Losers

Netflix

Bij een serie sportdocumentaires over ‘losers’ ga je automatisch bedenken wat Nederlandse bijdragen aan de reeks zouden kunnen zijn. Even vluchtig nadenken leverder al snel op: de onfortuinlijke debutant in het Nederlands elftal Marcel Peeper, schaatser Hilbert van der Duim die een ronde te vroeg dacht dat hij klaar was (commentator Leen Pfrommer: ‘Hilbert, jongen, je moet doorrijeh!’) en de spelers van het Feyenoord dat in 2010 met 10-0 werd afgedroogd door PSV.

In Losers, een pakkende titel waarbij de vlag de lading niet helemaal dekt, worden acht vergeten sportverhalen opgediept. Niet zozeer over verliezers als wel over sporters die werden geconfronteerd met diepe teleurstellingen of fikse ontberingen. Over een bokser die eigenlijk nooit de ring in wilde (en liever in Hollywood had gewerkt) en tegen een pijnlijke knockout oploopt. Een Brits voetbalteam, dat degradatie uit de allerlaagste divisie probeert te voorkomen en in het allesbeslissende duel wordt geconfronteerd met een bijtgrage politiehond. En een zwarte kunstschaatster uit Frankrijk die de volledig witte ijsdanswereld op zijn grondvesten doet schudden.

Meest in het oog springend is het relaas van de Italiaanse marathonloper Mauro Prosperi. Hij belandt tijdens de Marathon des Sables, een loodzware woestijnrace in Marokko, in een zandstorm, raakt vermist en moet noodgedwongen zijn eigen urine drinken en vleermuizen eten om te overleven. Het kost hem niet alleen bijna zijn leven. ’Met Indiana Jones leven is moeilijk omdat Indiana Jones er nooit is’, zegt zijn vrouw Cinzia met de nodige (zelf)spot. ‘En Indiana Jones denkt dat het hele leven uit avonturen bestaat. Maar het leven zelf is het avontuur.’

Deze achtdelige serie van Mickey Duzyj heeft een opzet die is te vergelijken met Andere Tijden Sport. In afleveringen van ongeveer een half uur wordt een vormende gebeurtenis uitgewerkt met de betrokken sporter, diens directe omgeving en enkele kenners van de desbetreffende sport. Het is een aanpak die bijna niet kan mislukken, al is-ie ook wat voorspelbaar. Alleen de geanimeerde scènes, waarmee herinneringen en gebeurtenissen uit het verleden worden verbeeld, geven Losers een eigen signatuur. In essentie zijn het echter gewoon verhalen, zoals die al veel vaker, soms beter en vaak slechter, zijn verteld. Over (jezelf) overwinnen – of niet.

En daarvan zijn er, zo lijkt het, nooit genoeg.

Cradle Of Champions

Illustere kampioenen als Sugar Ray Robinson, Floyd Patterson en Mohammed Ali stonden er in de arena – en gingen ten onder. Volgens Cradle Of Champions (99 min.) hebben The Golden Gloves, de amateurkampioenschappen van New York die sinds 1926 worden georganiseerd door The Daily News, nochtans meer wereldkampioenen bij de professionals afgeleverd dan de Olympische Spelen.

Deze documentaire volgt enkele vechters die de Gloves willen gebruiken als springplank naar een profcarrière. Voor Titus Williams, die al zo’n beetje alles heeft gewonnen in de wijde omtrek, moet het toernooi de glorieuze afsluiting worden van zijn periode als amateur. Maar is de trouwe kerkganger Williams nog wel hongerig genoeg?

Dat kan nooit het probleem zijn van Williams-uitdager James Wilkins. Volgens zijn coach is het straatschoffie Wilkins een Mike Tyson-achtige figuur; zodra hij niet met boksen bezig is, komt hij direct in de problemen. Boksen geeft zijn leven de richting die het anders ontbeert. Hij is dus genoodzaakt om te vechten. Maar is Wilkins wel gedisciplineerd genoeg?

Nisa Rodriguez doet het intussen allemaal voor haar zoontje Emerson. Met haar 24 jaar heeft de alleenstaande moeder uit het zuiden van de Bronx de felbegeerde titel al vijfmaal in de wacht gesleept. Eenmaal voor elk levensjaar van haar kind. Maar hoeveel titels heeft Rodriguez nog in zich? En kan ze zich straks kwalificeren voor de Olympische Spelen?

Deze observerende documentaire van Bartle Bull duikt diep in die typische bokscultuur. Van zweterige boksscholen, waar eenzame strijders, onder de bezielende leiding van gestaalde coaches, zichzelf een weg uit hun eigen leven willen vechten. Waarna ze in een kolkende arena, aangevuurd, uitgedaagd en beschimpt door diezelfde coaches, voor enkele minuten boven zichzelf en die ander proberen uit te stijgen.

The Last Fight


Meteen na de massieve armschroef, waarmee ze het gevecht rigoureus beëindigt, volgt de knuffel. Van opponent, die moest worden vernietigd, is die ander ineens een soort vriendin geworden. Binnen luttele minuten, waarin (vrijwel) alles mag, hebben ze zoveel met elkaar meegemaakt – en elkaar aangedaan. En nu volgt de ontlading: het gevoel van broederschap (of liever: zusterschap).

Marloes Coenen neemt weinig tijd om het zoet van de overwinning te proeven. De volgende uitdager, ene Alexis Dufresne, klopt zich alweer op de borst. Die lusten de Nederlandse kooivechtster, haar betrokken vriend/trainer Roemer Trompert en Coenens sergeant-achtige coach Martijn de Koning rauw. Het is de paradox van vechtsporten: de potentiële hartsvriendin van straks is nu een bitch die he-le-maal kapot gemaakt moet worden.

De 34-jarige Nederlandse fighter kán niet verliezen, zo is de stellige overtuiging van haar begeleidingsteam. Dufresne is niet meer dan een hobbel op de weg naar The Last Fight (76 min.), waarbij Coenen de wereldtitel Mixed Martial Arts (MMA) in de wacht gaat slepen en haar lange carrière op glorieuze wijze zal beëindigen. Is het de hoogmoed, die voor de onvermijdelijke val komt? Voor vechters telt immers alleen het eerstvolgende gevecht.

Deze documentaire van Victor Vroegindeweij registreert van heel dichtbij hoe Coenen en de haren voor elk gevecht in een tunnel proberen te stappen; met oogkleppen op, volledig gefocust op het einddoel. Kan Coenen zich echter nog steeds volledig overgeven aan de bikkelharde trainingen en kan haar lijf dat ook aan? Is ze nog bevattelijk voor de gestaalde, maar ook wat routineuze peptalk van haar coach (‘er is maar één manier en dat is winnen’)? En geloof ze écht volledig in zichzelf als ze haar opponent tijdens het verplichte neus-tegen-neus ritueel voor de wedstrijd diep in de ogen kijkt?

Coenens persoonlijke strijd wordt door Vroegindeweij meeslepend in beeld gebracht. De toevoeging van de Amerikaanse acteur Bruce Dern als verteller, die waarschijnlijk een blik in de ziel van de vechter moet geven, voelt alleen een beetje gekunsteld en leidt ook wat af van de hoofdpersoon zelf, die zich van haar kwetsbaarste kant laat zien. Haar laatste gevecht is in zicht, maar kan ze eigenlijk wel zonder vechten? En (hoe) gaat ze dat gevecht zelf eigenlijk overleven?