Fahrenheit 11/9

Als één linkse Amerikaan ruim vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 heeft gewaarschuwd voor het gevaar van Donald Trump, dan is het documentairemaker Michael Moore. Hij zag om zich heen hoe de arbeidersklasse in de zogenaamde Rust Belt zich afkeerde van de heersende politieke elite en een proteststem wilde uitbrengen. Moore vreesde én kreeg Trump.

De 45e president van de Verenigde Staten is een uitvergroting van alles waartegen de filmmaker in zijn inmiddels bijna dertig jaar omspannende carrière heeft gestreden. Deze achtste volwaardige documentaire Fahrenheit 11/9 (127 min.) is dan ook tegelijkertijd een schotschrift tegen het hedendaagse Amerika en een afrekening met de politieke cultuur, van Republikeinen én Democraten, die een nihilist zoals Donald Trump heeft voortgebracht.

Moore bouwt z’n betoog op rond de watercrisis in zijn geboortestad Flint, de plek waar hij eind jaren tachtig tevens zijn eerste film Roger & Me maakte en waar hij nu een tastbaar symbool heeft gevonden voor de verwording van de Amerikaanse democratie: sinds gouverneur Rick Snyder van Michigan de staat als een bedrijf runt en de watervoorziening van de stad in handen van private partijen heeft gelegd, kampt Flint met ernstig vervuild water.

Dat de bewoners er ziek van worden, doet de Republikeinse gouverneur ogenschijnlijk weinig. Zodra een autofabrikant schade meldt, komt hij echter direct in actie. Het resulteert in een typische Michael Moore-actie. Met draaiende camera en een paar handboeien arriveert hij op Snyders kantoor om een burgerarrestatie te plegen. Hij wordt opgevangen door een communicatiemedewerker, die het glas water dat hem wordt aangeboden evenwel resoluut weigert.

Ook bij de gouverneurswoning van Snyder vangt de provocateur bot, in een scène die doet denken aan zijn roemruchte confrontatie met NRA-boegbeeld Charlton Heston in z’n belangrijkste film Bowling For Columbine. Het thema van die documentaire, Amerika’s verwrongen verhouding tot wapens, krijgt eveneens een prominente plek in Fahrenheit 11/9 als Moore zich associeert met de jeugdige overlevenden van de ‘school shooting’ in Parkland en beziet hoe zij de barricaden opgaan voor een ander Amerika.

Moore voorziet ellende. Als de koers niet wordt verlegd, dan veranderen de Verenigde Staten in een dictatuur. Het startpunt van die ontwikkeling legt hij bij 11 september, de crisis die ondemocratische  stappen mogelijk maakte, een thema dat hij eerder behandelde in alweer een andere film, Fahrenheit 9/11. En de toekomst zou wel eens inktzwart, of diepbruin, kunnen zijn: terwijl we Trump horen speechen, zien we een zekere Duitse leider bijna lip-sync oreren.

Subtiel is anders, maar een verfijnde aanpak was natuurlijk nooit Michael Moores forte. Fahrenheit 11/9 is zo bezien ook een volstrekt logische film, de optelsom van zijn oeuvre en politieke stellingnames. Het is tevens Moores grimmigste film. Behalve enkele koddige muziekjes valt er ditmaal weinig te lachen. En het is een lange en onevenwichtige film. De rasverteller, die zo gemakkelijk een groot publiek bereikt, moet al zijn talenten aanspreken om de verschillende verhaallijnen bijeen te houden en aan elkaar te knopen.

Bowling For Columbine


Als de gratuite oproepen om stringentere wetgeving, betere beveiliging of devote ‘gedachten en gebeden’ na een Amerikaanse school shooting alweer zijn verstomd, blijft mijn hoofd steevast beelden produceren uit Bowling For Columbine (119 min), de ultieme documentaire over schietpartijen op Amerikaanse scholen. In de nasleep van Parkland in Florida, waarbij een eenzame schutter afgelopen week zeventien dodelijke slachtoffers maakte, is deze klassieker, die zowel een Oscar als een prijs op het filmfestival van Cannes won, helaas weer bijzonder actueel.

In de film uit 2002 buigt ’s werelds bekendste documentairemaker Michael Moore, een man die als geen ander een groot publiek weet te vinden met zijn werk (al lijkt de échte scherpte er sinds Fahrenheit 9/11, zijn schotschrift tegen de Amerikaanse aanval op Irak in 2003, ook wel een beetje vanaf), zich over de school shooting die een blauwdruk lijkt te zijn geworden voor zowat alle navolgende schietpartijen: het bloedbad dat Eric Harris en Dylan Klebold, gefrustreerde tieners die sindsdien een naargeestige cultstatus hebben gekregen, in 1999 aanrichtten op de middelbare school Columbine High in Colorado.

Moore, die zelf lang lid was van de National Rifle Association (NRA), legt een direct verband tussen de wandaden van het duo Harris en Klebold, het Amerikaanse wapenbezit en de angstcultuur die in de Verenigde Staten, door zowel politiek als media, voortdurend wordt aangewakkerd. Daarbij gaat hij bepaald niet subtiel te werk. Typisch Amerikaans, zou je kunnen zeggen. Hij hamert zijn boodschap erin, met de nodige korte bochten, voor de camera uitgelokte conflicten, dik aangezet sentiment en veel, heel veel humor. Een smakelijk opgediende, sterk vereenvoudigde versie van de werkelijkheid, die er ook bij niet-documentaireliefhebbers ingaat als koek.

Want, even voor de zekerheid: je krijgt echt niet direct een geweer mee naar huis als je een rekening opent bij de North Country Bank. En nee, de beelden van NRA-voorman Charlton Heston, die beweert dat hij zijn recht op een wapen nooit zal opgeven (‘from my cold dead hands’), werden niet in de eerste dagen na ‘Columbine’ gemaakt. En ja, als je goed kijkt, zie je dat de daverende slotscène waarin de gewezen Hollywood-ster Heston met de staart tussen de benen afdruipt na een interview met Moore wel erg slinks is gemonteerd, zodat de impact ervan wordt gemaximaliseerd.

Het zijn nuanceringen die vrijwel altijd opduiken na de pamfletistische films van Michael Moore, die zijn punt koste wat het kost wil maken, desnoods ten koste van (een deel van) de waarheid. Toch staat de centrale boodschap van Bowling For Columbine, een echte publieksfilm met veel tempo en schwung, ruim vijftien na release nog steeds fier overeind: Amerika’s verwrongen relatie met wapenbezit en zelfverdediging zorgt voor een eindeloze stroom geweldsuitbarstingen die een westerse democratie volstrekt onwaardig zijn.

En terwijl de nabestaanden wanhopig roepen om concrete stappen waarmee toekomstige slachtoffers kunnen worden voorkomen, proberen politici, die door de NRA in het zadel zijn geholpen (je zou ook kunnen zeggen: zijn om- of afgekocht), net zolang tijd te winnen, totdat de (media)aandacht weer is verslapt. Voor de echte hardliners geldt echter ook in dit geval dat de aanval de beste verdediging is. Zij pleiten gewoon voor nóg meer wapens. ‘The only thing that stops a bad guy with a gun’, beweert de huidige NRA-president Wayne LaPierre bijvoorbeeld met droge ogen, ‘is a a good guy with a gun.’