Indië Verloren… Selling A Colonial War

Periscoop Film

Onze jongens gingen de lokale bevolking helpen. Zo probeerde de Nederlandse regering de oorlog in Indonesië, dat zich na de Tweede Wereldoorlog los wilde maken van de westerse kolonisator, tenminste jarenlang te framen. En gevechtshandelingen door Nederlandse troepen werden, in een opzichtige poging om de geschiedenis te falsificeren, verkocht als een binnenlandse aangelegenheid: ‘politionele acties’.

In Indië Verloren… Selling A Colonial War (131 min.), onlangs bekroond met de Beeld & Geluid IDFA ReFrame Award, onderzoekt In-Soo Radstake de pijnlijke geschiedenis van Nederlands Indïe, die in de jaren 1947-1949 tot een climax komt tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Het Nederlandse leger, waaronder veel dienstplichtigen, heeft zich daarbij schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. Ruim een halve eeuw later komen daarvan echter pas de eerste beelden naar buiten. Decennialang heeft niemand, een enkele klokkenluider daargelaten, zijn vingers eraan durven te branden.

Met een bulk aan onthullend, inzichtelijk en ontluisterend beeld- en geluidsmateriaal, van commentaar voorzien door onafhankelijkheidsstrijders en Nederlandse en Indonesische veteranen en ingekaderd met behulp van Indonesische, Amerikaanse, Australische en Nederlandse historici en onderzoekers, waadt Radstake behoedzaam door het stinkende moeras dat is ontstaan rondom een ogenschijnlijk best eenvoudig conflict tussen een westerse kolonisator en een kolonie die zich na eeuwenlange overheersing eindelijk los wil maken.

De situatie wordt echter ernstig bemoeilijkt door de weerspannigheid van de Nederlandse overheid (niet gehinderd door de slaafse pers), politieke strubbelingen binnen Indonesië zelf en de gespannen internationale verhoudingen. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin de Aziatische eilandstaat bezet is geweest door Japan, breekt vrijwel direct de Koude Oorlog uit en begint bij de Verenigde Staten en andere westerse mogendheden de zogenaamde Dominotheorie opgeld te doen. Indonesië mag dus in geen geval in communistische handen vallen.

Indië Verloren… lijkt soms bewust ruw gemonteerd en laat zien dat de deskundigen ook niet altijd alle kennis direct paraat hebben, soms even de tijd moeten nemen om iets op te zoeken of door de filmmaker nadrukkelijk worden geïnstrueerd of ingefluisterd. De functie daarvan is niet helemaal helder – of het moet bedoeld zijn als bewijs dat het hier om een gecompliceerde geschiedenis gaat, die alle betrokkenen noopt om de verschillende gebeurtenissen, denkbeelden en ontwikkelingen op kousenvoeten te doorlopen.

Ruim 75 jaar na dato blijkt de term ‘oorlogsmisdaden’, ondanks excuses van de Nederlandse regering, bijvoorbeeld nog altijd zeer gevoelig te liggen. En ook in Indonesië verkiest menigeen een eenvoudig heldenverhaal boven de diffuse en soms ook gewoon ongemakkelijke waarheid, die in deze breed opgezette, stevig doortimmerde en ook nog steeds urgente film wél de ruimte krijgt. Want wie het verleden niet kent (of wil kennen), is gedoemd om dat te herhalen.

Hearts And Minds

Military Report

Als er één land met zelfvertrouwen uit de Tweede Wereldoorlog is gekomen, dan moet het de Verenigde Staten zijn. Het idee van Amerika als politieagent van de wereld heeft zich dan stevig in het collectieve zelfbeeld vastgezet. Een militaire kracht ten positieve. Onoverwinnelijk. En voortgedreven door hoogdravende idealen.

Deze Oscar-winnende anti-oorlogsfilm uit 1974, waarin Amerika’s tragische exercitie in Vietnam wordt belicht, maakt voor eens en altijd korte metten met dat idee. Het superioriteitsgevoel van de VS – op een treffende manier belichaamd door fier zingende soldaten uit de musical This Is The Army, die beweren dat ze ‘dressed up for victory’ zijn en beslist ‘won’t stop winning’ – wordt door regisseur Peter Davis op alle mogelijke manieren uitgekleed. Tot er niet veel meer rest dan militair jargon als ‘kill ratio’, ‘free fire zones’ en ‘search & destroy’. Of, zoals Amerikaanse Vietnam-veteranen hun modus operandi tegenover elkaar kortweg samenvatten: ‘kill some gooks’.

Davis start bij het begin. ‘Ons idee over vooruitgang beperkt zich niet tot ons eigen land’, zegt de Amerikaanse president Harry Truman (1945-1953), met gevoel voor understatement. ‘Dat delen we met mensen in de hele wereld.’ Zijn woorden worden direct gevolgd door bombardementen en beschietingen in Vietnam. Die beelden zijn een logisch gevolg van de acties van Trumans opvolgers. Van Eisenhouwers domino-theorie, dat de hele wereld direct communistisch wordt als ze Vietnam laten vallen, via Kennedy’s eenzijdige blik op het licht aan het eind van de tunnel tot Johnsons larmoyante betoog dat ze de Hearts And Minds (112 min.) van de plaatselijke bevolking moeten winnen.

Tegenover verdedigers van die doctrine, zoals ideoloog Walt Rostow, generaal William Westmoreland en de voormalige krijgsgevangene George Coker, plaatst Davis enkele landgenoten met gewetensbezwaren, een dienstweigeraar én defensieanalist Daniel Ellsberg, die geheime documenten over de oorlog lekte, de Pentagon Papers. Ellsberg windt er geen doekjes om: ‘We willen er niet aan dat dit onze oorlog is, want dat zou inhouden dat we moeten erkennen dat de slachtoffers die aan beide zijden zijn gevallen een gevolg zijn van ons eigen beleid en dat we misschien aan de verkeerde kant vechten. Wij vechten niet alleen aan de verkeerde kant, wij zíjn de verkeerde kant.’

Voor die stelling is zonder al te veel moeite bewijs te vinden. Davis laat vaak eerst de arrogante onwetendheid van Amerikaanse beslissers zien en daarna de dood en destructie die zij aan het andere eind van de wereld zaaien. Gewone Vietnamezen tonen vervolgens wat er werkelijk in hun harten en hoofden omgaat en hoe ze kapot gaan van verdriet om wat er bij hen, in hun familie of onder hun volk is aangericht. ‘De Oriëntaal hecht nu eenmaal niet zoveel waarde aan het leven’, bestaat William Westmoreland, die vier jaar lang bevelhebber van de Amerikaanse troepen in Vietnam was, ‘t desondanks te zeggen. ‘Het leven is overvloedig en goedkoop in de Oriënt.’

Intussen blijft de Amerikaanse generaal ziende blind en horende doof voor de rol die hij en de zijnen daarin hebben gespeeld – en die glashelder is voor iedereen die dit krachtige schotschrift tegen Amerika’s brute oorlogsdrift heeft gezien.