Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams

Reiner Holzemer / maandag 22 juni, om 22.40 uur, op NPO2

‘Wat zegt zijn werk over Thom Browne zelf?’ werpt Tim Blank, hoofdredacteur van The Business Of Fashion, direct, met het nodige aplomb, de centrale vraag van dit portret op. ‘Die vraag heb ik hem al een miljoen keer gesteld, maar hij geeft er nooit echt antwoord op.’

In de eerste minuten van de documentaire Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams (95 min.) mogen eerst kopstukken uit zijn werkwereld – een Anna Wintour, een Janet Jackson, een Whoopi Goldberg – hun zegje doen voordat de Amerikaanse modeontwerper zelf aan bod komt. Zijn werk heeft dan al voor hem gesproken: geheel eigen herinterpretaties van het maatpak, gepresenteerd met veel drama, theater en, jawel, korte broek.

Hij draagt het grijze pak zelf, vertelt Thom Browne dan in deze gestileerde film, maar ook de mensen om hem heen moesten ‘m in onversneden vorm uitdragen. ‘Zodat het duidelijk zou zijn dat de look niet aan één individu gekoppeld was, maar over de hele linie identiek was. Ik zie het ook als een levend kunstwerk: als je ons in al onze uniformiteit ziet, straalt dat iets heel krachtigs uit. Want binnen die uniformiteit zie je prachtige, unieke individuen.’

Documentairemaker Reiner Holzemer heeft dan al laten zien dat Browne bepaald geen pakken voor grijze muizen maakt – of voor de talloze teddyberen die, netjes in pak natuurlijk, ‘s mans buitenissige creaties vanuit de zaal aanschouwen tijdens de publieke presentatie ervan. Hij volgt de ontwerper als die weer een ravissante nieuwe collectie, ook voor vrouwen, op een lekker ontregelende manier presenteert. Wie het pak past, lijkt het parool, trekke hem aan.

Maar wie hij nu zelf is? Thom Browne had een ‘gemakkelijke jeugd’, deed een tijd aan wedstrijdzwemmen en wist daarna niet wat hij met zijn leven aan moest. In New York vond hij via Giorgio Armani, Ralph Lauren én David Bowie zijn weg in de modewereld en bakende daar al snel zijn geheel eigen hoekje af, waar alles lijkt te mogen en kunnen en Holzemer nu vol de spotlights op zet. Zijn hoofdpersoon blijft intussen ‘gewoon’ een enigma.

Martin Margiela In His Own Words

Hij is en blijft een mysterie. Een man die geen interviews geeft en zich niet laat filmen of fotograferen. Het werk van Martin Margiela moet voor zichzelf spreken. Soms heeft hij spijt van die beslissing, zegt de Belgische modeontwerper in de documentaire Martin Margiela In His Own Words (90 min.), waarvoor hij dus tóch heeft ingestemd met een interview. ‘Het is moeilijk om naam te maken voor jezelf als men die niet kan verbinden met een gezicht.’

Herkenbaar in beeld wil Margiela nog steeds niet. Dat laat hij in deze stijlvolle film van regisseur Reiner Holzemer over aan mensen uit zijn directe (werk)omgeving of kenners zoals trendwatcher Li Edelkoort, collega Jean Paul Gaultier en filmmaakster/model Sandrine Dumas, die zijn eigen visie op z’n leven, carrière en collecties aanvullen en becommentariëren. ‘Mij bevalt het idee niet, om beroemd te zijn’ zegt hij nog. ‘Anonimiteit is waardevoller voor mij. Zijn zoals alle anderen, houdt me in balans.’

Een kwestie van zelfbehoud, zo lijkt het. Geen opzichtige poging tot mythevorming. Al wordt Margiela her en der wel degelijk ‘de Banksy van de modewereld’ genoemd. En dus zijn in dit gedegen (zelf)portret, waarvoor Holzemer nauwgezet de verschillende shows van de ontwerper doorloopt en de toonaangevende Belgische band dEUS de soundtrack verzorgde, alleen zijn handen in beeld. De werktuigen van een eigenzinnige en inventieve geest, die de internationale modewereld stormenderhand heeft veroverd.

En die in 2008 plotseling ander werk kregen, toen hij bij het twintigjarige jubileum van de Maison Martin Margiela in Parijs op 29 september 2008 plotsklaps besloot om per direct de modewereld te verlaten. Sinds die tijd mogen die handen schilderen en beeldhouwen en leidt de man die hun arbeid ongetwijfeld met een kritisch oog beziet écht een anoniem leven. ‘Ik vind het heerlijk om alleen te zijn, met niemand om me heen. Gewoon alleen zijn en doen wat ik leuk vind.’