Terror At The Mall

Disney+

Honderden uren beeldmateriaal leveren de talloze beveiligingscamera’s in de Westgate Mall in Nairobi af op zaterdag 21 september 2013. Al-Shabaab, een van oorsprong Somalische terroristische groepering die wordt gelinkt aan Al-Qaeda, pleegt dan een brute aanslag op het luxe winkelcentrum te Kenia, waarbij in totaal 71 dodelijke slachtoffers zullen vallen.

Met deze naargeestige camerabeelden, aangevuld met de getuigenissen van Westgate-medewerkers, klanten, hulpverleners, politiemensen en nabestaanden, reconstrueert Dan Reed in deze grimmige documentaire uit 2014 de Terror At The Mall (59 min.). De terroristische operatie begint met de ontploffing van een granaat. Niet veel later beginnen vier schutters aan hun moorddadige missie door het winkelcentrum. Koelbloedig maken ze (bijna) iedereen af die hun pad kruist.

De mensen waarop zij jagen houden zich voor dood. Moeten aanzien hoe anderen sterven. Raken zelf ernstig gewond. Worden gespaard omdat ze ook moslim zijn. Verstijven van angst. Proberen met hun eigen leven dat van hun kinderen te redden. Smeken om hun baby te sparen. Wandelen met stalen zenuwen, werkelijk waar, gewoon het winkelcentrum uit. Of wagen hun leven voor anderen. Op de dag die ze geen van allen zullen vergeten. Waarop ze allemaal getraumatiseerd raken.

Hun herinneringen laden de geluidloze beelden. De paniek, moed en pure pech van die ene fatale dag werken of winkelen, als direct gevolg van een barbaars besluit om gewone burgers te offeren voor het eigen doel of ideaal. Wanneer een SWAT-team, na een chaotische interventie, met al even bruut geweld een einde maakt aan de massamoord door de vier Al-Shabaab-terroristen, over wie verder later nauwelijks iets bekend is geworden, blijven alle betrokkenen beduusd achter.

In Reeds film is bijvoorbeeld te zien hoe de chauffeur Paul Muriuki zijn toevlucht zoekt onder een olifantenbeeld, dat een balie opluistert. ‘Waarom heeft hij zich nu juist onder die olifant verborgen?’ vraagt een overlevende zich af. ‘Iedereen kon hem zien.’ En, inderdaad, even later vuurt één van de terroristen achteloos een kogel op hem af. Als Muriuki later nog blijkt te leven, volgt er nog een salvo. Net zolang totdat er bloed stroomt over de tegelvloer en al het leven uit hem is weggevloeid.

Met behulp van verteller Michael Lumsden laat Dan Reed zulke persoonlijke verhalen, de  geregistreerde beelden en de ontwikkeling van de aanslag samenkomen. De terror at the mall, en de paniek, chaos en ontzetting daarbuiten, komt zo voor even weer tot leven.

Mob War: Philadelphia Vs. The Mafia

Netflix

Ooit huldigde de nieuwe maffiabaas van Philadelphia, de Siciliaan John Stanfa, een eenvoudig parool: scoor geld, geen krantenkoppen. Toen hij en zijn getrouwen begin jaren negentig verzeild raakten in een strijd om de macht met de ‘young guns’ van Joey Merlino, ging echter elke vorm van rede overboord. De twee rivaliserende groepen begonnen te moorden. Op de ene brute afrekening volgde de andere. En op de andere weer…

‘Het lijkt wel The Godfather’, zegt maffioso Johnny Alite, die zelf overigens wel één van The Sopranos lijkt, als hij terugkijkt in Mob War: Philadelphia Vs. The Mafia (137 min.), een driedelige serie van regisseur Raissa Botterman en het team dat eerder vergelijkbare documentaireproducties zoals Fear City: New York Vs. The Mafia (2020) en Get Gotti (2023) afleverde. Gelikte georganiseerde misdaadseries die hun eigen rol spelen in de nog altijd voortdurende mythologisering van de maffia.

De mobsters die de bendeoorlog hebben overleefd kijken daar duidelijk met een zekere trots en zonder al te veel wroeging op terug. En ook de politieagenten, die met hen een duchtig partijtje Cops & Robbers speelden, halen graag herinneringen op aan de tijd dat ze de georganiseerde misdaad op de hielen zaten. Via afluisterapparatuur konden ze destijds bijvoorbeeld live horen hoe de mobsters in klare taal moordplannen smeedden, die daarna ook ten uitvoer werden gebracht.

Op die geluidsopnames wordt zelfs gesproken over ‘La Cosa Nostra’, terwijl de leden daarvan doorgaans bij hoog en bij laag bleven beweren dat deze illustere criminele organisatie helemaal niet bestond. Zo leverden de boeven zelf het bewijsmateriaal, waarmee ze later moesten worden veroordeeld. In die strijd kwamen in Philadelphia, de stad van ‘Brotherly Love’ ook de broers Ciancaglini tegenover elkaar te staan. De één streed voor Stanfa, de ander doodde voor Merlino.

Zulke wreedheden worden nu opgeroepen met sterke verhalen, straffe oneliners en volvette, zelfvoldane lachjes. Want niets brengt deze mannen van de wereld van hun stuk. Merlino zelf had naar verluidt een prijs op zijn hoofd staan: een half miljoen. ‘Voor een half miljoen dollar vermoord ik mezelf’, reageerde hij gevat tegenover een verslaggever. De gewetenloze killer John Veasey had ook geen scrupules. Toen ze hem polsten om Merlino uit de weg te ruimen, zei hij alleen: ‘Get me the gun.’

Intussen klinken hun verhalen ruim dertig jaar later maar al te vertrouwd. Afrekeningen in woonwijken? Moordmakelaars en huursoldaten? Of gerichte acties tegen familieleden van een kroongetuige? Ook Nederland kan er inmiddels over meepraten. En dan gaat de bravoure, waarmee patserige mobsters tamelijk onbekommerd herinneringen aan de maffiaoorlog in Philly opdissen, toch wat wringen.