Sins Of My Father

HBO

Sebastian Marroquin was pas zestien toen zijn vader in december 1993 werd gedood in de stad waarin hij zo lang had geheerst, Medellin. De zoon van de beruchte Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar hoorde het nieuws van een verslaggeefster. ‘Hallo, wilt u ons aub niet storen?’ nam Sebastian toen de telefoon op. ‘We kijken net naar de televisie en denken dat het nieuws over mijn vader niet klopt.’

Zij hielp hem direct uit de droom, die net zo goed een nachtmerrie kon worden genoemd. ‘De politie heeft het nieuws zojuist bevestigd. Hij was in het winkelcentrum Obelisco in Medellin.’ Heel even klonk Sebastian daarna als de zoon van zijn vader. ‘Ik ga alle klootzakken die hem vermoord hebben zelf doden.’ Al snel volgde de bezinning. Samen met zijn moeder Maria Isabel Santos en zus vluchtte hij vervolgens naar Argentinië.

Daar zoekt regisseur Nicolas Entel hem vijftien jaar later op voor Sins Of My Father (88 min.). ‘Mensen kunnen ons niet verbieden om van mijn vader te houden’, zegt Sebastian dan. ‘Het heeft geen zin om te ontkennen dat we een liefdevolle relatie hadden. Een gewone familierelatie.’ Voor hem was de alom gevreesde Pablo Escobar de man die een verhaaltje voorlas. Of de zanger die, niet al te toonvast, La Donna È Mobile galmde.

Toch heeft Juan Pablo Escobar, zoals de echte naam luidt van Sebastian Marroquin, zich wel degelijk te verhouden tot het criminele verleden van zijn liefdevolle vader. Die tekende bijvoorbeeld voor twee schokkende politieke moorden, op minister van justitie Rodrigo Lara Bonilla in 1984 en op presidentskandidaat Luis Carlos Galán, vijf jaar later. Zijn zoon zoekt nu contact met hun kinderen, om hen om vergiffenis te vragen.

‘Toen mijn vader overleed, was ik acht jaar oud’, vertelt Lara Bonilla’s zoon Rodrigo. ‘Ik herinner me hoe ik muziek luisterde en dan fantaseerde over hoe ik een wapen in mijn hand had en zijn dood zou wreken.’ Ook hij moet in deze bespiegelende film over z’n eigen schaduw stappen. Want mag een zoon gestraft worden voor de zonden van zijn vader? En verdient Sebastian niet gewoon de erkenning dat ook hij een slachtoffer is?

Entel tast dit terrein, in het kielzog van zijn bedachtzame hoofdpersoon, voorzichtig af in deze bezonken film, die de schurkenmythe rond Pablo Escobar terugbrengt tot menselijke proporties en die zich vervolgens ontwikkelt tot een overtuigend pleidooi voor vergeving en verzoening.

Amsterdam Narcos

SkyShowtime

Het kon natuurlijk niet uitblijven. Na Liverpool, Ibiza en Dublin Narcos is er nu ook Amsterdam Narcos (142 min.) een driedelige serie van Tash Gaunt over hoe de hoofdstedelijke penoze, mede mogelijk gemaakt door het Nederlandse gedoogbeleid, in de jaren tachtig en negentig is uitgegroeid tot een toonaangevende speler in internationale onderwereld.

En die escalatie begint met – natuurlijk, met wie anders? – Klaas Bruinsma. ‘The Godfather of the killing fields of Amsterdam’, aldus Steve Brown, de controversiële eigenaar van de coffeeshop The Happy Family. Bruinsma, afkomstig uit een gegoed milieu, heeft zo op het eerste oog niets van een klassieke gangster. Hij opereert echter als een keiharde crimineel en verwerft al gauw z’n eigen bijnaam: De Dominee, tevens de titel van de verfilmde biografie van misdaadjournalist Bart Middelburg.

Bruinsma vormt een team met Thea Moear, de eerste vrouw in de hashhandel. De ouders van ‘The Godmother’ waren al drugssmokkelaars, vertelt ze, in het Engels, in deze vet aangezette internationale productie. Pa Moear bracht ‘t mee vanuit Indonesië. En haar voormalige echtgenoot Hugo Ferrol levert vervolgens het ‘inciting incident’ voor een heuse drugsoorlog. Nadat Ferrol de Godfather en -mother flink tegen de haren heeft gestreken, geeft Bruinsma namelijk twee bodyguards de opdracht om hem om te leggen.

Deze liquidatie wordt echter nooit uitgevoerd. Met ketchup zetten zij een executie in scène, vanuit het idee dat Ferrol dan met de noorderzon vertrekt. Bruinsma krijgt alleen al snel in de smiezen dat hij is opgelicht en laat zijn voormalige bodyguards rücksichtslos afmaken. ‘Dat wij ‘t gedaan hebben, daar is nooit wat van bewezen’, houdt Moear, in het Nederlands, staande. ‘Wat ze ook hebben gedacht. Klaar!’ Gaunt probeert ‘t toch nog even: ‘It’s a mystery.’ ‘Yes’, reageert Moear, ook in het Engels. ‘And it will stay a mystery.’

De voormalige Godmother, die zich terugtrekt als de Amsterdamse drugsoorlog verder ontspoort, speelt haar rol van grande dame van de Nederlandse onderwereld nog altijd met verve in deze miniserie. ‘If it is necessary’, zegt ze over het buitensporige geweld van haar organisatie. ‘It is necesarry.’ In dezelfde periode introduceren sannyasins van de Bhagwan-beweging ecstacy in Nederland, het thema van de tweede aflevering van deze miniserie, die met fraai archiefmateriaal en slicke reconstructies is aangekleed.

En als er geld valt te verdienen, mengen vrijbuiters zoals de voormalige kraker Ilja Reiman van de Multigroove-feesten en het stel Johan en Brenda Toet, de zelfverklaarde Nederlandse Bonnie & Clyde, zich ook al snel in de ecstacyhandel. Samen met medestanders, Britse beroepscriminelen, journalisten en politiemensen krijgen zij alle gelegenheid om herinneringen op te halen aan de periode waarin de wereld aan hun voeten lijkt te liggen, voordat ze natuurlijk toch tegen de lamp lopen – en God vinden.

De slotaflevering belicht de Delta-Groep, een internationaal opererende cocaïnebende, die met het Interregionaal Recherche Team van doen krijgt. Dit IRT begint op grote schaal drugs door te laten, in de hoop zo de verantwoordelijken in te kunnen rekenen. Delta-groep-lid Daniel Belinfante (eerder te zien in de miniserie De IRT Affaire), de aan coke verslaafde uitsmijter Wilfred K. en politieman Johan van Kastel die werd neergezet als de ‘kwaaie pier’ van het IRT, kaderen deze spraakmakende zaak in.

Met terugwerkende kracht worden zo de begindagen van Nederland als drugsnatie opgeroepen. Een misdaadgeschiedenis waarop nog altijd wordt voortgeborduurd – en dat vervolg zal ongetwijfeld z’n weg vinden naar nog veel meer documentaire(serie)s.