Harry Gruyaert, Photographer

Harry Gruyaert / Las Belgas / vrijdag 29 mei, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

De man die, letterlijk, midden in de wereld staat en er toch niet echt aan deelneemt. Of beter: die deelneemt op zijn eigen voorwaarden. Harry Gruyaert kijkt door zijn cameralens en drukt obsessief af, direct al in de openingsscène van deze documentaire van Gerrit Messiaen uit 2018. Hij laat zich door niets of niemand afleiden. De wereld, gereduceerd tot één enkel beeld. Steeds weer. Totdat Harry Gruyaert, Photographer (65 min.) heeft gevonden wat hij zocht. Écht tevreden is hij echter nooit.

Met zijn gezin naar het buitenland gaan is voor de Belgische fotograaf, werkzaam voor het prestigieuze Magnum Photos, dus geen goed idee. Zodra hij iets waarneemt, wordt de hele reis op pauze gezet. En als hij niet de gelegenheid krijgt om halt te houden, wordt Gruyaert knorrig. Hij is ook pas laat vader geworden, vertelt ie, van twee dochters die veelvuldig door hem zijn gefilmd en gefotografeerd. Harry was altijd doodsbang om zijn vrijheid te verliezen. Zodra een vriendin over kinderen begon, nam ie de benen.

In dit portret neemt Gruyaert Messiaen mee door zijn leven. Het begin daarvan, in een nette katholieke familie, werd vereeuwigd door Gruyaerts vader, die lesgaf op een opleiding voor fotografen en die uiteindelijk ruim 25 uur aan filmmateriaal van zijn eigen kinderen achterliet: zorgvuldig geënsceneerd materiaal van het gezin in het ziekenhuis als er weer een broertje of zusje was geboren, gezellig op het strand of bij het uitpakken van de Sinterklaascadeautjes. Hij zag echter geen fotograaf in zijn zoon.

Die wist dus niet hoe snel hij thuis kon wegkomen, vertelt de, ja, fotograaf in deze verzorgde film, die vanzelfsprekend is doorsneden met de beelden die hij in alle uithoeken van de wereld verzamelde. Vooral zijn uitgesproken kleurgebruik springt daarbij in het oog. Waar een ander niets bijzonders ontwaart, ontdekt Harry Gruyaert bijvoorbeeld een bijzondere lichtinval en legt het leven om hem heen stil, om die te kunnen vangen. Steeds op zoek naar iets nieuws, het onbekende dat hem bevangt.

Dit typische fotografenportret, waarin Gruyaert wordt bijgestaan door vrienden zoals documentairemaker en fotograaf Raymond Depardon, beeldhouwer Richard Nonas en schrijver David Campany, toont hem als een man voor wie de camera een noodzaak is om te kunnen leven én te blijven leven.

I Am Martin Parr

Dogwoof

Gniffelen mag. Om de openingssequentie van I Am Martin Parr (52 min.), met iconische beelden van de Britse fotograaf. Om het friet etende gezin op een rood bankje, bij een vuilnisbak die niet op z’n taak is berekend. Om het oudere echtpaar dat elkaar nauwelijks een blik waardig gunt in een sfeerloos restaurant. Om de helblonde hanenkam voor een typisch Britse telefooncel. Om de groep nette heren met een zwarte bolhoed, die ogen als overjarige Daltons. En om de baby die er nog nét bij past in de helemaal volgestouwde winkelwagen.

Typisch Martin Parr. Door regisseur Lee Shulman bovendien opgediend met een snuifje punk: White Riot van The Clash. ‘Hij heeft gedaan wat Charlie Chaplin in de stomme film deed’, stelt Parrs collega Mimi Mollica. ‘Komedie en tragedie ineen. Dat bestond nog niet in de fotografie.’ Martin Parr ziet zichzelf echter niet als een humoristische fotograaf. ‘Het leven is gewoon vreemd en grappig.’ En dus zit zijn werk vol met zowel de schoonheid als de lulligheid van het bestaan. Het duurde alleen even voordat dit op waarde werd geschat: anderen verdachten de fotograaf ervan dat hij gewone mensen te kijk zette.

Dat werd pijnlijk duidelijk toen hij in de jaren negentig lid wilde worden van Magnum Photos, het toonaangevende fotografencollectief. De helft van de leden zou ermee stoppen als Martin Parr werd toegelaten, de andere helft als er géén plek voor hem zou zijn. ‘Cultuur heeft iets tegen humor, terwijl humor de cultuur juist tempert’, schampert kunstenaar Grayson Perry daarover. ‘Dat wordt zo onderschat. Er zit zoveel performatieve ernst in de kunst. Mensen denken dat ellende belangrijker is in de kunst dan humor. Humor houdt gewichtigdoenerij en fanatisme binnen de perken.’

Terwijl zijn echtgenote Susie Parr, kunstkenners en collega’s zoals Bruce Gilden, Kavi Pujara en Harry Gruyaert hun licht over hem laten schijnen, toont Shulman hoe Parr, die ernstig ziek is geweest en zich geregeld voortbeweegt met een rollator, onvermoeibaar aan het werk blijft. Hij lijkt overal in de publieke ruimte wel wat van zijn gading te kunnen vinden: in restaurants, op de dansvloer, aan het strand, in een speelhal, achter het stuur of op de markt. ‘Niet lachen, normaal kijken’, zegt hij dan tegen de mensen voor zijn camera en legt hen vervolgens op hun paasbest, allergewoonst of ongemakkelijkst vast.

Volgens eigen zeggen wil Parr ‘de vrijetijdsbesteding van diverse klassen in de westerse wereld vereeuwigen’. Zo heeft hij meteen de wegkwijnende arbeidersklasse in Thatchers Engeland te pakken gekregen en later ook de consumptiemaatschappij en het internationale toerisme van onvergetelijke beelden voorzien. Op die manier heeft de onverzadigbare fotograaf, in de woorden van bassist Mark Bedford van de Britse skaband Madness (die natuurlijk niet ontbreekt in de lekker rafelige soundtrack van I Am Martin Parr), de wereld vastgelegd zoals die was. ‘En niet zoals hij ‘m wilde hebben.’

De bonte kermis aan beelden in dit joyeuze portret zorgt er zelfs voor dat het gewone leven, zoals eenieder van ons dat elke dag aantreft als ie z’n huis verlaat, verdacht veel op een Martin Parr-foto begint te lijken.