Checkpoint

Yoav Shamir Films

‘Als de Palestijnen komen’, zegt een Israëlische soldaat bij de start van Checkpoint (80 min.), ‘dan voeren we onze show op.’ Die voorstelling, het checken van burgers die van en naar Gaza of de Westelijke Jordaanoever willen, wordt in deze observerende documentaire uit 2003 zonder commentaar gadegeslagen door de Israëlische filmmaker Yoav Shamir.

Zijn film speelt zich volledig af bij grensposten, waar Palestijnse burgers zich melden om op bezoek te gaan bij een rouwend familielid, met een ziek kind naar de dokter willen of de laatste voorbereidingen proberen te treffen voor een huwelijk. Zij moeten daarvoor toestemming krijgen van Israëlische soldaten, puberale jongens soms nog, die verantwoordelijk zijn gemaakt voor de veiligheid van hun land.

Bij het checkpunt ontstaat vervolgens een Babylonische spraakverwarring, fel twistgesprek of Kafkaëske crisis. Iemand die van de ene soldaat probleemloos de grens mag passeren, kan een uur later op de terugweg zomaar worden tegengehouden door een ander – en belandt dan in een soort niemandsland tussen hier en daar, met een voor alle betrokkenen frustrerende woordenwisseling als gevolg.

De menselijke maat raakt intussen volledig zoek. Een passagier van een ambulance moet bijvoorbeeld voor elke inzittende uitleggen waarom die zo nodig een behandeling in het ziekenhuis van Nablus moet krijgen en niet gewoon in het nabijgelegen Jenin kan worden geholpen. In spanning wachten de passagiers vervolgens af als de dienstdoende Israëlische soldaat hun identiteitsbewijzen controleert.

Zulke routines worden zowel in de brandende zon als stromende regen uitgevoerd. Gewone burgers zijn volledig overgeleverd aan de procedures – en grillen – van de poortwachters van dienst. Zo nu en dan doorbreekt iemand de patstelling of strijkt een soldaat over zijn hart, maar het dagelijkse ritueel – dat ook het karakter kan krijgen van treiteren, intimidatie of vernedering – blijft natuurlijk gewoon bestaan.

In het klein ontstaan er bij die grensposten, gefilmd in de periode van 2001 tot 2003, steeds weer nieuwe varianten op het conflict dat de wereld een kleine 25 jaar later nog in z’n greep houdt en alleen maar verder is ontspoord.

Arna’s Children

Kanopy

Even registreren op de website van het documentairefestival IDFA, dat woensdag van start gaat in Amsterdam, en je kunt talloze documentaires, veelal gratis, bekijken. Zoals bijvoorbeeld Arna’s Children (57 min), een aangrijpende film uit 2003 over een Palestijnse kindertheatergroep, die tijdens de tweede Intifada, waarbij Israël en de Palestijnen weer eens lijnrecht tegenover elkaar stonden, op het podium met allerlei gevoelens leerde omgaan.

Juliano Mer Khamis vertelt het verhaal van zijn onverzettelijke moeder Arna, een Joodse vrouw die een Palestijnse man trouwde en in de jaren negentig een theater runde in het vluchtelingenkamp Jenin. Arna en haar zoon probeerden een groepje Palestijnse kinderen enthousiast te maken voor acteren, in de hoop hen daarmee te kunnen behoeden voor de burgeroorlog die rondom hen woedde.

Enkele jaren later, vijf jaar na de dood van zijn moeder en het opdoeken van haar theatertje, keert Juliano terug naar Jenin om de balans op te maken. Wat is er geworden van de enthousiaste theatermakers? Hebben ze zich weten te ontworstelen aan de voetangels en klemmen van hun dagelijks bestaan? Of zijn ze ‘gewoon’ onderdeel geworden van het alles verslindende conflict en uitgegroeid tot martelaar (of terrorist, afhankelijk vanaf welke kant je naar het conflict kijkt)?

Het antwoord in deze bekroonde documentaire stemt helaas weinig hoopvol. Daarbij speelt ook het lot van de filmmaker, Juliano Mer Khanis, een belangrijke rol. In 2011 werd hij bij het verlaten van het theater, waarmee hij samen met zijn moeder de wereld wilde verbeteren, neergeschoten door een gemaskerde schutter. Drie jaar eerder had hij zijn dood zelf al voorspeld. Voor deze moord is tot dusver overigens niemand veroordeeld.