Transnistra

VPRO

Vijf tienerjongens en één meisje: Tanya Lipovskaya. Ze speelt voortdurend een spel met hen. Van aantrekken en afstoten. De pubers zijn als was in haar handen. Alles draait om haar. Als ze door vervallen gebouwen struinen, stoeien in een meertje of elkaar even verderop de loef afsteken met halsbrekende capriolen. Tanya geniet zienderogen van alle aandacht die haar ten deel valt. Terwijl ze toch echt een vriendje heeft. Stiekem. In het buitenland. Via hem kan ze hier misschien wegkomen.

Want het land waarin de Zweedse filmmaakster Anna Eborn hen toont mag met zijn ongerepte natuur, weldadige rust en bedwelmende zonnelicht dan idyllisch lijken, het lijkt in werkelijkheid geen toekomst te hebben. En ook nauwelijks een verleden. Toen de Sovjet-Unie begin jaren negentig uiteenviel, scheidde Transnistrië zich af van Moldavië. De natie wordt alleen door vrijwel niemand erkend. Welke toekomst heeft de jeugd van een land dat niet eens op eigen benen mag staan?

Niet dat zulke vragen expliciet aan de orde komen in de documentaire Transnistra (95 min.), in 2019 winnaar van de VPRO Big Screen Award op het Internationaal Film Festival Rotterdam. Eborn observeert de jongeren tijdens een schijnbaar eindeloze zomer, voordat het echte leven gaat beginnen. Ze beziet hun geflirt, gesprekken en gebakkelei van dichtbij en begeleidt dit met een zwoele soundtrack. In de wetenschap dat het ooit ophoudt. En dat duurt inderdaad niet lang meer. Op naar een volgend jaargetijde.

Als de winter het bijna-land bereikt, dienen ook keuzes voor de toekomst zich aan in deze treffende film over jonge mensen en het leven dat ze voor zich zien – of gewoon voor de boeg hebben. Hier, in de wereld die ze al van haver tot gort kennen. Of, in Tanya’s geval, in een onbekend Verweggistan waar het natuurlijk niet vanzelfsprekend beter is.