OdysSea


Jimmy Kets / Las Belgas / VPRO

Voor zijn eigen OdysSea (61 min.) struint de Belgische fotograaf Carl de Keyzer de Europese kustlijn af, om ‘een wereld die zou kunnen vergaan’ vast te leggen. Gedurende vier jaar legt hij voor de serie Moments Before The Flood ruim 120.000 kilometer af om plekken te vereeuwigen die, als gevolg van de klimaatverandering, zomaar kunnen worden verzwolgen door de zee. ‘Alles verandert’, constateert hij mismoedig. ‘En we gaan het laten gebeuren.’

Documentairemaker Jimmy Kets volgt de fotograaf, een schuchtere man die werkt voor het beeldbepalende Magnum Agency, voor deze bezonken roadmovie uit 2013 een jaar lang langs verlaten stranden, vervallen gebouwen en andere oorden die vast betere tijden hebben gekend. Hoewel hij volgens eigen zeggen helemaal niet van reizen houdt, is De Keyzer onophoudelijk op zoek naar vervreemding, ‘ruïnes van pogingen om met elkaar samen te leven’. 

Hardop mijmerend belicht de fotograaf ook zijn eigen tot mislukken gedoemde pogingen om met anderen samen te leven. Hij heeft drie lange relaties achter de rug en is nu alleen. En zijn twee zoons zijn hem weliswaar zeer dierbaar, maar een goede vader is hij niet geweest voor hen, vindt ie zelf. Altijd maar druk met z’n eigen beslommeringen. ‘Waar ben ik mee bezig?’ vraagt hij zich als een rechtgeaarde sombermans af. ‘Is het dat allemaal waard?’

Kets laat zijn hoofdpersoon zulke tristesse ook doelbewust opzoeken. Alleen in een botsauto. Op een verlaten bowlingbaan. Bij een regenachtige uitkijkplek in Scandinavië. ‘Ik heb mensen nodig’, zegt De Keyzer in de monologue interieur, die deze fraaie en geladen kustfilm aanstuurt. ‘Altijd. In al mijn beelden.’ Als man op een missie snakt ie desondanks naar gewoon geluk. En dat lijkt zich zowaar, toch nog onverwacht, aan de horizon af te tekenen.

Knokke In Cadzand

BNNVARA / D2D Media

Ploegleider Maarten Molema ziet het met lede ogen aan. Als ze met de vrijwillige brandweer van Cadzand moeten uitrukken, heeft hij steeds minder mensen tot z’n beschikking. Totdat het eigenlijk niet meer verantwoord is.

Het Zeeuwse dorp is groter dan ooit, maar heeft feitelijk nog altijd maar zeshonderd vaste inwoners. Net als de nabijgelegen Belgische kustplaatsen herbergt Cadzand alsmaar meer zomerhuizen, vakantieappartementen en tweede woningen. Voor de lokale bevolking heeft dat nogal wat consequenties: een groot deel van het jaar staat het dorp een heel eind leeg, de huizen zijn onbetaalbaar geworden en plaatselijke voorzieningen, zoals de brandweer, zijn nauwelijks overeind te houden.

‘Het dorpsgevoel is helemaal weg’, zegt Molema in de documentaire Knokke In Cadzand (50 min.) van Ellis Smulders. ‘Het begint steeds meer op Knokke te lijken.’ Dat is niet bedoeld als compliment. De lokale makelaar Wim van Akker behoorde tot de architecten van dat nieuwe Cadzand. Toen Knokke helemaal volgebouwd leek, zag hij daarin een kans voor zijn eigen dorp, dat wel wat nieuwe impulsen kon gebruiken. Tegenwoordig verblijven er in het hoogseizoen zo’n zestigduizend mensen in Cadzand.

De kustlijn is er intussen, net als in België, bepaald niet mooier op geworden. En met die ‘verroompottisering’ zijn ook toeristen van het eerste uur, zoals het oudere Belgische stel Willy en Nicole, niet blij. Zij maken zich daarnaast zorgen over de stijgende kosten. Zo hebben alle hoofdpersonen van dit aardige portret van een dorp in transitie hun eigen gedachten bij het massale toerisme. Zonder kan Cadzand, dat ooit dreef op landbouw en visserij, niet meer, maar hoe voorkomen ze dat het dorp definitief z’n ziel verliest?

De geboren Cadzander Maarten Molema overweegt in elk geval om elders te gaan wonen. En het moment dat de lokale brandweerwagen niet meer kan uitrijden komt ook steeds dichterbij.