Signalen Van Boven

Verde Films

Hij kreeg de geheimen van de Oosterse keuken bijgebracht door zijn grootouders, vertelt de Molukse chefkok Chesron Nanuru. Sinds 2017 bestiert hij zijn eigen Moluks-Indonesische restaurant, Senang Makan in Breda. Hij gelooft in familie, hard werken en harmonie. Gekibbel in de keuken leidt in zijn ogen onvermijdelijk tot eten waarbij ook de gasten zich niet senang voelen. Dat próef je.

De documentaire Signalen Van Boven (55 min.) van Uriël Matahelumutal is al een kwartier onderweg als duidelijk wordt dat Nanuru zijn huidige leven – vrouw, kinderen en een eigen bedrijf – zeker niet voor niks heeft gekregen. Hij groeide niet zonder reden op bij zijn grootouders. Zijn vader en moeder dealden drugs, gebruikten zelf ook en kregen al snel problemen met de wet. De vijftigjarige chefkok houdt desondanks staande dat hij een ‘supertoffe jeugd’ heeft gehad.

In deze documentaire, die bijna voelt als een promotiefilm voor de Molukse (eet)cultuur en het erfgoed van Molukse Nederlanders, vertelt hij over de kronkelige weg die hem naar het hier en nu heeft geleid. Chesron Nanuru ontmoet tevens familieleden, vrienden en oud-collega’s en gaat in gesprek met Molukse vakbroeders, zakelijke contacten en cultuurdragers. Tijdens het praten snijdt hij zichzelf weliswaar letterlijk in de vingers, maar verder houdt ie het vooral gezellig.

Dat is geen recept voor een pittige film. Die gesprekjes voelen regelmatig behoorlijk opgeprikt, alsof Nanuru en zijn gespreksgenoten zich voortdurend bewust blijven van de camera. En die komt ook nooit voorbij de woorden, bij de mensen daarachter. Signalen Van Boven lijkt daardoor vooral geschikt voor de eigen gemeenschap. Die doorgaans overigens in grote getale naar de bioscoop komen.

De Platoschool

BNNVARA

‘De schedelinhoud van John geleek wel eener ballon toen hij leuk op de trappen wat keet stond te trappen’! leest Thecla Gijsbertsen voor uit het boekje Hoofdmeesterlijke Straflimericks. ‘Nou schrijven, John. Zonder pardon.’ Het versje roept herinneringen op aan haar jaren op De Platoschool te Amsterdam. Wanneer je als kind stout was geweest, dichtte een leerkracht enkele regels over je. Die moest je vervolgens honderd keer overschrijven.

‘Wij zouden uitgroeien tot bijzondere mensen met een hoog bewustzijnsniveau’, omschrijft Yara Hannema het idee achter de basisschool. ‘Althans, volgens het ideaal. Want na enige tijd ging er iets goed mis.’ In 1996 kwam De Platoschool (55 min.), dertien jaar eerder opgericht door leden van de School Voor Filosofie, ernstig in opspraak toen de jeugd- en zedenpolitie onderzoek ging doen naar mishandeling van leerlingen door leerkrachten. ‘Nu ik zelf moeder ben geworden wil ik weten wat er is gebeurd met de idealen van mijn jeugd’, zegt Hannema in deze boeiende persoonlijke film, waarmee ze vat hoopt te krijgen op een verleden, waarin ze zich lang niet altijd ‘het uitverkoren kind’ voelde.

Daarvoor gaat ze in gesprek met haar eigen ouders. Na een reis naar India zochten zij voor hun kinderen een school die aansloot bij hun spirituele en filosofische gedachtegoed. Op De Platoschool stonden echter ook, zonder dat zij het echt doorhadden, orde en tucht hoog in het vaandel. Kinderen moesten bovendien allerlei extra vakken doen. ‘Daar hebben jullie nooit spijt van gehad volgens mij’, zegt Paul van Oyen, oprichter van de School Voor Filosofie. De kwaliteit van onderwijs was hoog, beaamt Hannema, maar tegen welke prijs? ‘Ik heb niet de indruk dat de leerlingen van De Platoschool rondlopen als grote mislukkelingen’, kaatst Van Oyen de bal direct terug. ‘Integendeel!’

De oud-leerlingen die de filmmaakster spreekt zijn alleen aanzienlijk minder enthousiast. Sommige ervaringen op De Platoschool dragen ze tientallen jaren later nog altijd met zich mee. Ook enkele voormalige leerkrachten zijn zelfkritisch. Annie van de Belt vindt bij nader inzien dat er toch wel erg veel aandacht was voor: je moet leren luisteren. Één van haar collega’s heeft zich later zelfs opgeworpen als klokkenluider. Met al die verschillende stemmen roept Yara Hannema nu een wereld op, waarin oosterse levensfilosofie en klassieke opvoedingsideeën een ongemakkelijk verbond sloten, waarbij gewone leerlingen zoals zij, letterlijk dan wel figuurlijk, allerlei butsen en deuken opliepen.