Superleeuwen: Het Marokkaanse Voetbalsprookje

BNNVARA/Signal.Stream / vanaf maandag 26 juni op NPO

Het was zeker mooi, maar had ook iets wrangs. Nog nooit waren ze zo van ‘ons’ en toch duidelijk van ‘hen’, als toen de Nederlandse ‘Atlas Leeuwen’ voor hun andere vaderland, Marokko, grote successen vierden in Qatar. Nadat het Nederlands elftal al was uitgeschakeld, drong het nationale team van Marokko, als eerste Afrikaanse land in de geschiedenis, door tot de halve finale van het wereldkampioenschap voetbal in Qatar. In dat elftal speelden vier spelers die in Nederland zijn opgegroeid een sleutelrol: Sofyan Amrabat, Hakim Ziyech, Noussair Mazraoui en Zakaria Aboukhlal.

Khalid Alterch, alias rapper ICE en ‘Tonnano’ uit de misdaadserie Mocro Maffia, heeft de vier Marokkaanse topvoetballers weten te strikken voor Superleeuwen: Het Marokkaanse Voetbalsprookje (135 min). In deze vierdelige serie blikken ze samen met andere Marokkaanse Nederlanders zoals straatvoetballer Soufiane Touzani, schrijver Abdelkader Benali, ontwerper Aberrahmane Trabsini (modemerk Daily Paper), komiek Khalid Akouzdame (Borrelnootjez), oud-voetbalprof Ali Boussaboun, acteur Iliass Ojja, cabaretier Jawad Es Soufi (Sloegie), en Dania Boussatta, speelster van het Marokkaanse vrouwenteam, terug op het toernooi waarmee hun land zich wereldwijd in de kijker speelde – en zelfs in Nederland, waar ze zich allemaal wel eens onwelkom hebben gevoeld, de handen op elkaar kregen.

Met de wedstrijden van het WK voetbal als anker, waarvoor hij zelf met vrienden ook naar Qatar is afgereisd, gaat ICE ook met hen in gesprek over hoe ’t is om Marokkaan in Nederland te zijn. Een Marokkaanse jongen in Nederland, om precies te zijn, zo’n beetje het meest omstreden smaldeel van de vaderlandse populatie. Het is een verhaal van (gekrenkte) trots, familiegevoel en (geknakt dan wel hervonden) zelfvertrouwen. En van de herwaardering van Marokko als thuisland, ook als voetballer. Waar voor talenten het Nederlands elftal jarenlang het beoogde eindstation was, ook uit puur opportunistische overwegingen, lonken sinds het WK de Lions de l’Atlas nadrukkelijker dan ooit. Dat zien ook traditionele Nederlandse voetbalkenners als Willem van Hanegem, Andy van der Meijde en Joep Schreuder, die overigens niet al te veel toevoegen aan de reeks.

In deze miniserie wordt vooral het collectieve gevoel van Marokkaanse Nederlanders uitgedrukt. Niet zozeer via een treffend groepsportret of een helder opgebouwde thematische vertelling, maar meer in de vorm van een associatieve grabbelton van meningen, gevoelens en bespiegelingen. Tezamen schetsen die een aardig beeld van wat er leeft in de gemeenschap – en welke rol voetbal daarin speelt.

Zie Mij Doen

Cassettes For Timescapes

Jessica vindt paardrijden eigenlijk belangrijker dan een relatie, Matthias heeft een fotografisch geheugen voor datums en Quan baalt ervan dat hij tijdens de feestdagen niet naar huis kan. In Zie Mij Doen (83 min.), op het Docville-festival gekozen tot Beste Belgische Documentaire, opent Klara van Es een wereld die voor menigeen doorgaans verborgen blijft. Een wereld waarin iedereen er mag zijn en iedereen zichzelf mag zijn. Ieder met zijn eigen kwaliteiten, eigenaardigheden én beperkingen.

Want de observerende Vlaamse documentaire, geschoten in sfeervol zwart-wit en hier en daar subtiel ingekleurd met muziek, is gesitueerd in een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij staan ook letterlijk centraal in het beeld, hun begeleiders zijn niet meer dan figuranten. De bewoners lijken het best leuk te vinden dat ze worden gefilmd. De filmcrew is regelmatig onderwerp van gesprek en regisseur Van Es wordt zo nu en dan ook in de conversaties betrokken.

In die gesprekken gaan ze geen onderwerp uit de weg. ‘Je mankeert wel iets’, zegt Jessica bijvoorbeeld over haar eigen beperking. ‘Maar je hebt uiteindelijk wel evenveel rechten als gewone mensen om deel te nemen aan de samenleving.’ Even later: ‘Ik vind persoonlijk dat wij soms slimmer zijn dan mensen zonder een beperking.’ Bij een opvangmoeder zag Jessica bijvoorbeeld moeders die niet in staat waren om hun kind op te voeden. ‘Wij weten dat en beginnen daar ook niet aan.’

Kalm volgt Klara van Es de hoofdpersonen tijdens hun activiteiten, terwijl ze aandachtig meeluistert bij toevallige praatjes of bewust door de begeleiders aangezwengelde (groeps)gesprekken. Zo dringt ze door tot de eigenlijk heel normale levens van bijzondere mensen. Want hoewel de bewoners misschien anders ogen en klinken dan Jan Modaal en Mien uit Assen, zoeken ze eigenlijk hetzelfde in het leven als willekeurig welk ander mens: geluk en liefde. En dat is, gewoon en toch ook weer niet, heel mooi om te zien.