The Last First: Winter K2

Apple TV+

Op weg naar de top van de Mount Everest, de hoogste berg van de wereld, is er tegenwoordig kans op filevorming. Klimmers, toeristen en influencers staan in de rij om de befaamde berg te bedwingen en de heroïsche tocht naar de top vast te leggen voor hun achterban. Echte avonturiers zoeken hun heil dus elders. Bij de K2 in Pakistan bijvoorbeeld. ‘The Savage Mountain’ is als enige van de veertien hoogste bergen ter wereld nog nooit in de winter beklommen. Het is de heilige graal voor durfals zoals de IJslandse alpinist John Snorri. De laatste bergtop die je nog, in de wintermaanden tenminste, als allereerste kunt bereiken en dan op je naam mag schrijven.

Samen met twee Pakistaanse secondanten, de bekende klimmer Ali Sadpara en diens zoon Sajid, begint Snorri in 2021 onvervaard aan de klim. En dan meldt er zich een concurrerend team. Van niemand minder dan Nirmal ‘Nims’ Purja, de vermaarde Nepalese klimmer die in 2019 binnen zeven maanden al die veertien toppen haalde (vereeuwigd in de documentaire 14 Peaks: Nothing Is Impossible) en die afgelopen zomer overigens omkwam bij een lawine in Pakistan. De komst van Nims en zijn Nepalese sherpa’s zet de zaak op scherp in The Last First: Winter K2 (97 min.). Al snel melden zich nog andere klimmers, met ook hun eigen cameramensen, die de concurrentie willen aftroeven.

Want de reisorganisatie Seven Summit Treks, vertegenwoordigd door de Nederlander Arnold Coster, heeft een soort groepsreis voor amateurklimmers opgezet. Dat is vragen om problemen. En die komen er. In deze meta-klimfilm reconstrueert Amir Bar-Lev hoe de strijd om als eerste K2’s top te bereiken uitmondt in stiekeme bondjes, verraad en tragische sterfgevallen. Een aanwezige documentairemaker, Elia Saikaly, verhoogt de druk nog eens. Sommige alpinisten voelen zich verplicht om, ook al zijn de omstandigheden er helemaal niet naar, een prestatie neer te zetten, waar de hele wereld zich over kan verbazen.

Daarmee wordt The Last First niet de zoveelste weerslag van een onmogelijk geachte prestatie, maar een exploratie van wat de onderliggende eerzucht, gevoed ook door commerciële belangen, te weeg brengt in een situatie waarin er een héél dunne lijn loopt – of niet? – tussen leven en dood. En dat haalt niet per definitie het beste in de mensch naar boven.

FC Utrecht: No Guts No Glory

Videoland

Een voetbalclub die zijn jubileum wil opluisteren met een documentaire maakt zich kwetsbaar. Daar kan Ajax over meepraten. In het kader van hun honderdjarige bestaan lieten de Amsterdammers in het seizoen 1999-2000 regisseur Roel van Dalen binnen voor de documentaire Ajax: Daar Hoorden Ze Engelen Zingen, een ontluisterende film die uiteindelijk als sluitstuk zou fungeren voor een ronduit dramatisch seizoen.

Dit heeft Frans van Seumeren, grootaandeelhouder van FC Utrecht, er niet van weerhouden om camera’s toe te laten in het vijftigste levensjaar van de club waarin hij al jarenlang hart, ziel en een aanzienlijk geldbedrag steekt. En Van Seumeren zal er ook wel voor hebben gezorgd dat hij bij de samenstelling van FC Utrecht: No Guts No Glory (193 min.), waarin hij zelf de hoofdrol krijgt toebedeeld en ook aandacht is voor goodwill-acties naar de supporters en ‘de maatschappelijke poot’ van de club, een dikke vinger in de pap heeft.

Een treurmars is de zesdelige serie dan ook niet geworden. Al gaat het er soms best stevig aan toe. Als de omstreden Spaanse aanvaller Adrian Dalmau in de wedstrijd tegen ADO Den Haag een rode kaart krijgt en zijn team vervolgens blijft steken op een teleurstellend gelijkspel, wordt hij flink aangepakt. Eerst is het collega-spits Eljero Elia, zelf ook bepaald nog geen succesverhaal, die zijn ‘amigo’ in de kleedkamer ter verantwoording roept. Dreigend: ‘Je hebt geluk dat die camera hier is.’

Daarna krijgt de treurende Spanjaard ten overstaan van al zijn ploeggenoten (en de camera’s in de kleedkamer) ook nog eens van onder uit de zak van trainer René Hake. ‘Hee, Dalmau’, schreeuwt die met overslaande stem. ‘Heb je niks te zeggen tegen de jongens? In plaats van met je hoofd naar beneden te zitten. Je hebt de wedstrijd verkloot met je twee stomme gele kaarten!’ De gifbeker is dan overigens nog lang niet leeg voor de onfortuinlijke spits, die gedurig met zijn vorm blijft worstelen.

Zo levert FC Utrecht: No Guts No Glory uiteindelijk precies wat van dit soort voetbalseries (men neme bijvoorbeeld Tottenham Hotspur, Sunderland en binnenkort Feyenoord) wordt verwacht: een combinatie van flitsend gemonteerde wedstrijdbeelden, begeleid door bombastische muziek (en – aardige toevoeging – het chauvinistische radiocommentaar van RTV Utrecht-verslaggever René van den Berg en oud-speler en -trainer Gert Kruys). En materiaal vanuit het hart van de club: het trainingscomplex, de kleedkamer en de tribune (waar Van Seumeren de camera permanent op zich gericht weet).

Utrechts tocht over hoge toppen en door diepe dalen, die nochtans gewoon is afgesloten met een vertrouwd plekje in de subtop, wordt begeleid door interviews met de trainer, manager, directeur, materiaalman en enkele spelers (de ernstig geblesseerde aanvoerder Willem Janssen en zijn vrouw in het bijzonder). En ook de achterban krijgt natuurlijk spreektijd – van de bloemenverkoper tot de buschauffeur – om het gevoel in de stad te verwoorden. Alle denkbare voetbalclichés worden daarbij nog eens netjes afgestoft. Een gruwel wellicht voor de kritische kijker, maar ‘gefundenes Fressen’ voor iedereen die leeft voor de bal.