Via surfen, kitesurfen en skydiven is Jonneke van Dooren in steeds extremere sporten beland. Inmiddels maakt de jonge Nederlandse vrouw alweer enige tijd deel uit van de basejump-gemeenschap, een internationaal gezelschap van enkele duizenden springers dat z’n eigen grenzen blijft verkennen.
‘Die goeie angst’, legt ze uit in Stel Dat Je Vliegt (28 min.). ‘Dat is echt wel een fijn gevoel.’ En ‘the stoke’, de euforie erna, is zelfs onbetaalbaar en spat ook van het scherm in de talloze filmpjes die ze van hun sprongen maken en delen. Als alles goed is gegaan, tenminste. Janneke heeft al diverse vrienden verloren, vertelt ze aan haar goede vriendin Coco Belize Koldijk, de maker van deze straffe korte documentaire. Twee handen vol.
Getuige de halsbrekende toeren die ze uithalen, op beelden die zijn gemaakt vanaf een exitpunt of juist vanuit het oogpunt van de jumper, kan dit geen verrassing zijn. Ze zoeken het gevaar op, om oog in oog met de dood boven zichzelf uit te stijgen. Zoals Johno. Hij bracht Jonneke aan het wankelen. Met hem zag ze zowaar een toekomst ‘waarin we dezelfde hoeveelheid avontuur konden hebben, zonder dezelfde hoeveelheid risico.’
Dat zou anders lopen. Op een ochtend, nadat ze samen naar een trouwerij waren geweest, hadden Johno en Jonneke nog enkele uren om te doden en besloten ze om samen een duosprong te maken. Nu lijkt zij weer terug bij af, in deze geladen film die soepeltjes schakelt tussen opwinding en hartzeer. Klaar voor de volgende sprong in het diepe of onbekende. Alsof/omdat er geen weg terug is.
‘Als jij er niet meer bent wanneer deze film uitkomt’, vraagt documentairemaker Shaul Schwarz bij de start van Fly (110 min.) aan Scotty Bob Morgan, ‘wat wil je dan dat mensen ervan opsteken?’ Als de vraag, die later in de film nog extra lading zal krijgen, wordt gesteld, begint de Amerikaanse basejumper te lachen. ‘Daar geef ik geen antwoord op, want ik zal er nog zijn.’
Al een jaar of negen springt de Irak-veteraan Morgan vrijwel wekelijks in z’n wingsuit van duizelingwekkende hoogten. Als een menselijke vleermuis scheert hij dan zo dicht mogelijk over de boomtoppen of vliegt hij verdacht laag bij de grond. Het is therapeutisch, zegt hij. En levensgevaarlijk, dat ook. Zijn moeder krijgt regelmatig de vraag waarom ze eigenlijk geen bezwaar maakt. ‘Ik zeg dan: Scott zou niet gelukkig zijn als hij niet kon vliegen.’
Dat lijkt eveneens op te gaan voor de andere hoofdpersonen van deze duizelingwekkende film, waarvoor Schwarz samen met coregisseur Christina Clusiau zeven jaar lang in het gezelschap van enkele doorgewinterde basejumpers verkeerde, terwijl die hun leven, bijna routineus, in de waagschaal stelden. Zeker Marta Empinotti kent de mogelijke gevolgen: haar vriend Steve kwam in 1987 om het leven. Na een korte pauze begon ze echter toch weer te jumpen.
Inmiddels springt Marta met haar huidige partner Jimmy Pouchert weer alsof haar leven ervan afhangt. Ze organiseren ook groepsreizen, waarbij nieuwelingen die enerverende combinatie van vrijheid en gevaar kunnen leren kennen. Marta vergelijkt basejumpen met een religieuze ervaring. Haar vriend is er al even verknocht aan. Hij ervaart na die eerste afzet een gevoel van absolute gelukzaligheid en verlegt daarom steeds zijn eigen grenzen. Op het roekeloze af.
De bekende Noorse basejumper Espen Fadnes ging als kind voor het eerst de bergen in met zijn vader, een gedreven klimmer. Van hem leerde hij dat je best risico mag nemen voor je plezier. Zijn Britse vriendin Amber Forte heeft eigenlijk een hekel aan de angst en het gevaar, maar zij houdt dan weer van de vrijheid van het basejumpen. Samen met Espen stort ze zich regelmatig de diepte in. De twee excelleren in synchroon skydiven en doen ook mee aan wedstrijden.
Fly toont deze waaghalzen op hun allerbest: als ze daadwerkelijk een ultieme droom van de menselijke soort lijken waar te maken en even kunnen vliegen. Met behulp van geavanceerde camera’s, drones en GoPro’s leggen Clusiau en Schwarz hun vervaarlijke vluchten op een werkelijk adembenemende manier vast. Tegelijkertijd zijn er de zegeningen van hun persoonlijke levens: relationeel geluk, vriendschap en het gezinsleven. Ook dan lijken ze af en toe te zweven.
Daartegenover staat de redenen waarom ze soms de vlucht naar voren kiezen en de pijn en het verdriet als het dan tóch een keer misgaat. Fly herbergt bijvoorbeeld net zoveel spanning als de documentaires Free Solo en Skywalkers: A Love Story – waarin de hoofdpersonen, een klimmer die bergwanden opgaat zonder zekering en een koppel dat illegaal de hoogste toppen van de wereld beklimt, eveneens opzichtig het lot tarten – maar belicht daarnaast ook het bijbehorende drama.
De gedachte dat ze er zelf om hebben gevraagd als het misgaat, volstaat dan niet. Wie eenmaal mee is gegaan in hun spannende avonturen, heeft gezien wie de mensen achter die aerodynamische vleermuispakken zijn en een idee denkt te hebben gekregen over waarom ze doen wat ze doen, leeft onvermijdelijk ook hartstochtelijk mee als het onvermijdelijke dan tóch gebeurt in deze bijzonder enerverende en aangrijpende film.