The A List: 15 Stories From Asian And Pacific Diasporas

HBO Max

Kan deze opzet werkelijk méér worden dan een opsomming van op zichzelf best interessante levensverhalen, samengevat in grofweg een minuut of zes? Of tellen de individuele getuigenissen in de interviewfilm The A List: 15 Stories From Asian And Pacific Diasporas (84 min.) daadwerkelijk bij elkaar op?

Regisseur Eugene Yi zet vijftien miniportretjes van bekende Aziatische Amerikanen achter elkaar en probeert zo de dilemma’s van hun leven in een witte wereld te schetsen. Actrice Sandra Oh vierde grote successen met Grey’s Anatomy, een televisieserie met een opvallend diverse cast, en bijt het spits af. Daarna volgt een brede waaier aan biculturele bronnen, variërend van de Pulitzer Prize-winnende fotograaf Manny Crisostomo en zwarte gaten-onderzoeker Nergis Mavalvala tot Basement Bhangra-DJ Rekha en de Democratische politicus Tammy Duckworth.

De bekende Chinees-Amerikaanse journalist Connie Chung probeerde bijvoorbeeld te overleven in de televisiewereld door het gedrag van de witte mannen om haar heen te kopiëren. De Pakistaanse stand-upcomedian Kumail Nanjiani moest zich na de aanslagen van 11 september 2001 gedurig verweren tegen associaties met Osama Bin Laden en voelt zich nog altijd geen volbloed Amerikaan. En Kathy Masaoka maakte zich sterk voor herstelbetalingen aan Japanse Amerikanen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden afgevoerd naar interneringskampen.

Alle sprekers hebben zo hun eigen ervaringen met het leven tussen twee werelden. Recht in de cameralens kijkend delen ze hun verhalen, die door Yi op elkaar worden gestapeld en die uiteindelijk samen een soort totaal-narratief vormen over de Aziatische gemeenschap van de Verenigde Staten. Door de gekozen opzet houdt The A List echter toch echt iets vluchtigs, als ware het een verzameling YouTube-portretjes van rolmodellen die gerust elke zes minuten even op pauze kan worden gezet.

Meer Dan Babi Pangang

Periscoop Film

Hoewel haar ouders vroeger in het Brabantse dorp Sint-Oedenrode een Chinees-Indisch restaurant hadden, waar de kinderen soms onder de afhaaltoonbank sliepen, werd er bij hen thuis nooit babi pangang gegeten. ‘Is niet lekker’, zei Julie Ng’s vader Chun Yuen Ng, die nog altijd een restaurant bestiert in Rozenburg. ‘Is voor de Hollanders.’

Julies moeder Sheila Chung woont inmiddels weer in Hong Kong. Zij voelde zich gevangen in het familierestaurant. Ze hield niet van het werk en was er volgens eigen zeggen ook helemaal niet goed in. En ze zou het ‘rampzalig’ vinden als Julie nu de zaak van haar vader, die zo langzamerhand toch met pensioen wil, zou overnemen.

Dat is meteen ook de tragiek van Chinees-Indische restaurants in Nederland: koks en opvolgers zijn nauwelijks te vinden. En dus dreigen ze te verdwijnen uit het straatbeeld, vervangen door sushi-, wok- en all you can eat-restaurants. Van Julie Ng zou ’t echter niet zover mogen komen: die restaurants horen volgens haar bij Nederland.

Ze zijn in elk geval Meer Dan Babi Pangang (75 min.), betoogt Ng in deze film, waarin ze ontdekt hoe arbeiders begin twintigste eeuw van China naar Nederland kwamen, het eerste Chinese restaurant werd geopend in Katendrecht en na de Tweede Wereldoorlog ook de Indische keuken werd geïncorporeerd achter het doorgeefluik.

Ze spreekt in dat verband met andere (bekende) Chinese Nederlanders, historici en kenners van de Oosterse keuken. Zo haalt ze een weinig zichtbaar deel van de Nederlandse bevolking – en ook de vooroordelen, discriminatie en typisch Hollandse humor waarmee deze gemeenschap gedurig krijgt te maken – achter dat luik vandaan.

Die zoektocht naar het grotere verhaal van die gemeenschap komt beter uit de verf dan het ontsluiten van de geschiedenis van haar eigen familie, die ooit vanuit Zhejiang naar het buitenland is vertrokken om te gaan werken. Dat persoonlijke verhaal komt weliswaar tot een geladen afronding, maar laat ook wat losse eindjes achter.

Onderweg legt Julie Ng haar stelling dat babi pangang – een gerecht dat in zijn huidige samenstelling, met zoetzure saus, helemaal niet bestaat in de Chinese keuken – en de cultuur die daaromheen is ontstaan inmiddels tot Neerlands immaterieel cultureel erfgoed behoort voor aan iedereen die ‘t horen wil en wellicht ook regelen kan.

Babi pangang kan allang zonder dat Chinese doorgeefluik en heeft z’n eigen plek verworven in de Hollandse keuken.