Kaiser: The Greatest Footballer Never To Play Football

Nods and Volleys Entertainment / We Are Buzzers

Renato Gaúcho meldt zich bij de portiers van de nachtclub. Wie ben jij? willen die weten. ‘Renate Gaúcho.’ De kleerkasten aan de deur moeten lachen: die is allang binnen. Pas als de bekende voetballer van de Braziliaanse topclubs Grêmio en Flamengo en speler van de ‘seleçäo’ eist dat hij die andere Renato wil zien, mag hij alsnog naar binnen. Daar ziet hij zijn lookalike Kaiser zitten, omringd door mooie vrouwen.

Carlos Henrique ‘Kaiser’ Raposo, zo wil het verhaal in de swingende documentaire Kaiser: The Greatest Footballer Never To Play Football (93 min.), blufte zich in de jaren tachtig en negentig de internationale voetballerij in, zonder dat hij ook maar een bal kon raken. Hij stond op de loonlijst bij een aanzienlijke hoeveelheid voetbalteams; van Braziliaanse topclubs als Flamengo, Botafogo en Fluminense tot het Mexicaanse Puebla en Gazélec Ajaccio op het Franse eiland Corsica.

Voordat hij daadwerkelijk door een trainer kon worden ingezet (of ook maar in de buurt kwam van een bal), fingeerde Kaiser een blessure en ging hij op zoek naar een nieuwe werkgever. Omdat in de voetballerij nu eenmaal geen enkele technisch manager durft toe te geven dat-ie ongezien een nieuwe speler heeft gecontracteerd en vervolgens toch nog een cent hoopt te verdienen bij het verder transfereren van zo’n miskoop, kwam hij er nog mee weg ook.

Dat is tenminste de eerste verklaring die deze gelikte documentaire van de Britse filmmaker Louis Myles geeft voor het succesvolle bedrog van de langharige loverboy, die liefst in een felgele speedo over het strand van Rio de Janeiro flaneerde. Later volgt een geloofwaardigere – en pijnlijkere – uitleg. Al blijft het voor de kijker gissen wat nu oprechte herinneringen van/aan Kaiser zijn en wat sterke verhalen, leugens om bestwil en keiharde bullshit.

Gekende Braziliaanse voetbalgrootheden als Carlos Alberto, Bebeto en Junior verlenen Kaisers relaas, dat Myles met acteurs heeft proberen te verbeelden, een zekere geloofwaardigheid. Hoewel de waarheid soms inderdaad vreemder is dan fictie, blijft het moeilijk om te geloven dat deze kekke, met smakelijke muziek geserveerde cocktail van voetbal en kolder werkelijk is gebaseerd op onweerlegbare feiten. Legende of niet, Kaiser heeft wel een bijzonder vermakelijk verhaal.

Lost In La Mancha


Afgelopen weekend kwam er een voorlopig eind aan het drama dat zich al decennialang voltrekt in het leven van regisseur Terry Gilliam. Er moest een rechtszaak aan te pas komen, die hem ook nog in het ziekenhuis deed belanden met een lichte hartaanval, maar na een positieve uitspraak kon zijn speelfilm The Man Who Killed Don Quixote eindelijk in première gaan tijdens het festival van Cannes. Zo kwam er toch nog een happy end aan een filmproject waarvoor Gilliam, voorzichtig uitgedrukt, een ijzeren wil, olifantenhuid en de ausdauer van een schildpad nodig had.

De wet van Murphy heeft films over Don Quichot vaker geplaagd. Ook Orson Welles (Citizen Kane) beet zich al eens stuk op het maar al te symbolische verhaal over een man die de strijd aanbindt met molenwieken. Terry Gilliam, ooit het enige Amerikaanse lid van de absurde Britse comedyclub Monty Python, wil zijn geheel eigen interpretatie van de klassieker van Cervantes al zo’n beetje zijn hele leven verfilmen, maar vond steeds andere problemen op zijn pad. Zo moest Hollywood bijvoorbeeld niets hebben van de film, nadat een eerdere Gilliam-productie, The Adventures Of Baron Munchhausen, op een echec was uitgelopen. In dat opzicht blijft de geschiedenis zich overigens herhalen: de Amerikaanse distributeur van Quixote heeft zich onlangs alsnog teruggetrokken.

Uiteindelijk vond Gilliam eind jaren negentig in Europa geld voor zijn droomproject en konden de opnames voor The Man Who Killed Don Quixote, een film die toen al tien jaar in ontwikkeling was, rond de eeuwwisseling eindelijk beginnen. Met de Franse acteur Jean Rochefort als de tragische hoofdpersoon Don Quichot, Johnny Depp in de rol van Toby Grisoni (een hedendaagse stand-in voor Sancho Panza) en diens toenmalige vrouw Vanessa Paradis als zijn potentiële geliefde. Het zou een gigantisch fiasco worden, dat werd gedocumenteerd in een geweldige documentaire uit 2002: Lost In La Mancha (89 min.), een tragikomische film van Keith Fulton en Louis Pepe die oorspronkelijk was bedoeld als making of.

Terwijl werkelijk álles tegenzit – fysieke malheur bij Rochefort, een volledig weggespoelde filmset en steeds weer opspelende financiële problemen, om maar eens wat te noemen – begint Terry Gilliam meer en meer te lijken op, juist, Don Quichot. En Fulton en Pepe hebben overal toegang – omdat ze nu eenmaal een promofilm maken, die Gilliam bovendien altijd kan gebruiken om zijn eigen verhaal over het productieproces te onderbouwen. Ook als de onderlinge verhoudingen verzuren en het hele project spaak loopt blijft het duo als een vlieg op de muur filmen. Het resultaat, bijeengehouden door de onderkoelde voice-over van acteur Jeff Bridges, werkt ongetwijfeld op de lachspieren en zorgt tegelijkertijd voor compassie met de grote dromer Terry Gilliam.

Daarmee is niet gezegd dat The Man Who Killed Don Quixote een slechte film zou zijn geworden (of nu, bijna twintig jaar later, met een nieuw productieteam en Jonathan Pryce en Adam Driver in de hoofdrollen ís geworden). De documentaire Lost In La Mancha bevat enkele voorlopige filmscènes die tot de verbeelding spreken. En als je Gilliam zelf bezig ziet, bijvoorbeeld als hij hoogstpersoonlijk enkele rollen inspreekt bij gestoryboarde scènes, dan wordt eens te meer duidelijk dat hier een originele stem klinkt die gehoord moet worden. Een bezoek aan de bioscoop voor The Man Who Killed Don Quixote kan daarnaast zo langzamerhand worden beschouwd als een daad van pure medemenselijkheid.

Op deze Wikipedia-pagina is het complete verhaal van het productieproces van deze ‘development hell’ te lezen. In de geschiedenis van The Man Who Killed Don Quixote zijn ook nog bijrollen weggelegd voor Robert Duvall, John Hurt, Michael Palin en Ewan McGregor, acteurs die stuk voor stuk niet in de uiteindelijke film zijn beland.

Wellicht hebben ze wél een plek bemachtigd in He Dreams Of Giants, een zojuist aangekondigde nieuwe documentaire van Keith Fulton en Louis Pepe over de Don Quichot-avonturen van Terry Gilliam. Volgens dit Variety-artikelconcentreren ze zich in deze opvolger van Lost In La Mancha vooral op wat er omgaat in het hoofd van de veelgeplaagde regisseur.