Becoming Zlatan

Waarom werd juist Zlatan Ibrahimovic een absolute wereldster en weet hij, inmiddels dik in de dertig, nog altijd van geen ophouden? Die vraag ligt impliciet onder de documentaire Becoming Zlatan (95 min.) uit 2016. In deze fijne sportfilm belichten Fredrik en Magnus Gertten hoe het Zweedse voetbaltalent Zlatan Ibrahimovic het fenomeen ‘Zlatan’ werd – hoewel hij dat volgens Mido, de Egyptische aanvaller die zijn directe concurrent was bij Ajax, eigenlijk van jong af aan al was geweest.

‘Ik koop nooit een speler zonder hem in de ogen te kijken’, stelt de toenmalige technisch directeur van Ajax, Leo Beenhakker. ‘Het was bijzonder: hij was 19, maar keek me recht in de ogen. Binnen een half uur waren we klaar. Vraag me niet waarom. Vraag me niet waarom je verliefd wordt op het ene meisje en niet op het andere.’ Zlatan had, volgens de altijd smakelijk formulerende Beenhakker, dat ene. Je ne sais quoi. Een onmiskenbaar vuur in de ogen.

Luciano Moggi, de directeur van Ibrahimimovic’ volgende club Juventus formuleert het anders. ‘Als hij geen voetballer was, was hij waarschijnlijk fietsendief geworden’, zegt hij lachend. Dat is wat minder bezijden de waarheid dan het in eerste instantie misschien lijkt. De boomlange sterspits groeide op in een getroebleerd migrantengezin in Zweden. Zijn ouders waren afkomstig uit het voormalige Joegoslavië en konden hem geen veilige thuisbasis bieden. Ibra, die zichzelf een zigeuner noemt, werd een onvervalst straatratje. Óók op het veld.

Een joch dat nog wel eens een elleboog wilde uitdelen en zo nu en dan in de clinch lag met alles en iedereen, zo wordt duidelijk in deze grotendeels uit archiefmateriaal opgebouwde film, die zijn roerige tijd bij Ajax (2001-2004) als uitgangspunt neemt. In die periode stoomde hij zichzelf klaar voor een loopbaan bij de grootste clubs van Europa. Insiders als David Endt, Ronald Koeman en Marco van Basten en zijn medespelers Mido, Jan van Halst, Jari Litmanen en Andy van der Meijde hebben levendige herinneringen aan het enfant terrible waarmee ze toen te maken hadden.

Parallel aan Zlatans Amsterdamse periode schetsen de gebroeders Gertten zijn ontwikkeling als tiener in Malmö. Ook toen waren er diverse momenten waarop zijn loopbaan een verkeerde afslag had kunnen nemen. Het succes dat nu, met de wijsheid van achteraf, zo vanzelfsprekend lijkt, kwam in werkelijkheid tot stand door een mengeling van talent, geluk en doorzettingsvermogen. Waarbij Zlatan over het vermogen bleek te beschikken om juist als alle signalen op rood leken te staan het allerbeste uit zichzelf te halen.

Deze documentaire toont daarvan het ultieme voorbeeld: na de tumultueus verlopen vriendschappelijke interland Nederland – Zweden, waarin Ibrahimovic teamgenoot Rafael van der Vaart blesseerde, scoorde hij de mooiste goal uit zijn Ajax-periode.

First Team: Juventus

 

Wiljan Vloet liet als algemeen directeur van Sparta ooit camera’s in de kleedkamer installeren. Ze zorgden voor tweespalt binnen de selectie van de Rotterdamse voetbalclub en werden al snel weer verwijderd. Net als Vloet zelf trouwens. Deze documentaireserie over de Italiaanse voetbalclub Juventus belooft een zelfde soort openhartigheid, maar coach Massimiliano Allegri hoeft voorlopig niet te vrezen voor zijn positie. First Team: Juventus (120 min.) is volstrekt ongevaarlijk.

Want deze serie, die voorlopig uit drie afleveringen van ongeveer veertig minuten bestaat en aan het eind van het seizoen wordt afgerond, gaat ongeveer op dezelfde manier om met de werkelijkheid als al die bestsellende voetbalbiografieën die niets minder dan ‘de waarheid’ beloven. Met sterke verhalen, smeuïge details uit de kleedkamer en een enkele, slim uitgevente bekentenis proberen die de schijn van volledige openhartigheid te creëren. Terwijl de hoofdpersonen hun echte zielenroerselen vaak gewoon voor zich kunnen houden.

Dit (zelf)portret van de Turijnse topclub, die al zes keer achter elkaar Italiaans kampioen is geworden, doet min of meer hetzelfde: beelden van tactische besprekingen, sponsorverplichtingen en de spelers thuis suggereren dat de makers de binnenkant van ‘De Oude Dame’ kunnen laten zien. In werkelijkheid blijven ze volledig aan de oppervlakte steken en wordt First Team: Juventus nooit meer dan een gelikte terugblik op de eerste helft van het lopende voetbalseizoen, compleet met de verplichte strakke plaatjes, kekke muziekjes en stuitende voetbalclichés. Een luxe variant op wat we in Nederland Club TV noemen, die alleen voor verstokte Juve-fans is te verteren.