How To Survive A Pandemic

VPRO

In de documentaire How To Survive A Plague uit 2012 blikt regisseur David France (Welcome To Chechnya) terug op de pogingen van LGBT-activisten om de Amerikaanse regering onder druk te zetten om het HIV-virus, dat ongenadig huishoudt in hun gemeenschap, eindelijk eens serieus te nemen. Nu de wereld opnieuw heeft te kampen met een dodelijk virus, presenteert David France een soort opvolger voor deze film die destijds werd genomineerd voor een Oscar. Over de pogingen van wetenschappers om een vaccin tegen het Coronavirus te ontwikkelen en de distributie van dit vaccin.

How To Survive A Pandemic (109 min.) is wel een documentaire met een ander karakter. Waar de strijd tegen AIDS in de jaren tachtig voortdurend gepaard ging met woede en frustratie – omdat het de autoriteiten blijkbaar geen snars kon schelen dat Amerikaanse homoseksuelen en masse stierven – wordt de campagne om een vaccin tegen COVID-19 te ontwikkelen op het eerste gezicht gekenmerkt door eensgezindheid. Alle betrokkenen hebben een gezamenlijk doel. Alleen de regering Trump zorgt zo nu en dan voor reuring, door een openlijke breuk met de World Health Organisation bijvoorbeeld of het zwartmaken van de eminente immunoloog Anthony Fauci, die ook in de AIDS-crisis en How To Survive A Plague al een hoofdrol kreeg toebedeeld.

Toch onthult ook deze breed opgezette film – waarin Science-journalist Jon Cohen, die in alle uithoeken van de wereld belangrijke spelers uit de Coronabestrijding interviewt, als centraal personage wordt ingezet – structurele en dieper liggende problemen. De ontwikkeling van een vaccin wordt weliswaar een doorslaand succes, maar dat heeft een naar bijeffect: bestaande verschillen tussen arm en rijk worden erdoor bestendigd, bijvoorbeeld tussen westerse landen die vaccins over hebben en in reserve houden en armere landen die tekort komen en daardoor slechts een beperkt deel van de bevolking kunnen laten inenten.

Het nettoresultaat daarvan beloopt uiteindelijk al snel een miljoen doden, becijfert France in de aftiteling. Het is een wrange conclusie voor een film die de strijd tegen COVID-19 op diverse plekken in de wereld – van brandhaarden als Brazilië en Zuid-Afrika tot de belangrijke vaccinproducent India – treffend in beeld heeft gebracht. Die slotsom ondermijnt de hoopvolle boodschap die je ook uit How To Survive A Pandemic zou kunnen halen: als we er met z’n allen de schouders onder zetten, zijn we in staat om bergen te verzetten en pandemieën te bedwingen.

Convergence: Courage In A Crisis

Netflix

De vermoeidheid die ons tijdens de pandemie zelf al overviel – niet alwéér een persconferentie, nóg meer beperkingen of tóch weer onvoorziene complicaties bij het vaccineren/testen – dreigt nu ook de bijbehorende documentaires te overschaduwen. Hoeveel producties over overvolle ziekenhuizen, stervende patiënten, bezorgde of rouwende familieleden, afgelaste activiteiten en volledig ontwrichte samenlevingen kunnen we nog aan? Of beter: zijn we nog bereid om te kijken?

Laat ik voor mezelf spreken. En over deze concrete film: Convergence: Courage In A Crisis (114 min.). Die opent met een lang citaat van de Indiase schrijfster Arundhati Roy, dat eindigt met deze zinsnede: ‘Some believe it’s God’s way of bringing us to our senses.’ Check. Als de vertelling dan begint in de eerste COVID-19 brandhaard Wuhan, is het me direct zwaar te moede: oh nee, we gaan die pandemie nog eens helemaal opnieuw beleven. Zover gaat documentairemaker Orlando von Einsiedel uiteindelijk niet in deze ambitieuze ode aan de helden van de Coronacrisis, maar vrijwel alle elementen in zijn film voelen bekend en vertrouwd – ook al spelen ze zich dan niet af op vertrouwd terrein, maar in Teheran, Sao Paulo of Miami.

Het kost me daardoor moeite om echt mee te gaan in al die persoonlijke verhalen van (buiten)gewone mensen uit alle windstreken die plotseling worden geconfronteerd met het Coronavirus. Hoe persoonlijk en/of indringend die ook zijn en hoe vaardig Von Einsiedel ze ook vertelt. Het interessantst wordt Convergence als de docu misstanden in de periferie van de pandemie (Black Lives Matters of discriminatie op de werkvloer) weergeeft, registreert hoe de universiteit van Oxford in ijl tempo een vaccin probeert te ontwikkelen of een inkijkje geeft bij de World Health Organisation (WHO), de gezondheidsorganisatie die de wereldwijde strijd tegen het virus moet coördineren en intussen voortdurend aanvallen van leiders zoals Donald Trump moet zien te ontwijken.

Bij de WHO hebben ze geen vaccin tegen misplaatst nationalisme, ongelijkheid en armoede, zegt directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus vilein. Hij noemt het Coronavirus een signaal voor de wereldgemeenschap om zich te gaan gedragen en gebruikt daarbij de slogan ‘Build back better’, toevallig ook de leus waarmee Joe Biden op dat moment de presidentsverkiezingen van Trump probeert te winnen. Dat is uiteindelijk ook de boodschap van deze in wezen optimistische film: samen gaan we het anders doen. Right. Tegen de gemeenschapszin in de collectieve versie van de Bill Withers-klassieker Lean On Me, waarmee Convergence wordt afgesloten, blijkt echter zelfs de ernstige vorm van Coronamoeheid die mij al enige tijd in zijn greep houdt uiteindelijk niet bestand.

Indian Space Dreams

NTR

Waar elke ruimtevlucht van de Amerikaanse NASA op een grootse Hollywood-productie lijkt, ogen de pogingen van de Indian Space Research Organisation om een astronomische satelliet de ruimte in te krijgen eerder op een uit de hand gelopen project van professor Barabas. Het budget van de Indiërs is dan ook maar een tiende van wat NASA ter beschikking heeft. Met de Astrosat hopen ze niettemin zwarte gaten te kunnen gaan bestuderen en meer inzicht te krijgen in hoe het heelal is ontstaan.

Voor het zover is moeten er in Indian Space Dreams (51 min.), waarin Sue Sudbury enkele wetenschappers van ruimteonderzoekscentrum TIFR in Mumbai volgt, nog wel de nodige logistieke hobbels worden genomen. Variërend van vertraging van een essentieel onderdeel, doordat een vrachtwagen onderweg vaststaat met twee lekke banden, tot het jaarlijkse regenseizoen dat het vervoer van de satelliet naar de lanceerlocatie in Bangalore tot een hachelijke onderneming maakt.

En dan is er nog een onhandige actie van promovenda Vinita Navalkar, die haar harddisk, met 800 GB aan informatie, heeft geformatteerd toen ze er een backup van wilde maken. De 26-jarige wetenschapper heeft sowieso van alles aan haar hoofd. Wanneer ga je trouwen? vragen ze vanuit haar familie, die maar al te graag een huwelijk wil arrangeren. Ook de geïnteresseerde mannen willen liefst snel duidelijkheid. Bij voorkeur bij de eerste date. En anders toch zeker bij de tweede.

Intussen leven de kinderen in Mumbai’s sloppenwijk Geeta Nagar mee met de pogingen van hun dappere landgenoten om een raket te lanceren, als eerste ontwikkelingsland in de menselijke historie. Ze krijgen elke zaterdag natuurkundeles van het hoofd van TIFR’s röntgen-detector team, de aimabele professor Rao. De beoefening van wetenschap is in zijn ogen een zeer krachtig middel tegen armoede, vertelt hij in deze sympathieke film.

Zijn collega, professor Manchanda, verbaast zich er tegelijkertijd over hoeveel tijd hij, een vooraanstaande wetenschapper, moet besteden aan stom regelwerk. Dat behoort evenwel tot de realiteit van de dag in een land, waarbij de aspiraties vooralsnog de mogelijkheden lijken te ontstijgen. Creativiteit is onontbeerlijk, laat KP Singh, hoofd van het röntgen-telescoop team, zien. Met isolatiemateriaal heeft hij een willekeurige kamer laten ombouwen tot een heuse ‘clean room’.

De pogingen van de Indiërs om hun ruimteproject tot een succes te maken dwingen zowel respect als sympathie af. Na vijftien jaar komt de climax, die tot zoveel stress heeft geleid en die al diverse malen is uitgesteld, eindelijk in zicht. Kunnen ze hun eigen ambities waarmaken en een nieuwe generatie wetenschappers inspireren?