The Mission

National Geographic

Zendingsdrang of toch grootheidswaanzin? In november 2018 reist de 26-jarige Amerikaan John Chau af naar Noord-Sentinel, één van de Andaman-eilanden ten oosten van India. De christelijke influencer is vastbesloten om de geïsoleerd levende inheemse bevolking te bekeren tot het geloof. ‘Heer, is dit eiland Satans laatste bolwerk waar niemand uw naam heeft gehoord of zelfs maar de kans heeft gehad om die te horen?’ schrijft hij in één van de brieven, die voor deze film van Amanda McBaine en Jesse Moss (Boys State) zijn ingelezen door een acteur.

The Mission (103 min.) van de jonge zendeling komt snel aan z’n einde, waarschijnlijk nog voordat hij voet aan wal heeft gezet op het beschermde eiland waarnaar hij in een kano illegaal is afgereisd. De ‘primitieve’ plaatselijke bevolking heeft de archetypische ‘white savior’, die hen komt redden van niets minder dan de hel, vermoedelijk direct onschadelijk gemaakt. Voordat de missionaris hen over zijn onbegrijpelijke God heeft kunnen vertellen of kon besmetten met schadelijke ziekten. Met pijl en boog bovendien, om het verhaal helemaal af te maken.

Deze gelaagde docu – aangekleed met animaties van zijn tocht, privéfilmpjes en allerhande fragmenten uit (speel)films die hem hebben geïnspireerd – reconstrueert hoe John Chau tot zijn onbezonnen onderneming is gekomen. Was het werkelijk de behoefte om de leer van zijn Heer te verbreiden? Of was de Aziatische Amerikaan toch ook, in lijn met zijn favoriete boeken over Robinson Crusoe en Kuifje, uit op een avontuur, waarover hij nog jaren aan zijn kinderen zou kunnen vertellen? Om, in zijn eigen woorden, juist daarheen te gaan ‘where none have gone.’

McBaine en Moss plaatsen Chau’s ‘claim to fame’, die van hem overigens daadwerkelijk een martelaar heeft gemaakt in zijn eigen gemeenschap, binnen de traditie van missionarissen, die naar allerlei paradijselijke plekken op aarde afreizen om de plaatselijke bevolking er, goedschiks dan wel kwaadschiks, van te overtuigen dat ook zij het licht kunnen zien. ‘Wij beslissen anders voor een groep mensen dat zij nooit over Jezus hoeven te horen’, verwoordt Pam Arlund van All Nations, de organisatie die Chau trainde, het bijbehorende sentiment. ‘Dat is een schending van hun mensenrechten.’

Daniel Everett, die zelf dertig jaar als missionaris in Brazilië bij de Piraha-indianen bivakkeerde, is inmiddels wel genezen van zijn Messias-complex. Zijn persoonlijke relaas, geïllustreerd met fraaie archiefbeelden, wordt door de filmmakers zeer effectief gebruikt als een blauwdruk voor wat John Chau had kunnen gebeuren als ook hij de gelegenheid had gekregen om een half leven te midden van goddeloze inboorlingen te verkeren. ‘God is een buitenlander’, zegt een Piraha-man treffend. ‘We kennen hem niet. En we willen hem ook helemaal niet leren kennen.’

John Chau’s vader Patrick, een psychiater die ooit vanwege Mao’s Culturele Revolutie uit China is gevlucht, probeert intussen te ontdekken wat er in zijn zoon omging, terwijl historicus Adam Goodheart, die een boek schreef over zijn eigen ervaringen met een stam op de Andaman-eilanden, de westerse blik waarmee wij naar zulke volkeren kijken kritisch beschouwt. Want voor missies zoals die van John Chau is een typische mengelmoes van geestdrift en hoogmoed nodig, die in deze stevige film overtuigend in z’n maatschappelijke en historische context wordt geplaatst.

Stand Van De Zon / Stand Van De Maan / Stand Van De Sterren

human

Zijn bijzonder succesvolle carrière kwam in Libanon plotsklaps tot een einde. Tijdens het werken aan zijn film The Long Season kreeg de Nederlandse documentairemaker Leonard Retel Helmrich in 2017 een acute hartstilstand, waardoor hij ernstig gehandicapt raakte. De film over Syrische vluchtelingen in een Libanees kamp, afgerond door zijn Syrische cameravrouw Ramia Suleiman en producent Pieter van Huystee, zou op het IDFA nog worden uitgeroepen tot beste Nederlandse documentaire en een nominatie krijgen voor een Gouden Kalf.

De veelgeprezen trilogie Stand Van De Zon (2001), Stand Van De Maan (2004) en Stand Van De Sterren (2011), waarvoor hij dertien jaar lang onderdeel is geworden van een familie in een sloppenwijk te Jakarta, geldt echter als Retel Helmrichs pièce de résistance. Hij observeert daarin op onnavolgbare wijze, via de zogenaamde Single Shot Cinema, het christelijke gezin Sjamsuddin. Zijn camera is intuïtief, zoekend en dynamisch. Als de spreekwoordelijke vlieg die maar niet op de muur wil blijven plakken en soms, in het pre-drone tijdperk, zelfs zomaar ineens opstijgt.

Zo vangt hij details – insecten, hagedissen en de vechtvissen van vader Bakti, die uiteindelijk, in een bijzonder brute scène, in de wokpan van zijn woedende vrouw zullen verdwijnen – maar ook de geest van het moderne Indonesië, één van de grootste moslimlanden ter wereld. Waar politieke en religieuze conflicten na de val van president Soeharto aan de orde van de dag zijn. En die manifesteren zich in het meermaals bekroonde drieluik ook bij de familie Sjamsuddin. Als Bakti zich bijvoorbeeld bekeert tot de islam, is dat tegen het zere been van zijn moeder/oma Rumidja.

Elk moment kan de vlam, op micro- of macroniveau, zomaar in de pan slaan. En de filmmaker legt het rücksichtslos vast. Intiem en confronterend. Van klein naar groot – en vice versa. Rauw en artistiek. Het gewone leven, door Leonard Retel Helmrich (1959-2023) gesublimeerd tot filmkunst.