Raygun: Breaking Badly

Netflix

Of ze ooit hadden voorzien dat hun dochter een Olympische sporter zou worden? ‘Nooit!’ reageert moeder Beverly. Vader Russell barst spontaan in lachen uit. ‘Niet helemaal de juiste reactie’, zegt hij als ie zich heeft herpakt.

De reactie van de ouders van Rachael ‘Raygun’ Gunn is veelzeggend. Hun dochter is altijd voorbestemd geweest voor de academische wereld. In de aanloop naar de Olympische Spelen van Parijs in 2024 werkt ze als universitair docent Media en Cultuur in Sydney. Breakdancen is nooit meer dan een hobby geweest. Ze promoveert er in 2009 overigens wel op, met het nogal ambitieus getitelde proefschrift Deterritorializing Gender In Sydney’s Breakdancing Scene: A B-girl’s Experience of B-boying.

Als de kunstvorm ‘breaking’ in 2020 wordt uitgeroepen tot Olympische sport, krijgt Raygun, die wordt gecoacht door haar eigen echtgenoot Samuel ‘Sammy Sex’ Free, echter de kans om deel te nemen aan het belangrijkste sportevenement ter wereld. Ze schrijft zich in voor het kwalificatietoernooi voor Oceanië – niet iedereen zet die stap, haar rivale Tinylocks bespaart zich bijvoorbeeld de moeite – en verslaat daar al haar concurrenten. De academica moet dan ineens topsporter worden.

Het vervolg is bekend: in Parijs wordt Raygun het lachertje van de Spelen. De hele wereld gaat los op haar eigenzinnige act, een ode aan haar land Australië, waarin ze zwemslagen maakt, springt als een kangoeroe en een sprinkler imiteert. En dat is natuurlijk ook het onderwerp van de vlotte docu Raygun: Breaking Badly (72 min.), een aflevering uit de Untold-sportserie waarin de moeizame weg naar die gedenkwaardige performance en de nare nasleep daarvan wordt opgeroepen.

De filmende broers Chapman Way en Maclain Way graven niet al te diep, maar laten wel overtuigend zien hoe ’t is om ineens ieders favoriete meme te worden. You’re a disgrace to all women, voegt een vrouw Raygun zelfs toe. En die heeft wel even tijd nodig om al die drek op zich in te laten werken. Behalve een portret van een inherent optimistische vrouw wordt deze docu daarmee eerst en vooral een sprekend exposé over de leedvermaakbusiness, die tegenwoordig in de media en online welig mag tieren.

Sunderland ‘Til I Die – Season 3

Netflix

Nieuwe eigenaar, nieuwe dromen. ‘Ze willen Haaland, Mbappé en Jude Bellingham’, zegt een medewerker van de voetbalclub Sunderland lachend tegen Kyril Louis-Dreyfus. ‘Dus trek je portemonnee maar.’ De zieltogende arbeidersclub uit het Noordoosten van Engeland, inmiddels goed voor twee (televisie)seizoenen voetballeed, bivakkeert alweer enige tijd op het derde niveau en is nu overgenomen door de 23-jarige telg van een rijke Franse familie, die jarenlang aan het roer heeft gestaan bij Olympique Marseille.

Dat is vragen om ellende, precies waar de kijker van Sunderland ‘Til I Die – Season 3 (127 min.), geregisseerd door Benjamin Riad, inmiddels op hoopt. En de eerste de beste wedstrijd, wanneer Sunderland AFC in januari 2022 als nummer twee van League One aantreedt tegen laagvlieger Bolton Wanderers, is het alweer raak. Bij het eindsignaal staat er 6-0 op het bord voor Bolton. ‘Sunderland krijgt klop overal waar ze komen’, zingen fans van de tegenpartij treiterend. Het is de grootste nederlaag voor The Black Cats in acht jaar. De dag erop wordt (dus) trainer Lee Johnson de laan uitgestuurd.

Zijn opvolger laat even – en enkele verliespartijen – op zich wachten. Fans en media roepen om de Ierse voetballegende en tv-persoonlijkheid Roy Keane, die trouwens ook niet slecht zou zijn geweest voor deze Netflix-serie. Want die heeft inmiddels z’n eigen dynamiek gekregen. Nieuwe spelers, trainers en supporters weten door seizoen 1 en 2 hoe ’t eraan toe kan gaan in het binnenste van de volksclub uit de Engelse industriestad. Dat geldt ook voor de man die uiteindelijk wel langs de lijn belandt: Alex Neil. Hij moet het team naar het Championship leiden. Ofwel: nieuwe coach, nieuwe dromen.

Dat is alleen, zo bleek al eerder, geen garantie voor succes bij ‘the sleeping giant’. ‘We slapen al best lang, hè?’ stelt een supporter nuchter vast. We liggen in coma, bevestigt één van zijn vrienden. Die nadruk op de beleving van de volkssport voetbal, meer dan op de goals en spectaculaire acties, is wat ook dit laatste seizoen van de Sunderland-serie uiteindelijk boeiender maakt dan All Or Nothing-serie over topclubs zoals Manchester City, Arsenal en Tottenham Hotspur. De hoofdpersonen staan in Sunderland eerder langs de lijn dan in het veld – al zoomt Riad tussendoor ook even in op enkele (modale) spelers. De menselijke maat blijft te allen tijde leidend. Ook als de club zicht krijgt op een beslissingswedstrijd in het Londense Wembley-stadion om promotie naar het Championship af te dwingen. Nieuwe league, nieuwe dromen?

Seizoenkaarthouder Ian Wake heeft alleen weinig positieve associaties met de heilige voetbalgrond. Sinds Sunderland daar in 1973 de FA Cup won ‘a life of misery was inflicted on us when it came to going to Wembley to watch Sunderland’, zegt Wake zonder een spoor van ironie. Gewone mannen en vrouwen zoals hij, de levenslange supporter die een thuis heeft gevonden bij de club, vormen het warme hart van deze voetbalserie, die uiteindelijk op dezelfde plek eindigt als waar ie, zeventien afleveringen eerder, ooit begon: in St. Mary’s Church, waar pater Marc Lyden-Smith tijdens een emotionele afscheidsbijeenkomst nog maar eens het belang van voetbal benadrukt.