Butterfly City

butterfly_city

 

‘We hebben de kip met de gouden eieren de nek omgedraaid’, zegt één van de inwoners van de Litouwse stad Visaginas, bijgenaamd Butterfly City (53 min.). Om te mogen toetreden tot de Europese unie moest de Ignalina-kerncentrale, waarvoor de stad in de jaren zeventig speciaal is gesticht, worden ontmanteld. Europa kon geen tweede Tsjernobyl gebruiken (of wilde gewoon geen kroonjuweel van de Sovjet-Unie overnemen).

Inmiddels dreigt de voormalige Sovjet-modelstad, waar vooral Russisch werd gesproken, te verworden tot een spookstad, waar bovendien tweespalt heerst. De ontwikkelingen in een andere voormalige satellietstaat van de Sovjet-Unie, Oekraïne, zetten ook de onderlinge verhoudingen in Visaginas flink onder druk, zo blijkt uit deze sfeervolle documentaire van Olga Cernovaite.

De Russen die bijna een halve eeuw geleden met de kerncentrale meekwamen naar de Baltische staat, zweren nog altijd bij hun voormalige moederland en voelen zich te midden van de oplopende etnische spanningen bovendien regelmatig de zondebok (terwijl ze in Rusland waarschijnlijk ook als buitenlander zullen worden behandeld). Zo ontvouwt zich het verhaal van een gespleten gemeenschap die zijn eigen toekomst in de hand probeert te nemen – en intussen ook gewoon moet zien te overleven.

The Workers Cup


Frankrijk is nog geen wereldkampioen of wij Nederlanders richten het vizier – noodgedwongen – alweer op het volgende wereldkampioenschap, in Qatar in 2022. Over vier jaar moet er een uitgebreide voetbalinfrastructuur zijn aangelegd in de Arabische golfstaat, die tegen de verwachtingen in enkele jaren geleden de organisatie van het WK heeft bemachtigd.

In dat kader verblijven er inmiddels ruim anderhalf miljoen, grotendeels Aziatische, Afrikaanse en Arabische arbeiders in Qatar. Gezamenlijk vormen ze op dit moment zestig procent van de totale bevolking van het land. Ze wonen in werkkampen en maken zo’n twaalf uur per dag, vaak zeven dagen per week. De arbeidsomstandigheden zijn belabberd. Al te veel gelegenheid om te klagen of een andere baan te zoeken is er echter niet, want hun werkgever heeft hun werkvergunning in beheer.

Gelukkig mogen ze zelf ook een potje voetballen. De bedrijven waarvoor ze werken hebben zich ingeschreven voor de strijd om The Workers Cup (58 min.), een toernooi dat door de WK-organisatie is georganiseerd om het voetbal in eigen land te promoten. Deze stevige documentaire van Adam Sobel volgt enkele spelers van het team van de Gulf Contracting Company (GCC). ‘Ons bedrijf heeft veel voor ons gedaan en daarom moeten we vandaag winnen’, houdt trainer Dean zijn mannen uit Kenia, Ghana, India en Nepal voor. Daarbij kunnen ze volgens hem uit eigen kracht putten: ‘eenheid in diversiteit.’

Buiten het veld bestaat het leven van de spelers uit niet veel meer dan werken, waarbij ze tussen de bedrijven door contact proberen te houden met hun vroegere leven en de geliefden die zijn achtergebleven in eigen land. Binnen de lijnen vinden ze een gelegenheid om zich te onderscheiden. De wedstrijden worden beleefd als echte WK-krakers. Waar hun werkgever vooral uit lijkt op prestige, staat er voor de voetballers zoiets elementairs als zelfrespect op het spel. Hoe blijf of word je meer dan een onbeduidend radertje in het systeem? Met een benutte penalty of katachtige reflex misschien?

Het Schoonmakersparlement

BNNVARA

Schoonmaken moet zo ongeveer de ondankbaarste job zijn die er bestaat; de plek die je nu spic en span achterlaat, is binnen de kortste keren weer bevuild. Zodat je de volgende keer helemaal opnieuw kunt beginnen. In de wetenschap dat dezelfde klus al snel weer moet worden gedaan. En weer.

Het is onzichtbaar werk, dat wordt verricht door onzichtbare mensen, die bij het krieken van de dag of in de avonduren aan de slag gaan. Vrouwen, allochtonen en laagopgeleiden, zo luidt het vooroordeel, die je weliswaar vriendelijk gedag zegt, maar waarvan de namen je steeds ontschieten. Ze zijn misschien onmisbaar, maar is er iemand die hen mist als ze er eens een dagje niet zijn en een vervanger die poetskar door de gangen duwt?

In de documentaire Het Schoonmakersparlement (53 min.) krijgen enkele van deze werkbijen een naam en gezicht: Nadine, een alleenstaande moeder uit Rotterdam, wil eer hebben van haar werk. Solomon uit Ghana poetst op de vrije Universiteit in Amsterdam en eist serieuze loonsverhoging. En de voormalige Britse militair Tim maakt sinds zijn komst naar Nederland nu al 35 jaar schoon.

Zij behoren tot de vijftig schoonmakers die hun beroepsgroep vertegenwoordigen in een eigen parlement, dat na een langdurige staking in 2010 werd opgericht. De vleesgeworden vakbondsvrouw Khadija neemt daarin het voortouw en iedereen kan er zijn zegje doen. Samen komen ze in actie voor een betere CAO.

Regisseur Leon Verdonschot brengt van dichtbij in beeld hoe een beroepsgroep, die met vuilnismannen kan wedijveren om de laagste plaats op de sociale ladder, tijdens demonstraties, vergaderingen en acties zijn stem vindt. Een stem die vervolgens vuist-in-de-lucht slogans als ‘nooit meer onzichtbaar’ en ‘wij gaan door’ uitslaat.

Empowerment in de praktijk, die aanstekelijk werkt (en wordt begeleid door een wat overbodige voice-over, die de aandacht soms wat weghaalt bij de mensen op de werkvloer). Je kunt Het Schoonmakersparlement gerust een ouderwetse vakbondsdocumentaire noemen. Of, voor hetzelfde geld, een treffend voorbeeld van hoe de multiculturele samenleving óók kan werken.

Slagershart

Docmakers

‘Zonder doden geen vak’, zegt opa Ter Weele achteloos tegen zijn kleinzoon Wessel, die later het familiebedrijf wil voortzetten. De dertienjarige telg van een Gelderse slagersgeslacht begrijpt dat er altijd een dier moet worden gedood als je vlees wilt verkopen. Hij heeft zelfs een vriendje, dat hem in dat kader konijntjes levert.

In de fraaie jeugddocumentaire Slagershart (14 min.) portretteert Marijn Frank, die eerder al haar eigen relatie tot vlees onderzocht in de sterke documentaire Vleesverlangen, de no-nonsense jongen uit Oene. Hoewel Wessel later het slagersvak in wil, houdt hij volgens eigen zeggen van dieren. ‘Sommige mensen denken dat slagers dieren alleen leuk vinden als ze aan de enkels hangen’, stelt hij droog. ‘Maar dat is bij mij en m’n vader en m’n opa helemaal niet zo.’

Slagershart, dat anderhalve maand geleden de Cinekid Award voor Beste Nederlandse Non-Fictie Televisieproductie won, werd vorige week zondag al uitgezonden in Zapp Echt Gebeurd, een prachtig platform voor Nederlandse jeugddocumentaires op NPO3. In eerste instantie had ik de film gemist, maar ik vond ’m te mooi en aandoenlijk om onbesproken te laten in deze nieuwsbrief.

Geschenk Uit De Bodem

KRO-NCRV

De enorme grijparm van een sloopmachine stevent af op de camera, die binnen een Groningse Jarino-woning is opgesteld. Enkele seconden later verpulvert de grijper het raam van de kamer. Het bijbehorende kozijn wordt er vervolgens met donderend geraas eveneens uitgetrokken.

Welkom bij de documentaire Geschenk Uit De Bodem. Welkom ook in Loppersum, waar aardgaswinning ervoor heeft gezorgd dat een ogenschijnlijk comfortabele woonwijk uit de jaren zeventig moet worden gesloopt, zodat er ‘aardbevingsbestendige’ woningen’ kunnen komen.

In dat opmerkelijke gegeven, met de bijbehorende terminologie, zit eigenlijk de gehele Nederlandse verhouding tot het Groningse aardgasveld verscholen. De brenger van welvaart en voorspoed heeft het dagelijks welbevinden in Grunnen inmiddels behoorlijk gedestabiliseerd.

Toch is Geschenk Uit De Bodem (87 min.) bepaald niet de woedende protestfilm, waarop bepaalde actievoerders wellicht hadden gehoopt. De documentaire van Paul Cohen en Martijn van Haalen heeft eerder een tragikomische toon. Omdat in Nederland elk nadeel nu eenmaal ook zijn voordeel heb.

Zo heeft die aardbevingsproblematiek bijvoorbeeld voor extra werk gezorgd, beweert een man tegenover enkele bouwvakkers, die in het kader van hun sloopwerkzaamheden naar een cursus ‘omgaan met gevoelens’ zijn gestuurd. En wat doe je als je ergens komt op visite?, wil een andere gespreksleider weten. ‘Groeten’, antwoordt één van de slopers direct. ‘Precies!’

Je kunt Geschenk Uit De Bodem niet alleen zien en horen, maar soms ook bijna ruiken. Spruitjeslucht, om precies te zijn. Zo sneuvelen goede bedoelingen op Hollandse regelzucht, laten ‘risico’s’ zich volgens een contactpersoon van kritische bewoners direct ombouwen in ‘kansen’ en worden keiharde protestacties gesmoord in pure gezelligheid.

Op het Nederlands Film Festival won de documentaire, die volgens de jury ‘een scherp oog voor de absurde kanten van het Nederlandse poldermodel’ laat zien, de prijs van de Kring van Nederlandse Filmjournalisten. Welke doorgewinterde polderaar zou het daarmee oneens kunnen zijn?

Harlan County USA


‘Which side are you on?’, zingt de inmiddels bejaarde activiste Florence Reece de stakende mijnwerkers en hun vrouwen toe in een sleutelscène van deze Oscar-winnende documentaire uit 1976. De legende wil dat ze het nummer als twaalfjarig meisje schreef toen haar vader deelnam aan een mijnwerkersstaking. Zelf houdt ze ’t op de jaren dertig, toen de crisis ongenadig huishield in Anytown, USA.

‘Mijn vader stierf in een kolenmijn’, vertelt ze haar gehoor met schorre stem. ‘En mijn man gaat ten onder aan stoflongen.’ Echt goed zingen kan ik niet, beweert ze even later. Waarna ze op onvaste toon ieders hart verovert. Conclusie: je bent een vakbondsman of een stuk tuig dat voor de bazen werkt. Aan welke kant sta jij eigenlijk?

Harlan County, USA (104 min.) van Barbara Kopple roept een vergeten wereld en verloren manier van leven op. Van mannen met verweerde koppen, die afdalen naar de diepste krochten van de aardkloot om zwart goud boven te halen. En van ouderwetse huisvrouwen, met gebloemde jurkjes en haar op de tanden, die ervoor zorgen dat ze hun rug recht houden als die verrekte bazen hun ziel aan de Duivel proberen te verkopen.

De mijnen mochten niet dicht. Nooit! Maar dat gingen ze natuurlijk wel. Veertig jaar later is het moeilijk om je voor te stellen hoe het anders had kunnen lopen. Maar toen, te midden van ellenlange stakingen die het uiterste vroegen van gewone mannen, vrouwen en hun gezinnen, was dat simpelweg ondenkbaar. Met de moed der wanhoop spreken, zingen en schreeuwen de mijnwerkersfamilies elkaar in deze meeslepende film naar een acceptabele deal, die uiteindelijk weinig waard zou blijken te zijn.

Taxibotsing


In zijn debuutfilm Roger And Me ging Amerika’s bekendste documentairemaker Michael Moore ooit een filmlang op zoek naar de CEO van General Motors, Roger Smith. Met het sluiten van de plaatselijke fabriek zou die verantwoordelijk zijn geweest voor massawerkeloosheid in Moores geboortestad Flint, Michigan.

In de documentaire Taxibotsing (55 min.) kiest good old Frans Bromet, die op 73-jarige leeftijd liefst elke dag nog gaat filmen, een vergelijkbare insteek. Hij probeert de baas van Über, de Nemesis van de gemiddelde taxichauffeur, te spreken te krijgen. En als dat op niets uitloopt, haalt Bromet alles uit de kast om een interview te regelen met de Nederlandse vertegenwoordiger van de ambitieuze Amerikaanse startup.

De uitkomst laat zich raden en is exemplarisch voor de manier waarop Über de Nederlandse vervoersmarkt probeert te penetreren; met veel slagkracht en weinig zin om zich te verantwoorden. En dus stapt Frans Bromet, die eerder dit jaar een Ere-Nipkowschijf kreeg voor zijn omvangrijke oeuvre, in de auto bij zowel reguliere taxichauffeurs als een Überrijder.

Gezamenlijk vertellen zij, vanachter het stuur natuurlijk, het verhaal van de hoofdstedelijke taxiwereld, waar het er soms stevig aan toe kan gaan. Kleine zelfstandigen stellen zich te weer tegenover een grote gezichtsloze vijand, die zelf overigens ook weer kleine zelfstandigen aan het werk zet.

Volgens NRC-journalist Wouter van Noort wil Über de Facebook- of Google van het vervoer in steden worden. Bromet vraagt zich in deze oerdegelijke film af of het bedrijf, in navolging van bijvoorbeeld Airbnb, voor illegale broodroof of gewoon gezonde concurrentie zorgt.