Nureyev

Ineens sta je, 23 jaar oud, op een keerpunt in je leven. 

Je bent geboren tijdens een reis van de Transsiberië Express, op weg naar Wladiwostock, waar je vader is gestationeerd met het Rode Leger. Je groeit op in bittere armoede en weet je via dans uiteindelijk aan je lot te onttrekken. Op je twintigste ben je uitgegroeid tot één van de sterren van het vermaarde Kirov-ballet en word je samen met astronaut Yuri Gagarin beschouwd als het trotse gezicht van de communistische heilstaat.

En dan is het ineens 16 juni 1961. Je hebt met veel succes een periode opgetreden in de decadentste stad van het westen, Parijs. Je hebt er het goede leven geleid en conflicten gehad. Tegen de regels in ga je daar om met gewone westerlingen. Je zou zelfs in homobarren zijn gezien. Dan bereikt je het bericht dat je wordt teruggeroepen naar de Sovjet-Unie.

Je hebt nauwelijks tijd om na te denken. Ga je terug, met het gevaar dat je carrière wellicht rigoureus wordt beëindigd? Óf kies je voor jezelf, in de wetenschap dat je je familie (voorlopig) niet meer ziet en dat zij zullen boeten voor de keuze die jij nu wilt maken? Breek zijn benen, zal de KGB er later geen misverstand over laten bestaan, als jij al hebt gekozen voor defectie.

Je bent 23 en gaat nog ruim dertig jaar leven. Een bestaan waarin je grootse triomfen zult vieren en behoorlijke tegenslagen moet overwinnen, maar waarin je nooit helemaal los zult komen van die ene keuze. Ruim 25 jaar na je dood op 6 januari 1993, aan de gevolgen van de veel gevreesde ziekte die huishoudt onder jou en de jouwen, is er de biopic Nureyev (109 min.).

Over jou, Rudolf. De filmmakers Jacqui en David Morris hebben de archieven helemaal uitgeplozen om jou in volle glorie te kunnen laten zien en bovendien nog ontbrekende sleutelmomenten uit je leven gereconstrueerd met speciaal voor de docu gemaakte moderne dansscènes van Russell Maliphant. En mensen die je hebben gekend of jouw oeuvre, als grootste balletdanser van je generatie, op waarde weten te schatten, geven je levensverhaal (off screen) context.

Je mag er trots op zijn, op die film. Die je laat zien als de wervelwind die je was. En toont hoe, als je dagen al zijn geteld, alsnog de kans komt om, al is het maar voor heel even, de klok terug te draaien.

All In My Family

‘Ik ben er keihard op tegen dat mensen zoals jij kinderen krijgen’, zegt mama Zhang zonder te verblikken of verblozen tegen haar zoon Hao. ‘Als je een normaal gezin had zoals je zus, zou ik er niet op tegen zijn.’ De Chinese vrouw is op bezoek bij haar kind en diens vriend Eric in New York en heeft bij aankomst ook al het hele huis gepoetst (dat speciaal voor haar komst al extra goed onder handen was genomen door Eric).

Papa drukt zich al even subtiel uit. Toen hij ontdekte dat zijn zoon homoseksueel was, gaf het al zijn dromen ‘een vernietigende klap’. Hao Wu is China niet voor niets op zijn twintigste ontvlucht. Behalve zijn voortdurend op elkaar vittende ouders, een begripvolle zus en die ene invoelende tante weet thuis niemand van zijn ‘situatie’. Daar zit hij gewoon nog/weer in de kast. Maar hoe moet het verder nu er kinderen, twee maar liefst, op komst zijn? En wat vinden ze thuis eigenlijk van het fenomeen draagmoeders?

In de korte egodocu All In My Family (40 min.) moet Hao niet alleen de confrontatie aangaan met zijn kibbelende ouders. Hij krijgt met de complete familie van doen. En die is te kenschetsen als driftig, bot en luidruchtig. Dat levert diverse ongemakkelijke scènes op, waarbij de filmmaker steeds voor de keuze staat of hij voor de camera (waarom eigenlijk?) met de billen bloot wil gaan of verder zijn leugen leeft. Want wil je als enige kleinzoon écht je inmiddels dik negentigjarige opa, die steeds roept dat je maar eens met een meisje thuis moet komen, nog een keer grondig tegen de haren instrijken?

Acting Straight

Tofik Dibi (l) en Willem Timmers (r) zitten ‘mannelijk’ op de bank / VPRO

‘Zou jij niet op Tofik vallen’, vraagt gelegenheidsinterviewer Sunny Bergman aan Willem Timmers, nadat hij zojuist heeft verteld dat hij vrouwelijke trekken bij jongens een minpunt vindt. De twee makers van Acting Straight (25 min.) beginnen licht gegeneerd te lachen. ‘Dat is venijnig’, reageert Timmers. Hij laat een stilte vallen en antwoordt: ‘nee.’

De kerel naast hem op de bank, voormalig GroenLinks-kamerlid Tofik Dibi, vult aan: ‘Als ik eerlijk ben, dan zou ik ook zeggen dat ik niet persé geen enkel vrouwelijk trekje accepteer – ik bedoel: kijk naar mezelf – maar dat ik wel neig naar een mannelijk ogende jongen.’ En daarmee is, binnen twee minuten, de thematiek van deze boeiende korte documentaire haarscherp neergezet.

Afgaande op de hoofdpersonen van deze korte film moeten veel homo’s weinig hebben van ‘nichten’ of ‘verwijfde gasten’. Ze vallen op mannelijke jongens en willen liefst zelf ook een mannelijke jongen zijn. Is het een vorm van zelfafkeer? vraagt één van de geportretteerde homo’s, die onmatig veel tijd in de sportschool doorbrengt, zich af. En zo ja, vult Willem Timmers aan: zou die schaamte ooit weggaan?

Samen met Dibi laat hij, in een heel geinige sequentie, zien hoe je gewone dagelijkse dingen mannelijk of juist vrouwelijk doet: zitten, praten, dansen, een ijsje eten of zelfs kijken naar je nagels. Homo’s worden bijna gedwongen om te kiezen: gedragen ze zich op en top mannelijk en onderdrukken ze hun vrouwelijke kant? Of voelen ze binnen hun eigen subcultuur daadwerkelijk de ruimte om echt zichzelf te zijn?

Man Made

Wat hebben de vriend, zoon, broer, vader, buurman, zoon van de buurman en hond van Sunny Bergman met elkaar gemeen? Ze spelen stuk voor stuk een bijrol in de documentaire Man Made (57 min.). Natuurlijk. De hoofdrol is echter voor Sunny Bergman zelf. Ook natuurlijk. In deze nieuwe film buigt ze zich over mannelijkheid. En net als in haar eerdere egodocu’s zoekt ze het niet al te ver van huis. Letterlijk: de film begint en eindigt bij de mannen uit haar eigen leven. En figuurlijk: ze laat toch vooral OSM (Ons Soort Mensen) aan het woord. De kerels die ze bijvoorbeeld in een voetbalkleedkamer spreekt zijn behoorlijk verbaal onderlegd, genuanceerd en vast ook afkomstig uit de Randstad.

Op sommige mannen werkt Bergman als een rode lap op een stier. Dat zal door deze documentaire niet minder worden. Ook niet veel meer trouwens. Dit is geen film van harde conclusies, tegendraadse beweringen of opzienbarende vergezichten. Geen film die prikkelt, confronteert of opzichtig tegen de haren instrijkt. De docu meandert een beetje langs alle thema’s die met moderne mannelijkheid hebben te maken, zonder tot al te opzienbarende conclusies te komen. Met ex-footballer/acteur Terry Crews praat ze over ‘toxic masculinity’, de schadelijke gevolgen van traditionele mannelijkheid. Via Jordan Peterson komt vluchtig diens thema, de ‘demasculinisatie’ van de samenleving, aan bod. En en passant spreekt ze ook even met Wierd Duk over de gewone witte man, die er natuurlijk niets meer van begrijpt.

Sunny Bergman bezoekt verder een coachingssessie voor mannen, laat hersenonderzoek doen naar verschillen tussen mannen en vrouwen en gaat naar IJsland voor gendercompensatielessen voor schoolkinderen. Héél erg veel levert dat niet op. Dat geldt tevens voor de testosterontest die ze bij mannen uit verschillende beroepsgroepen laat afnemen. Deze film laat echter eerst en vooral veel mannen aan het woord. Echt veel ruimte om iets te zeggen krijgen ze niet. Het blijft allemaal op vox pop-niveau steken. Even snel een meninkje vangen en dan door, op naar de volgende man. Bergman filmt die gesprekken zelf – en laat dat soms ook weer filmen. De aldus verzamelde, tamelijk gratuite opinies verbindt ze met een bespiegelende voice-over, ondersteund door iconische manbeelden uit films en de media.

Het is een bekende formule, die inmiddels wat sleets aandoet. Vrijwel geen man in deze documentaire zegt iets waarmee je het heel erg oneens kunt zijn – of eens. Hetzelfde geldt voor Bergmans eigen gedachtespinsels (‘Kan mannelijkheid ook een gevangenis worden?’). Man Made is daarmee geen volledig oninteressante film. De documentaire brengt het gehele speelveld van de hedendaagse man redelijk in kaart, maar maakt als geheel wel een weinig urgente indruk.

Call Her Ganda

‘Als die freak zich heeft voorgedaan als vrouw en daarover niet eerlijk is geweest, dan heb ik geen enkele moeite met de houding van de marine’, stelt Mike Coleman op Twitter. ‘Die transgender-jongen heeft gelogen, zo simpel is het’, vult Kelly Darcy aan. ‘Dit is seksueel misbruik.’ En ene Justin Darling, tweet: ‘Gerechtvaardigde doodslag! Ze moeten die gast met een rode loper onthalen in Amerika. Je speelt nu eenmaal met vuur als je liegt over wie je bent…’

Zomaar wat reacties op het ‘open riool’ Twitter op de gewelddadige dood van Jennifer Laude, een transgender-vrouw uit de Filipijnen. De verdachte is een Amerikaanse marinier genaamd Joseph Scott Pemberton, die in de voormalige kolonie van de Verenigde Staten was gestationeerd. Hij zou er pas tijdens de seks achter zijn gekomen dat hij met een she-male, een vrouw met een piemel, in bed was beland. Dat is het uitgangspunt van de activistische documentaire Call Her Ganda (97 min.), die de navolgende rechtszaak vanuit het perspectief van Laudes nabestaanden benadert.

Regisseur PJ Raval plaatst de gewelddadige dood uit 2014 in een historische context. In het pre-koloniale tijdperk maakten transgenders deel uit van de Babaylan-cultuur en werden ze gezien als spirituele leiders en sjamanen. Na de kolonisatie van de Filipijnen door Spanje deed de katholieke kerk hen echter in de ban. ‘We zijn verdreven naar niche-industrieën, zoals de schoonheidsindustrie en de seksindustrie’, stelt de activiste Naomi Fontanos. ‘De transgender-beweging zelf moet een einde maken aan het idee dat je je lichaam moet verkopen om te kunnen overleven.’

Terwijl Jennifer Laudes radeloze moeder (die niet onder ogen wil zien dat haar kind waarschijnlijk sekswerk verrichtte), haar zus Marilou (die vermoedt dat haar eigen zoontje homoseksueel is) en Jennifers aanstaande Duitse echtgenoot Marc Sueselbeck (die zich gestaag ontwikkelt tot LGBT-activist) Pemberton veroordeeld proberen te krijgen, schermt diens team met het zogenaamde Visiting Forces Agreement. Op basis daarvan vallen Amerikaanse militairen ook als ze in de Filipijnen een misdaad begaan onder Amerikaans recht.

Intussen probeert Pembertons moeder Lisa het beeld van haar zoon als een licht ontvlambare homohater te nuanceren. Zo zit het niet: de negentienjarige soldaat eerste klas uit Massachusetts heeft zelf een lesbische zus. Daarmee legt deze interessante film twee volledig tegengestelde werelden bloot, waarbij de moeders meer met elkaar gemeen hebben dan ze zelf denken: allebei steunen ze onvoorwaardelijk hun eigen kind en zien ze hun eventuele karakterzwaktes het liefst door de vingers. Al blijft er natuurlijk een essentieel verschil tussen dader en slachtoffer…

Paris Is Burning

’Voguing is hetzelfde als twee messen tegen elkaar slijpen, maar dan in dansvorm.’ Voguen, later gepopulariseerd door Madonna, houdt weer verband met shade. ‘Dat is een dans door twee mensen die elkaar niet mogen. In plaats van vechten dans je het uit op de dansvloer. En diegene met de beste moves heeft de beste shade.’ Shade is op zijn beurt dan weer een vorm van reading, de kunstvorm van het beledigen. Zo kun je bijvoorbeeld tegen een ander zeggen: ‘Jij bent niet meer dan een uit de kluiten gewassen orang-oetan.’ Nog erger is echter wat onuitgesproken blijft: ik zeg niet dat je lelijk bent maar dat hoef ik ook niet te zeggen, want je weet dat je lelijk bent.

De wereld die in de documentaire Paris Is Burning (76 min.) uit 1990 wordt geportretteerd bestaat bij de gratie van codes, regels en competitie. Als buitenstaander heb je er niets te zoeken. Toch zou je kunnen betogen dat deze wereld zelf door louter buitenstaanders wordt bevolkt. In het New York van de jaren tachtig hebben homo’s, travestieten en transgenders, veelal afkomstig uit minderheidsgroeperingen, hun geheel eigen subcultuur ontwikkeld. Die wordt gekenmerkt door de zogenaamde ‘balls’, extravagante travestie-feesten waarbij allerlei huizen, met illustere namen als Saint Laurent, LaBeija en Ninja, voor het oog van een lekker vileine jury de strijd met elkaar aanbinden.

Het lijkt allemaal bedrieglijke oppervlakkig. Achter al dat uiterlijke vertoon gaan echter kwetsbare mensen schuil die al heel wat hobbels hebben moeten nemen in hun leven en nog de nodige obstakels op hun pad zullen treffen. De ballroom-scene biedt hen een veilige setting waarbinnen ze hun fantasie kunnen uitleven. Want uiteindelijk lijkt deze klassieke film van Jennie Livingston vooral te gaan over zelfacceptatie en zelfrespect. ’Ik heb drie dingen tegen’, zegt één van de hoofdpersonen nuchter. ‘Ik ben zwart, man en homo.’ Een ander, al even slecht bedeeld, houdt er heel traditionele toekomstdromen op na, over trouwen in het wit met de prins op het witte paard. Tot die tijd verricht het blonde tienermeisje van mannelijke origine echter escortwerk en wacht ergens in een achterafsteegje het noodlot op haar. Want heeft elke klant door met wie hij te maken heeft?.

Deze documentaire, die werd bedolven onder de prijzen en in 2016 werd opgenomen in de National Film Registry van de Library Of Congress omdat-ie ‘culturally, historically, or aesthetically significant’ is, schildert op treffende wijze de flamboyante New Yorkse ‘drag queen’-cultuur van de jaren tachtig, waarbinnen allerlei veelkleurige paradijsvogels op hun eigen manier, soms met behulp van plastische chirurgie en geslachtsoperaties, hun eigen bereik verkennen en zichzelf proberen te vinden.

Een klein jaar geleden bracht Catherine van Campen Mother’s Balls uit. In deze fijne documentaire is te zien hoe de van oorsprong New Yorkse ballroom-cultuur ook in Nederland wortel heeft geschoten. De film is een fijne nabrander voor de klassieker Paris Is Burning.

Transformer

Hij was een gestaalde marinier, werd een succesvolle bodybuilder en ontwikkelde zich ook nog eens tot één van de beste powerlifters van de wereld. Op en top man. Matt Kroczaleski, een spierbundel van jewelste. Kortweg: Kroc. Van jongs af aan wilde hij maar twee dingen: sterk zijn én vrouw zijn.

Dat is best lastig. Zeker als je ook vader bent van drie opgroeiende jongens. Zijn lijf brengt tevens zijn eigen dilemma’s met zich mee. Janae, de nieuwe naam van Kroczaleski, kan zichzelf niet voorstellen als een zeer gespierde vrouw. Als man zou hij echter niet met een ander lichaam kunnen leven.

Het kolossale lijf waarin hij altijd veilig heeft kunnen schuilen belet hem nu om zich door te ontwikkelen. Het uitgangspunt voor de documentaire Transformer (79 min.) is echter spannender dan de uitwerking ervan. Want die is typisch Amerikaans. Behalve zijn ouders is iedereen zo enthousiast over Krocs transitie dat het ongeloofwaardig wordt.

Alsof Kroczaleski zich permanent in een soort plastic realiteit bevindt, waarin al het ongemak bij hemzelf zit en vrijwel alle anderen (voor de camera) alleen maar ondersteunende woorden voor hem hebben. De hoofdpersoon praat de twijfel en onzekerheid dapper van zich af, maar regisseur Michael Del Monte had nadrukkelijker voorbij het sociaal wenselijke gedrag moeten kijken.

Hoewel Janaes achtergrond (white trash), persoonlijk leven (‘transgender dad’), leefomgeving (de powerliftwereld) en ingrijpende keuzes (het ziekenhuis) ogenschijnlijk aanknopingspunten bieden voor een moverende film die wel degelijk wringt, wil Transformer dus nooit meer worden dan het gemiddelde inspirerende Hollywood-drama. Real life, dat wel.

Studio 54

Zien en – vooral – worden gezien. Liza Minelli, Bianca Jagger en Andy Warhol. Farah Fawcett, Sylvester Stallone en Truman Capote. Rod Stewart, O.J. Simpson en Michael Jackson (met een gigantische afro). Als je halverwege de jaren zeventig dacht dat je iets voorstelde, dan zorgde je ervoor dat je op de gastenlijst van Studio 54 (99 min.) belandde en zette je vervolgens je allerbeste beentje voor op de dansvloer. En buiten stond het gewone volk in een eindeloze rij te wachten, op een goede bui van de portier.

Was het meer dan schaamteloos exhibitionisme? In deze documentaire, aangekleed met smakelijk archiefmateriaal en volvette discomuziek, houden voormalige betrokkenen vol dat de New Yorkse club, behalve een gecultiveerde celebrity-verering, ook een podium bood aan seksuele bevrijding, van homoseksuelen in het bijzonder. Sex was in the air, herinnert één van de betrokkenen zich met overduidelijk genoegen. Achteraf bezien was die dampende periode niet meer dan een wankele brug tussen een verleden in de kast en een bedompte toekomst, waarin het aidsvirus de swingende atmosfeer rigoureus de nek zou omdraaien.

Toen was Studio 54 echter allang ter ziele. Na slechts drie absolute tropenjaren. In die periode waren er de gebruikelijke problemen met vergunningen, drugs en justitie, waarbij de eigenaren van Studio 54 zich lieten vertegenwoordigen door de beruchte advocaat Roy Cohn, de voormalige rechterhand van de dubieuze communistenjager Joe McCarthy en mentor van een ambitieuze jonge vastgoedman, ene Donald Trump. Waren er connecties tussen de disco-eigenaren en de georganiseerde misdaad? Getuige deze onderhoudende film van Matt Tyrnauer werd er in elk geval flink belasting ontdoken. En dat zou de eigenaren duur komen te staan…

The Celluloid Closet

Sinds jaar en dag vormen Hollywood-films een nauwgezette afspiegeling van de Amerikaanse normen en waarden. Als er in de begindagen van de cinema, in de eerste helft van de twintigste eeuw, dus al een homoseksueel was te zien, dan ging het om de traditionele ‘sissy’, een even verwijfd als aseksueel type waaraan eigenlijk niemand zich een buil kon vallen. Zoals de homo in een televisiesoap als Goede Tijden Slechte Tijden jaren later bijvoorbeeld nog altijd viel te herkennen aan zijn roze trui.

In puriteins Amerika was in elk geval geen ruimte voor films over een ‘gay’ van vlees en bloed. Zeker nadat in de jaren dertig de zogenaamde Hays Code werd ingesteld, die zelfcensuur in Hollywood afdwong. Vanaf dat moment waren filmmakers genoodzaakt om homoseksualiteit zeer omzichtig te benaderen. Als er al een homoseksueel of lesbienne werd opgevoerd, dan ging het vrijwel altijd om een vampier of seriemoordenaar. Of de onverlaat stierf een tragische dood. Over de moraal van het verhaal mocht in elk geval geen misverstand ontstaan.

Sommige filmmakers gingen echter veel subtieler te werk. De documentaire The Celluloid Closet (101 min.) van Rob Epstein en Jeffrey Friedman uit 1995, gebaseerd op het gelijknamige boek van Vito Russo, bekijkt de Hollywood-historie met een ‘gaydar’: hoe werd homoseksualiteit in speelfilms geportretteerd? Welk effect had dat op mannen en vrouwen die (stiekem) homoseksueel waren en de samenleving in het algemeen? En, nog spannender, bevatten klassieke films misschien ook verhulde homoseksuele rollen en relaties tussen mannen of vrouwen?

Zo bezien heeft de vriendschap tussen James Dean en zijn beste vriend in de klassieker Rebel Without A Cause (1959) bijvoorbeeld beslist een homoseksueel karakter. Om over Ben-Hur uit 1959 nog maar te zwijgen. De vete tussen de hoofdpersoon en zijn voormalige boezemvriend Messala, die tot een climax komt tijdens de legendarische paardenwagen-scène, heeft onmiskenbaar een romantische oorsprong. Scenarioschrijver Gore Vidal kan er decennia later nog steeds om grinniken: hoofdrolspeler Charlton Heston, een onvervalste macho, had eens moeten weten.

Verteller Lili Tomlin leidt de kijker aan de hand van talloze filmfragmenten door de Amerikaanse cinema van de twintigste eeuw, waarin Hollywood soms opzichtig blijft worstelen met LBGT-rollen. Want als die er daadwerkelijk komen, leidt dit weer tot andere dilemma’s: koudwatervrees bij heteroseksuele acteurs die een homo moeten spelen, het veelvuldig gebruikte scheldwoord ‘faggot’ en de constatering dat vrijende vrouwen veel gemakkelijker worden geaccepteerd – erotisch gevonden, zelfs – dan liefhebbende mannen.

Toch is elke stap vooruit die Hollywood zet er één die telt voor een bevolkingsgroep die wil emanciperen. ’Elke minderheid kijkt hoopvol naar films’, concludeert scenarioschrijver Arthur Laurents in deze intrigerende documentaire. ‘Ze hopen dat ze te zien krijgen wat ze willen zien. Daarom ziet niemand echt dezelfde film.’

De documentaire Scotty And The Secret History Of Hollywood vormt een aardige aanvulling op The Celluloid Closet. Deze vermakelijke film vertelt het levensverhaal van een voormalige marinier, die na de Tweede Wereldoorlog een florerende escortservice opzette voor Hollywood-sterren die hun hele leven en carrière lang in de kast zouden blijven.

Wognum

Als je hem ziet staan hakken op dat hardcorefeest, te midden van al die strakke koppen, doet niets vermoeden dat Matthijs Wognum over een onvermoed muzikaal talent beschikt. Hij oogt als een archetypische gabber: kaalgeschoren kop met staartje, een flinke tribal-tattoo op de rechterschouder en gekleed in dat typische hardcore-uniform (een Australian-pet, Lonsdale-shirt en Thunderdome-jas).

In een muziekwinkel wordt de veertiger ineens een ander mens. Hij bespeelt de vacante vleugel alsof zijn leven ervan afhangt – en dat zou ook zomaar het geval kunnen zijn. Zijn jongere vriend René ziet alleen weinig in zo’n bakbeest in de kamer. En hij weet als geen ander hoe gefrustreerd Matthijs kan raken tijdens het piano spelen. ‘Max, hou je bek dicht!’, schreeuwt hij even later tegen zijn huisdier als het niet wil lukken. ‘Godverdomme, kuthond!’ Het komt uit de grond van zijn hart. Want de oudere jongere wil niet zomaar spelen. Hij jaagt zijn jeugddroom na.

In de observerende documentaire Wognum (54 min.) zit de 27-jarige Tim Bary de aspirant-pianist negen maanden lang héél dicht op de hielen. Als een zeer opmerkzame vlieg op de muur legt hij vast hoe Matthijs rücksichtslos voor zichzelf kiest. Eindelijk!, vindt hij zelf. ‘Iedereen kan even de touwtyfus genieten, om het heel egoïstisch te zeggen’, beweert de aspirant-pianist als hij heeft besloten om de vleugel tóch aan te schaffen. Terwijl hij ongeduldig staat te wachten totdat het ding wordt afgeleverd, komt René aangelopen. ’Ah, daar hebben we de directie’, klinkt het vijandig.

Matthijs laat zich deze tweede kans beslist niet afnemen – of hem dat nu zijn geliefde kost of niet. In deze fraaie, persoonlijke film, waarmee Bary afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, is te zien hoe hij zichzelf heruitvindt als concertpianist en alle schroom van zich afspeelt. Intussen worden de vooroordelen, die serieuze muziekliefhebbers wellicht hadden over de overjarige gabber die zonodig klassiek piano moet spelen, kneiterhard verpulverd, maar kan zijn relatie elk moment onder de druk bezwijken.

Love & Hate Crime

‘Ik moet leren leven met het feit dat ik Mercedes heb vermoord’, zegt Josh Vallum bij de start van Double Lives (55 min.), deel 1 van het BBC-documentaire-drieluik Love & Hate Crime. Hij zit levenslang in een cel in de Amerikaanse staat Mississippi en heeft spijt als haren op zijn hoofd. Want Josh heeft vrede gesloten met God. ‘En zij zit nu in de hel.’

Na die intrigerende openingsscène ontwikkelt zich geen traditionele whoduunit, maar een televisiedocu die je een whydunnit zou kunnen noemen. Waarom is de schuldbewuste twintiger in godsnaam overgegaan tot zijn gruwelijke daad? Stapsgewijs wordt het diep tragische verhaal van zowel dader als slachtoffer onthuld, waarbij uiteindelijk niets is wat het lijkt.

Het tweede deel van deze broeierige true crime-miniserie van Ben SteeleMurder In Mississippi (59 min.), behelst een wat traditionelere haatmisdaad in een typische redneck county bijgenaamd Jafrica, waar een groep blanke tieners de hoogtijdagen van de Ku Klux Klan doet herleven. Een willekeurige donkere man wordt als een hond overreden. Of ligt het toch nét iets genuanceerder?

De derde aflevering van Love & Hate Crime, Killer With A Camera (60 min.), duikt in de strafzaak tegen Adrian Loya. Hij heef een vrouwelijke collega gedood en twee anderen ernstig verwond. De schietpartij is vastgelegd met een GoPro-cameraatje dat Loya speciaal voor die gelegenheid had meegebracht. De kogelregen vormde de zwartomrande apotheose van een ongenadige duik in zijn eigen duisternis.

Terwijl hij de aanval plande, legde de schutter twee jaar lang zijn gedachten vast in een geheim dagboek genaamd Loya Wars. In deze teksten, die in de beklemmende docu worden voorgelezen door een acteur, was een centrale plek weggelegd voor Loya’s obsessie voor één van zijn latere slachtoffers. Lisa bleek echter lesbisch en getrouwd – en tekende daarmee haar eigen doodvonnis.

‘Evil or… just kind of nuts?’, vraagt zijn eigen advocaat Drew Segadelli zich hardop af. En dat is tevens de centrale kwestie tijdens de rechtszaak tegen zijn cliënt, die een treffend sluitstuk vormt voor een sfeervol en indringend misdaaddrieluik.

 

Church & State

 

Is Utah een democratie of een theocratie? Die vraag lijkt gerechtvaardigd. In de Amerikaanse staat is de wil van de Mormoonse kerk wet. En die kerk moet weinig hebben van homoseksuelen. Om over het homohuwelijk nog maar te zwijgen. Ze hebben er zelfs een speciale wet voor opgetuigd: Amendement 3. Daarmee moet het traditionele huwelijk, en de toekomst van onschuldige kinderen, worden beschermd.

Mark Lawrence, een oudere homoseksuele man, besluit om de knuppel in het hoenderhok te gooien. Hij chartert twee koppels en een zeer betrokken advocatenteam om een principezaak aan te spannen en de omstreden wet neer te halen, zodat mannen in Utah voortaan met mannen kunnen trouwen en vrouwen met vrouwen. Hoe ze dat precies moeten aanpakken, daarover gaan de meningen echter al snel verschillen.

De stevige documentaire Church & State (85 min.) belicht de juridische – en morele – strijd vanuit hun perspectief en laat zien wat de mogelijkheid om te trouwen, en bijvoorbeeld ook om kinderen te adopteren, concreet betekent in de levens van de betrokken stellen. Intussen schetst de film van Holly Tuckett en Kendall Wilcox ook de achtergronden van The Church Of Jesus Christ Of The Latter-Day Saints en haar lastige verhouding tot de LGBT-gemeenschap.

Believer

 

Hij floreert op het podium, Dan Reynolds. En de zanger van de Amerikaanse indieband Imagine Dragons gebruikt dat podium tevens om een serieus pijnpunt in eigen kring aan te snijden (of, zoals sommigen in die gemeenschap dat zullen hebben ervaren, de hand te bijten die hem heeft gevoed): de benarde positie van homoseksuelen binnen de Mormoonse kerk.

Dan Reynolds groeide op als lid van de Latter-day Saints in de Amerikaanse staat Utah. Als jongeling werd hij op pad gestuurd om twee jaar lang de leer van zijn kerk aan de man te brengen. Een missionaris, die letterlijk van deur tot deur gaat. Inmiddels is Reynolds door zijn muziek uitgegroeid tot een Bekende Mormoon en voelt hij zich, gealarmeerd door het aantal zelfdodingen binnen het LGBT-deel van zijn gemeenschap, genoodzaakt om kleur te bekennen.

In de (geautoriseerde?) documentaire Believer (103 min.) van regisseur Don Argott probeert de zanger van Imagine Dragons, in eendrachtige samenwerking met zijn vrouw Aja Volkman, het taboe bespreekbaar te maken. Hij besluit het festival LoveLoud te gaan organiseren, dat in de zomer van 2017 voor het eerst moet plaatsvinden. Deze film documenteert het complete proces; van het allereerste idee via de verplichte strubbelingen onderweg tot de uiteindelijke festivaldag.

Dat roept meteen de vraag op wanneer Reynolds heeft besloten om te starten met filmen. Want als de zanger voor het eerst contact zoekt met Tyler Glenn, de openlijk homoseksuele frontman van de band Neon Treesdie door de Mormoonse kerk is geëxcommuniceerd, en vraagt of hij een festival een goed idee vindt, is de camera er al bij. Alsof deze documentaire altijd al onderdeel van het plan was.

Die film brengt de thematiek van mensen die door hun geaardheid ineens worden verstoten door de wereld waartoe ze altijd hebben behoord overigens wel treffend tot leven; van gewaardeerd kerklid verworden ze tot persona non grata. Believer, ondersteund door een catchy titelnummer van Imagine Dragons, voelt soms wel erg gestroomlijnd. Alsof de documentaire ook is bedoeld om het goede werk dat de heteroman Reynolds en zijn lieftallige echtgenote verrichten voor hun LGBT-medemens nog eens te benadrukken.

In april van dit jaar volgde bovendien nog een wat ongemakkelijke epiloog, in de vorm van een bericht op Twitter dat Reynolds en zijn vrouw ’na zeven mooie jaren’ uit elkaar zijn. Deze documentaire, slechts een half jaar eerder opgenomen, laat nochtans alleen een uiterst liefdevol koppel zien. Alle eventuele huwelijksproblemen zijn netjes buiten beeld gehouden of weg geretoucheerd. Je zou er bijna – bijna! – wat van gaan denken.

I Will Speak, I Will Speak!

I_will_speak_I_will_speak_Shrey_trap

 

Ooit was het niet minder dan een doodvonnis: de mededeling dat je hiv-positief was. Aids richtte in de jaren tachtig en negentig een waar slagveld aan in de internationale homoscene en hield ook gruwelijk huis in Afrika. Nieuwe medicijnen maakten van de fatale ziekte sindsdien een chronische aandoening. Inmiddels valt er behoorlijk goed en lang te leven met hiv. Het stigma is alleen gebleven.

Wereldwijd hebben bijna 37 miljoen het afschrikwekkende virus. Regisseur Willem Aerts en ‘verhalenverteller’ Erwin Kokkelkoren leven zelf al dertig jaar met hiv. Drie jaar lang reisden ze de wereld rond om lotgenoten te ontmoeten en hun verhalen op te tekenen voor de tentoonstelling I Will Speak, I Will Speak! Atlas2018, die komend weekend wordt geopend in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

In de bijbehorende documentaire I Will Speak, I Will Speak! (54 min.) worden vijf dragers van het virus geportretteerd: een oudere homoseksueel uit San Francisco die de ‘plaag’ overleefde, de Britse maker van het online tijdschrift Beyond Positive, het Afrikaanse meisje dat bij geboorte al was besmet, een transgender-sekswerker in Cambodja en een voormalige Russische gedetineerde die ooit een drank-en drugsprobleem had.

Stuk voor stuk kampen ze met gevoelens van schaamte, krijgen ze te maken met onbegrip, of zelfs vijandigheid, vanuit hun omgeving en worstelen ze met welke plek het virus inneemt in hun leven. Veertig jaar nadat de onbekende aandoening genadeloos toesloeg, lijkt het acute levensgevaar rond hiv en aids verdwenen. Gebleven is echter de wijze waarop het virus zijn dragers definieert.

Mother’s Balls

Mothers-Balls-01-e1509367497113-1024x440

 

Vergeef me, maar bij ‘ballroom’ had ik associaties met straf gecoiffeerde jongens en meiden met een tandpastaglimlach en elastieken benen, die uitbundig door een balzaal zwierden op Klaus Wunderlich-achtige muziek waarop je alleen je ergste vijand zou vergasten (en persoonlijker: met dansles, het geklungel van een onhandige puber met meisjes en pasjes).

Niets van dat al! De zogenaamde Balls van het eerste Nederlandse Ballroomhuis House Of Vineyard in Amsterdam bevinden zich aan het andere eind van het dansspectrum en zijn eerder kinky en underground dan belegen. Mother’s Balls (48 min) van Catherine van Campen brengt de ontluikende subcultuur van binnenuit in beeld. Ze focust zich op de van oorsprong Amerikaanse organisator, performer en ‘drag mother’ Ambiance Vineyard.

Zij verschaft deze joyeuze spuit in de geprononceerde bilpartij van het LGBT-gerelateerde fenomeen Ballroom – hap naar adem – tevens context en diepte. Over hoe de burleske scene ontstond in de zwarte en latino-gemeenschap van New York, die met homoseksuelen en transgenders zijn eigen outcasts had, en hoe die scene vervolgens werd gepopulariseerd door Madonna op haar album Vogue en de bijbehorende wereldtournee.

‘Het is een manier om aan de samenleving en de werkelijkheid te ontsnappen’, stelt Ambiance. ‘Je kunt jezelf omtoveren tot wat je maar wilt.’ Zij is zelf de verpersoonlijking van dat uitgangspunt; ooit was de femme fatale een wat dikkig Mexicaans meisje dat zich spiegelde aan de stripvamp Jessica Rabbit uit de filmklassieker Who Framed Roger Rabbit? en haar eigen positie zocht, ergens tussen vrouw zijn en man zijn. Als Van Campen doorvraagt, blijkt ze er nog steeds mee te worstelen.

Aan zulk ongemak ontleent de Ballroom-scene, en daarmee ook deze documentaire, zijn bestaansrecht. Tegelijkertijd offreert Mother’s Balls ook meer dan genoeg zwier en schwung om er een vitale en ravissante party van te maken, waarbij letterlijk iedereen welkom is.

The Untold Tales Of Armistead Maupin

 

Hij was de man die acteur Rock Hudson vlak voor zijn dood ongevraagd outte. Schrijver Armistead Maupin kwam zelf pas op latere leeftijd uit de kast als homoseksueel en vond dat hij de Hollywood-held Hudson, die stervende was aan aids, moest helpen met schoon schip maken. Of de vermeende womanizer dat nu wilde of niet.

Het is één van de weinige keren dat The Untold Tales Of Armistead Maupin (91 min.) een weerhaakje vindt bij de chroniqeur van de gayscene van San Francisco, die met zijn eigen rubriek Tales Of The City in de plaatselijke krant een menselijk gezicht gaf aan de ontluikende LGBT-cultuur in de Verenigde Staten. Maupin had in deze zachte en ook wat veilige film van Jennifer M. Kroot, waarin zijn schrijfwerk een prominente plek krijgt en celebrities als Laura Linney en Ian McKellen de loftrompet over hem steken, soms wel wat scherper bevraagd mogen worden.

Hij oogt tegenwoordig als de gedistingeerde Republikeinse heer, die zijn conservatieve ouders ooit voor ogen moeten hebben gehad in de tijd dat hij, nog altijd stevig in de kast, een baantje had bij de rabiate homohater, senator Jesse Helms. Sindsdien is Maupin opgeschoven naar de andere kant van het politieke spectrum, naar homo-activisme. Toen het HIV-virus ongenadig huishield in de Amerikaanse homoscene en er, ook voor Armistead Maupin, geen weg terug meer was naar de bloeiperiode van San Francisco’s gaywijk Castro, die hij ooit zo treffend had opgetekend.

Dream Boat

 

Ik geloof niet dat ik eerder zo’n lijfelijke documentaire heb gezien als Dream Boat (92 min.). Of die lijfelijkheid zo nadrukkelijk heb ervaren, dat kan ook. Navels, billen en tepels, gestileerd in beeld gebracht. Mannenlichamen, welteverstaan. In de film zit geen enkele vrouw. Alleen maar mannen. Gesoigneerde mannen, harige mannen en vrouwelijke mannen. Mannen. Schaars geklede mannen, dat ook.

Plaats van handeling is een gigantisch cruiseschip, waarop homoseksuele mannen uit alle windstreken zeven dagen lang de tijd van hun leven proberen te hebben. Elke avond is er een ander thema; van kinky en extravagant tot ronduit snoezelig. De een gaat een week lang helemaal door het lint, een ander voelt zich juist ongelooflijk eenzaam of worstelt met zijn geaardheid.

Regisseur Tristan Ferland Milewski volgt vijf mannen uit vijf verschillende landen, van India tot Palestina, tijdens de zonovergoten boottocht en praat met hen over het leven als homoseksueel. Kun je, durf je, ervoor uit te komen in eigen land? Wat nu als je HIV-positief bent of wordt? En hoe weersta je de lokroep van gemakkelijke seks? Als je dat al zou willen…

Dream Boat, een titel die natuurlijk verwijst naar de gesuikerde televisieserie Love Boat (waarnaar deze documentaire lijkt te zijn gemodelleerd), is echter allesbehalve een praatfilm. Milewski observeert met milde blik: hoe de mannen met elkaar omgaan, in gesprek komen en de liefde, of iets wat erop probeert te lijken, bedrijven. En na een week gaat, móet, iedereen weer huiswaarts, waar leven als gay niet altijd even vanzelfsprekend is.

Forbidden Games: The Justin Fashanu Story

 

‘Ik ga niet spelen of me omkleden in de buurt van…’, zegt de Britse voetbalinternational John Fashanu (Wimbledon) zonder te verblikken of verblozen tijdens een televisie-interview uit 1990. Hij heeft het over zijn oudere broer Justin, die zojuist als eerste voetbalprof uit de kast is gekomen. Justin en John groeiden samen op, als de donkere kinderen van een blank pleeggezin.

Justin Fashanu, de hoofdpersoon van Forbidden Games (80 min.), was allereerst een getalenteerde voetballer. In 1980 scoorde hij het doelpunt van het jaar in Engeland, een jaar later werd hij de eerste zwarte speler waarvoor een miljoen pond werd betaald. Bij Nottingham Forest wilde het echter niet lukken met de Engelse jeugdinternational. Hij moest al snel weg. Volgens oud-medespeler Frank Clark omdat manager Brian Clough, zelf onlangs ook de hoofdpersoon van een documentaire, had gehoord dat Fashanu regelmatig het plaatselijke gaycircuit bezocht.

In de navolgende jaren zwierf de ooit zo veelbelovende aanvaller van B-club naar C-vereniging, terwijl hij ondertussen van het ene in het andere schandaal belandde; van een affaire met een Brits parlementslid tot roddels over seks met minderjarige schandknapen. Fashanu, de ontheemde zwarte jongen die vanwege zijn talent ooit liefdevol was opgenomen door de voetballerij, werd gaandeweg een outcast in diezelfde wereld.

Het is een dramatisch en gelaagd verhaal, waarbij de gecompliceerde hoofdpersoon echt niet alleen slachtoffer van zijn situatie is. Met vaste hand portretteren de filmmakers Adam Darke en John Carey de met tragiek omgeven Justin Fashanu in deze boeiende documentaire, die het niveau van de gemiddelde sportfilm met gemak ontstijgt.

Homoseksualiteit en voetbal, het blijkt een dikke twintig jaar later nog altijd een ongemakkelijk huwelijk. Deze week was er bijvoorbeeld ophef rond oud-international Ruben Schaken, die in zijn biografie memoreerde dat hij bij Feyenoord met twee homo’s zou hebben gevoetbald en daarbij ook nadrukkelijk vermeldde dat hij zich daarvan distantieerde.

Persoonlijke noot: in 2005 maakte ik voor Omroep Brabant een portret van zaalvoetbalinternational en -oud-prof John de Bever, tegenwoordig actief als levensliedzanger, die zich toen openlijk uitsprak over zijn homoseksualiteit. Voor zover ik weet is hij de bekendste Nederlandse voetballer die uit de kast is.

 

The Death And Life Of Marsha P. Johnson

 

Is Marsha P. Johnson vermoord? Die vraag drijft deze boeiende documentaire. Tegelijkertijd is de zoektocht naar de dood van Marsha in 1992 vooral ook een alibi om de geschiedenis van de New Yorkse LGBT-gemeenschap in beeld te brengen, waarin Johnson (echte naam: Malcolm Michaels) een prominente rol speelde.

In The Death And Life Of Marsha P. Johnson (105 min.) volgt regisseur David France de pogingen van activiste Victoria Cruz om bijna 25 jaar na dato klaarheid te brengen in de dood van de flamboyante travestiet. Samen met haar entourage kijkt hij terug op een tijd waarin alles wat afweek van de heersende seksuele moraal kwetsbaar en soms ook gewoon strafbaar was.

In de tweede helft van de twintigste eeuw kwamen travestieten en transgenders daardoor al snel aan de zelfkant terecht, waar prostitutie, geweld, verslaving, dakloosheid en zelfmoord aan de orde van de dag waren. Wat o wat zou de kleurrijke Marsha P. Johnson de kop hebben gekost?

Genderbende

 

In de Nederlandse documentaire Genderbende (55 min.) portretteert Sophie Dros vijf jongeren die zich niet thuis voelen bij een traditioneel geslacht. Zij voelen zich soms vrouw en dan weer man. In een wereld die wel dergelijke eenduidige kwalificaties hanteert, proberen ze hun eigen plek te vinden.

Filmmaker Dros brengt dat ongemak gestileerd in beeld. Zo is Genderbende bijvoorbeeld gelardeerd met traditionele man- en vrouwbeelden en wijzen de genderfluïde hoofdpersonen letterlijk aan waar op de lijn tussen masculien en feminien zij zichzelf zien. De documentaire herbergt slechts een beperkt aantal spontane scènes, waaronder een erg treffende ontmoeting van één van de hoofdpersonen met een nagelstyliste die al snel een vriendin opbelt om te vertellen wie/wat ze nu weer heeft ontmoet.

Wat de film aan actie en dramatische ontwikkeling soms een beetje mist, wordt door de boeiende thematiek en overtuigende vormgeving ruimschoots gecompenseerd.