Geschenk Uit De Bodem

KRO-NCRV

De enorme grijparm van een sloopmachine stevent af op de camera, die binnen een Groningse Jarino-woning is opgesteld. Enkele seconden later verpulvert de grijper het raam van de kamer. Het bijbehorende kozijn wordt er vervolgens met donderend geraas eveneens uitgetrokken.

Welkom bij de documentaire Geschenk Uit De Bodem. Welkom ook in Loppersum, waar aardgaswinning ervoor heeft gezorgd dat een ogenschijnlijk comfortabele woonwijk uit de jaren zeventig moet worden gesloopt, zodat er ‘aardbevingsbestendige’ woningen’ kunnen komen.

In dat opmerkelijke gegeven, met de bijbehorende terminologie, zit eigenlijk de gehele Nederlandse verhouding tot het Groningse aardgasveld verscholen. De brenger van welvaart en voorspoed heeft het dagelijks welbevinden in Grunnen inmiddels behoorlijk gedestabiliseerd.

Toch is Geschenk Uit De Bodem (87 min.) bepaald niet de woedende protestfilm, waarop bepaalde actievoerders wellicht hadden gehoopt. De documentaire van Paul Cohen en Martijn van Haalen heeft eerder een tragikomische toon. Omdat in Nederland elk nadeel nu eenmaal ook zijn voordeel heb.

Zo heeft die aardbevingsproblematiek bijvoorbeeld voor extra werk gezorgd, beweert een man tegenover enkele bouwvakkers, die in het kader van hun sloopwerkzaamheden naar een cursus ‘omgaan met gevoelens’ zijn gestuurd. En wat doe je als je ergens komt op visite?, wil een andere gespreksleider weten. ‘Groeten’, antwoordt één van de slopers direct. ‘Precies!’

Je kunt Geschenk Uit De Bodem niet alleen zien en horen, maar soms ook bijna ruiken. Spruitjeslucht, om precies te zijn. Zo sneuvelen goede bedoelingen op Hollandse regelzucht, laten ‘risico’s’ zich volgens een contactpersoon van kritische bewoners direct ombouwen in ‘kansen’ en worden keiharde protestacties gesmoord in pure gezelligheid.

Op het Nederlands Film Festival won de documentaire, die volgens de jury ‘een scherp oog voor de absurde kanten van het Nederlandse poldermodel’ laat zien, de prijs van de Kring van Nederlandse Filmjournalisten. Welke doorgewinterde polderaar zou het daarmee oneens kunnen zijn?

Harlan County USA


‘Which side are you on?’, zingt de inmiddels bejaarde activiste Florence Reece de stakende mijnwerkers en hun vrouwen toe in een sleutelscène van deze Oscar-winnende documentaire uit 1976. De legende wil dat ze het nummer als twaalfjarig meisje schreef toen haar vader deelnam aan een mijnwerkersstaking. Zelf houdt ze ’t op de jaren dertig, toen de crisis ongenadig huishield in Anytown, USA.

‘Mijn vader stierf in een kolenmijn’, vertelt ze haar gehoor met schorre stem. ‘En mijn man gaat ten onder aan stoflongen.’ Echt goed zingen kan ik niet, beweert ze even later. Waarna ze op onvaste toon ieders hart verovert. Conclusie: je bent een vakbondsman of een stuk tuig dat voor de bazen werkt. Aan welke kant sta jij eigenlijk?

Harlan County, USA (104 min.) van Barbara Kopple roept een vergeten wereld en verloren manier van leven op. Van mannen met verweerde koppen, die afdalen naar de diepste krochten van de aardkloot om zwart goud boven te halen. En van ouderwetse huisvrouwen, met gebloemde jurkjes en haar op de tanden, die ervoor zorgen dat ze hun rug recht houden als die verrekte bazen hun ziel aan de Duivel proberen te verkopen.

De mijnen mochten niet dicht. Nooit! Maar dat gingen ze natuurlijk wel. Veertig jaar later is het moeilijk om je voor te stellen hoe het anders had kunnen lopen. Maar toen, te midden van ellenlange stakingen die het uiterste vroegen van gewone mannen, vrouwen en hun gezinnen, was dat simpelweg ondenkbaar. Met de moed der wanhoop spreken, zingen en schreeuwen de mijnwerkersfamilies elkaar in deze meeslepende film naar een acceptabele deal, die uiteindelijk weinig waard zou blijken te zijn.

Taxibotsing


In zijn debuutfilm Roger And Me ging Amerika’s bekendste documentairemaker Michael Moore ooit een filmlang op zoek naar de CEO van General Motors, Roger Smith. Met het sluiten van de plaatselijke fabriek zou die verantwoordelijk zijn geweest voor massawerkeloosheid in Moores geboortestad Flint, Michigan.

In de documentaire Taxibotsing (55 min.) kiest good old Frans Bromet, die op 73-jarige leeftijd liefst elke dag nog gaat filmen, een vergelijkbare insteek. Hij probeert de baas van Über, de Nemesis van de gemiddelde taxichauffeur, te spreken te krijgen. En als dat op niets uitloopt, haalt Bromet alles uit de kast om een interview te regelen met de Nederlandse vertegenwoordiger van de ambitieuze Amerikaanse startup.

De uitkomst laat zich raden en is exemplarisch voor de manier waarop Über de Nederlandse vervoersmarkt probeert te penetreren; met veel slagkracht en weinig zin om zich te verantwoorden. En dus stapt Frans Bromet, die eerder dit jaar een Ere-Nipkowschijf kreeg voor zijn omvangrijke oeuvre, in de auto bij zowel reguliere taxichauffeurs als een Überrijder.

Gezamenlijk vertellen zij, vanachter het stuur natuurlijk, het verhaal van de hoofdstedelijke taxiwereld, waar het er soms stevig aan toe kan gaan. Kleine zelfstandigen stellen zich te weer tegenover een grote gezichtsloze vijand, die zelf overigens ook weer kleine zelfstandigen aan het werk zet.

Volgens NRC-journalist Wouter van Noort wil Über de Facebook- of Google van het vervoer in steden worden. Bromet vraagt zich in deze oerdegelijke film af of het bedrijf, in navolging van bijvoorbeeld Airbnb, voor illegale broodroof of gewoon gezonde concurrentie zorgt.