Once In A Lifetime: The Extraordinary Story Of The New York Cosmos

Miramax Films & Greenestreet Films

Pelé, Franz Beckenbauer en – een blauwe maandag – Johan Cruijff verdedigden ooit de clubkleuren van The New York Cosmos, de jetsetclub die de Verenigde Staten in de jaren zeventig definitief moest bekeren tot de populairste sport ter wereld. Tevergeefs, zoals we een halve eeuw later kunnen constateren. Ook na twee wereldkampioenschappen in de VS en de komst van ene Lionel Messi naar de Amerikaanse competitie legt ‘soccer’ het, in elk geval bij de mannen, nog altijd af tegen typisch Amerikaanse sporten zoals basketbal en American football.

Toen The Cosmos, een zieltogende club in een zieltogende competitie, in 1974 de beste voetballer van dat moment, de drievoudige wereldkampioen Pelé, wisten te verleiden om zijn Braziliaanse club Santos te verlaten, leek Amerika echter alsnog het beloofde land te worden voor de belangrijkste bijzaak van de wereld. Binnen de kortste keren verkasten talloze andere gearriveerde sterren, die op weg naar hun voetbalpensioen nog even lekker wilden cashen, naar de Verenigde Staten, om daar met veredelde amateurspelers te gaan ballen.

In de zwierige documentaire Once In A Lifetime: The Extraordinary Story Of The New York Cosmos (96 min.) uit 2006 poetsen de Britse filmmakers Paul Crowder en John Dower dit glamoureuze hoofdstuk uit de voetbalhistorie, dat begin jaren tachtig zou eindigen in onmin en financiële misère, nog eens op met enkele voormalige Cosmos-bestuurders (stuk voor stuk afkomstig uit de Amerikaanse film- en entertainment-business), enkele plaatselijke spelers en de buitenlandse vedetten Carlos Alberto, Franz Beckenbauer én Giorgio Chinaglia.

Deze eigenzinnige Italiaanse playboy, die tijdens wedstrijden geregeld het net wist te vinden, begon achter de schermen de macht naar zich toe te trekken. Tegen die tijd hadden The Cosmos al de reputatie dat ze net zo gemakkelijk scoorden in de illustere New Yorkse discoclub Studio 54 als op het voetbalveld. Soccer bleek ondertussen toch niet aantrekkelijk genoeg voor het Amerikaanse televisiepubliek. De competitie – en daarmee ook z’n voornaamste team, dat inmiddels vijfmaal landskampioen was geworden – bleek ten dode opgeschreven.

Crowder en Dower wikkelen de gestage opkomst en ondergang van de Cosmos-franchise vlot af, met acteur Matt Dillon als coole verteller en een dampende seventiessoundtrack als smeerolie. Wat rest zijn herinneringen aan de brille van Pelé in z’n nadagen, het fanatisme van de Cosmos-supporter (en voormalig minister van Buitenlandse Zaken) Henry Kissinger en die ene hippie die zich zowaar toegang had verschaft tot de kleedkamer, Mick Jagger.

Pelé

Netflix

Dit had gemakkelijk een rechttoe rechtaan sportbiografie kunnen worden. Waarbij de held zich in de openingsscène van de film opmaakt voor het hoogtepunt van zijn carrière: de finale van het wereldkampioenschap voetbal van 1970 in Mexico, waar hij Brazilië via een overwinning op Italië naar de derde wereldtitel moet leiden.

En daarna volgt de onvermijdelijke flashback: naar hoe het ooit armoedig in begon in het stadje Tres Coracoes, ‘s mans eerste wereldkampioenschap als zeventienjarige in 1958, zijn blessure bij de tweede Braziliaanse wereldtitel vier jaar later en de afgang van het nationale team in 1966. Zodat alle fundamenten zijn gelegd voor de glorieuze apotheose van de film tijdens dat WK van 1970. Waarna de protagonist met de wereldcup in z’n handen richting de aftiteling loopt. EINDE.

Het gekke is: Pelé (109 min.) heeft in grote lijnen inderdaad die overbekende opbouw en toch is het helemaal niet die film geworden. Omdat er ook kritisch wordt gekeken naar Edson Arantes do Nascimento, bijgenaamd Pelé. En omdat zijn carrière niet als een volledig op zichzelf staand fenomeen wordt gepresenteerd, maar is ingebed in de recente geschiedenis van zijn land, een broze democratie die in 1964 een militaire coup kreeg te verwerken. 

Voor Pelé veranderde er ogenschijnlijk niets toen Brazilië een dictatuur werd: hij bleef driftig scoren en hield zich verder, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een tijdgenoot zoals Muhammad Ali, geheel afzijdig van elke vorm van politiek. Hij stond zogezegd boven de partijen. Pelé verschafte het Zuid-Amerikaanse land gewoon trots en zelfrespect. En daar kon een dictatoriaal regime natuurlijk weer van mee profiteren, in het bijzonder tijdens datzelfde wereldkampioenschap voetbal in Mexico.

‘Pelé was een stralende ster die schitterde in de zwarte hemel van het Braziliaanse leven’, stelt de Braziliaanse muzikant Gilberto Gil. ‘Hij was het symbool voor het potentieel van Brazilië om een eerlijker en gelukkiger land te worden.’ Pelé’s oud-ploeggenoot Paulo Cézar Lima is kritischer: ‘Hij gedroeg zich als een Oom Tom. De onderdanige zwarte man die alles maar aanvaardt, geen weerwoord geeft, geen vragen stelt of oordeelt. Dat neem ik hem vandaag nog steeds kwalijk.’

Zo krijgt deze meeslepende sportfilm van David Thryhorn en Ben Nicholas een lekker scherp randje, dat tegenwicht geeft aan de met veel schwung, drama en een volvette soundtrack doorgeakkerde loopbaan van Pelé en de hartverwarmende beelden van zijn ontmoeting met oude voetbalmaatjes. Op zulke momenten wordt de man die in eigen land voor een godheid wordt versleten ineens gewoon één van de jongens en voert hij ook meteen weer het hoogste woord.

In dit portret toont Pelé zo nu en dan tevens zijn kwetsbare kant. Hij telt inmiddels tachtig jaren, is moeilijk ter been en hoeft zich blijkbaar voor niemand meer groot te houden. Worden de besten soms nerveus? willen de filmmakers bijvoorbeeld op een gegeven moment van hem weten. ‘Niet soms’, antwoordt hij gedecideerd. ‘Altijd.’ Pelé denkt terug aan de laatste momenten, vóór de WK-finale van 1970. ‘Ik hield het gewoon niet meer’, zegt hij en schiet helemaal vol.

Zo nu en dan komt deze film, waarin behalve allerlei medespelers en kenners ook zijn zus en oom aan het woord komen, zo achter de facade van de gewone Braziliaan die het boegbeeld van zijn land en de grootste voetballer aller tijden werd. Als je naar zijn prijzenkast kijkt, staan alle anderen in zijn schaduw. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de documentaire Diego Maradona, over de Napolitaanse jaren van de Argentijnse superster, nog nét iets beter is dan dit eerbetoon. Ook omdat de hoofdpersoon zelf minder kleurrijk is.

Dat is echter op geen enkele manier bedoeld als diskwalificatie voor deze film over de man, de voetballer en het fenomeen Pelé, tot nader order één van de beste sportfilms van 2021.

PS Een kleine twintig jaar geleden werd de documentaire Gods Of Brazil: Pelé And Garrincha uitgebracht. Over de twee grootste Braziliaanse voetballers van hun tijd. Inmiddels kan er geen twijfel meer over bestaan welke van de twee zal blijven voortleven in ons collectief geheugen en wie in de vergetelheid zal verdwijnen. In de film Pelé valt de naam Garrincha letterlijk niet één keer.