De Man Met De Glimlach

Verde Film

‘It is easy enough to be pleasant’, begint het gedichtje dat Bram Cohen drie jaar lang boven zijn bed heeft hangen. ‘When life flows-along like a song. But the man worthwhile is the man with a smile. When everything goes dead wrong.’ De woorden helpen de vader van documentairemaker Paul Cohen overleven in het Jappenkamp. Als hij eind september 1945 wordt vrijgelaten, weegt ie nog slechts 46 kilo. Bram Cohen is 21 jaar en zijn halve familie kwijt.

Zo’n anderhalf jaar later gaat De Man Met De Glimlach (101 min) op vakantie. Via Duitsland reist hij in maart 1947 met de trein naar Kopenhagen. ‘Ik besefte dat ik genoot’, schrijft Bram dan in zijn reisverslag. ‘En daardoor genoot ik dubbel.’ Bij de aanblik van het verwoeste Duitsland kan hij een triomfantelijk gevoel nauwelijks onderdrukken. Totdat hij op het station van Hamburg een uitgehongerd vijfjarig meisje ziet en weer iets van compassie in zichzelf vindt. Op de plaats van bestemming zal hij bovendien de jonge Deense studente Lis Rohleder ontmoeten.

Terwijl Paul Cohen in het gezelschap van zijn zus Inge – en begeleid door de geschriften van hun vader, die in 1975 overleed bij een val in een ravijn – bijna een halve eeuw later per trein eveneens naar Denemarken reist, laat hij ook diens ervaringen in het kamp Tjimahi op Java de revue passeren. Hij portretteert tevens enkele passagiers, die elk op hun eigen manier ook op zoek zijn naar vergeving in zichzelf. Een jonge man die de as van zijn moeder wil uitstrooien. Een Vietnamese vrouw die is getekend door het verleden. En een Duits echtpaar dat als kind leed onder de oorlog.

Via de persoonlijke verhalen van zijn medereizigers en de herinneringen van en aan Bram Cohen probeert de filmmaker in deze ingetogen roadmovie, die ook veel overlaat aan de verbeelding van de kijker, zijn vader te begrijpen. Een man die op weg naar Denemarken het leven terugvindt en er desondanks, in weerwil van de glimlach die hij op zowat elke afzonderlijke foto laat zien, z’n hele bestaan mee zal blijven worstelen.

We Have To Survive

Taskovski Films

Mick Farkas gelooft niet in klimaatverandering. De verzengende hitte in Coober Pedy, in het zuiden van Australië, is volgens hem simpelweg het gevolg van de evolutie. Ooit stond deze plek toch ook onder water, was het een tropisch gebied en of moest het een ijstijd verduren?

Met al dat geëmmer over de opwarming van de aarde proberen ze gewoon elektrische auto’s en andere producten aan de man te brengen, is zijn stellige overtuiging. Intussen is Farkas zelf, die voor de zekerheid toch maar een fikse watervoorraad heeft aangelegd, druk met het bouwen van ondergrondse woningen. Zelf woont hij met zijn vrouw Irene al twintig jaar in zo’n grot. Het is volgens hem dé manier om aangenaam te kunnen blijven wonen als de temperaturen in zijn deel van de wereld nog verder oplopen.

Elders, in We Have To Survive (101 min.) en de wereld, moeten andere aardbewoners ook dealen met de gevolgen van klimaatverandering – ook al zien ze soms weinig in dat idee en de manier waarop het wordt gepolitiseerd. In Groenland is het ijs inmiddels vaak te dun voor de Inuit om er met sledehonden overheen te rijden, terwijl de Amerikaanse kustplaats Rodanthe steeds meer last krijgt van de stijgende zeespiegel. Woeste golven dreigen strandhuizen te verzwelgen – en soms voegen ze ook de daad bij het woord.

In de Gobi-woestijn te Mongolië heeft Baraaduuz Demchig de strijd aangebonden met de aanhoudende droogte. Hij plant bomen, irrigeert de grond en probeert zo een nieuwe groene oase te creëren – en de toekomst van zijn nageslacht veilig te stellen. Het is een opmerkelijk staaltje omdenken. Vanuit die gedachte belicht de Slowaakse filmmaker Tomás Krupa in deze documentaire ook de gevolgen van klimaatverandering: hoe kunnen we dealen – of ons voordeel doen – met de nieuwe aardse verhoudingen?

Dat vereist wel inventiviteit en aanpassingsvermogen, want een paar kuub zand helpen niet tegen de woeste golven van de Atlantische oceaan, zoals is te zien in spectaculaire beelden van een strandhuis in Rodanthe dat door zijn hoeven zakt. Want op de – ondanks alles: soms nog altijd verblindend mooie – aarde die door Krupa in imposante shots is vervat, blijft de mens niet meer dan een eenvoudige onderknuppel. Zoals één van de hoofdpersonen ‘t uitdrukt: de natuur gaat zich echt niet aan ons aanpassen.