevraagt regisseur Duki Dror talloze kopstukken van Israëls beruchte ‘moordmachine’ over hun werk.

Die gesprekken vormen het leeuwendeel van deze Israëlische variant op de interviewserie Kijken In De Ziel, die is aangekleed met relevant archiefmateriaal, een broeierige soundtrack en abstracte gedramatiseerde scènes. De vier afleveringen zijn thematisch gegroepeerd: politieke moorden, informanten, de persoonlijkheid van Mossad-medewerkers en de maatschappelijke impact van hun werk. Binnen dat kader vallen belangrijke ijkpunten uit de recente Israëlische historie op hun plek, zoals het opsporen van de Duitse oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann in Buenos Aires, de aanslag op Joodse atleten tijdens de Olympische Spelen van München in 1972 en het vredesakkoord met de Egyptische president Anwar Sadat.

Dror focust zich echter vooral op de ethische kant van de zaak. Vragen als: wat doet het met jou om jarenlang zo’n hechte relatie te acteren? Hoe reageerde je toen je hoorde van het vreselijke bloedbad? En: knaagt het niet aan je geweten dat je een informant doelbewust de dood in hebt gestuurd? De Mossad-medewerkers, vooral mannen, spreken opmerkelijk openhartig over hun vak, rationaliseren dat net zo vaak als ze erover twijfelen en besluiten de vragen soms ook te ontwijken of af te kappen. En dat is ook een antwoord. Ik vind deze vraagstelling maar niks, klinkt het dan. Of: doet er niet toe. En, natuurlijk: zo is het mooi geweest (waarna de man in kwestie waarschijnlijk is opgestaan en demonstratief zijn zendermicrofoontje heeft verwijderd). Ik heb al meer gezegd dan ik van plan was.

Het is een kille, cynische en wantrouwende wereld, die in Inside The Mossad onder woorden wordt gebracht. De serie schildert met grauwe kleuren een portret van zowel een beroep als een organisatie. Van een systeem ook en het geloof daarin. En van een type mens, waarvoor een doel, bescherming van het eigen volk en de eigen staat, écht alle middelen heiligt.