Muriel Leferle

La Sept Cinema / Double D Copyright Films

Meer dan de helft van deze film bestaat uit één enkel shot. Twee vrouwen, tegenover elkaar zittend. Van opzij gefilmd, aan een tafel met verder alleen een lamp en een telefoontoestel erop. In gesprek. De één, links, vertelt. De ander, rechts, vraagt. Het lijkt bijna een spel – vraag, antwoord, vraag… – maar zou bittere ernst moeten zijn. De jonge vrouw links, Muriel Leferle (76 min.), is aangehouden vanwege autodiefstal en probeert het achterste van haar tong niet te laten zien bij de mevrouw rechts, een psychologe die niet eens zoveel ouder lijkt, maar veel degelijker oogt.

Het gesprek is afkomstig uit Délits Flagrants, de klassieke direct cinema-film die Raymond Depardon in 1994 maakte over het Franse rechtssysteem. Daar zat dit verbale steekspel ook al in, terug gesneden tot enkele minuutjes. Nu is vrijwel het volledige gesprek van drie kwartier te zien. Plots dreigt Muriel daarin op te stappen. ‘Ik heb je dit alleen verteld omdat ik dacht dat dit onder ons zou blijven’, zegt ze tegen haar gesprekspartner – en voor Depardons geduldig registrerende camera. Of de psychologe haar aantekeningen niet kan verscheuren? ‘Ik ontken toch alles.’

Daarna volgen nog twee, veel kortere ontmoetingen. ‘Wat zal ik zeggen?’ zegt Muriel, als de assistent-aanklager haar confronteert met getuigen die verklaren dat ze op heterdaad is betrapt terwijl zij een gestolen auto probeerde te starten. ‘De waarheid, graag’, antwoordt de vrouw tegenover haar glimlachend. Muriel is wel wijzer. Ze houdt het bij: ‘Ik heb daarop niets te zeggen.’ Even later confronteert de aanklaagster Muriel met haar aanzienlijke strafblad, het gevolg van een hardnekkige drugsverslaving. Ze zal ditmaal, zoveel is duidelijk, niet ontkomen aan rechtsvervolging.

Tot slot ontmoet Muriel de advocaat, die haar is toegewezen voor de gang naar de rechter. Ze is bang dat ze nu niet aan een gevangenisstraf ontkomt. ‘Je gaat zeker naar de gevangenis als je de rechter onzin probeert te verkopen’, spreekt hij haar vermanend toe als ze hem een totaal ongeloofwaardig verhaal vertelt over haar aanwezigheid in die auto. In de rechtszaal zal Muriel toch echt met een betere verklaring moeten komen. Depardon kijkt intussen nog altijd mee. Als een, inderdaad, Franse Frederick Wiseman. Zonder in te grijpen, bijna dan, of de boel te verfraaien.

Net als Délits Flagrants (1994) en 12 Jours (2017), Depardons film over Fransen die gedwongen zijn opgenomen in een psychiatrische inrichting en in dat kader voor de rechter moeten verschijnen, toont Muriel Leferle (1999) de gewone feilbare mens tegenover het systeem, dat dan afwisselend z’n formele, bureaucratische en – hopelijk – menselijke gezicht toont. Er gebeurt helemaal niets en tegelijk van alles.

KIJK HIER: Muriel Leferle

I’m Carl Lewis!

VRT

Als negenjarig joch mag Carl Lewis op de foto met de Afro-Amerikaanse atletieklegende Jesse Owens. Een kleine vijftien jaar kan Lewis zowaar in de voetsporen treden van zijn grote held, die tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn vier gouden medailles in de wacht sleepte. Hij staat bij de Spelen van 1984 in Los Angeles aan de start bij dezelfde onderdelen als Owens: de 100 meter en 200 meter sprint, het verspringen en de 4×100 meter estafette.

Vier gouden medailles maken van hem echter nog geen volksheld. Ondanks zijn kamerbrede glimlach wordt Carl Lewis beschouwd als arrogant, geldbelust en veel te berekenend. Zeker geen aaibare allemansvriend. Er wordt bovendien gefluisterd dat hij homo is. Die geruchten bezorgen hem ook een weinig vleiende bijnaam: The Flying Faggot. Het feit dat Lewis zich uitstapjes richting de entertainmentwereld veroorlooft werkt daarbij ook niet in zijn voordeel.

In de gedegen sportdocumentaire I’m Carl Lewis! (99 min.) blikt de voormalige ‘wonder boy’ op zijn lange carrière. Hij wordt daarbij in de rug gesteund door onder anderen zijn broer Cleve (oud-voetballer) en zus Carol (voormalige verspringer), coach Tom Tellez, Nike-oprichter Phil Knight en concurrent Mike Powell. Zij plaatsen hem op één lijn met de iconen Michael Jordan, Tiger Woods en Muhammad Ali, als één van de grootste Amerikaanse sporters aller tijden.

De filmmakers Julie Anderson en Chris Hay maken het Lewis verder niet al te moeilijk. Ook niet als zijn rivaliteit met de Canadese sprinter Ben Johnson aan de orde komt. In de aanloop naar de Spelen van 1988 in Seoul beschuldigt Lewis zijn concurrent van dopinggebruik. Nadat Johnson de 100 meter heeft gewonnen, test ie daadwerkelijk positief. Hij moet z’n gouden plak afstaan aan Lewis. Enkele maanden eerder is die alleen zelf, zo blijkt later, ook betrapt.

De voormalige topatleet doet dat een kleine dertig jaar later af als een vergissing. ‘Ik heb nooit prestatieverhogende middelen gebruikt’, zegt Lewis stellig. ‘Die had ik niet nodig.’ Een Chinees kruidensupplement zou destijds voor de positieve test hebben gezorgd – hoewel in Daniel Gordons documentaireklassieker 9.79 (2012), waarin alle finalisten van die beruchte 100 meter aan het woord komen, toch echt wordt geïmpliceerd dat ook Carl Lewis niet brandschoon was.

Hij is uiteindelijk echter min of meer onbeschadigd uit de strijd gekomen, met maar liefst negen Olympische gouden medailles. Er wordt hem inmiddels ook een sleutelrol toegedicht in de professionalisering en commercialisering van zijn sport. Lewis zit er tegenwoordig duidelijk ook warmpjes bij. Als hij alleen in een bubbelbad in zijn tuin zit en vertelt dat hij nog nooit een lange relatie heeft gehad, krijgt dat echter ook wel iets treurigs. Wie is hij behalve de gewezen sportheld?