Een Goede Moslima

KRO-NCRV

‘Het is warm buiten, die oven geeft warmte en die arme vrouw moet een hoofddoek om en een lange broek?’, zeurt Frans Bromet op kenmerkende wijze tegen zijn hoofdpersoon Yeter Akin, terwijl haar tantes in Turkije een plaatselijke pannenkoek bereiden. ‘Die vrouwen zijn dus zo sterk dat ze tegen die warmte kunnen’, reageert Yeter onverstoorbaar. Intussen pakt één van de tantes met een verschrikt ‘ooow’ een pannenkoek van het vuur. ‘Verbrand?’, vraagt Bromet plagend. ‘Ja’, laat Yeter, sinds haar dertiende woonachtig in Nederland, zich niet uit het lood slaan. ‘Die is verbrand.’

De nestor onder de Nederlandse camerajournalisten, dik in de zeventig inmiddels, opereert nog altijd regelmatig als de vleesgeworden scepsis. Hij houdt zich van de domme, vraagt echt door en prikkelt als de situatie daar in zijn ogen om vraagt. Samen met Akin, met wie hij eerder een film over eerwraak maakte, gaat Bromet ditmaal op zoek naar waaraan Een Goede Moslima (71 min.) eigenlijk moet voldoen. En het is prettig dat hij daarbij niet met meel in de mond spreekt of al te voorzichtig te werk gaat. Bromet reageert gewoon zoals hij altijd doet en stelt simpelweg de vragen die in hem opkomen.

De gesprekken van Bromet en Akin, met elkaar en met allerlei verschillende vrouwelijke moslims, worden afgewisseld met een interview dat Yeter deed met een Duitse vriendin. De onherkenbaar gemaakte vrouw, gefilmd met een smartphone, vertelt hoe haar dochter langzaam radicaliseerde en uiteindelijk naar het kalifaat van Islamitische Staat vertrok. Dat interview voelt een beetje als een fremdkörper in deze erg praterige televisiedocumentaire, niet Bromets beste film, die een aardig inkijkje geeft in de wereld van moslima’s, zonder dat dit verder wezenlijk nieuwe inzichten oplevert.

Patience, Patience, T’Iras Au Paradis!


Geduld, straks ga je naar het paradijs!, luidt de Nederlandse titel van deze Belgische documentaire, die in 2015 de Prix Europa voor beste televisieprogramma over diversiteit en de multiculturele samenleving won. In deze levenslustige film van Hadja Lahbib neemt een groepje oudere moslima’s uit Brussel geen genoegen meer met die belofte voor het hiernamaals en besluit om de bloemetjes eens ongegeneerd buiten te gaan zetten.

Hun hele leven hebben ze  netjes voor het huishouden en de kinderen gezorgd. Nu ze eindelijk hun handen vrij hebben, ontdekken Mina en haar goedlachse vriendinnen, geïnspireerd door de vrijgevochten Marokkaanse poetry slamster Tata Milouda, dat een islamitische vrouw nog een ánder leven kan leiden, ontdaan van de vertrouwde huiselijke plichten.

Ze leren lezen en schrijven, bezoeken de opera en besluiten uiteindelijk zelfs om een trip naar New York te maken. Als kijker krijg je ondertussen zicht op een wereld die doorgaans verborgen blijft. Het leidt tot een even voorspelbare als opzienbarende conclusie: ‘t zijn net gewone mensen, daar onder die hoofddoek. Uitroepteken.

De Belgische moslima’s kletsen en giebelen in Patience, Patience, T’Iras Au Paradis! (50 min.) net zo uitbundig als het gemiddelde clubje Nederlandse vrouwen van onbestemde leeftijd, dat in het weekend winkels, musea en restaurants onveilig maakt. Waar die meestal al snel op de zenuwen beginnen te werken, roepen de hoofdpersonen van deze hartverwarmende film vooral gevoelens van vertedering op.