Het Hart Van Amsterdam

Verde Films / Mokum

Toen journalist Arnold-Jan Scheer en filmmaker Roy Dames in 1984 begonnen te filmen op de Amsterdamse Wallen, hadden ze vast niet kunnen vermoeden dat hun documentaire nog ruim veertig jaar op zich zou laten wachten. Het Hart Van Amsterdam (99 min.), voltooid met editor/cameraman Sven Jacobs, belicht de gouden jaren van de hoofdstedelijke penoze, vóórdat harddrugs de rosse buurt definitief veranderde. Een periode die sindsdien flink is geromantiseerd. Alsof onenigheid toen nog altijd met de blote vuist werd opgelost – en er naderhand samen nog eens op werd gedronken.

Scheer fungeert als gids en verteller in deze nostalgische rondgang door een wereld die werd gedomineerd door twee illustere personages: Zwarte Joop, de eigenaar van de bekende seksclub Casa Rosso aan de Oudezijds Achterburgwal, en de ongekroonde koning van de Zeedijk, Frits van de Wereld. ‘Ome Frits’, op diverse momenten geïnterviewd, komt daarbij veelvuldig zelf aan het woord en maakt van zijn hart bepaald geen moordkuil – al is het de vraag of hij altijd het achterste van zijn tong laat zien. Intussen worden de werkwijze en invloed van zijn concurrent Maurits ‘Zwarte Joop’ de Vries goed in de verf gezet door diens pleegzoon, misdaadjournalist Bas van Hout

Verder wordt deze anekdotische film bevolkt door een bonte stoet van vrije jongens, (kleine) criminelen en dames/heren van lichte zeden, zoals ‘De Godmother’ Thea Moear, vechtsporter/beveiliger Chris Dolman, de tweelingzussen Martine en Louise Fokkens, oud-sekswerker Rob van Delden en Henk de Vries, de grote man achter de bekende coffeeshopketen The Bulldog. Met Amsterdamse tongval, lekkere stelligheid en zo nu en dan wat volkse humor verhalen zij over een buurt met een slechte reputatie, z’n geheel eigen codes en ook het nodige persoonlijke leed. Want stuk voor stuk groeiden ze op met wat we nu een rugzakje zouden noemen en liepen ze ook naderhand nog butsen op.

De één had een psychopaat als moeder, de ander nooit een vader gehad. De Tweede Wereldoorlog had sommigen hard genoeg gemaakt voor een leven achter het raam, terwijl een ander juist op jonge leeftijd bewust voor dat beroep koos en zich later afvroeg of ze er eigenlijk wel klaar voor was geweest. En de ene zoon werd net als zijn vader souteneur, terwijl een ander kind juist ten onder ging aan de harddrugs waarin zijn vader naar alle waarschijnlijkheid, ook al ontkende hij dit ten stelligste, tóch handelde. Die wereld, met al z’n (valse) romantiek, geheel eigen moraal en dubbele bodems, wordt in Het Hart Van Amsterdam nog eens met grove pennenstreken opgetekend.

Een levendig tijdsdocument, met meer (sterke) verhalen dan diepgaande (zelf)reflectie, van een aards, hard, grappig en ogenschijnlijk ongecompliceerd Amsterdam, dat in de volksmond nog altijd doorgaat voor het échte Mokum.

De Burgerwacht

KRO-NCRV

Ze functioneren als ‘de ogen en de oren van de politie’, zijn te herkennen aan hun felgele hesjes, karakteristieke fietsen en elektrische scooters en beschikken zelfs over een ‘aandachtsfunctionaris huiselijk geweld’. In Rhoon Noord, een buurt in de Zuid-Hollandse gemeente Albrandswaard, is een fanatieke buurtpreventiegroep actief. Volgens eigen zeggen hebben ze ervoor gezorgd dat de overlast en criminaliteit duidelijk zijn afgenomen.

Voor de tv-docu De Burgerwacht (53 min.) sluit ‘good old’ Frans Bromet aan bij de gedreven vrijwilligers, die werk op zich nemen dat van oudsher tot het takenpakket van de overheid werd gerekend. Van patrouilleren op plekken waar jongeren rondhangen en het samen met kinderen opruimen van hondenpoep tot het signaleren van eenzaamheid in de buurt en opruimen van lachgaspatronen. De medewerkers van buurtpreventie zorgen zowel voor sociale cohesie als sociale controle.

Bromet heeft er zijn vragen bij. ‘Is dit nou iets om even in te grijpen’, vraagt hij bijvoorbeeld aan een vrijwilliger als enkele buurtbewoners een boom proberen bij te snoeien. ‘Ingrijpen?’, reageert deze luchtig. ‘Nee, dat zijn mensen die in hun eigen tuin bezig zijn.’ Bromet probeert nog even te prikken: ‘Maar hebben ze een kapvergunning?’ De man laat zich echter niet uit de tent lokken. ‘Dat zal voor zo’n klein boompje niet nodig zijn, denk ik. Als ze een hele dikke gaan weghalen die langs de weg staat, dan wel.’

Terwijl hij zo op microniveau in kaart probeert te brengen wat die participatiesamenleving, met een zich terug trekkende overheid, in de praktijk inhoudt, blijft Frans Bromet op de van hem welbekende directe manier op Jan en alleman vragen afvuren: wat buurtpreventie wel en niet mag volgens de plaatselijke wethouder, of de wijkagent eigenlijk nog wel nodig is en of mensen zich misschien ook bij buurtpreventie aanmelden omdat ze stiekem een beetje eenzaam zijn.

Zonder dat de docu héél spannend, grappig of onthullend wordt, wandelt De Burgerwacht zo ontspannen het hart van de buurtpreventie in, ergens tussen oprechte maatschappelijke betrokkenheid en het betere Cor van der Laak-gevoel. Of zoals Bromet het zelf formuleert in één van zijn voice-overs: tussen burgerplicht en bemoeizucht.