An Honest Liar

De beelden doen pijn aan de ogen: een enorme zaal, gevuld met verrukte, ontroerde en soms compleet hysterische mensen, in afwachting van niets minder dan verlossing. Die komt in de vorm van een aalgladde televisiedominee. In een oogwenk weet hij wat hen mankeert en ook wat hen weer kan redden. De oudere zwarte vrouw die naar hem toe is komen trippelen en buiten zinnen in zijn armen is gevallen krijgt door evangelist Peter Popoff ingefluisterd wat ze volgens hem heeft. En dan, zodat de hele zaal het kan horen: ‘God brandt ze nu weg. Daar gaan ze. Daar gaan ze, Jezus.’

Met veel theater, kabaal en de verplichte Hallelujahs worden allerlei mensen zo bij naam opgeroepen, naar voren gehaald en met behulp van niemand minder dan de Heer gered. Naderhand doet Popoff natuurlijk een beroep op hun bereidheid als gulle gever. Oud-goochelaar James Randi en zijn secondant ontdekken al snel hoe de gladjanus te werk gaat. ‘Een man die de doven geneest, heeft geen gehoorapparaat nodigt, zegt de voormalige meestergoochelaar spottend. En daarmee is het lot van de gebedsgenezer bezegeld. Randi schuift aan in de populaire talkshow van Johnny Carson. ‘Gods frequentie – ik wist niet dat ie een radio had, is 39.170 megahertz. En God is dus een vrouw en klinkt als de vrouw van Popoff.’

The Magical Randi beschouwt het als een ultiem verraad, zegt hij in de documentaire An Honest Liar (82 min.) van Tyler Measom en Justin Weinstein uit 2014: bij hoog en bij laag ontkennen dat je een soort goochelaar bent en vervolgens het publiek leegtrekken met ‘paranormale gaven’. En dus ontwikkelt de vleesgeworden scepticus, een mediagenieke en -geile halfbroer van Gandalf, zich tot de schrik van alles en iedereen die handelt in valse hoop: helderzienden, gebedsgenezers en paranormalen. ‘Als je verliefd ben, mag de hele wereld dat weten’, zegt Bill Nye (The Science Guy) daarover. ‘En James Randi is verliefd op de waarheid.’

Die verliefdheid brengt hem tevens op het spoor van de wereldberoemde Israëlische lepeltjesbuiger Uri Geller, die zal uitgroeien tot de draak die Randi koste wat het kost wil doden. Dat mondt uit in een machtig interessante tweestrijd, tussen ‘geloof’ en ‘wetenschap’. Het speelveld waarop de welbespraakte ‘ontgoochelaar’ glorieert, volgens bijvoorbeeld het goochelaarsduo Penn & Teller, Adam Savage (Mythbusters) en hardrocker Alice Cooper (voor wie Randi een onthoofdingsscène ensceneerde). Intussen houdt Randall James Zwinge thuis al tientallen jaren een ‘geheim’ verborgen, dat zijn eigen kwetsbaarheid laat zien en dit kostelijke portret van een persoonlijke ondergrond voorziet.

Naja’s Mooiste Dans

Human

‘We dance together, we fight together!’ staat er op een protestbord van de demonstranten in de Georgische hoofdstad Tblisi. Ze verzetten zich tegen de gewelddadige sluiting van de nachtclub Bassiani, die jarenlang fungeerde als thuishaven voor het LGBTQ-smaldeel van Georgië. En dan voegt het hele plein de daad bij het woord en begint zich en masse te laven aan een kolossale beat. 

‘Het was de mooiste dans van mijn leven’, aldus Naja Orashvili, de eigenaresse van de nachtclub en activiste tegen wil en dank, in de korte documentaire Naja’s Mooiste Dans (13 min,) van Jan Beddegenoodts. Een perfecte manier om terug te slaan, nadat homohaat en kwaadaardige roddel in 2018 culmineerden in een politie-inval met opvallend veel machtsvertoon. Dans, eerder nog geboekstaafd als subversieve activiteit, werd nu ingezet als ontwapenend protestmiddel.

Beddegenoodts serveert het relaas van Orashvili in koortsachtig tempo uit met dampende dancemuziek en een straffe montage van beelden van het uitgaansleven, intimidatie van homoseksuelen en het drieste politie-ingrijpen. Hij vangt zo de gespannen atmosfeer in het Oost-Europese land en de ontlading die volgt als de gaygemeenschap het niet meer pikt en letterlijk in beweging komt.

‘Ik keek een beetje verlegen om me heen’, vertelt Orashvili. ‘Toen begreep ik dat, omdat ze ons verboden hadden om te dansen, dat dansen het wapen was om mee te vechten tegen de autoriteiten.’ En tegen zoveel ‘geweld’ blijkt zelfs het Georgische regime uiteindelijk weerloos.

Welcome To Chechnya

Je wordt opgepakt, gemarteld en moet minimaal tien soortgenoten verraden. En als je dan eindelijk wordt vrijgelaten, krijgt je familie het dringende advies om je te doden. Als praktiserend homoseksueel heb je immers geen enkel bestaansrecht.

Volgens David Isteev, de Crisis Response Coordinator van het Russische LGBT-netwerk en één van de hoofdpersonen van Welcome To Chechnya (107 min.), is dit de dagelijkse realiteit van LGBT’ers in Tsjetsjenië. Isteev fungeert als contactpersoon voor homo’s en lesbiennes die, vaak halsoverkop, het land moeten verlaten omdat ze hun leven niet meer zeker zijn.

Als de dictator van de Russische deelrepubliek, de brute Poetin-vazal Ramzan Kadyrov, hierover wordt bevraagd door een buitenlandse interviewer, ontkent die echter in alle toonaarden. ‘Dat is onzin. Zulke mensen hebben we hier niet. We hebben hier geen homo’s. En als ze er wel zijn, neem ze dan maar mee naar Canada. Zodat wij, God zij geprezen, ons bloed kunnen zuiveren.’

Het gevolg van die attitude laat zich raden: in heel het land worden homo’s in elkaar getrimd door opgeschoten jongeren, die hun eigen mannelijkheid menen te moeten bewijzen. Met hun mobieltjes leggen ze die heldendaden vast. Deze walgelijke filmpjes fungeren in deze unheimische documentaire als steeds terugkerende waarschuwing: zo lelijk en gevaarlijk is homohaat dus.

Binnen die beklemmende atmosfeer, waarbij je als LGBT’er voortdurend over je schouder moet kijken, stellen David Isteev en zijn onverzettelijke kompaan Olga Baranova hun leven in de waagschaal om lotgenoten te helpen. Vanuit een safe house, op een geheime plek in Moskou, proberen ze hen naar een nieuw leven te begeleiden, ‘somewhere’ in de wereld.

Waar ze zich veilig kunnen voelen – en hopelijk ook zijn (want de armen van Poetin, Kadyrov en hun handlangers zijn langer dan je denkt). Filmmaker David France observeert, soms met verborgen camera, hoe zulke ingrijpende operaties, waarbij de vluchtelingen vrijwel alles wat hen dierbaar was moeten achterlaten, worden voorbereid en uitgevoerd. Alle betrokkenen zijn bovendien met revolutionaire deepfake-technologie onherkenbaar gemaakt.

Één klein foutje en alle betrokkenen verdwijnen echter voor onbepaalde tijd achter de tralies. Of erger. Een mens zou van minder paranoïde worden. Welcome To Chechnya weet die permanente angst uitstekend invoelbaar te maken. Het is de angstaanjagende wereld waartoe Russische gays tegenwoordig zijn veroordeeld.

How To Survive A Plague

‘Hoeveel mensen moeten er nog sterven?’ In die vlijmscherpe vraag, geschreeuwd naar de politici of wetenschappers van dienst, zat de complete wanhoop van de eerste generatie aids-activisten opgesloten. Toen de ziekte die in de jaren tachtig stelselmatig was doodgezwegen door de regering Reagan echt niet meer viel te ontkennen, simpelweg omdat het aantal doden zienderogen opliep, werd ook het verzet tegen de onverschillige houding van de Amerikaanse overheid steeds grimmiger. In New York ontstond een militante belangengroep: ACT UP.

In How To Survive A Plague (80 min.) belicht filmmaker David France de strijd van deze gedreven activisten om gezagsdragers, goedschiks dan wel kwaadschiks, in beweging te krijgen. Zodat ze eindelijk eens op zoek zouden gaan naar een doeltreffend medicijn (of hun bezwaren tegen condoomgebruik te laten varen). Daarbij moeten ze onder andere de degens kruisen met een jonge Anthony Fauci, de huidige Corona-tsaar van de Verenigde Staten die ook als aids-expert voor hete vuren komt te staan.

Uiteindelijk slaat de ‘onsterfelijke woede’ ook naar binnen bij ACT UP. Dit zorgt voor tweespalt in de LGBT-gemeenschap die in een voortdurende doodsstrijd is verwikkeld met het vileine virus. ‘Tenzij we met ons allen de handen ineen slaan’, stelt schrijver Larry Kramer (aan wie in 2015 de documentaire In Love & Anger werd gewijd) tijdens een indrukwekkende speech, ‘zijn we zo goed als dood.’

Deze krachtige film uit 2012, waarin het geladen archiefmateriaal wordt ingekaderd door enkele hoofdrolspelers die de dans destijds zijn ontsprongen, schenkt slechts beperkt aandacht aan de menselijke tol van het HIV-virus en concentreert zich vooral op de burgerlijke ongehoorzaamheid, gerichte acties en slimme publiciteitscampagnes van de aids-activisten, waarbij menigeen boven zichzelf uitstijgt en in de jarenlange strijd (zelf)respect verwerft.

You Don’t Nomi

De critici waren het erover eens: Showgirls was zonder enige twijfel de slechtste film van 1995. Beloond met een recordaantal van zeven Razzies, de anti-Oscars die jaarlijks worden uitgereikt. Voor onder meer slechtste film, hoofdrolspeler én regisseur. De Nederlander Paul Verhoeven ging zijn Award hoogstpersoonlijk ophalen, als eerste filmmaker in de historie. Hij stak nog nét zijn middelvinger niet op naar alle haters.

25 jaar na de première is het gesprek over die omstreden film, blijkbaar toch niet zo’n waardeloze rolprent, nog altijd niet verstomd. In You Don’t Nomi (91 min.) laat Jeffrey McHale allerlei verschillende lezingen los op de film. Van filmcritici die Showgirls destijds helemaal neersabelden, anderen die er een moderne klassieker inzien, een dichter die eindeloos inspiratie vond in de film en hedendaagse drag queens en andere performers die nog altijd op de planken staan met de bijbehorende musical.

Zij claimen voor Showgirls een eigen plek in de (cult)filmhistorie en plaatsen de beoogde blockbuster ook overtuigend binnen het oeuvre van de provocateur ‘Verhooven’ (die zelf overigens niet aan het woord komt). Als logisch vervolg op zijn Nederlandse periode, via fragmenten van Turks Fruit, Spetters en De Vierde Man. En als culminatie van zijn jaren in Hollywood, het (omgekeerde) uitroepteken achter kaskrakers als Robocop, Total Recall en Basic Instinct. In Showgirls zijn bovendien allerlei motieven en stijlvormen te ontwaren, die ook in zijn vroegere films en later werk als Zwartboek en Elle zijn te herkennen.

Ook de morele kritiek op de film – misogynie en homofobie – klonk Verhoeven-volgers vertrouwd in de oren. Net als de beschuldiging dat hij eigenlijk niet van de vrouwen in zijn films houdt. In dat opzicht maakte hij met Showgirls zijn duidelijkste slachtoffer: actrice Elizabeth Berkley, het voormalige sterretje uit de sitcom Saved By The Bell. Na haar rol als stripper in Showgirls kwam ze nauwelijks meer aan de bak. Afgaande op deze intrigerende documentaire had Berkley kunnen weten wat ze zich op de hals haalde. In de film heet ze niet voor niets Nomi Malone. Nomi. Als in: Know me. No me. Of: No… Me.

‘Wie heeft ‘t bij het rechte eind over Showgirls?’, vraagt Adam Nayman, auteur van het boek It Doesn’t Suck: Showgirls, zich af in deze verplichte film over film, waarbij rechtgeaarde cinefielen hun vingers aflikken. ‘De mensen die het een verschrikkelijk slechte grap vinden? Of degenen die het beschouwen als een onbegrepen meesterwerk?’ Nayman geeft zelf antwoord: Showgirls is een ‘masterpiece of shit’. Waarvan acte.

Seahorse: The Dad Who Gave Birth

Mark Bushnell / KRO-NCRV

‘Ik vond het geweldig om zwanger te zijn’, zegt Freddy’s moeder. ‘Iedereen zou moeten weten hoe dat voelt. Zeker mannen.’ En dat treft: haar zoon is net bezig om een kind te krijgen. Zelf. Freddy McConnell is een dertigjarige transman, die is gestopt met het nemen van testosteron en nu zwanger probeert te worden.

Als meisje was Freddy gek op acteur Mel Gibson. Maar was dat nu een tienerliefde of juist een voorbeeld van wie Freddy zelf wilde zijn? Of allebei? Want ze wilde destijds een man worden en viel tegelijkertijd ook op mannen. Nu, na de transitie, is ze een homoseksuele man die een relatie heeft met een andere man, CJ. Die zelf in een vorig leven ook vrouw was.

Duidelijk is dat Freddy en CJ op geen enkele manier in het traditionele beeld van een relatie passen. En nu gaan ze dus op zoek naar een spermadonor. In Seahorse: The Dad Who Gave Birth (86 min.) volgt de Britse filmmaakster Jeanie Finlay Freddy’s pogingen om een kind op de wereld te zetten. Intussen maakt hij noodgedwongen weer een soort transitie door: van man naar vrouw.

Dat is een gecompliceerd en verwarrend proces. Niet alleen voor de hoofdpersoon zelf, die al z’n verworvenheden als man weer (tijdelijk) kwijt dreigt te raken om zo z’n diepste hartenwens te kunnen vervullen. Ook voor de argeloze kijker, bij wie stereotypen over wat mannen en vrouwen nu precies zijn stelselmatig worden ontmanteld.

Finlay blijft dicht bij haar protagonist en benadert die uiterst empathisch. Kritische vragen blijven achterwege. Ze doorsnijdt het persoonlijke traject dat Freddy heeft ingeslagen met beelden van hoe hij was als kind, als klein meisje dat naar de goedkeuring van haar vader zocht. In dat opzicht is er weinig veranderd: de relatie tussen vader en zoon McConnell is nog altijd heel precair.

Want een menselijk ‘zeepaardje‘, een diersoort waarbij het de mannetjes zijn die de zwangerschap voor hun rekening nemen, roept nu eenmaal elementaire vragen op over de moderne mens en de maakbaarheid van diens wereld: kunnen (en mogen) we tegenwoordig alles zijn en worden wat we willen? En wie bepaalt of er grenzen zijn en waar die dan liggen?

Tegelijkertijd is Seahorse vooral ook een klein en menselijk verhaal: over een doodgewone sterveling die een diep verlangen heeft om de oerrol van het menszijn, het ouderschap, op zich te nemen.

Mucho Mucho Amor: The Legend Of Walter Mercado

Netflix

Wat je ziet, vraag je niet in Puerto Rico. Bij Walter Mercado, de flamboyante televisie-astroloog waarmee hele generaties Latino’s opgroeiden, was van alles te zien. Maar er werd niet naar gevraagd of over gesproken. Ook niet door Mercado zelf. Hij liet zijn seksuele oriëntatie altijd onbenoemd. Terwijl die er toch echt duimendik bovenop lag.

De inmiddels hoogbejaarde hoofdpersoon van Mucho Mucho Amor: The Legend Of Walter Mercado (96 min.), die nog altijd oogt als een soort doldwaze kruising van Liberace, Willen Ruis en Jomanda, blijft zwijgen. ‘Bedoel je dat je maagd bent?’ wagen Cristina Constantini en Kareem Tabsch, de makers van deze film, toch weer een poging. ‘De enige in de stad’, antwoordt Mercado lachend.

Hij maakt zich er steeds met een grapje vanaf. Of die 06-lijn met advies van helderzienden misschien oplichting was? ‘Ze kregen altijd inspirerende woorden of motivatie’, klinkt het gelikt. En of hij nu eigenlijk met pensioen is? Welnee. ‘Ik sterf in het harnas’, zegt de man die al zeker tien jaar weg is uit het publieke domein. ‘Ik ben twintig jaar en begin aan een nieuwe reis in het leven van een held.’

En zo krijgt de androgyne hoofdpersoon steeds alle ruimte om zijn façade op te houden. Deze film is daardoor eerder een (glad en flinterdun) portret van het fenomeen Walter Mercado dan van de persoon die deze verbergt. Want wie er nu werkelijk schuilgaat achter die make-up, opzichtige capes en grote gebaren? Ook dat staat vast in de sterren geschreven.

Pete En De Bananen

VPRO

Geel van buiten, wit van binnen. Een banaan dus. Zo noemt Pete Wu zichzelf en andere Chinees-Nederlandse jongeren. Ze zitten gevangen tussen de Chinese cultuur van hun ouders en de Nederlandse samenleving, waarbinnen ze zijn opgegroeid. Met verwachtingen en aspiraties als ieder ander, maar in de ogen van hun ouders voorbestemd om een andere banaan te huwen – en een ‘Chinees’ of snackbar over te nemen.

In Pete En De Bananen (58 min.), gemaakt met Willem Timmers, gaat Wu in gesprek met andere Chinees-Nederlandse jongeren over hun liefdesleven en de verwachtingen die zij daarbij ervaren vanuit de gesloten Chinese gemeenschap en de eisen die aan hen worden opgelegd door Nederlanders, voor wie wit en westers nog altijd de norm is (en probeer die maar eens niet te verinnerlijken).

Pete’s zoektocht brengt hem in contact met een jonge vrouw die haar niet-Chinese verloofde jarenlang verborgen hield voor haar vader en moeder, een succesvol Aziatisch model en een voormalige sekstelefoniste die zich specialiseerde in klanten met zogenaamde ‘yellow fever’ (en die eerder is geportretteerd in de documentaire Hallo Met Kyoko). Hij gaat verder voor het eerst op date met een andere Banaan en laat zich doorlichten door een (eveneens Aziatische) therapeute, ontmoetingen die soms nét iets te geconstrueerd aandoen.

Wu en Timmers omlijsten al die gesprekken met gestileerde geel gekleurde sequenties en stijlvolle synthmuziek. Waarbij Pete’s zeer persoonlijke voice-overs een verdiepende laag aanbrengen en echt inzicht geven in zijn zielenleven, dat onlosmakelijk verbonden is met zijn afkomst en de plek waar hij opgroeide. Een manier van zijn, waarbij geel en wit inmiddels volledig door elkaar lopen.

Disclosure

Netflix

Via films ontdekken we onszelf. Ze vormen een afspiegeling van wie we zijn. Of, beter, van hoe Hollywood ons ziet. In het geval van transgenders levert dat een problematisch beeld op: van transmannen en -vrouwen als dankbaar mikpunt van spot bijvoorbeeld, in films als Tootsie, Mrs. Doubtfire en Ace Ventura: Pet Detective. Er is het idee dat wij komisch zijn, stelt schrijver Tiq Milan in Disclosure (108 min.). ‘Dat we freaks zijn. Dat we ons verkleden om anderen aan het lachen te brengen.’

Ook pijnlijk: transgenders als gestoorde seriemoordenaar. In talloze klassieke thrillers, zoals Psycho, Dressed To Kill en The Silence Of The Lambs. Het kan echter nog erger: als slachtoffer van een geweldsmisdrijf. Enkele acteurs in deze boeiende documentaire van Amy Scholder en Sam Feder vertellen hoe ze inmiddels talloze malen op een gruwelijke wijze om het leven zijn gebracht voor de camera. Omdat dat, blijkbaar, de meest voor de hand liggende manier was/is om een transman of – vrouw te incorporeren in een verhaal.

Net als de baanbrekende documentaire The Celluloid Closet (1995), waarin wordt ontleed hoe homoseksualiteit door de jaren heen (verhuld) is geportretteerd in film, belicht Disclosure via een uitputtende collectie speelfilmfragmenten (en televisieprogramma’s zoals Oprah en The Jerry Springer Show) hoe Hollywood op alle mogelijke manieren, van heel lomp en expliciet tot zeer subtiel, heeft bijgedragen aan de beeldvorming van transgenders, en in sommige gevallen ook aan transfobie.

Prominente transmannen en -vrouwen zoals actrice Laverne Cox (Orange Is The New Black), regisseur Lilly Wachowsky (The Matrix) en actrice Trace Lysette voorzien de fragmenten van persoonlijk commentaar. Over hoe die beelden, en het gedachtegoed dat daarachter schuilgaat, hun eigen zelfbeeld en transitie hebben beïnvloed en hoe films, zoals bijvoorbeeld de klassieke documentaire Paris Is Burning, soms ook positieve effecten hebben gehad op hun emancipatie.

‘Het is een interessante vraag om jezelf te stellen wat ik nu zou voelen als een openlijke transpersoon als ik geen representatie van mezelf had gezien in de media’, vat de actrice en schrijfster Jen Richards het treffend samen. ‘Enerzijds had ik me dat gevoel van monsterlijkheid nooit eigen gemaakt, van angst voor onthulling, van mezelf als weerzinwekkend of als de clou van een grap.’ Van de andere kant: ‘Zou ik weten dat ik trans ben als ik nooit gendervariatie op het scherm had gezien?’

Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn

In de hoogtijdagen van de Koude Oorlog zouden ze Amerikaanse atoomgeheimen hebben doorgespeeld aan aartsvijand de Sovjet-Unie. Het echtpaar Julius en Ethel Rosenberg werd in 1953 ter dood gebracht. Ruim 65 jaar later portretteert hun kleindochter Ivy Meeropol de man die een sleutelrol speelde in hun veroordeling: Roy Cohn (1927-1986), een jonge advocaat die destijds aan de vooravond stond van een prachtige carrière als rechterhand van communistenjager Joe McCarthy, raadsman van de georganiseerde misdaad in New York én lichtend voorbeeld van een jonge, ambitieuze zakenman uit die stad, ene Donald Trump.

Die laatste rol, als mentor van de huidige Amerikaanse president, vormde onlangs al het uitgangspunt voor een andere film over de man die ook wel ‘de verpersoonlijking van slechtheid’ is genoemd: Where’s My Roy Cohn? (2018], een tamelijk traditionele en doeltreffende biografie van Matt Tyrnauer. De openingsscène van Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn (98 min.) maakt direct duidelijk dat Meeropol een persoonlijkere aanpak voor ogen heeft: in oude zwart-wit beelden spreekt ze als klein meisje met haar vader Michael over de terechtstelling van diens ouders. Haar familie heeft aan den lijve ondervonden wat de gevolgen kunnen zijn van de rücksichtslose handelswijze van Cohn, die de verklaring van een belangrijke getuige tegen haar grootouders op een onoorbare manier zou hebben beïnvloed.

Tegelijkertijd probeert de documentairemaakster met bronnen als filmmaker John Waters (die Cohn, als homo die zijn hele leven in de kast bleef, regelmatig tegenkwam op een soort gayparadijs), collega-advocaat Alan Dershowitz (waarmee hij aan de geruchtmakende zaak tegen Claus von Bülow werkte), en roddelcolumniste Cindy Adams (die hij regelmatig van nieuwtjes voorzag over lieden die hij in verlegenheid wilde brengen) ook een tamelijk traditioneel portret van het ‘larger than life’-personage Roy Cohn te schetsen. Die twee verhaallijnen komen alleen niet altijd even soepel samen, waardoor de film soms een wat rommelige indruk maakt.

Via onlangs ontdekte audiocassettes van een interview dat journalist Peter Manso in 1980 met hem deed voor een Playboy-profiel komt de man met de spottende lach, boksersneus en bijzonder kille ogen zelf ook nog aan het woord, waarbij hij nooit om een scherpe oneliner verlegen lijkt te zitten. Behálve als het gaat over zijn eigen seksuele geaardheid en de dodelijke ziekte die hij uiteindelijk zou oplopen, een publiek geheim dat hem, ongewild, tot een belangrijk personage in de theatervoorstelling Angels In America zou maken. Dat verborgen leven krijgt veel aandacht in deze onevenwichtige film, die natuurlijk ook inzoomt op zijn rol als mentor van de jonge Trump, in Cohns ogen een genie met een gouden toekomst.

Van de executie van de Rosenbergs heeft Roy Cohn volgens eigen zeggen nooit ook maar een nacht wakker gelegen. Die kregen gewoon hun verdiende loon. Zelfs als hun zoon Michael Meeropol hem in een tv-programma confronteert met gerommel in de rechtszaak tegen zijn ouders geeft Cohn geen duimbreed toe en houdt vast aan zijn eigen werkelijkheid. Een modus operandi waarvan ook zijn protegé, op wie hij zonder enige twijfel trots zou zijn geweest, als president van de Verenigde Staten zijn handelsmerk heeft gemaakt. Zo leeft Roy Cohn voort: als de man die eerst het McCarthyisme en later Donald Trump (mede) mogelijk maakte.

Mr Gay Syria

‘Is er een behandeling voor dit soort mensen?’ vroeg hij anderen, als er een homo langsliep. ‘Waarom heeft Allah hem zo gemaakt? Kan hij echt niet worden genezen?’ Het antwoord was altijd hetzelfde: ‘Ja, als hij de Koran leest en besluit om te trouwen.’

Intussen zat Husein Sabat zelf ook in de kast. De 24-jarige Syrische kapper leefde als hetero en probeerde zichzelf wijs te maken dat die situatie wel oké was. Totdat hij er echt niet meer onderuit kon: hij was homo en wilde daar ook voor uitkomen. Dat was alleen niet mogelijk in eigen land.

In Istanboel, de hoofdstad van buurland Turkije, leeft hij nu zes dagen per week als homoseksuele man. Op dag zeven keert Husein terug naar huis, naar zijn vrouw, dochtertje en oerconservatieve familie. Zij weten van niets.

Dat broze evenwicht komt verder onder druk te staan als hij besluit mee te doen aan de wedstrijd Mr Gay Syria (52 min.). Als Husein wint, wordt hij uitgezonden naar de Mr. Gay World-verkiezing op Malta. En dat biedt hem wellicht de kans om definitief naar het ‘veilige’ Europa te verkassen.

Deze beklemmende film van Ayse Toprak vangt hoe Syrische gays zich noodgedwongen in de schaduw moeten ophouden en hoeveel lef ervoor nodig is om uiteindelijk tóch in de openbaarheid te treden, in de wetenschap dat er thuis mensen zijn die hen op de Koran laten zweren dat ze geen homo zijn en verder niemand hun veiligheid kan garanderen.

Zolang ze tenminste niet beschikken over een westers visum, het ‘verlaat de gevangenis, zonder te betalen’-kaartje dat slechts een enkeling gegeven is.

Next Goal Wins

Met 31-0 gingen ze in 2001 de bietenbrug op tegen Australië. De grootste nederlaag in een officiële interland ooit. Het kan ook 32-0 zijn geweest. Feit is dat het nationale elftal van Amerikaans-Samoa het lachertje van de internationale voetbalwereld werd. Een team om af te slachten en belachelijk te maken. Gepersonifieerd door de onfortuinlijke keeper Nicky Salapu, de man die ruim dertig keer een bal uit het net moest halen.

Ruim tien jaar later hebben ze nog altijd geen officiële wedstrijd gewonnen. Dat is de uitgangspositie voor de documentaire Next Goal Wins (93 min.) uit 2014, waarin de ‘trots’ van het eilandje in de Zuidelijke Grote Oceaan wordt gevolgd tijdens de kwalificatie voor het WK Voetbal. Onder de hoede van een nieuwe coach, de Nederlandse bullebak Thomas Rongen, gaan ze proberen om eens te winnen, of op zijn minst om ook weer eens te scoren. Want zelfs dat is pas één keer gelukt.

Voor Rongen, die in een grijs verleden met zowel Johan Cruijff als George Best speelde in de Amerikaanse Major Soccer League en daar ook op behoorlijk niveau coachte, is het een fikse stap terug. En voor de goedmoedige Samoanen blijkt het ook flink wennen, zo’n coach die echt altijd het onderste uit de kan wil en van zijn hart bepaald geen moordkuil maakt.

Die cultuurclash vormt het hart van deze uiterst sympathieke documentaire, waarbij het team ook nog een heel opmerkelijke speler in de gelederen heeft: een zogenaamde ‘fa’afafine’, iemand die zich in lijn met de plaatselijke cultuur zowel als man als als vrouw identificeert. Jaiyha Saelua kan de eerste transgender-voetballer in een officiële wedstrijd worden.

Is het elftal van de piepkleine natie, met slechts 65.000 inwoners, in staat om eindelijk de ban te breken? De allang gestopte doelman Nicky Salapu heeft er in elk geval voldoende vertrouwen in om zijn rentree te maken. En wat doet de onmogelijke opdracht met de Nederlandse coach Rongen, die vanwege persoonlijke redenen samen met zijn vrouw naar het andere eind van de wereld blijkt te zijn afgereisd?

De Britse filmmakers Mike Brett en Steve Jamison maken van hen personages om van te houden, serveren hun verrichtingen met gevoel voor dramatiek en dampende soulmuziek en zorgen er zo voor dat de wedstrijden van ‘het slechtste voetbalelftal ter wereld’ het belang van een gemiddelde WK-finale krijgen. Intussen vangen ze tevens de oprechte liefde die sport zo leuk, en belangrijk, kan maken. En die is onweerstaanbaar.

AKA Jane Roe

FX

Ze heet Norma McCorvey. Maar Amerikanen kennen haar als Jane Roe. Van Roe versus Wade, de geruchtmakende rechtszaak die in 1973 leidde tot de legalisering van abortus in de Verenigde Staten. Zij zorgde er dus hoogstpersoonlijk voor dat Amerikaanse vrouwen baas in eigen buik werden. En toen, ruim twintig jaar later, keerde ze zich als donderslag bij heldere hemel ineens tégen het recht voor vrouwen om hun zwangerschap te beëindigen.

In AKA Jane Roe (80 min.) doen McCorvey, oud en broos inmiddels, en voormalige mede- en tegenstanders haar levensverhaal, dat wordt gedomineerd door die ene stap waardoor ze in de geschiedenisboeken zou belanden. Daarachter zit echter geen verheven idealiste – geen Rosa Parks zogezegd – maar een volkse vrouw met een scherpe tong, problematisch leven en flinke gebruiksaanwijzing. Die bovendien beweert dat ze zelf nooit een abortus heeft ondergaan.

Met haar beslissing om een handtekening te zetten onder de principiële zaak van ‘Jane Roe’ heeft ze echter een culturele oorlog in gang gezet, die met alle mogelijke middelen wordt uitgevochten en die haar land bijna een halve eeuw later nog altijd tot op het bot verdeelt. Ook ideologische tegenstanders van abortus komen aan het woord in deze spannende film van Nick Sweeney. Voor hen betekent ‘pro-choice’ in werkelijkheid ‘pro-death’.

Uiteindelijk krijgen ze met die boodschap halverwege de jaren negentig zowaar vat op het gezicht van het Amerikaanse recht op abortus: de vrouw die demonstranten bij een abortuskliniek even tevoren nog voor de grap heeft uitgenodigd om ‘gebarbecuede baby’s’ te komen eten. Voor het oog van de camera laat Norma McCorvey zich dopen en pleegt het ultieme verraad: ze wordt lid van de pro-life organisatie Operation Rescue, die natuurlijk wel raad weet met deze promotionele buitenkans.

En dan blijkt dat achter McCorveys plotselinge ommekeer een héél saillante geschiedenis schuil gaat, die deze documentaire naar een krachtige en lekker ongemakkelijke climax stuwt…

A Secret Love

Netflix

Voor Diana Bolan was tante Terry als een moeder. ‘Ze was erbij toen ik gedoopt werd, bij mijn diploma-uitreiking’, vertelt de Canadese vrouw van middelbare leeftijd. ‘Door haar kon ik studeren. Zij luisterde toen ik zei dat ik docent wilde worden. Zonder haar had ik nooit gehad wat ik nu heb. Ik heb alles te danken aan haar. Alleen aan haar.’

Toch ontdekte Diana pas enkele jaren geleden dat tante Terry iets voor haar verborg. ‘Ik leefde als het waren in een leugen’, zegt die nu. ‘Ik zei tegen Pat: als Diana weer komt, vertel ik het haar.’ Dat bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Na een gezellig etentje had ik het nog steeds niet verteld. Ik werd steeds zenuwachtiger. Ik wilde haar liefde niet kwijt.’ En toen uiteindelijk, te langen leste, bekende ze kleur: ‘We zijn lesbisch.’

Terry en Pat waren op dat moment al ruim zestig jaar bij elkaar, maar open over hun geaardheid waren ze nooit geweest. Met recht A Secret Love (82 min.) dus. Dat was overigens niet zo vreemd: Terry’s broer Tom, de vader van Diana, zei volgens zijn dochter altijd dat tante eens geneukt zou moeten worden door een grote zwarte neger. Dat zou haar wel op het rechte pad brengen. ‘Dat zei hij heel vaak’, herinnert Diana zich. ‘Nuchter, niet dronken.’

Via Pat Henschel en Terry Donahue, die allebei op hoog niveau honkbal speelden en met hun collega’s de inspiratie vormden voor de speelfilm A League Of Their Own, belicht regisseur (en Diana’s zoon) Chris Bolan de emancipatiestrijd van Amerikaanse homo’s en lesbiennes sinds de Tweede Wereldoorlog en de façade die mensen zoals zij in al die jaren moesten ophouden. Nee, ze waren geen geliefden, hoor. Gewoon beste vrienden, collega’s of – leugentje om bestwil – elkaars nicht.

En nu zijn Terry en Pat hoogbejaard en worden ze gedwongen om na te denken over hoe en waar ze hun laatste jaren willen spenderen. Gaat het bijvoorbeeld nog tot een huwelijk komen? Hoe zit het met de homo-acceptatie in woonvoorzieningen voor ouderen? En zijn ze samen überhaupt nog in staat om hele ingrijpende stappen te zetten?

Het aangrijpende A Secret Love legt op pijnlijk intieme wijze vast hoe de twee vrouwen, ondersteund door en soms in conflict met nicht Diana, de allerlaatste fase inrichten van het leven dat ze voor een groot deel in de kast hebben doorgebracht. Zodat ze elkaar eindelijk openlijk kunnen liefhebben.

Circus Of Books

Netflix

‘Op de vraag waar onze ouders werkten was het antwoord: in een boekwinkel’, vertelt Micah Mason. Het duurde niet lang of de jongen wist wel beter. ‘Wij hebben een boekwinkel’, luidde de instructie van zijn vader en moeder volgens broer Josh. ‘Dat vertel je mensen.’ De kinderen moesten echter naar beneden kijken als ze in diezelfde winkel waren. Want behalve een boekenzaak was de firma van hun ouders Karen en Barry ook ‘een hardcore gaypornozaak‘: Circus Of Books (86 min.) aan de Santa Monica Boulevard in West-Hollywood. Zus/dochter Rachel Mason wijdde er deze documentaire aan.

Niet dat haar vader en moeder zich schaamden voor hun business, die ook nog het maken van ‘adult entertainment’ voor mannen omvatte, maar ze wilden niet dat hun kinderen er last van zouden krijgen. Via hun winkel zou het Joodse echtpaar deelgenoot worden van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de strijd van puriteins Amerika tegen pornografie, de AIDS-epidemie van de jaren tachtig en de opkomst van het internet – en de onvermijdelijke neergang van (porno)videotheken die daarop zou volgen. Die roerige geschiedenis doen Karen en Barry Mason, samen op de bank, nuchter uit de doeken. Daarbij wordt al snel duidelijk dat zij thuis de broek aanheeft en hij over de beste glimlach van het westelijk halfrond beschikt.

Het no-nonsense koppel wordt bij het ophalen van herinneringen aan de tijd dat ze in de frontlinie stonden van de strijd tegen censuur en homodiscriminatie bijgestaan door hun kinderen, medewerkers en klanten van hun winkel én blikvangers uit de business waarin ze zich al die jaren hebben opgehouden: Hustler-uitgever Larry Flynt (altijd op zoek naar distributie voor zijn schmutzige tijdschriften), gaypornoster Jeff Stryker (met zijn eigen actiepoppetje, inclusief te verbuigen geslachtsdeel) en LGBT-activist van het eerste uur Alexei Romanoff (die net als veel andere gays een geborgen plek vond bij Circus Of Books, waar je tussen de schappen bovendien lekker kon vozen).

Toch was de homo-emancipatie ook in Huize Mason nog altijd niet volledig afgerond. Daar zit ook het persoonlijke drama van deze aardige egodocu, die tevens van dichtbij vastlegt hoe de klad er inmiddels stevig inzit bij Circus Of Books. Voor Karen en Barry is het tegenwoordig steeds afwachten of ze aan het eind van de week het personeel kunnen betalen. Hun winkel, die al sinds 1982 draait, dreigt roemloos ten onder te gaan. Voor de zekerheid ruimen ze alvast het magazijn leeg. Hele stapels gayporno, educatief materiaal voor hele generaties opgroeiende homo’s, verdwijnt in de afvalcontainer. Waar het volgens sommige Amerikanen altijd al thuishoorde. En voor die mannen was er dan een kast.

Vrankrix En Het Amsterdamse Rijk

De vergelijking met Asterix en Obelix is onvermijdelijk: dat ene kleine dorpje dat zich te weer stelt tegen de wereld om zich heen. Een stadsdorpje in dit geval, dat zich blijft verzetten tegen het moderne Amsterdam. Gentrificatie heet de hedendaagse bedreiging, maar in wezen is dat gewoon een moderne variant op de woningnood die eind jaren zeventig het ontstaan van de kraakbeweging aanjoeg.

De linkse idealen en dwarse attitude van toen worden nog altijd gehuldigd in Vrankrijk (‘autonoom & solidair’), het bekendste kraakpand van Nederland dat tegenwoordig overigens gewoon in eigendom is van de negentien bewoners. De LGBTI-gemeenschap heeft er een thuis gevonden, vluchtelingen zijn er altijd welkom en obscure acts vinden er een podium. Onverwoestbare linkse idealen worden in het krakersbolwerk nog altijd vervat in ouderwetse of – zo je wilt – tijdloze slogans.

In Vrankrix En Het Amsterdamse Rijk (57 min.) portretteert Annegriet Wietsma de beweging van binnenuit, waarbij ze er enkele kleurrijke bewoners uitlicht, mensen die doelbewust de marge van de samenleving hebben opgezocht. Ze voldoen daarmee moeiteloos aan het clichébeeld dat menigeen van krakers zal hebben: met de Vranse slag onderhouden hanenkammen, verwassen T-shirts en afgetrapte legerkistjes. Voorzien van een overdaad aan opzichtige tattoos en piercings bovendien.

Hoewel Wietsma als eerste uitgebreid toegang heeft gekregen tot het doorgaans gesloten bastion, komt ze in deze toch wat magere documentaire, voorzien van schreeuwerige stripvormgeving die perfect aansluit bij de esthetiek van de beweging, ook niet veel verder: een tamelijk oppervlakkig beeld van de gedreven populatie van dat ene kleine dorpje, dat zich blijft verzetten tegen een stad die steeds nadrukkelijker in handen komt van (buitenlandse) projectontwikkelaars en investeringsmaatschappijen.

Jay

EO

Kun je meer puber zijn dan Jay (14 min.)? Brutaal kijkt ze in de camera. Dwars. Ongeïnteresseerd. En toch kwetsbaar. Die haarlok waarachter ze probeert te schuilen. De vlijmscherpe ogen. Het ontwapenende beugeltje. Hangend Op bed. Chips etend. Of liggend op de vloer van de woonkamer.

Jay woont, niet uit vrije wil natuurlijk, op ‘een groep’. Daar is weinig leuks aan. Niks eigenlijk. Ze wil bij haar vader en moeder wonen. Maar waarom dat niet meer het geval is? ‘Dat ga ik niet zeggen.’ Die vraag wordt dan ook nooit letterlijk beantwoord in dit messcherpe portretje.

Toch valt er uit de korte jeugddocu van Eef Hilgers wel degelijk een antwoord te destilleren, in het bijzonder uit de uitzinnige TikTok-filmpjes waarin Jay zich echt helemaal uitleeft. Die gebruikt de filmmaakster als contrast voor de stroeve gesprekjes die ze met de puber probeert te voeren.

Hoe gaan we jouw leven begrijpen? wil Hilgers weten. Wat is het leukste om hier op de groep te doen? Jay: ‘Niet de hele tijd die stomme vragen over mijn fucking leven.’ Om er vanaf te zijn, vat ze het even bondig samen: ‘Het is een kutleven. Sommigen hebben dat, oké?’

5B

Het was duidelijk dat honderd procent van de ziektegevallen zou sterven, aldus één van de toenmalige artsen. Toch wilden lang niet alle doktoren en verpleegkundigen deze patiënten behandelen. ‘Ik raak hem met geen vinger aan’, zou een arts tegen een uitgemergelde jongeman hebben gezegd. Natuurlijk, sommige medewerkers van het San Francisco General Hospital waren gewoon bang, maar anderen vonden ook dat die mannen het er zelf naar hadden gemaakt. ‘Homokanker’ kreeg je immers niet zomaar.

En dus moest er begin jaren tachtig een speciale afdeling komen voor AIDS-patiënten. Met artsen en verplegers van 5B (95 min.), waar het gebruikelijke ‘cure’ al snel werd losgelaten ten faveure van ‘care’, blikken Dan Krauss en Paul Haggis terug op de AIDS-uitbraak in de Amerikaanse gaystad bij uitstek, San Francisco. Van professionele distantie kon in elk geen geval sprake zijn, zoveel was hen al snel duidelijk. Deze mannen gingen een wisse dood tegemoet. Hoe kon je hun lijden verlichten en hen op een menswaardige manier naar hun einde begeleiden?

De beelden daarvan zijn bijna veertig jaar later nog altijd hartverscheurend. Toch waren de meningen in de buitenwereld niet mals: homoseksualiteit was bepaald nog niet algemeen geaccepteerd, van het (vermeende) bijbehorende promiscue gedrag werd zelfs schande gesproken. Werd daar op die speciale afdeling soms de homoseksuele levensstijl gepropageerd? En in hoeverre liepen ‘gewone’ Amerikanen gevaar? Die laatste vraag werd nog eens extra pregnant toen één van de verpleegkundigen zich prikte aan een injectienaald en vervolgens HIV-positief bleek.

Krauss en Haggis zoomen in op enkele persoonlijke verhalen van 5B en plaatsen de gebeurtenissen op de speciale ziekenhuisafdeling binnen het politieke klimaat van die veelbewogen jaren. De bekroonde (en homoseksuele) verslaggever Hank Plante herinnert zich bijvoorbeeld nog goed hoe de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan in 1987 voor de allereerste keer het woord ‘AIDS’ in de mond nam. ‘De epidemie was toen al zes jaar gaande’, zegt hij verbeten. ‘Op het moment dat hij dat woord voor het eerst uitsprak waren er al 21.000 Amerikanen gestorven.’

Die onverschilligheid contrasteert enorm met de onbaatzuchtigheid van de 5B-medewerkers, die in hachelijke tijden de menselijke waardigheid van ‘hun’ patiënten waarborgden en tevens het grote hart vormen van deze aangrijpende film, die in 2019 op het Filmfestival van Cannes de Grand Prix Award won.

Diva Fong Leng

Deborah Faraone Mennella / AVROTROS

‘Kijk, jij wilt een film van mij maken: niet omdat ik een saaie vrouw ben, neem ik aan’, zegt modeontwerpster Fong Leng, nadat ze net in de openingsscène allerlei intrigerende oefeningen heeft gedaan op een matje in de woonkamer, tegen filmmaakster Deborah Faraone Mennella ‘Dus wilde ik daar ook iets bijzonders van maken.’ ‘Ja, dat begrijp ik’, antwoordt Faraone Mennella. ‘Maar jij bent al bijzonder genoeg, van jezelf.’

Zo delibreren ze nog even verder, maker en subject van het portret Diva Fong Leng (52 min.), over hoe die film zou moeten worden. ‘Glamorous’ en ‘mysterieus’ volgens Fong Leng. ‘That’s me. Dus dat moet het ook worden.’ Het is duidelijk: ook de hoofdpersoon van deze documentaire heeft goed nagedacht over wat ze met deze film wil zeggen. En dan verkiest ze het sprookje boven het veel te saaie gewone leven, zo zal ook in het vervolg blijken.

Faraone Mennella geeft haar ook de mogelijkheid om delen van de film, samen met partner Gerti Bierenbroodspot, terug te bekijken. Dat zorgt voor een opmerkelijk Droste-effect. Zo vertelt Fong Leng bijvoorbeeld over haar jong overleden moeder. ‘Ik heb mezelf eigenlijk opgevoed’, zegt ze op het scherm. ‘Ik vind dat ik het nog niet zo slecht gedaan heb.’ Waarna Bierenbroodspot haar in ‘real life’ een goedkeurend kneepje in de nek geeft en zegt: ‘Je bent altijd heel knap in je emoties gelijk wegdrukken en iets leuks zeggen, hè schat?’

Diva Fong Leng wordt zo meer dan een rechttoe rechtaan terugblik op een leven ‘ontwerpen zonder enige remming’, waarvan de hoogtijdagen met fraai beeldmateriaal van modeshows uit met name de jaren zeventig worden gereproduceerd op een groot scherm (voor een aandachtige Fong Leng in gemakkelijke stoel). Deze film gaat tevens over wie eigenlijk bepaalt hoe zo’n portret eruit komt te zien en waar identiteit ophoudt en imago begint.

Tiger King: Murder, Mayhem And Madness

Netflix

Knuffelen met een leeuw. Of stoeien met een tijger. In Greater Wynnewood Exotic Animal Park, een privédierentuin met enkele honderden katachtigen in Oklahoma, is het de gewoonste zaak van de wereld. Het geesteskind van Joe ‘Exotic’ Schreibvogel-Maldonado-Passage vormt tevens het decor voor een grotesk drama, dat zal eindigen met een poging tot moord. Op de messianistische dierenrechtenactiviste Carole Baskin van Big Cat Rescue, de absolute aartsvijand van de welhaast karikaturale freak, met wie hij al jaren op ramkoers ligt en die zelf ook ‘een verleden’ blijkt te hebben.

Exotic, ‘een totaal geschifte, homoseksuele, schietgrage, drugsverslaafde fanaat’ volgens zijn leermeester en directe concurrent Bhagavan ‘Doc’ Antle van Myrtle Beach Safari (die zelf met een eigen harem en een olifant als vervoersmiddel overigens ook niet bepaald Meneer Doorsnee lijkt) is zeker niet het enige bizarre personage in de docuserie Tiger King: Murder, Mayhem And Madness (314 min.), die wordt bevolkt door een enorme stoet misfits, outcasts en ronduit louche types. Onvervalste white trash met een tic, bijna op het ongeloofwaardige af.

De zevendelige serie van Eric Goode en Rebecca Chaiklin, gefilmd gedurende een periode van ruim vijf jaar, belicht via hen de schimmige wereld van katachtigen als huisdier, de handel in exotische soorten en drugssmokkel via slangen, om maar eens wat te noemen. Het speelt zich allemaal af in een soort redneck Fort Oranje, waar Joe zelf melodramatische countrymuziek verzorgt, elk moment de Confederate Flag kan worden gehesen en loyaliteiten met de regelmaat van de klok wisselen. Dat levert gegarandeerd goede (reality-)tv op, met portretjes van flamboyante rouwdouwers en niet te vergeten gevaarlijke wilde dieren, maar heeft het ook voldoende diepte voor een documentaire?

Spannend en spectaculair is het zeker, met bijvoorbeeld dieren die hun verzorgers aanvallen. ‘Mijn God’, verzucht Joe Exotic na een angstaanjagend incident met één van zijn medewerkers. ‘Ik kom hier financieel nooit meer overheen.’ De man zal echter nog veel hogere hordes moeten nemen – om ze daarna doodgemoedereerd zelf weer op te zoeken. Want Exotic is een geboren provocateur met een enorme hang naar snelle roem. Die zal in Tiger King nog tot opzienbarende ontwikkelingen en complicaties leiden. Truth is trashier than fiction, zoveel is helder.

Deze potentiële bingehit wordt daarmee nooit meer dan een volledig op hol geslagen Amerikaanse variant op Jambers. With lots of dope, guns & tigers. En misschien is dat, als je de ‘true’ bij crime tussen aanhalingstekens zet en niet al te veel eisen stelt aan zoiets verantwoords als artistieke visie en psychologische diepgang, voor deze ene keer ook wel genoeg. Meer camp dan deze ranzige docusoap zal het in elk geval niet snel worden. Tiger King: Murder, Mayhem And Madness is een superieure vorm van aapjes kijken. En leeuwen en tijgers.