Magic & Bird: A Courtship Of Rivals

HBO

Pas later realiseerden basketballiefhebbers zich waar ze op 26 maart 1979 getuige van waren geweest. Tijdens een ogenschijnlijk reguliere basketbalwedstrijd tussen twee collegeteams ontstond een rivaliteit die de sport de navolgende decennia zou domineren. Michigan State versus Indiana State kwam in de schaduw te staan van Earvin ‘Magic’ Johnson versus Larry Bird. Tegenpolen. Blufkikker versus ‘The Hick from French Lick’. Glamourboy versus binnenvetter. Kamerbrede glimlach versus ongemakkelijke stilte. Én zwart versus wit.

In Magic & Bird: A Courtship Of Rivals (88 min.) portretteert Ezra Edelman, die later de Oscar-winnende docuserie O.J.: Made In America (2016) en een groots opgezet en vooralsnog getorpedeerd Prince-project heeft afgeleverd, de twee sporters die elkaar te vuur en te zwaar bestreden en daar allebei beter van werden. Met de flamboyante Johnson namens The Los Angeles Lakers en de onverzettelijke Bird als boegbeeld van The Boston Celtics kreeg de kwakkelende National Basketball League (NBA) bovendien twee nieuwe aansprekende uithangborden.

Basketbal was rond 1980 in feite een zwarte sport geworden. Vrijwel alle topspelers waren Afro-Amerikaans. En dat was – geen fijne conclusie om te trekken – ten koste gegaan van de populariteit. Om de sport weer een boost te geven en commercieel aantrekkelijk te maken was er een witte held nodig. En veel witter dan Larry Bird, een wat boerse vent uit Indiana, kwamen ze niet. Hij kreeg een alleszeggende bijnaam (‘Great white hope’) en werd recht tegenover de grote zwarte held gepositioneerd: Earvin Johnson. De twee hadden nog nét geen bijpassende cowboyhoeden op.

Zij bevochten elkaar op leven en dood om NBA-titels. Over een heroïsche tweekamp tussen de Lakers en de Celtics waarin hijzelf ten onder ging, verzucht de verliezer nu: ‘Ik klop mezelf altijd op de borst dat ik de vent ben die z’n team de overwinning kan bezorgen en dat ik onder druk lever. Ditmaal gebeurde dat alleen niet.’ Zijn Nemesis is tegelijk rücksichtslos. ‘Ik hoop dat het pijn deed en dat hij kapot zat van binnen. Hij maakte een flink aantal verkeerde keuzes. En niemand was gelukkiger dan ik. Wetende dat de wedstrijd goed ging en dat die ander pijn had.’

Toch wordt de soep tussen Magic en Bird niet zo heet gegeten als ie wordt opgediend, toont dit aandoenlijke dubbelportret uit 2010. Toen ze elkaar beter leerden kennen, ontdekten de gezworen vijanden dat ze in wezen ‘twee helften van hetzelfde brein’ hadden: ze leefden voor het spel en konden dat beter lezen dan wie dan ook. En toen Magics lot bezegeld leek te zijn na de diagnose HIV, stak zijn aartsvijand hem zowaar een hart onder de riem. Hoewel ze elkaar jarenlang met alle mogelijke middelen bevochten hadden, bleek toen ineens dat ze niet zonder elkaar konden.

Die wending geeft het oerdegelijke Magic & Bird, braaf aan elkaar gepraat door acteur Liev Schreiber, de extra emotionele lading die elke geslaagde sportfilm nodig heeft en maakt het verhaal van die geboren twee winnaars die elkaar soms dwongen om te verliezen – hoe Amerikaans ook – helemaal rond.

They Call Me Magic

Apple TV+

Het is in 1979 letterlijk een kwestie van kop of munt: krijgen The Chicago Bulls of The Los Angeles Lakers de kans om het toptalent Earvin ‘Magic’ Johnson in te lijven? Het wordt uiteindelijk Californië voor de topper in spé uit Lansing, Michigan. Naast een bewezen crack als Kareem Abdul-Jabbar kan de mediagenieke Afro-Amerikaan met de kamerbrede glimlach er uitgroeien tot één van de succesvolste Amerikaanse basketballers aller tijden en zo een remonte van de zwalkende National Basketball Association (NBA) inluiden.

Dat is het startpunt voor de gelikte vierdelige docuserie They Call Me Magic (240 min.), waarin Johnsons carrière netjes wordt doorgelopen, gebruikmakend van een mixture van wedstrijdbeelden, nieuwsreportages en interviews. Magic zelf komt natuurlijk aan het woord. Familie, vrienden en kennissen. Collega’s zoals Michael Jordan, Isiah Thomas en Larry Bird. De onvermijdelijke sportjournalisten, basketbalofficials en deskundigen. En ook het verplichte blik Bekende Amerikanen wordt opengetrokken. Daarin blijken ditmaal Barack Obama, Snoop Dogg, Bill Clinton, Samuel L. Jackson, Spike Lee, Rob Lowe, Paula Abdul, LL Cool J, Jimmy Kimmel en Arsenio Hall te zitten.

Met al die verschillende sprekers maakt regisseur Rick Famuyiwa er een typisch Amerikaanse sportdocumentaire van: een vertelling die continu van drama via cliffhanger naar overwinning snelt – en weer terug. Van Johnsons komeetachtige opkomst via de (opgeklopte) zwart-wit rivaliteit met de blanke held Larry Bird van de grote concurrent The Boston Celtics en de entree van de nieuwe superster Michael Jordan tot zijn schokkende mededeling dat hij besmet is geraakt met het HIV-virus. Een vet aangezette basketbalsaga, die natuurlijk is gelardeerd met onnoemelijk veel superlatieven, dramatiek en clichés. Dichtgesmeerd bovendien met een vlotte collectie soul-, pop- en discohits.

Al dat spektakel kan echter niet verhullen dat They Call Me Magic slechts zelden écht de diepte ingaat. Zoals het ook slechts zelden écht lijkt te schuren in het leven van de goedlachse Magic. Zelfs het feit dat hij de relatie met zijn echtgenote Cookie tot driemaal toe heeft afgebroken voordat het kwam tot een huwelijk heeft achteraf bezien ook wel zijn charme. Pas als Johnson krijgt te horen dat hij HIV heeft en vervolgens een spreekbuis wordt voor besmette Amerikanen krijgt de serie werkelijk scherpte en diepgang. Dan gaan de toch wat gladde praatjes aan de kant en toont de man achter Magic, Earvin Johnson, alsnog publiekelijk zijn ziel.

In de laatste aflevering van de serie roept alleen de plicht weer (deelname met het zogenaamde Dream Team aan de Olympische Spelen, terugkeer in de NBA, de start van een eigen zakenimperium en ondertussen ook nog het bij elkaar houden van zijn gezin) en verdwijnt de urgentie net zo snel als ie is gekomen, ten faveure van wat toch wel héél dicht bij een hagiografie komt.

Dream Team: Birth Of The Modern Athlete

Paramount

Ze kwamen, zagen en overwonnen. Daar zit dus niet het verhaal van Dream Team: Birth Of The Modern Athlete (205 min.), een vijfdelige serie over de Amerikaanse basketbalploeg die in 1992 een gouden medaille won op de Olympische Spelen van Barcelona. Die eerste plaats stond op voorhand al min of meer vast.

Voor de eerste keer vaardigden de Verenigde Staten de grote sterren van de NBA af. Het zou een kleine schande zijn geweest als Michael Jordan, Earvin ‘Magic’ Johnson, Larry Bird en de negen andere helden van het Amerikaanse basketbal níet hadden gewonnen. Deze productie van de broers Emmett en Brendan Malloy richt zich dan ook vooral op de dynamiek binnen het team: de rivaliteit bijvoorbeeld tussen de oude heerser van de NBA, Magic Johnson, en de nieuwe troonpretendent, Michael ‘Air’ Jordan. Als twee metershoge alfamannetjes bekampen ze elkaar en stuwen zo het team naar eenzame hoogte 

De Malloys baseren hun vertelling op het boek Dream Team van Jack McCallum. Hij bewaarde bovendien audio-opnamen van zijn gesprekken met de leden van de droomploeg, die nu voor het eerst zijn te horen. Deze quotes worden aangevuld met wedstrijdbeelden, achter de schermen-materiaal en actuele interviews met de dreamteamers Magic Johnson, Patrick Ewing, David Robinson en Chris Mullin, aangevuld door enkele insiders. Zij geven heel aardige inkijkjes bij de wonderploeg. Zo besluit Jordan bijvoorbeeld de nacht voor de Olympische finale door te halen voor een spelletje kaart. En de dag van de gouden wedstrijd brengt de sterspeler freewheelend door in het Olympisch stadion en op de golfbaan.

Als ook de laatste tegenstander in Barcelona moeiteloos is verslagen – aan het eind van aflevering 3 al – wacht de prijsuitreiking, waarbij diezelfde Jordan voor een controverse zal zorgen die de totale vercommercialisering van de sport illustreert. Van slachtoffers van (latent) racisme zijn de grote sterren van de NBA in de voorgaande jaren uitgegroeid tot eigen merken, die in de hele wereld weerklank vinden en te gelde kunnen worden gemaakt. Met deze insteek kiest Dream Team slim positie tussen Shut Up And Dribble, de politiek geladen docuserie over de Afro-Amerikaanse basketbalhistorie, en The Last Dance, een meeslepende reeks over het ultieme winnaarstype Michael Jordan en zijn team The Chicago Bulls.

Alleen de laatste episode, over de erfenis van het Dream Team voor het internationale basketbal, voelt wel heel nadrukkelijk als een langgerekte epiloog. De broers Malloy drijven dan erg ver af van hun hoofdrolspelers en het vuur dat hun sport drijft. Als geheel schetst deze serie, over een selecte groep goudhaantjes die alle na-ijver moeten laten varen om samen de wereld te veroveren, echter een treffend beeld van een scharnierpunt in het moderne basketbal.