Pleistocene Park

VPRO

Hij speelt voor God op zijn eigen kleine stukje aarde. Geofysicus Sergej Zimov maakt zich zorgen over het ontdooien van het Permafrost, want daardoor komen er allerlei broeikasgassen vrij en warmt de aarde nóg sneller op dan gevreesd. Daarom heeft Sergej – type gekke wetenschapper, van Russische origine bovendien – een lumineus plan bedacht: hij wil een verloren gegaan ecosysteem herstellen, een mammoetsteppe uit de IJstijd.

In een uithoek van Siberië is Zimov, sinds hij werd bevrijd van zijn plichtplegingen als wetenschapper in de Sovjet-Unie, samen met zijn volwassen zoon Nikita druk doende om een succes te maken van hun Pleistocene Park (101 min.). Daarvoor halen de Zimovs, met veel pijn en moeite, op allerlei plekken dieren op, die vervolgens worden uitgezet in het gebied: rendieren, muskusossen, paarden, wisenten, jaks, bosbizons, elanden en wapiti’s (maar die bleken nogal gemakkelijk over de omheining te kunnen springen). En ook de mammoet is natuurlijk van harte welkom.

Filmmaker Luke Griswold-Tergis laat zich rondleiden in het onherbergzame gebied van vader en zoon dat inmiddels zo’n 160 km2 beslaat, verdiept zich in hun bijzonder eigenzinnige wetenschappelijke experiment en raakt gaandeweg zelf ook steeds meer betrokken bij het project. Dit wordt met de ene na de andere uitdaging geconfronteerd: van geld- en logistieke problemen tot dwarsliggende dieren én een permanente stroom cameraploegen. Want zowel de hoekige Sergej Zimov als zijn wilde dieren en de ruige leefomgeving waarin zij leven zijn uiterst mediageniek.

Intussen zetten andere wetenschappers hun vraagtekens bij de missie van de Zimovs: is dit een reële oplossing voor het gehele Noordpoolgebied? En kan klimaatverandering hiermee werkelijk een halt toe worden geroepen? Pleistocene Park is desondanks geen topzware film. Griswold-Tergis hanteert een lichte toets: hij zet vol in op de kleurrijke personages, zoekt en vindt ook vaak de humor in wat er voor zijn camera gebeurt en verluchtigt het geheel bovendien met beurtelings vlotte en koddige muziekjes. Dit resulteert in een bijzonder amusante documentaire, die toch ook nog ergens over gaat.

Genesis 2.0

Een koudebestendige olifant, die wil de Amerikaanse geneticus George Church best ontwikkelen. Een geheel nieuw dier, juist. Ergens tussen olifant en mammoet. Met zijn lange witte baard heeft de wetenschapper van Harvard University ook wel wat weg van onze lieve Heer.

Semyon Grigoriev, de directeur van het mammoetmuseum in Jakoetsk zou al tevreden zijn met een gewone levende mammoet. Misschien kan zijn broer Peter daarvoor zorgen. Hij is op de Nieuw Siberische Eilanden op jacht naar slagtanden van het allang uitgestorven dier. En misschien stuit hij daarbij tevens op levende cellen van de mammoet. Semyon zegt er maar eentje nodig te hebben.

In Genesis 2.0 (113 min.) buigt een gewone sterveling, regisseur Christian Frei, zich over wetenschap die voor God speelt. Van het combineren van bestaande diersoorten – men neme bijvoorbeeld de gaap of een zorse – tot het klonen van overleden huisdieren. Zo bezien is het reanimeren van de mammoet op termijn ook geen brug te ver. Om over het reproduceren van mensen nog maar niet te spreken.

Terwijl Frei de wereldwijde ontwikkelingen in de synthetische biologie in kaart brengt, is zijn coregisseur Maxim Arbugaev met een groep jagers afgereisd naar het Siberisch poolgebied. Ze houden elkaar op de hoogte middels brieven, die tevens als structurerend element fungeren voor deze overweldigende documentaire. Tegenover de geestdrift en geldingsdrang van ‘s werelds wetenschappers staat de noeste arbeid van gewone mannen in het langzaam smeltende permafrost.

Uitgedaagd door de barbaarse omstandigheden, op hun hoede voor ijsberen en vechtend tegen het gemis van hun naasten doorkruisen ze het onherbergzame gebied, ieder voor zich op zoek naar het ivoor dat hen van een inkomen kan voorzien. Frei begeleidt hun maandenlange queeste met enkele dramatisch getoonzette dichtregels uit een plaatselijk voorouderepos. Want een mammoet, zo leert het bijgeloof, brengt ongeluk.

Tijdens hun zoektocht naar het witte goud stuiten de mannen op een vrijwel intact exemplaar van het kolossale dier, dat daar al tienduizenden jaren moet liggen. Lukt het hen om genetisch materiaal veilig te stellen? En, werpt deze onrustbarende film op: moeten we dat eigenlijk wel willen?