Silent Voice

IDFA

De komende anderhalf jaar is hij alleen, waarschuwt zijn begeleider. Dat is Khavaj natuurlijk al zijn hele leven. De Tsjetsjeense MMA-vechter heeft alles achter zich gelaten en zal de komende maanden of jaren moeten doorbrengen in Antwerpen, Brussel of – jawel! – Vilvoorde. En daarna kan hij, als zijn asielaanvraag tenminste wordt goedgekeurd, een andere identiteit krijgen en eindelijk een begin maken met een nieuw leven.

Als homo ben je je leven nu eenmaal niet zeker in het Tsjetsjenië van dictator Ramzan Kadyrov, zo toonde de huiveringwekkende documentaire Welcome To Chechnya al aan. Khavaj is bovendien door zijn familie verstoten. Hij moet het doen met voicemail-berichten van zijn moeder, waarin hij bijvoorbeeld te horen krijgt dat z’n broer Rousian al zijn foto’s heeft laten verbranden. Hij bestaat niet meer. Mag niet meer bestaan. Tenzij hij zich laat genezen, natuurlijk.

Khavaj heeft er geen woorden voor. Of beter: die heeft hij wel, ze willen zijn lippen alleen niet meer verlaten. De Tsjetsjeense jongen is getraumatiseerd. Hij kampt met een Silent Voice (51 min.). Ook de steeds wanhopigere berichtjes van zijn moeder blijven dus onbeantwoord in deze beklemmende documentaire van Reka Valerik, die Khavaj onherkenbaar portretteert. Met veelal donkere, claustrofobische overshoulder-shots, die zijn kleine onrustbarende wereld tastbaar maken en slechts een heel enkele keer worden doorsneden met video’s uit ‘betere’ tijden.

Het torso van de jongen mag dan indrukwekkend zijn en op een bokszak slaat en trapt hij ferm van zich af, maar tegen het schrikbeeld dat anderen, waaronder zijn eigen familieleden, van hem hebben geboetseerd is hij volstrekt weerloos. En het gevaar dreigt ook hier in het vrije westen, waar veel Mixed Martial Arts-club worden gerund door voormalige Tsjetsjenen en waar hij dus elk moment verlinkt kan worden aan de bruut Kadyrov en zijn trawanten.

Terwijl Welcome To Chechnya de gevaarlijke vlucht uit Tsjetsjenië, met de bijbehorende helden en overlevers, in al z’n spanning en drama weergeeft, concentreert dit bedompte ‘vervolg’ zich op hoe het die LGBTI’ers vergaat als ze aan de klauwen van homohaters (lijken te) zijn ontvlucht en toch nog worstelen met het net van onverdraagzaamheid dat over hen heen is gegooid. Er komt een moment dat Khavaj al die wurgende gevoelens eruit schreeuwt.

McKellen: Playing The Part

Achteraf lijkt het logisch dat juist hij, Sir Ian McKellen, in The Lord Of The Rings werd gecast en als Gandalf zou uitgroeien tot één van de meest tot de verbeelding sprekende filmpersonages. Geen acteur wordt echter geboren als charismatische tovenaar in één van de grootse successen uit de bioscoophistorie. Heel lang leek het er zelfs op dat McKellens filmcarrière helemaal niet van de grond zou komen. Hij was voorbestemd om het collectieve geheugen in te gaan als zo’n typisch Britse theateracteur, die met de ene na de andere Shakespeare-voorstelling het land doortrok.

Toch zou het, uiteindelijk, anders lopen voor de charmeur uit Wigan die nu ook nog eens de hoofdrol speelt in het portret McKellen: Playing The Part (91 min.). Want je bent nu eenmaal acteur of niet. Óók als je wordt geacht om jezelf te zijn. Dit is de monoloog van zijn leven (die slechts een heel enkele keer wordt onderbroken door regisseur Joe Stephenson). Een in memoriam avant la lettre, zoals hij het zelf gekscherend noemt. Ian neemt plaats op zijn praatstoel en loopt, ogenschijnlijk moeiteloos, leeg over zijn leven, carrière en dat ene onbesproken thema dat vanuit de achtergrond toch wel heel veel bepaalde, zijn seksuele geaardheid. ‘Ik had een geheim’, zegt hij in deze documentaire uit 2017. ‘Sprak er niet over, begreep het niet. Maar het was van mij.’

Pas toen het AIDS-virus in de jaren tachtig genadeloos toesloeg en de Britse premier Margaret Thatcher bovendien een wet probeerde in te voeren die het bespreekbaar maken van homoseksualiteit bij opgroeiende jongeren moeilijker zou maken, kwam hij uit de kast. Op televisie. In een programma, dat twee dagen later zou worden uitgezonden. Zoveel tijd had hij dus om de mensen uit zijn directe omgeving in te lichten. Het was alsof er een last van zijn schouders viel, vertelt hij nu, een last waarvan hij zich nooit bewust was geweest dat hij die permanent met zich meedroeg.

McKellen is een vaardige verteller die, zo geeft hij grif toe, zich altijd bewust blijft van de boodschap die hij wil afgeven en het publiek dat daarbij hoort. Dat is in deze film, waarin enkele van zijn vroegste herinneringen knap (en lipsynchroon) zijn gedramatiseerd met acteurs, natuurlijk niet anders. Hier spreekt een man zijn publiek toe. Over de mens achter de gevierde acteur en zijn issues. Al kan het achteraf natuurlijk ook een prachtige karakterrol blijken te zijn geweest.

Imperdonable

IDFA

Als je goed kijkt, zie je een ontwapenend joch. Dan moet je wel goed kijken. Tussen de tralies en tatoeages door, ook in het aangezicht. Halfnaakt zit Geovanny in een soort kooi. Sommige gedetineerden om hem heen hangen lusteloos in een hangmat. Half ontkleed. Uitgestald bijna. In het zicht van de gehele populatie van San Francesco Gotera, een gevangenis in El Salvador die louter wordt bevolkt door leden van de rivaliserende bendes Barrio 18 en La Mara Salvatrucha (kortweg: MS-13).

‘Onze enige taak was om te doden’, herinnert Geovanny, die tot Barrio 18 behoorde, zich in Imperdonable (36 min.). ‘Ik begon dit te beschouwen als een soort hobby, als een sport.’ In de trant van: wie kan er het meeste mensen vermoorden? Hij haatte MS-13, al een jaar of dertig de aartsvijand van zijn eigen gang, met alles wat hij had. Zonder al te veel moeite roept de jongen herinneringen op aan die ene keer dat ze een lid van de andere bende langzaam openhaalden en vervolgens zijn organen eruit trokken. Het is een gruwelijk verhaal, waarin hijzelf een naargeestige hoofdrol vertolkt.’

Sinds 2017 hebben de gedetineerden van San Francesco Gotero zich collectief tot de Heer bekeerd. Alleen een klein groepje gevangenen, onder wie Geovanny, is buitengesloten. Omdat ze hun ware aard hebben laten zien. Hun seksuele geaardheid. Volgens God zijn mensen zoals zij niet meer dan honden. Tenminste, dat stelt één van de religieuze leiders zonder omhaal van woorden. Geovanny en de zijnen bevinden zich nu in een afgezonderde cellenvleugel en zijn hun leven niet meer zeker binnen de gevangenismuren. Van de ene onverdraagzame wereld zijn ze in de andere beland.

In hun cel doden ze de tijd en kunnen ze ook even zichzelf zijn. En samen, niet te vergeten. Het is een intrigerende uitgangspositie voor deze bijzonder indringende film van Marlén Vinayo, die niet voor niets al op diverse festivals is uitgeroepen tot beste korte documentaire. Imperdonable (Engelse titel: Unforgivable) portretteert met verve een grimmige wereld waarvan slechts een enkeling waarschijnlijk het bestaan vermoedde – en die menigeen zonder enige twijfel liever helemaal niet had leren kennen.

Waarin vliegen zich verzamelen rond een stapeltje slippers. Een kwetsbare muis met een paars draadje aan een kat wordt verbonden. En Geovanny inmiddels een transfer naar een andere plek heeft aangevraagd. Daar zal hij dan wel alleen naartoe moeten.

Keith Haring: Street Art Boy

AVROTROS

In de tijd dat New York echt een gevaarlijke stad was – met gevaarlijke drugs, muziek én kunst – vond Keith Haring er een nieuw thuis. Hij arriveerde er in 1978, als ambitieuze jongen uit het nietige Kutztown in Pennsylvania. Klaar om de kunstwereld een ferme schop onder zijn hol te geven. En om met mannen te slapen, dat ook.

Zijn cartooneske kunst zou een wereldwijd fenomeen van hem maken: Keith Haring: Street Art Boy (53 min.), een perfect uithangbord voor de florerende graffiti-scene van New York. Zijn kunst was niet voorbehouden aan bezoekers van musea of galeries, maar voor iedereen toegankelijk in metrostations. Zo boorde hij een nieuw publiek aan voor moderne kunst.

Dit levendige portret van Ben Anthony, waaraan Harings ouders en mensen uit zijn directe omgeving hun medewerking verlenen, weet de tijdgeest goed te raken en blijft ook lekker op tempo. De protagonist, die zelf aan het woord komt via een audio-interview dat vlak voor zijn dood in 1990 werd afgenomen, blijft wel enigszins een enigma. Een man die na zijn overlijden bovendien een wereldwijd icoon zou worden.

Want New York was ook een stad van gevaarlijke seks. En die zou Keith Haring op slechts 31-jarige leeftijd, via de meest gevreesde ziekte van zijn tijd, de kop kosten.

Transhood

HBO

‘Ik heb liever een gezonde zoon dan een suïcidale dochter’, zegt Bryce, de moeder van Jay. De tiener krijgt binnenkort hormonen toegediend, zodat haar borstgroei niet op gang komt. Dat is wel een opluchting: geen ijszakjes of duct tape meer om de onvermijdelijke zwellingen tegen te gaan. De ingreep is ook hard nodig. Jay heeft sinds drie maanden een vriendinnetje. Die heeft er echter geen idee van dat haar vriendje nog niet helemaal de jongen is die hij wil zijn.

Intussen vraagt Bryce zich af of ze wel voldoende geld heeft voor alle behandelingen en medicatie. Want de fysieke overgang van het ene naar het andere geslacht wordt in de Verenigde Staten niet automatisch vergoed. In Transhood (97 min.) volgt Sharon Liese gedurende vijf jaar vier gezinnen uit Kansas City die een kind in transitie hebben. Bij aanvang zijn ze respectievelijk vier, zeven, twaalf en vijftien jaar oud.

Elke leeftijd brengt zo zijn eigen uitdagingen met zich mee. Leena, de oudste van de vier, heeft bijvoorbeeld haar eerste vriendje. Die zegt dat het hem niet uitmaakt dat zij een transvrouw is. De twee ogen ook oprecht verliefd. De ouders van ‘girlboy’ Phoenix overwegen intussen om afstand te nemen van hun familie omdat die, ook vanwege hun geloofsovertuiging, toch wel heel veel moeite heeft met het feit dat de kleuter nu als meisje door het leven gaat.

En het fotogenieke meisje Avery Jackson vraagt zich af, na enkele gewelddadige acties tegen de LGBTQ-gemeenschap, of ze toch niet wat voorzichtiger moet zijn met publiciteit. Als negenjarige belandt ze niettemin op de cover van het tijdschrift National Geographic. Haar moeder Debi wil haar bovendien actief inzetten in een mediacampagne om het beleid van de nieuwe Amerikaanse president Trump te beïnvloeden. En, omdat zo’n heel persoonlijk proces tevens zo z’n kansen biedt, wordt het ook tijd voor een boek van Avery, It’s Okay To Sparkle!, dat tijdens een heuse tour aan de mens wordt gebracht.

De rol en positie van de ouders, en hoe die zich gedurende de jaren ontwikkelt, vormt het saillantste deel van deze erg Amerikaanse documentaire, die het vooral van zijn longitudinale aanpak moet hebben. Als één van de hoofdpersonen onverwacht nóg een transitie doormaakt, maken ook de bijbehorende ouders ineens een draai van 180 graden. Wat eerst nog volledig werd ondersteund, krijgt nu het predicaat ‘psychische stoornis’. Het is een ontluisterende conclusie, die de dubbelzinnigheid laat zien waarmee de ontwikkeling van een transkind ook gepaard kan gaan.

An Honest Liar

De beelden doen pijn aan de ogen: een enorme zaal, gevuld met verrukte, ontroerde en soms compleet hysterische mensen, in afwachting van niets minder dan verlossing. Die komt in de vorm van een aalgladde televisiedominee. In een oogwenk weet hij wat hen mankeert en ook wat hen weer kan redden. De oudere zwarte vrouw die naar hem toe is komen trippelen en buiten zinnen in zijn armen is gevallen krijgt door evangelist Peter Popoff ingefluisterd wat ze volgens hem heeft. En dan, zodat de hele zaal het kan horen: ‘God brandt ze nu weg. Daar gaan ze. Daar gaan ze, Jezus.’

Met veel theater, kabaal en de verplichte Hallelujahs worden allerlei mensen zo bij naam opgeroepen, naar voren gehaald en met behulp van niemand minder dan de Heer gered. Naderhand doet Popoff natuurlijk een beroep op hun bereidheid als gulle gever. Oud-goochelaar James Randi en zijn secondant ontdekken al snel hoe de gladjanus te werk gaat. ‘Een man die de doven geneest, heeft geen gehoorapparaat nodigt, zegt de voormalige meestergoochelaar spottend. En daarmee is het lot van de gebedsgenezer bezegeld. Randi schuift aan in de populaire talkshow van Johnny Carson. ‘Gods frequentie – ik wist niet dat ie een radio had, is 39.170 megahertz. En God is dus een vrouw en klinkt als de vrouw van Popoff.’

The Magical Randi beschouwt het als een ultiem verraad, zegt hij in de documentaire An Honest Liar (82 min.) van Tyler Measom en Justin Weinstein uit 2014: bij hoog en bij laag ontkennen dat je een soort goochelaar bent en vervolgens het publiek leegtrekken met ‘paranormale gaven’. En dus ontwikkelt de vleesgeworden scepticus, een mediagenieke en -geile halfbroer van Gandalf, zich tot de schrik van alles en iedereen die handelt in valse hoop: helderzienden, gebedsgenezers en paranormalen. ‘Als je verliefd ben, mag de hele wereld dat weten’, zegt Bill Nye (The Science Guy) daarover. ‘En James Randi is verliefd op de waarheid.’

Die verliefdheid brengt hem tevens op het spoor van de wereldberoemde Israëlische lepeltjesbuiger Uri Geller, die zal uitgroeien tot de draak die Randi koste wat het kost wil doden. Dat mondt uit in een machtig interessante tweestrijd, tussen ‘geloof’ en ‘wetenschap’. Het speelveld waarop de welbespraakte ‘ontgoochelaar’ glorieert, volgens bijvoorbeeld het goochelaarsduo Penn & Teller, Adam Savage (Mythbusters) en hardrocker Alice Cooper (voor wie Randi een onthoofdingsscène ensceneerde). Intussen houdt Randall James Zwinge thuis al tientallen jaren een ‘geheim’ verborgen, dat zijn eigen kwetsbaarheid laat zien en dit kostelijke portret van een persoonlijke ondergrond voorziet.

Naja’s Mooiste Dans

Human

‘We dance together, we fight together!’ staat er op een protestbord van de demonstranten in de Georgische hoofdstad Tblisi. Ze verzetten zich tegen de gewelddadige sluiting van de nachtclub Bassiani, die jarenlang fungeerde als thuishaven voor het LGBTQ-smaldeel van Georgië. En dan voegt het hele plein de daad bij het woord en begint zich en masse te laven aan een kolossale beat. 

‘Het was de mooiste dans van mijn leven’, aldus Naja Orashvili, de eigenaresse van de nachtclub en activiste tegen wil en dank, in de korte documentaire Naja’s Mooiste Dans (13 min,) van Jan Beddegenoodts. Een perfecte manier om terug te slaan, nadat homohaat en kwaadaardige roddel in 2018 culmineerden in een politie-inval met opvallend veel machtsvertoon. Dans, eerder nog geboekstaafd als subversieve activiteit, werd nu ingezet als ontwapenend protestmiddel.

Beddegenoodts serveert het relaas van Orashvili in koortsachtig tempo uit met dampende dancemuziek en een straffe montage van beelden van het uitgaansleven, intimidatie van homoseksuelen en het drieste politie-ingrijpen. Hij vangt zo de gespannen atmosfeer in het Oost-Europese land en de ontlading die volgt als de gaygemeenschap het niet meer pikt en letterlijk in beweging komt.

‘Ik keek een beetje verlegen om me heen’, vertelt Orashvili. ‘Toen begreep ik dat, omdat ze ons verboden hadden om te dansen, dat dansen het wapen was om mee te vechten tegen de autoriteiten.’ En tegen zoveel ‘geweld’ blijkt zelfs het Georgische regime uiteindelijk weerloos.

Welcome To Chechnya

Je wordt opgepakt, gemarteld en moet minimaal tien soortgenoten verraden. En als je dan eindelijk wordt vrijgelaten, krijgt je familie het dringende advies om je te doden. Als praktiserend homoseksueel heb je immers geen enkel bestaansrecht.

Volgens David Isteev, de Crisis Response Coordinator van het Russische LGBT-netwerk en één van de hoofdpersonen van Welcome To Chechnya (107 min.), is dit de dagelijkse realiteit van LGBT’ers in Tsjetsjenië. Isteev fungeert als contactpersoon voor homo’s en lesbiennes die, vaak halsoverkop, het land moeten verlaten omdat ze hun leven niet meer zeker zijn.

Als de dictator van de Russische deelrepubliek, de brute Poetin-vazal Ramzan Kadyrov, hierover wordt bevraagd door een buitenlandse interviewer, ontkent die echter in alle toonaarden. ‘Dat is onzin. Zulke mensen hebben we hier niet. We hebben hier geen homo’s. En als ze er wel zijn, neem ze dan maar mee naar Canada. Zodat wij, God zij geprezen, ons bloed kunnen zuiveren.’

Het gevolg van die attitude laat zich raden: in heel het land worden homo’s in elkaar getrimd door opgeschoten jongeren, die hun eigen mannelijkheid menen te moeten bewijzen. Met hun mobieltjes leggen ze die heldendaden vast. Deze walgelijke filmpjes fungeren in deze unheimische documentaire als steeds terugkerende waarschuwing: zo lelijk en gevaarlijk is homohaat dus.

Binnen die beklemmende atmosfeer, waarbij je als LGBT’er voortdurend over je schouder moet kijken, stellen David Isteev en zijn onverzettelijke kompaan Olga Baranova hun leven in de waagschaal om lotgenoten te helpen. Vanuit een safe house, op een geheime plek in Moskou, proberen ze hen naar een nieuw leven te begeleiden, ‘somewhere’ in de wereld.

Waar ze zich veilig kunnen voelen – en hopelijk ook zijn (want de armen van Poetin, Kadyrov en hun handlangers zijn langer dan je denkt). Filmmaker David France observeert, soms met verborgen camera, hoe zulke ingrijpende operaties, waarbij de vluchtelingen vrijwel alles wat hen dierbaar was moeten achterlaten, worden voorbereid en uitgevoerd. Alle betrokkenen zijn bovendien met revolutionaire deepfake-technologie onherkenbaar gemaakt.

Één klein foutje en alle betrokkenen verdwijnen echter voor onbepaalde tijd achter de tralies. Of erger. Een mens zou van minder paranoïde worden. Welcome To Chechnya weet die permanente angst uitstekend invoelbaar te maken. Het is de angstaanjagende wereld waartoe Russische gays tegenwoordig zijn veroordeeld.

Welcome To Chechnya is hier te bekijken.

How To Survive A Plague

‘Hoeveel mensen moeten er nog sterven?’ In die vlijmscherpe vraag, geschreeuwd naar de politici of wetenschappers van dienst, zat de complete wanhoop van de eerste generatie aids-activisten opgesloten. Toen de ziekte die in de jaren tachtig stelselmatig was doodgezwegen door de regering Reagan echt niet meer viel te ontkennen, simpelweg omdat het aantal doden zienderogen opliep, werd ook het verzet tegen de onverschillige houding van de Amerikaanse overheid steeds grimmiger. In New York ontstond een militante belangengroep: ACT UP.

In How To Survive A Plague (80 min.) belicht filmmaker David France de strijd van deze gedreven activisten om gezagsdragers, goedschiks dan wel kwaadschiks, in beweging te krijgen. Zodat ze eindelijk eens op zoek zouden gaan naar een doeltreffend medicijn (of hun bezwaren tegen condoomgebruik te laten varen). Daarbij moeten ze onder andere de degens kruisen met een jonge Anthony Fauci, de huidige Corona-tsaar van de Verenigde Staten die ook als aids-expert voor hete vuren komt te staan.

Uiteindelijk slaat de ‘onsterfelijke woede’ ook naar binnen bij ACT UP. Dit zorgt voor tweespalt in de LGBT-gemeenschap die in een voortdurende doodsstrijd is verwikkeld met het vileine virus. ‘Tenzij we met ons allen de handen ineen slaan’, stelt schrijver Larry Kramer (aan wie in 2015 de documentaire In Love & Anger werd gewijd) tijdens een indrukwekkende speech, ‘zijn we zo goed als dood.’

Deze krachtige film uit 2012, waarin het geladen archiefmateriaal wordt ingekaderd door enkele hoofdrolspelers die de dans destijds zijn ontsprongen, schenkt slechts beperkt aandacht aan de menselijke tol van het HIV-virus en concentreert zich vooral op de burgerlijke ongehoorzaamheid, gerichte acties en slimme publiciteitscampagnes van de aids-activisten, waarbij menigeen boven zichzelf uitstijgt en in de jarenlange strijd (zelf)respect verwerft.

You Don’t Nomi

De critici waren het erover eens: Showgirls was zonder enige twijfel de slechtste film van 1995. Beloond met een recordaantal van zeven Razzies, de anti-Oscars die jaarlijks worden uitgereikt. Voor onder meer slechtste film, hoofdrolspeler én regisseur. De Nederlander Paul Verhoeven ging zijn Award hoogstpersoonlijk ophalen, als eerste filmmaker in de historie. Hij stak nog nét zijn middelvinger niet op naar alle haters.

25 jaar na de première is het gesprek over die omstreden film, blijkbaar toch niet zo’n waardeloze rolprent, nog altijd niet verstomd. In You Don’t Nomi (91 min.) laat Jeffrey McHale allerlei verschillende lezingen los op de film. Van filmcritici die Showgirls destijds helemaal neersabelden, anderen die er een moderne klassieker inzien, een dichter die eindeloos inspiratie vond in de film en hedendaagse drag queens en andere performers die nog altijd op de planken staan met de bijbehorende musical.

Zij claimen voor Showgirls een eigen plek in de (cult)filmhistorie en plaatsen de beoogde blockbuster ook overtuigend binnen het oeuvre van de provocateur ‘Verhooven’ (die zelf overigens niet aan het woord komt). Als logisch vervolg op zijn Nederlandse periode, via fragmenten van Turks Fruit, Spetters en De Vierde Man. En als culminatie van zijn jaren in Hollywood, het (omgekeerde) uitroepteken achter kaskrakers als Robocop, Total Recall en Basic Instinct. In Showgirls zijn bovendien allerlei motieven en stijlvormen te ontwaren, die ook in zijn vroegere films en later werk als Zwartboek en Elle zijn te herkennen.

Ook de morele kritiek op de film – misogynie en homofobie – klonk Verhoeven-volgers vertrouwd in de oren. Net als de beschuldiging dat hij eigenlijk niet van de vrouwen in zijn films houdt. In dat opzicht maakte hij met Showgirls zijn duidelijkste slachtoffer: actrice Elizabeth Berkley, het voormalige sterretje uit de sitcom Saved By The Bell. Na haar rol als stripper in Showgirls kwam ze nauwelijks meer aan de bak. Afgaande op deze intrigerende documentaire had Berkley kunnen weten wat ze zich op de hals haalde. In de film heet ze niet voor niets Nomi Malone. Nomi. Als in: Know me. No me. Of: No… Me.

‘Wie heeft ‘t bij het rechte eind over Showgirls?’, vraagt Adam Nayman, auteur van het boek It Doesn’t Suck: Showgirls, zich af in deze verplichte film over film, waarbij rechtgeaarde cinefielen hun vingers aflikken. ‘De mensen die het een verschrikkelijk slechte grap vinden? Of degenen die het beschouwen als een onbegrepen meesterwerk?’ Nayman geeft zelf antwoord: Showgirls is een ‘masterpiece of shit’. Waarvan acte.

Seahorse: The Dad Who Gave Birth

Mark Bushnell / KRO-NCRV

‘Ik vond het geweldig om zwanger te zijn’, zegt Freddy’s moeder. ‘Iedereen zou moeten weten hoe dat voelt. Zeker mannen.’ En dat treft: haar zoon is net bezig om een kind te krijgen. Zelf. Freddy McConnell is een dertigjarige transman, die is gestopt met het nemen van testosteron en nu zwanger probeert te worden.

Als meisje was Freddy gek op acteur Mel Gibson. Maar was dat nu een tienerliefde of juist een voorbeeld van wie Freddy zelf wilde zijn? Of allebei? Want ze wilde destijds een man worden en viel tegelijkertijd ook op mannen. Nu, na de transitie, is ze een homoseksuele man die een relatie heeft met een andere man, CJ. Die zelf in een vorig leven ook vrouw was.

Duidelijk is dat Freddy en CJ op geen enkele manier in het traditionele beeld van een relatie passen. En nu gaan ze dus op zoek naar een spermadonor. In Seahorse: The Dad Who Gave Birth (86 min.) volgt de Britse filmmaakster Jeanie Finlay Freddy’s pogingen om een kind op de wereld te zetten. Intussen maakt hij noodgedwongen weer een soort transitie door: van man naar vrouw.

Dat is een gecompliceerd en verwarrend proces. Niet alleen voor de hoofdpersoon zelf, die al z’n verworvenheden als man weer (tijdelijk) kwijt dreigt te raken om zo z’n diepste hartenwens te kunnen vervullen. Ook voor de argeloze kijker, bij wie stereotypen over wat mannen en vrouwen nu precies zijn stelselmatig worden ontmanteld.

Finlay blijft dicht bij haar protagonist en benadert die uiterst empathisch. Kritische vragen blijven achterwege. Ze doorsnijdt het persoonlijke traject dat Freddy heeft ingeslagen met beelden van hoe hij was als kind, als klein meisje dat naar de goedkeuring van haar vader zocht. In dat opzicht is er weinig veranderd: de relatie tussen vader en zoon McConnell is nog altijd heel precair.

Want een menselijk ‘zeepaardje‘, een diersoort waarbij het de mannetjes zijn die de zwangerschap voor hun rekening nemen, roept nu eenmaal elementaire vragen op over de moderne mens en de maakbaarheid van diens wereld: kunnen (en mogen) we tegenwoordig alles zijn en worden wat we willen? En wie bepaalt of er grenzen zijn en waar die dan liggen?

Tegelijkertijd is Seahorse vooral ook een klein en menselijk verhaal: over een doodgewone sterveling die een diep verlangen heeft om de oerrol van het menszijn, het ouderschap, op zich te nemen.

Mucho Mucho Amor: The Legend Of Walter Mercado

Netflix

Wat je ziet, vraag je niet in Puerto Rico. Bij Walter Mercado, de flamboyante televisie-astroloog waarmee hele generaties Latino’s opgroeiden, was van alles te zien. Maar er werd niet naar gevraagd of over gesproken. Ook niet door Mercado zelf. Hij liet zijn seksuele oriëntatie altijd onbenoemd. Terwijl die er toch echt duimendik bovenop lag.

De inmiddels hoogbejaarde hoofdpersoon van Mucho Mucho Amor: The Legend Of Walter Mercado (96 min.), die nog altijd oogt als een soort doldwaze kruising van Liberace, Willen Ruis en Jomanda, blijft zwijgen. ‘Bedoel je dat je maagd bent?’ wagen Cristina Constantini en Kareem Tabsch, de makers van deze film, toch weer een poging. ‘De enige in de stad’, antwoordt Mercado lachend.

Hij maakt zich er steeds met een grapje vanaf. Of die 06-lijn met advies van helderzienden misschien oplichting was? ‘Ze kregen altijd inspirerende woorden of motivatie’, klinkt het gelikt. En of hij nu eigenlijk met pensioen is? Welnee. ‘Ik sterf in het harnas’, zegt de man die al zeker tien jaar weg is uit het publieke domein. ‘Ik ben twintig jaar en begin aan een nieuwe reis in het leven van een held.’

En zo krijgt de androgyne hoofdpersoon steeds alle ruimte om zijn façade op te houden. Deze film is daardoor eerder een (glad en flinterdun) portret van het fenomeen Walter Mercado dan van de persoon die deze verbergt. Want wie er nu werkelijk schuilgaat achter die make-up, opzichtige capes en grote gebaren? Ook dat staat vast in de sterren geschreven.

Pete En De Bananen

VPRO

Geel van buiten, wit van binnen. Een banaan dus. Zo noemt Pete Wu zichzelf en andere Chinees-Nederlandse jongeren. Ze zitten gevangen tussen de Chinese cultuur van hun ouders en de Nederlandse samenleving, waarbinnen ze zijn opgegroeid. Met verwachtingen en aspiraties als ieder ander, maar in de ogen van hun ouders voorbestemd om een andere banaan te huwen – en een ‘Chinees’ of snackbar over te nemen.

In Pete En De Bananen (58 min.), gemaakt met Willem Timmers, gaat Wu in gesprek met andere Chinees-Nederlandse jongeren over hun liefdesleven en de verwachtingen die zij daarbij ervaren vanuit de gesloten Chinese gemeenschap en de eisen die aan hen worden opgelegd door Nederlanders, voor wie wit en westers nog altijd de norm is (en probeer die maar eens niet te verinnerlijken).

Pete’s zoektocht brengt hem in contact met een jonge vrouw die haar niet-Chinese verloofde jarenlang verborgen hield voor haar vader en moeder, een succesvol Aziatisch model en een voormalige sekstelefoniste die zich specialiseerde in klanten met zogenaamde ‘yellow fever’ (en die eerder is geportretteerd in de documentaire Hallo Met Kyoko). Hij gaat verder voor het eerst op date met een andere Banaan en laat zich doorlichten door een (eveneens Aziatische) therapeute, ontmoetingen die soms nét iets te geconstrueerd aandoen.

Wu en Timmers omlijsten al die gesprekken met gestileerde geel gekleurde sequenties en stijlvolle synthmuziek. Waarbij Pete’s zeer persoonlijke voice-overs een verdiepende laag aanbrengen en echt inzicht geven in zijn zielenleven, dat onlosmakelijk verbonden is met zijn afkomst en de plek waar hij opgroeide. Een manier van zijn, waarbij geel en wit inmiddels volledig door elkaar lopen.

Disclosure

Netflix

Via films ontdekken we onszelf. Ze vormen een afspiegeling van wie we zijn. Of, beter, van hoe Hollywood ons ziet. In het geval van transgenders levert dat een problematisch beeld op: van transmannen en -vrouwen als dankbaar mikpunt van spot bijvoorbeeld, in films als Tootsie, Mrs. Doubtfire en Ace Ventura: Pet Detective. Er is het idee dat wij komisch zijn, stelt schrijver Tiq Milan in Disclosure (108 min.). ‘Dat we freaks zijn. Dat we ons verkleden om anderen aan het lachen te brengen.’

Ook pijnlijk: transgenders als gestoorde seriemoordenaar. In talloze klassieke thrillers, zoals Psycho, Dressed To Kill en The Silence Of The Lambs. Het kan echter nog erger: als slachtoffer van een geweldsmisdrijf. Enkele acteurs in deze boeiende documentaire van Amy Scholder en Sam Feder vertellen hoe ze inmiddels talloze malen op een gruwelijke wijze om het leven zijn gebracht voor de camera. Omdat dat, blijkbaar, de meest voor de hand liggende manier was/is om een transman of – vrouw te incorporeren in een verhaal.

Net als de baanbrekende documentaire The Celluloid Closet (1995), waarin wordt ontleed hoe homoseksualiteit door de jaren heen (verhuld) is geportretteerd in film, belicht Disclosure via een uitputtende collectie speelfilmfragmenten (en televisieprogramma’s zoals Oprah en The Jerry Springer Show) hoe Hollywood op alle mogelijke manieren, van heel lomp en expliciet tot zeer subtiel, heeft bijgedragen aan de beeldvorming van transgenders, en in sommige gevallen ook aan transfobie.

Prominente transmannen en -vrouwen zoals actrice Laverne Cox (Orange Is The New Black), regisseur Lilly Wachowsky (The Matrix) en actrice Trace Lysette voorzien de fragmenten van persoonlijk commentaar. Over hoe die beelden, en het gedachtegoed dat daarachter schuilgaat, hun eigen zelfbeeld en transitie hebben beïnvloed en hoe films, zoals bijvoorbeeld de klassieke documentaire Paris Is Burning, soms ook positieve effecten hebben gehad op hun emancipatie.

‘Het is een interessante vraag om jezelf te stellen wat ik nu zou voelen als een openlijke transpersoon als ik geen representatie van mezelf had gezien in de media’, vat de actrice en schrijfster Jen Richards het treffend samen. ‘Enerzijds had ik me dat gevoel van monsterlijkheid nooit eigen gemaakt, van angst voor onthulling, van mezelf als weerzinwekkend of als de clou van een grap.’ Van de andere kant: ‘Zou ik weten dat ik trans ben als ik nooit gendervariatie op het scherm had gezien?’

Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn

In de hoogtijdagen van de Koude Oorlog zouden ze Amerikaanse atoomgeheimen hebben doorgespeeld aan aartsvijand de Sovjet-Unie. Het echtpaar Julius en Ethel Rosenberg werd in 1953 ter dood gebracht. Ruim 65 jaar later portretteert hun kleindochter Ivy Meeropol de man die een sleutelrol speelde in hun veroordeling: Roy Cohn (1927-1986), een jonge advocaat die destijds aan de vooravond stond van een prachtige carrière als rechterhand van communistenjager Joe McCarthy, raadsman van de georganiseerde misdaad in New York én lichtend voorbeeld van een jonge, ambitieuze zakenman uit die stad, ene Donald Trump.

Die laatste rol, als mentor van de huidige Amerikaanse president, vormde onlangs al het uitgangspunt voor een andere film over de man die ook wel ‘de verpersoonlijking van slechtheid’ is genoemd: Where’s My Roy Cohn? (2018], een tamelijk traditionele en doeltreffende biografie van Matt Tyrnauer. De openingsscène van Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn (98 min.) maakt direct duidelijk dat Meeropol een persoonlijkere aanpak voor ogen heeft: in oude zwart-wit beelden spreekt ze als klein meisje met haar vader Michael over de terechtstelling van diens ouders. Haar familie heeft aan den lijve ondervonden wat de gevolgen kunnen zijn van de rücksichtslose handelswijze van Cohn, die de verklaring van een belangrijke getuige tegen haar grootouders op een onoorbare manier zou hebben beïnvloed.

Tegelijkertijd probeert de documentairemaakster met bronnen als filmmaker John Waters (die Cohn, als homo die zijn hele leven in de kast bleef, regelmatig tegenkwam op een soort gayparadijs), collega-advocaat Alan Dershowitz (waarmee hij aan de geruchtmakende zaak tegen Claus von Bülow werkte), en roddelcolumniste Cindy Adams (die hij regelmatig van nieuwtjes voorzag over lieden die hij in verlegenheid wilde brengen) ook een tamelijk traditioneel portret van het ‘larger than life’-personage Roy Cohn te schetsen. Die twee verhaallijnen komen alleen niet altijd even soepel samen, waardoor de film soms een wat rommelige indruk maakt.

Via onlangs ontdekte audiocassettes van een interview dat journalist Peter Manso in 1980 met hem deed voor een Playboy-profiel komt de man met de spottende lach, boksersneus en bijzonder kille ogen zelf ook nog aan het woord, waarbij hij nooit om een scherpe oneliner verlegen lijkt te zitten. Behálve als het gaat over zijn eigen seksuele geaardheid en de dodelijke ziekte die hij uiteindelijk zou oplopen, een publiek geheim dat hem, ongewild, tot een belangrijk personage in de theatervoorstelling Angels In America zou maken. Dat verborgen leven krijgt veel aandacht in deze onevenwichtige film, die natuurlijk ook inzoomt op zijn rol als mentor van de jonge Trump, in Cohns ogen een genie met een gouden toekomst.

Van de executie van de Rosenbergs heeft Roy Cohn volgens eigen zeggen nooit ook maar een nacht wakker gelegen. Die kregen gewoon hun verdiende loon. Zelfs als hun zoon Michael Meeropol hem in een tv-programma confronteert met gerommel in de rechtszaak tegen zijn ouders geeft Cohn geen duimbreed toe en houdt vast aan zijn eigen werkelijkheid. Een modus operandi waarvan ook zijn protegé, op wie hij zonder enige twijfel trots zou zijn geweest, als president van de Verenigde Staten zijn handelsmerk heeft gemaakt. Zo leeft Roy Cohn voort: als de man die eerst het McCarthyisme en later Donald Trump (mede) mogelijk maakte.

Mr Gay Syria

‘Is er een behandeling voor dit soort mensen?’ vroeg hij anderen, als er een homo langsliep. ‘Waarom heeft Allah hem zo gemaakt? Kan hij echt niet worden genezen?’ Het antwoord was altijd hetzelfde: ‘Ja, als hij de Koran leest en besluit om te trouwen.’

Intussen zat Husein Sabat zelf ook in de kast. De 24-jarige Syrische kapper leefde als hetero en probeerde zichzelf wijs te maken dat die situatie wel oké was. Totdat hij er echt niet meer onderuit kon: hij was homo en wilde daar ook voor uitkomen. Dat was alleen niet mogelijk in eigen land.

In Istanboel, de hoofdstad van buurland Turkije, leeft hij nu zes dagen per week als homoseksuele man. Op dag zeven keert Husein terug naar huis, naar zijn vrouw, dochtertje en oerconservatieve familie. Zij weten van niets.

Dat broze evenwicht komt verder onder druk te staan als hij besluit mee te doen aan de wedstrijd Mr Gay Syria (52 min.). Als Husein wint, wordt hij uitgezonden naar de Mr. Gay World-verkiezing op Malta. En dat biedt hem wellicht de kans om definitief naar het ‘veilige’ Europa te verkassen.

Deze beklemmende film van Ayse Toprak vangt hoe Syrische gays zich noodgedwongen in de schaduw moeten ophouden en hoeveel lef ervoor nodig is om uiteindelijk tóch in de openbaarheid te treden, in de wetenschap dat er thuis mensen zijn die hen op de Koran laten zweren dat ze geen homo zijn en verder niemand hun veiligheid kan garanderen.

Zolang ze tenminste niet beschikken over een westers visum, het ‘verlaat de gevangenis, zonder te betalen’-kaartje dat slechts een enkeling gegeven is.

Next Goal Wins

Met 31-0 gingen ze in 2001 de bietenbrug op tegen Australië. De grootste nederlaag in een officiële interland ooit. Het kan ook 32-0 zijn geweest. Feit is dat het nationale elftal van Amerikaans-Samoa het lachertje van de internationale voetbalwereld werd. Een team om af te slachten en belachelijk te maken. Gepersonifieerd door de onfortuinlijke keeper Nicky Salapu, de man die ruim dertig keer een bal uit het net moest halen.

Ruim tien jaar later hebben ze nog altijd geen officiële wedstrijd gewonnen. Dat is de uitgangspositie voor de documentaire Next Goal Wins (93 min.) uit 2014, waarin de ‘trots’ van het eilandje in de Zuidelijke Grote Oceaan wordt gevolgd tijdens de kwalificatie voor het WK Voetbal. Onder de hoede van een nieuwe coach, de Nederlandse bullebak Thomas Rongen, gaan ze proberen om eens te winnen, of op zijn minst om ook weer eens te scoren. Want zelfs dat is pas één keer gelukt.

Voor Rongen, die in een grijs verleden met zowel Johan Cruijff als George Best speelde in de Amerikaanse Major Soccer League en daar ook op behoorlijk niveau coachte, is het een fikse stap terug. En voor de goedmoedige Samoanen blijkt het ook flink wennen, zo’n coach die echt altijd het onderste uit de kan wil en van zijn hart bepaald geen moordkuil maakt.

Die cultuurclash vormt het hart van deze uiterst sympathieke documentaire, waarbij het team ook nog een heel opmerkelijke speler in de gelederen heeft: een zogenaamde ‘fa’afafine’, iemand die zich in lijn met de plaatselijke cultuur zowel als man als als vrouw identificeert. Jaiyha Saelua kan de eerste transgender-voetballer in een officiële wedstrijd worden.

Is het elftal van de piepkleine natie, met slechts 65.000 inwoners, in staat om eindelijk de ban te breken? De allang gestopte doelman Nicky Salapu heeft er in elk geval voldoende vertrouwen in om zijn rentree te maken. En wat doet de onmogelijke opdracht met de Nederlandse coach Rongen, die vanwege persoonlijke redenen samen met zijn vrouw naar het andere eind van de wereld blijkt te zijn afgereisd?

De Britse filmmakers Mike Brett en Steve Jamison maken van hen personages om van te houden, serveren hun verrichtingen met gevoel voor dramatiek en dampende soulmuziek en zorgen er zo voor dat de wedstrijden van ‘het slechtste voetbalelftal ter wereld’ het belang van een gemiddelde WK-finale krijgen. Intussen vangen ze tevens de oprechte liefde die sport zo leuk, en belangrijk, kan maken. En die is onweerstaanbaar.

AKA Jane Roe

FX

Ze heet Norma McCorvey. Maar Amerikanen kennen haar als Jane Roe. Van Roe versus Wade, de geruchtmakende rechtszaak die in 1973 leidde tot de legalisering van abortus in de Verenigde Staten. Zij zorgde er dus hoogstpersoonlijk voor dat Amerikaanse vrouwen baas in eigen buik werden. En toen, ruim twintig jaar later, keerde ze zich als donderslag bij heldere hemel ineens tégen het recht voor vrouwen om hun zwangerschap te beëindigen.

In AKA Jane Roe (80 min.) doen McCorvey, oud en broos inmiddels, en voormalige mede- en tegenstanders haar levensverhaal, dat wordt gedomineerd door die ene stap waardoor ze in de geschiedenisboeken zou belanden. Daarachter zit echter geen verheven idealiste – geen Rosa Parks zogezegd – maar een volkse vrouw met een scherpe tong, problematisch leven en flinke gebruiksaanwijzing. Die bovendien beweert dat ze zelf nooit een abortus heeft ondergaan.

Met haar beslissing om een handtekening te zetten onder de principiële zaak van ‘Jane Roe’ heeft ze echter een culturele oorlog in gang gezet, die met alle mogelijke middelen wordt uitgevochten en die haar land bijna een halve eeuw later nog altijd tot op het bot verdeelt. Ook ideologische tegenstanders van abortus komen aan het woord in deze spannende film van Nick Sweeney. Voor hen betekent ‘pro-choice’ in werkelijkheid ‘pro-death’.

Uiteindelijk krijgen ze met die boodschap halverwege de jaren negentig zowaar vat op het gezicht van het Amerikaanse recht op abortus: de vrouw die demonstranten bij een abortuskliniek even tevoren nog voor de grap heeft uitgenodigd om ‘gebarbecuede baby’s’ te komen eten. Voor het oog van de camera laat Norma McCorvey zich dopen en pleegt het ultieme verraad: ze wordt lid van de pro-life organisatie Operation Rescue, die natuurlijk wel raad weet met deze promotionele buitenkans.

En dan blijkt dat achter McCorveys plotselinge ommekeer een héél saillante geschiedenis schuil gaat, die deze documentaire naar een krachtige en lekker ongemakkelijke climax stuwt…

A Secret Love

Netflix

Voor Diana Bolan was tante Terry als een moeder. ‘Ze was erbij toen ik gedoopt werd, bij mijn diploma-uitreiking’, vertelt de Canadese vrouw van middelbare leeftijd. ‘Door haar kon ik studeren. Zij luisterde toen ik zei dat ik docent wilde worden. Zonder haar had ik nooit gehad wat ik nu heb. Ik heb alles te danken aan haar. Alleen aan haar.’

Toch ontdekte Diana pas enkele jaren geleden dat tante Terry iets voor haar verborg. ‘Ik leefde als het waren in een leugen’, zegt die nu. ‘Ik zei tegen Pat: als Diana weer komt, vertel ik het haar.’ Dat bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Na een gezellig etentje had ik het nog steeds niet verteld. Ik werd steeds zenuwachtiger. Ik wilde haar liefde niet kwijt.’ En toen uiteindelijk, te langen leste, bekende ze kleur: ‘We zijn lesbisch.’

Terry en Pat waren op dat moment al ruim zestig jaar bij elkaar, maar open over hun geaardheid waren ze nooit geweest. Met recht A Secret Love (82 min.) dus. Dat was overigens niet zo vreemd: Terry’s broer Tom, de vader van Diana, zei volgens zijn dochter altijd dat tante eens geneukt zou moeten worden door een grote zwarte neger. Dat zou haar wel op het rechte pad brengen. ‘Dat zei hij heel vaak’, herinnert Diana zich. ‘Nuchter, niet dronken.’

Via Pat Henschel en Terry Donahue, die allebei op hoog niveau honkbal speelden en met hun collega’s de inspiratie vormden voor de speelfilm A League Of Their Own, belicht regisseur (en Diana’s zoon) Chris Bolan de emancipatiestrijd van Amerikaanse homo’s en lesbiennes sinds de Tweede Wereldoorlog en de façade die mensen zoals zij in al die jaren moesten ophouden. Nee, ze waren geen geliefden, hoor. Gewoon beste vrienden, collega’s of – leugentje om bestwil – elkaars nicht.

En nu zijn Terry en Pat hoogbejaard en worden ze gedwongen om na te denken over hoe en waar ze hun laatste jaren willen spenderen. Gaat het bijvoorbeeld nog tot een huwelijk komen? Hoe zit het met de homo-acceptatie in woonvoorzieningen voor ouderen? En zijn ze samen überhaupt nog in staat om hele ingrijpende stappen te zetten?

Het aangrijpende A Secret Love legt op pijnlijk intieme wijze vast hoe de twee vrouwen, ondersteund door en soms in conflict met nicht Diana, de allerlaatste fase inrichten van het leven dat ze voor een groot deel in de kast hebben doorgebracht. Zodat ze elkaar eindelijk openlijk kunnen liefhebben.

Circus Of Books

Netflix

‘Op de vraag waar onze ouders werkten was het antwoord: in een boekwinkel’, vertelt Micah Mason. Het duurde niet lang of de jongen wist wel beter. ‘Wij hebben een boekwinkel’, luidde de instructie van zijn vader en moeder volgens broer Josh. ‘Dat vertel je mensen.’ De kinderen moesten echter naar beneden kijken als ze in diezelfde winkel waren. Want behalve een boekenzaak was de firma van hun ouders Karen en Barry ook ‘een hardcore gaypornozaak‘: Circus Of Books (86 min.) aan de Santa Monica Boulevard in West-Hollywood. Zus/dochter Rachel Mason wijdde er deze documentaire aan.

Niet dat haar vader en moeder zich schaamden voor hun business, die ook nog het maken van ‘adult entertainment’ voor mannen omvatte, maar ze wilden niet dat hun kinderen er last van zouden krijgen. Via hun winkel zou het Joodse echtpaar deelgenoot worden van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de strijd van puriteins Amerika tegen pornografie, de AIDS-epidemie van de jaren tachtig en de opkomst van het internet – en de onvermijdelijke neergang van (porno)videotheken die daarop zou volgen. Die roerige geschiedenis doen Karen en Barry Mason, samen op de bank, nuchter uit de doeken. Daarbij wordt al snel duidelijk dat zij thuis de broek aanheeft en hij over de beste glimlach van het westelijk halfrond beschikt.

Het no-nonsense koppel wordt bij het ophalen van herinneringen aan de tijd dat ze in de frontlinie stonden van de strijd tegen censuur en homodiscriminatie bijgestaan door hun kinderen, medewerkers en klanten van hun winkel én blikvangers uit de business waarin ze zich al die jaren hebben opgehouden: Hustler-uitgever Larry Flynt (altijd op zoek naar distributie voor zijn schmutzige tijdschriften), gaypornoster Jeff Stryker (met zijn eigen actiepoppetje, inclusief te verbuigen geslachtsdeel) en LGBT-activist van het eerste uur Alexei Romanoff (die net als veel andere gays een geborgen plek vond bij Circus Of Books, waar je tussen de schappen bovendien lekker kon vozen).

Toch was de homo-emancipatie ook in Huize Mason nog altijd niet volledig afgerond. Daar zit ook het persoonlijke drama van deze aardige egodocu, die tevens van dichtbij vastlegt hoe de klad er inmiddels stevig inzit bij Circus Of Books. Voor Karen en Barry is het tegenwoordig steeds afwachten of ze aan het eind van de week het personeel kunnen betalen. Hun winkel, die al sinds 1982 draait, dreigt roemloos ten onder te gaan. Voor de zekerheid ruimen ze alvast het magazijn leeg. Hele stapels gayporno, educatief materiaal voor hele generaties opgroeiende homo’s, verdwijnt in de afvalcontainer. Waar het volgens sommige Amerikanen altijd al thuishoorde. En voor die mannen was er dan een kast.