Monobloc: On The Trail Of 1.000.000 Plastic Chairs

Een miljard exemplaren van de Monobloc zouden er rondzwerven op de wereld. Iedereen heeft ook wel eens (verplicht) op zo’n karakteristieke witte plastic stoel plaatsgenomen. Geen camping, tuin of festival kan eigenlijk zonder. Ook fijn: na gebruik kan ie netjes worden opgestapeld.

Het ding is dik een halve eeuw geleden in productie genomen door de Noord-Italiaanse broers Camillo, Serafino en Carlo Proserpio. Het kost volgens hen nog geen minuut om een exemplaar te fabriceren. Daarom is ie waarschijnlijk ook spotgoedkoop. De Monobloc werd echter niet door de Proserpio’s ontworpen, maar door hun Franse concullega Henry Massonnet. Hij won er een ‘Oscar des Meubles’ mee, maar slaagde er niet om een patent te verkrijgen voor deze stoel uit één stuk.

Monobloc: On The Trail Of 1.000.000 Plastic Chairs (53 min) had intussen een oersaai verhaal kunnen worden – over een massaproduct waarvan niemand echt houdt – ware het niet dat documentairemaker Hauke Wendler er een lekker losse en luchtige verteltrant op nahoudt. Zo heeft hij met witte stoeltjes bijvoorbeeld het woord Monobloc gevormd op het strand. ‘We moesten 150 plastic stoelen kopen voor de opnames op het Noordzeestrand’, vertelt hij er lekker droog bij. ‘Vermoedelijk zijn we nu de enige documentairemakers ter wereld die 150 plastic stoelen bezitten.’

Toch is Monobloc, opgeleukt met een kekke soundtrack en vermakelijke vox pops, ook geen melige bedoening geworden. De stoel, waarop westerlingen nogal eens spugen vanwege zijn lelijke ontwerp en milieuonvriendelijke basismateriaal, heeft in andere delen van de wereld juist bijgedragen aan maatschappelijke veranderen. In India hielp de Monobloc, beweert de plaatselijke fabrikant tenminste, bijvoorbeeld bij het verbeteren van de leefomstandigheden van de onderklasse. In Oeganda zijn de stoeltjes gebruikt als basismateriaal voor betaalbare rolstoelen. En in Brazilië kunnen mensen in hun inkomen voorzien door Monoblocs in te zamelen en worden ze vervolgens massaal gerecycled.

‘Voor de duidelijkheid: de Monobloc is nog steeds niet mijn favoriete stoel’, concludeert Heike Wendler, na zijn interessante rondgang langs de halve wereld. ‘Maar in onze huidige wereld vertrouwen miljoenen mensen op de Monobloc. Omdat ze geen geld hebben en simpelweg geen andere keus.’

The Man Who Stole Banksy

‘Het is alsof iemand een gouden Rolls Royce achterlaat op een parkeerplaats’, zegt kunstverzamelaar Robin Burton. ‘En als parkeerplaatseigenaar zie je dat die auto blijft staan. Een maand, een jaar… Op een gegeven moment word jij dan de eigenaar. Want Banksy kan hem niet komen claimen.’

Die ‘hit and run’-benadering typeert de werkwijze van Banksy, een man die als een soort kunstguerrilla ergens opduikt, een prikkelend graffitiwerk achterlaat en daarna weer spoorslags verdwijnt. Zijn identiteit wordt strikt geheim gehouden. En soms wordt hij ineens wereldnieuws, zoals toen onlangs zijn doek Girl With Balloon voor ruim een miljoen euro werd verkocht bij veilinghuis Sotheby’s. Waarna het zichzelf, met een ingebouwde versnipperaar, terstond vernietigde.

In 2007 maakte de anonieme kunstenaar in Bethlehem zes muurschilderingen, waaronder een Israëlische soldaat die de papieren van een ezel controleert. Probeerde hij daarmee de Israëlische behandeling van Palestijnen onder de aandacht te brengen of hij maakte hij, zoals sommige lokale bewoners denken, gewoon alle Palestijnen uit voor ezels? De graffiti zorgt in elk geval voor de nodige commotie.

Een taxichauffeur/amateurbodybuilder, bijgenaamd Walid The Beast, ziet vooral geld in Banksys werk, besluit de muurschildering uit te zagen en brengt hem samen met een plaatselijke scharrelaar stiekem op de markt. Waarna ‘de soldaat en de ezel’ al snel in het decadente westen belandt. Regisseur Marco Proserpio volgt het werk naar alle uithoeken van de internationale kunsthandel; van een ‘expositie’ in een luxueus Brits winkelcentrum tot de verplichte veiling ervan in Los Angeles.

Intussen stelt The Man Who Stole Banksy (93 min.) prangende vragen over de waarde van straatkunst en of die ook/vooral wordt bepaald door zijn maatschappelijke context. ‘Het is niet alleen verf op een muur’, benadrukt Vera Baboun, burgemeester van Bethlehem. ‘Het werk drukt onze kernwaarden uit.’ Met het ontvreemden van de muurschildering van Banksy, die zij overigens consequent Bansky noemt, is in haar ogen dus ook de Palestijnse zaak geweld aangedaan.

Anderen noemen het uitzagen van Banksys kunstwerk gewoon diefstal en maken zich in deze interessante film, waarin Iggy Pop als verteller fungeert, boos over de vercommercialisering van kunst. De Italiaanse straatkunstenaar Blu, die samen met Banksy in Bethlehem was, besluit zelfs om bijzonder drastische maatregelen te nemen, om te voorkomen dat ook zijn werk ergens in de wereld onder de hamer belandt.