Endangered

HBO

’We moeten de mainstream-media vernietigen’, houdt een spreker de achterban van de Braziliaanse president Jair Bolsonaro voor tijdens een politieke bijeenkomst in 2020, waarbij verslaggever Patrícia Campos Mello van de kritische krant Folha De São Paulo gewoon haar vak probeert uit te oefenen. ‘Iemand moet het doen. En het Braziliaanse volk en president Bolsonaro krijgen dat voor elkaar. Die verslaggevers zijn criminelen. Ze moeten worden uitgeroeid.’

Campos Mello heeft het twee jaar eerder, tijdens de verkiezingscampagne van 2018, hoogstpersoonlijk aan de stok gekregen met de Trumpiaanse leider van haar land. Toen zij onwelgevallige artikelen over hem publiceerde, maakte hij haar voor de camera zwart. Ze zou haar ‘gat’ hebben aangeboden, in ruil voor belastende informatie over Bolsonaro. Het is een beproefde methode om vrouwelijke journalisten onschadelijk te maken, waarmee meteen haar hele beroepsgroep in een kwaad daglicht wordt gezet.

Endangered (89 min.), de nieuwe film van het gerenommeerde docuduo Rachel Grady en Heidi Ewing (Jesus CampOne Of Us en Love Fraud), toont een beroepsgroep in de verdrukking. Ook in landen die te boek staan als democratie. De journalistiek komt steeds meer onder vuur te liggen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Mexicaanse fotografe Sáshenka Gutiérrez. Terwijl haar land in de loop van 2020 in de greep komt van Coronavirus, wordt het niet gewaardeerd als zij het regeringsbeleid ter discussie stelt.

In de Verenigde Staten raakt de Afro-Amerikaanse fotograaf Carl Juste verzeild in Black Lives Matter-demonstraties waarbij de politie hard optreedt. Intussen probeert de Britse journalist Oliver Laughland van The Guardian in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen vat te krijgen op de aanhangers van Donald Trump en hun soms totaal eigen idee van de waarheid, dat achteraf bezien wel tot de gewelddadige bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 móest leiden.

Elk op hun eigen manier moeten de (foto)journalisten in het geladen Endangered zich staande houden in een buitengewoon vijandig klimaat, doelbewust gecreëerd door politieke leiders die hun aanhang wijsmaken dat de pers ‘de vijand van het volk’ is. Grady en Ewing tonen wat het deze bewakers van de vrijheid van meningsuiting, zowel privé als beroepsmatig, kost om ondanks alle desinformatie, intimidatie en het gebruik van de diskwalificerende term ‘fake news’ gewoon hun werk te blijven doen. 

Zo hopen ze het slachtoffer in elke (informatie)oorlog, de waarheid, in elk geval voorlopig nog in leven te houden.

The Loving Story

Mildred Jeter Loving en Richard Perry Loving worden in 1958 gearresteerd omdat ze het in hun hoofd hebben gehaald om te trouwen. Want dat is een misdaad in de zuidelijke Amerikaanse staat Virginia. Tenminste, als de één zwart en de ander wit is. Het stel is ruim een maand eerder elders in het huwelijk getreden en wordt nu voor straf hun thuisstaat uitgezet. De puurheid van de rassen moet, zo luidt de lokale redenering, koste wat het kost worden beschermd.

Dat de Lovings zijn opgegroeid in een kleine, geïntegreerde gemeenschap, waar nauwelijks iemand opkijkt van hun liefde, doet voor de beslissers ter plaatse niet ter zake. Zij zetten daarmee The Loving Story (77 min.) in gang en zorgen ervoor dat het koppel onderdeel wordt van de (juridische) strijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Want hoewel president Lincoln de slavernij bijna honderd jaar eerder afschafte, is de positie van Amerikaanse ‘negroes’, zeker in het oerconservatieve zuiden, nog altijd zeer penibel.

Regisseur Nancy Buirski heeft voor deze documentaire uit 2011 de beschikking gekregen over privéfoto’s en filmmateriaal van de Loving-familie en oude interviews en nieuwsreportages met bouwvakker Richard, een man van weinig woorden, en zijn fijnbesnaarde vrouw Mildred. En ze laat hun familie, vrienden, streekgenoten en advocaten een halve eeuw na dato terugblikken op de tijd dat de Lovings het gesprek van de dag vormen in (Zwart) Amerika.

Toch zoomt deze film nauwelijks in op het persoonlijke relaas van dit bijzondere echtpaar, dat gaat staan voor z’n principes. The Loving Story is eerst en vooral het verhaal van een huwelijk dat wordt ingezet als breekijzer, om via het Amerikaanse hooggerechtshof interraciale relaties legaal te maken – en gelijke rechten voor Afro-Amerikanen af te dwingen. Door die focus op het maatschappelijke verhaal is echte identificatie met de Lovings alleen lastig.

Wat de kwestie voor de echtelieden zelf moet hebben betekend komt beter uit de verf in de gelauwerde speelfilm Loving (2016). Gezamenlijk schetsen de twee producties het complete verhaal van twee doodgewone mensen die, simpelweg door in het huwelijk te treden en vast te houden aan hun positie van man en vrouw, het Amerikaanse ‘project’ een heel klein beetje wisten bij te sturen.

Anne Frank: Parallel Stories

Netflix

‘Hoe kunnen mensen zo onmenselijk worden?’ vraagt @KaterinaKat zich in een Instagram-post af bij een foto van Anne Frank en haar oudere zus Margot. ‘Ik kan me de wreedheid niet voorstellen.’ De coole tiener, die per trein heel Europa doorreist en de rouwplekken van de Holocaust bezoekt, plaatst er de hashtags #courage en #endurance bij.

Het fictieve personage Katerina, een rol van de Italiaanse actrice Martina Gatti, heeft duidelijk een educatieve functie. Ze wordt in Anne Frank: Parallel Stories (94 min.) op een nogal opzichtige manier ingezet om hedendaagse jongeren bij de tragedie van Anne te betrekken. Waarbij het de vraag is of dat werkelijk nodig is bij zo’n iconisch verhaal, dat onverminderd tot de verbeelding spreekt.

Ook omdat de filmmakers Sabina Fideli en Anna Migotto nóg een belangrijke ingreep doen: ze introduceren de Britse actrice Helen Mirren als alomtegenwoordige verteller. Vanuit een replica van Het Achterhuis vertelt zij Anne Franks levensverhaal, leest met het nodige drama voor uit haar dagboek en schetst de maatschappelijke ontwikkelingen die zich ondertussen voordoen.

Mirren introduceert tevens vijf overlevenden, die net zoals Anne als kind in de vernietigingskampen zijn beland en nu vanuit hun eigen ervaring iets kunnen vertellen over wat het Joodse meisje moet hebben gedacht en ervaren. Hun persoonlijke getuigenissen – en de gedachten daarbij van hun (klein)kinderen – worden van context voorzien door historici en WOII-deskundigen.

Het geheel maakt uiteindelijk een tamelijk onevenwichtige en enigszins gekunstelde indruk. De tragische verwikkelingen rond Anne Frank en haar lotgenoten, tot leven gewekt met foto’s en beelden die zich in je ziel blijven etsen, raken weliswaar nooit sleets en zijn als zodanig dan ook nauwelijks te ‘verpesten’, maar dreigen hier soms te verzuipen in de erg geconstrueerde vertelling.

‘Lieve Anne, ik was ontdaan van je hoopvolle dagboek’, schrijft @KaterinaKat voordat ze met haar telefoon een foto neemt van Eduardo Kobra’s gigantische Anne Frank-graffiti op de NDSM-werf in Amsterdam. ‘Maar het herinnert me eraan om nooit op te geven.’ Om te benadrukken dat dit een actuele boodschap blijft, zet ze er de hashtags #donotlookaway en #noprejudices bij.

Descending The Mountain

Vanuit hun eigen perspectief willen ze allebei de menselijke geest openen met psychedelica. De één, psychiater en neurowetenschapper Franz Vollenweider, vertrekt daarbij vanuit de wetenschap. ‘Psychedelica tonen je de aard van je bewustzijn’, stelt hij. De ander, Zen-meester Vanja Palmers, gebruikt psychedelica vooral ‘om te onderzoeken wat het betekent om mens te zijn.’

Op Mount Rigi in Zwitserland vinden deze twee ogenschijnlijke tegenpolen, kinderen van de tegencultuur van de jaren zestig, elkaar in een wetenschappelijk meditatie-onderzoek dat wordt gesitueerd in Palmers’ Zen-centrum. Daarbij krijgt de ene helft van de deelnemers, stuk voor stuk bedreven beoefenaars van meditatie, psilocybine, de werkzame stof in paddenstoelen, toegediend en de andere helft een placebo. En dan is het afwachten wat er wanneer met wie gebeurt.

‘Het fascineerde me dat zij naar de hersenen kijken van de buitenkant’, stelt Palmers in Descending The Mountain (77 min.). ‘En wij onderzoeken de hersenen van binnenuit.’ Vollenweider en hij fungeren als hoofd en hart – al zijn de rollen niet zo strak verdeeld – van een experiment, dat psychedelica uit de illegale sfeer haalt, waarin ze sinds de start van ‘the war on drugs’ verzeild zijn geraakt, en ze bovendien losrukt van de medische context waarin ze soms nog wél worden gebruikt.

Binnen een positieve en veilige omgeving krijgen participanten de ruimte om daadwerkelijk hun geest te verruimen. Regisseur Maartje Nevejan probeert niet alleen de betekenis van die ervaring te vatten, maar ook de ervaring zelf te vereeuwigen. In een treffende scène laat één van de deelnemers bijvoorbeeld zijn gebruikelijke remmingen los en geeft zich ongegeneerd over aan extatisch gekreun. Van zijn gezicht spreekt even later evenveel verbazing als verrukking.

Behalve impressies van het onderzoek in het Zen-boeddhistische klooster op de berg probeert Nevejan met behulp van artificiële intelligentie, animaties en een zinnenprikkelende soundtrack ook om te visualiseren hoe het is om dieper te kijken, voorbij het intellectuele begrip te gaan en simpelweg te ervaren. Dit wordt bijvoorbeeld fraai verbeeld met schier eindeloze inzoomshots, waarin afbeeldingen steeds weer nieuwe tot de verbeelding sprekende betekenislagen prijsgeven.

Descending The Mountain wordt zo een mystieke, soms wat zoete kijkervaring, op het snijvlak van kunst, wetenschap en spiritualiteit, waarbij Palmers en Vollenweider als gids fungeren tijdens een innerlijke zoektocht naar het wezen van menszijn: ergens tussen diepere wijsheid en kinderlijke verwondering.

Het Langzame Leven Van Kees Torn

André van der Hout

Het is een tamelijk stereotiep tafereel, bij aanvang van Het Langzame Leven Van Kees Torn (53 min.), dat het imago van de cabaretier in ruste nog eens bevestigt: bij de glasbak ontdoet hij zich geroutineerd van een rugzak vol lege flessen. Een man die structureel te diep in het glaasje kijkt. Alleen de navolgende scène waarin Torn in een willekeurige supermarkt achteloos een stapel halve literblikken bier op de kassaband dropt blijft achterwege. Al meldt hij zich, zo gebiedt de eerlijkheid te zeggen, later in de film nog wel bij een drankspeciaalzaak voor een fles goede whisky.

Sinds hij nog vóór zijn vijftigste vrijwillig met vroegpensioen is gegaan als kleinkunstenaar, leeft Kees Torn volgens eigen zeggen van zijn spaargeld. ‘En dat gaat vrij hard’, zegt hij erbij. ‘Want ik rook dure sigaren.’ En daarmee is, behalve die whisky, meteen een ander terugkerend element uit zijn eigenzinnige oeuvre geïntroduceerd: ‘s mans voorliefde voor exclusieve rookwaar. In fragmenten uit zijn voorstellingen, waarmee regisseur André van der Hout dit lekker trage portret doorsnijdt, volgen al snel nog enkele ijkpunten uit Kees Torns Wondere Wereld: een ongelooflijke virtuositeit met de Nederlandse taal, lenig pianospel en heerlijk wereldvreemde humor.

En ook de hilarische act waarin hij, met het nodige kunst en vliegwerk, tijdens een voorstelling zijn been in z’n nek legt, ontbreekt natuurlijk niet in de chronologisch opgebouwde dwarsdoorsnede van zijn inmiddels afgesloten cabaretcarrière. ‘Zag er op papier wel leuk uit’, vertelt hij er gortdroog bij. Dit portret lijkt hem in eerste instantie ook af te beelden als de persoon die we al van zijn theatervoorstellingen kennen: een man uit een andere tijd, die op een ouderwetse typemachine brieven tikt aan vrienden, rustig naar vogels gaat staan turen en tijdens een potje scrabble met echtgenote José Olsthoorn de tijd neemt om een woord op te zoeken.

Gaandeweg komt vanachter het typetje Kees Torn echter een ander mens tevoorschijn. Niet zozeer een warhoofd als een sombermans. Met een alcoholprobleem, dat wel. Net als zijn vader. Een man ook die volgens eigen zeggen het vak is verleerd, die niets meer te zeggen heeft en die desondanks over genoeg denkvoer beschikt om nachten wakker te liggen. Hij heeft alleen de moed niet om dit van zich af te gaan schrijven voor een nieuwe voorstelling, bekent hij als Van der Hout doorvraagt. Om de bijbehorende maanden van afzondering aan te gaan. En dus gaat de schrijver tegen wil en dank, van zowel tekst als muziek, zonder de spotlights – of illusies – door met wat-ie altijd al deed.

Totdat het licht definitief uitgaat – of onverhoopt tóch weer aan moet.

The Mountain Path

One Mind Productions

Ze vormen een perfecte stip aan de horizon voor alles en iedereen die aan de hectiek van de westerse wereld wil ontsnappen. In het Chinese Zhongnan-gebergte leeft een handvol boeddhistische monniken. Deze eenzaten leiden een zeer eenvoudig kluizenaarsbestaan, zonder enige vorm van luxe en (vrijwel) alleen. Ze proberen volledig zen te worden – of lijken het simpelweg al te zijn.

De overtuigde asceten oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op de Amerikaanse filmmaker Edward A. Burger. Een kleine twintig jaar geleden trok hij op z’n 23e naar China om de taal te leren, zo’n oude kluizenaar in de bergen te vinden en zen van hem te leren. Toen stuitte hij op zijn eigen leermeester Shifu, die hem heeft geholpen om zichzelf te vinden.

The Mountain Path (91 min.) is de weerslag van Burgers spirituele zoektocht. Hij bezoekt diverse boeddhistische kluizenaars, voor wie innerlijke rust en afstand nemen van het wereldse het summum van leven lijkt te zijn. ‘Een kloosterling leeft van de bedelnap’, zegt één van de beoefenaars bijvoorbeeld. ‘Ze zien de dingen anders. Ze zijn deze wereld vol obsessies ontstegen. Dus verlaten ze het wereldse leven.’

‘Als je maar meegaat in de chaos en nooit eens wat beter kijkt, dan zit je erin gevangen’, stelt een ander. ‘Dan helpt het niet om te lijden en ook niet om te genieten. Je moet de illusie doorzien. Alleen als je loslaat, bereik je bevrijding.’ Het is een levensfilosofie – weg van alles en iedereen, terug naar jezelf – die door Burger, en de meeste andere makers van spirituele films, verder niet kritisch wordt bevraagd.

Hij kiest eerder de rol van gewillige leerling, die zich steeds laaft aan een nieuwe Meester en alle opgediepte kennis – ergens tussen diepere wijsheden, eikenhouten spreekwoorden en complete wartaal – gretig in zich opzuigt. Zo wordt de leefwijze van de kluizenaars, die natuurlijk wel z’n eigen uitdagingen met zich meebrengt en dus niet voor alles en iedereen is weggelegd, stiekem behoorlijk geïdealiseerd.

The Mountain Path fungeert daardoor eerder als spiegel voor ons, de westerlingen die zich hebben overgeleverd aan alle grillen van de moderne tijd, dan voor hen die zich van diezelfde wereld hebben afgezonderd en liever naar zichzelf dan naar een ander zoeken.

Civil: Ben Crump

Netflix

Zijn hele carrière lijkt een voorbereiding op deze ene missie. Daarin stond Ben Crump al aan de zijde van de families van prominente Black Lives Matter-slachtoffers zoals Trayvon Martin, Michael Brown en Tamir Rice. Als de nabestaanden van George Floyd de Afro-Amerikaanse advocaat benaderen om hen bij te staan, realiseert hij zich dan ook direct: ik ben geknipt voor deze zaak. Terwijl er na Floyds dood, die op 25 mei 2020 als gevolg van politiegeweld is gestorven, in de hele wereld demonstraties ontstaan, probeert Crump namens zijn verwanten de geleden schade te verhalen bij het stadsbestuur van Minneapolis.

‘De politie vermoordt al honderden jaren zwarte mensen en dat heeft nooit financiële gevolgen voor ze gehad’, zegt de advocaat in Civil: Ben Crump (101 min.), waarvoor regisseur Nadia Hallgren hem in 2020-2021 een jaar heeft gevolgd. ‘Ik wil het financieel onhoudbaar voor ze maken om zwarte mensen onterecht te blijven doden.’ Crump, die regelmatig wordt verketterd op Fox News, is daarmee een moderne variant geworden op zijn eigen held, de legendarische burgerrechtenadvocaat Thurgood Marshall die in 1967 als eerste zwarte Amerikaan werd benoemd in het hooggerechtshof.

Behalve de familie van George Floyd staat Crump ten tijde van de opnames voor deze film ook de nabestaanden van andere politieslachtoffers zoals Andre Hill en Breonna Taylor bij. En hij springt overal bij waar Afro-Amerikanen onrecht wordt aangedaan. Ten koste van zijn eigen welzijn, getuige deze film. Zijn familieleden vinden dat hij ‘t rustiger aan moet doen. En van zijn collega’s hoeft Ben Crump niet meer zo nodig burgerrechtenzaken te doen. Met ander juridisch werk is gemakkelijker geld te verdienen. Dan hebben ze echter buiten ’s mans rechtvaardigheidsgevoel gerekend.

Voor deze gedegen film, waarin ook Crumps achtergrond en gezinsleven zijdelings aan de orde komen, is Hallgren precies op het juiste moment aangehaakt bij deze gedreven strijder voor de rechten van Afro-Amerikanen. Vanuit de coulissen kan ze meekijken hoe hij in enkele beeldbepalende zaken de belangen dient van zijn cliënten en de gewonde zwarte gemeenschap waarvan die deel uitmaken. Zijn pogingen om George Floyd recht te doen fungeren daarbij als rode draad. Voor zulke zaken zijn sociaal geëngageerde juristen zoals Benjamin Crump nu eenmaal op aarde gezet.

De Gouden Lichting

VPRO

Is op weg naar de top alles geoorloofd? En kan een medaille of prijs met terugwerkende kracht jaren van ontberingen goedmaken of zelfs rechtvaardigen? Coaches zoals Frank Louter en Gerrit Beltman zullen beide vragen ongetwijfeld met ‘ja’ beantwoorden. Zij komen alleen niet aan het woord in De Gouden Lichting (150 min.).

De twee Nederlandse turncoaches en hun omstreden handelswijze vormen wel het voornaamste onderwerp van gesprek in deze driedelige serie van Ellen Vloet, die is gebaseerd op research en publicaties van Helden Magazine. Het woord is daarin aan hun voormalige pupillen Suzanne Harmes, Renske Endel, Verona van de Leur en Gabriëlla Wammes. Rond de eeuwwisseling leken ze stuk voor stuk voorbestemd om (wereld)toppers te worden.

Los van elkaar getuigen zij over de kadaverdiscipline van Louter en Beltman – afgekeken van Russische en Roemeense collega’s die met harde hand topturnsters hadden opgeleid – waaraan ze zo’n beetje hun hele jeugd zijn onderworpen. Psychologische spelletjes, emotionele chantage, vernedering, intimidatie en disciplinering met, letterlijk, harde hand. De vier vrouwen zijn er ernstig door beschadigd. Met alle gevolgen van dien: van eetstoornissen en psychische klachten tot verstoorde familieverhoudingen.

Hun persoonlijke herinneringen zijn omkleed met privéfoto’s en -video’s, trainingsbeelden, wedstrijdimpressies, oude interviews en symbolische sequenties. Ze worden bovendien ondersteund door fragmenten uit het dagboek van Suzannes Harmes’ moeder Marjan, die zich destijds al zorgen maakte over het regime in de turnhal en boos was op zichzelf dat ze nooit heeft ingegrepen. Want De Methode Louter en Veltman was ook succesvol. Tenminste, totdat de turnsters die ze opzadelden met kwalificaties als ‘kutwijf’, ‘snol’, ‘mietje’, ‘dikke koe’ of ‘jankbal’, helemaal ‘kapotgetraind’ waren.

Deze productie over de barre Oostblok-cultuur binnen de turnwereld – die min of meer aansluit bij de teneur in de Nederlandse documentaires Turn! en Mist en Amerikaanse films zoals At The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal en Athlete A (waarin overigens ook nog eens sprake is van seksueel misbruik) – maakt overtuigend de schade op bij de betrokken sportsters. De Gouden Lichting roept onvermijdelijk ook de vraag op of een coach er is voor zijn atleten. Of zijn die atleten er toch vooral voor de coach, als een voertuig voor zijn persoonlijke doelen?

Gerrit Beltman, die in 2020 een (beperkte) schuldbekentenis heeft afgelegd, en Frank Louter zijn tot voor kort actief gebleven als turncoach.

Mind Over Murder

HBO Max

Ze gingen de geschiedenis in als ‘The Beatrice Six’, het verdorven zestal dat in 1985 Helen Wilson van haar eer en leven zou hebben beroofd in Beatrice, Nebraska. Maar waren ze ook werkelijk vergelijkbaar met pak ‘m beet The West Memphis Three, The Guildford Four of The Central Park Five? Die verdwenen stuk voor stuk voor hun (halve) leven achter de tralies voor een misdaad die ze niet hadden gepleegd.

Of waren de zes toch gewoon schuldig aan de gewelddadige moord op de 68-jarige weduwe in haar eigen appartement? Voormalig politieman Burt Searcey, de man die de zaak destijds rondmaakte, kent ruim 35 jaar na dato in elk geval geen twijfel: de bekennende verklaringen die hij bij de afzonderlijke verdachten lospeuterde correspondeerden niet voor niets met het bewijsmateriaal op de plaats delict.

Toch is vanaf de allereerste scène van de fascinerende true crime-serie Mind Over Murder (331 min.) ook duidelijk dat er twijfel is over de ware toedracht van de geruchtmakende overval, verkrachting en moord. Hoe waarheidsgetrouw waren de verklaringen die de zes verdachten en enkele getuigen destijds hebben afgelegd? En matchte wat deze kwetsbare mensen zeiden eigenlijk wel met de situatie ter plaatse?

Zowel Searcey, die tijdens verhoren niet alleen vragen stelt maar soms ook de antwoorden lijkt te souffleren, als de kleinkinderen van Helen Wilson blijven evenwel overtuigd van de schuld van The Beatrice Six in deze zesdelige serie van Nanfu Wang, die via het schokkende misdrijf kijkt naar ‘smalltown America’ en in het bijzonder naar hoe er wordt omgegaan met mensen die aan de verkeerde kant van het spoor zijn geboren.

De filmmaakster speelt de verwikkelingen rond The Beatrice Six intussen slim uit met verhaalwendingen en cliffhangers, voorziet de vertelling van de verplichte duistere reconstructiescènes en een kiene soundtrack en voegt daar nog een verhaallijn aan toe, die gaandeweg steeds meer naar de voorgrond komt: een theateruitvoering met lokale acteurs, waarin de zaak nog eens binnenstebuiten wordt gekeerd.

Dat is al eerder gedaan – sterker: het vormt de basis voor Kitty Greens verbluffende documentaire Casting JonBenét (2017) – maar werkt wel: de gemeenschap wordt zo gedwongen om de moordzaak opnieuw te bezien en de verschillende perspectieven daarbinnen tot zich te nemen. Burt Searcey zit daar overigens helemaal niet op te wachten, blijkt uit een ontluisterende scène. Schuldig is en blijft in zijn ogen schuldig.

Die attitude, ook zichtbaar in de vijandschap van een deel van de gemeenschap tegenover de theatervoorstelling, loopt als een rode draad door deze spannende, gelaagde en aangrijpende serie, die uiteindelijk tot een climax komt tijdens de geladen uitvoering van het Beatrice Six-stuk. En daarna worden zowel de zes vermeende daders van de moord op Helen Wilson als haar nabestaanden én Searcey recht gedaan. 

Mind Over Murder wordt daarmee tot nader order de beste true crime-productie van het jaar, een serie die de kijker niet alleen stimuleert om amateurdetective te spelen, maar ook dwingt om zijn eigen vooroordelen en assumpties kritisch tegen het licht te houden.

The Jump

Cineuropa

‘Ik, Litouwer’, zegt de man. ‘Geen Rus.’ Hij wil overlopen. Van de Sovjet-Unie, waar hij zich nooit thuis heeft gevoeld, naar het Vrije Westen. Simas Kudirka besluit uiteindelijk The Jump (84 min.) te wagen naar het Amerikaanse schip. Hij laat zijn collega’s op de Russische boot achter. Het is een wanhoopsdaad. Kudirka wil weg uit die beknellende wereld achter het IJzeren Gordijn en heeft er nauwelijks over nagedacht dat hij dan ook zijn vrouw, werk en thuis moet achterlaten.

Met een schip op zee als decor reconstrueert hij vijftig jaar na dato met veel drama wat er toen, op 24 november 1970, op die twee schepen nabij de Amerikaanse kust, verwikkeld in visserijbesprekingen, is gebeurd. Met één ding heeft Kudirka geen rekening gehouden: de Amerikaanse kustwacht zit helemaal niet te wachten op een Russische staatsburger die politiek asiel aanvraagt. De ‘overloper’ wordt gedwongen om terug te keren naar zijn schip van oorsprong. 

Deze film van Giedré Zickyté belicht hoe de zaak zich daarna verder ontwikkelt bij de twee grote vijanden van de Koude Oorlog. In de Verenigde Staten, waar het terugsturen van Simas Kudirka leidt tot een politiek schandaal. En in de Sovjet-Unie waar de Litouwse zeeman in handen valt van de KGB, de Russische geheime dienst, en vervolgens wordt veroordeeld tot een fikse gevangenisstraf. En dan wordt duidelijk dat Kudirka wel eens Amerikaans bloed zou kunnen hebben…

Met de expressieve Litouwer zelf, bemanningsleden van het Amerikaanse schip, een KGB-ondervrager, Litouws-Amerikaanse activisten en de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger blikt Zickyté in deze gedegen, soms wat vette, documentaire terug op hoe Kudirka een speelbal wordt in de epische strijd tussen de kapitalistische en communistische grootmacht. Hij krijgt zelfs zijn eigen speelfilm: The Defection Of Simas Kudirka.

Waarbij het heldenverhaal het gaandeweg overneemt van de werkelijkheid. The Jump lijkt in eerste instantie dezelfde kant op te gaan: een Hollywood-verhaal met toch nog een happy end. Totdat Simas Kudirka op de valreep alsnog op de rem trapt en op pregnante wijze aandacht vraagt voor het lot van al die gewone burgers die zijn verpieterd in de Siberische Goelag. ‘Ik heb nog niet één politieke gevangene kunnen redden’, constateert hij bitter.

Intussen blijft het inmiddels onafhankelijke Litouwen lonken.

Please Vote For Me

‘Wat betekent dat eigenlijk, democratie?’ vraagt Cheng Cheng. ‘Het betekent dat mensen de baas zijn over zichzelf’, antwoordt zijn stiefvader. Het achtjarige jongetje is één van de drie kinderen die zich kandidaat hebben gesteld om klassenvertegenwoordiger te worden. Hij zal het moeten opnemen tegen zijn klasgenootjes Luo Lei, het kind van twee politieagenten dat de functie nu twee jaar bekleedt, en Xu Xiaofei, de frêle dochter van een alleenstaande schoolmedewerkster.

Please Vote For Me (55 min.), dat wordt het motto voor de komende weken op de Evergreen-basisschool in de Chinese stad Wuhan. In een land waar nauwelijks ervaring is met democratie. De verkiezing is onderdeel van een experiment: hoe gedragen de kandidaten, hun vaders en moeders en de andere kinderen in de klas zich als ze het zelf voor het zeggen krijgen? Regisseur Weijun Chen legt de gebeurtenissen sec vast in deze authentieke campagnedocu uit 2007.

Geen enkele politieke truc blijft onbenut: van het zwartmaken van tegenstanders en beloven van gouden bergen tot het ronselen van stemmen en spelen van handjeklap. Ook de ouders laten zich bepaald niet onbetuigd en adviseren hun kroost om de concurrentie van onder uit de zak te geven. Als Luo Lei zijn opponent Cheng Cheng tijdens een debat bijvoorbeeld meermaals uitmaakt voor leugenaar, steekt zijn vader vanuit de coulissen goedkeurend zijn duim op.

Het is niet moeilijk om in de strijd tussen de kinderen, waarbij de emoties soms hoog oplopen, parallellen te ontdekken met het politieke discours in Nederland, waarbij slecht gedrag net zo vaak wordt beloond als afgestraft. In die zin is deze Lord Of The Flies-achtige film ook een ontluisterende ervaring: plaats willekeurige kinderen tegenover elkaar in een wedkamp en ze komen letterlijk tegenover elkaar te staan, met aan beide zijden devote medestanders.

Waarbij niemand nog een goed woord over heeft voor de ander – en elke vorm van sociale cohesie dreigt te verdwijnen.

The Slow Hustle

HBO Max

‘Oh, Sean, nee!’ schreeuwt politieagent David Bomenka met overslaande stem. Samen met zijn collega Sean Suiter van de Baltimore Police Department is hij op 15 november 2017 op een melding afgegaan in de ongure omgeving van Harlem Park, in het westen van de beruchte Amerikaanse stad Baltimore. Daarbij is het in een steeg, in een onoverzichtelijke situatie, gekomen tot een schietpartij. Met dramatische gevolgen: Suiter ligt levenloos op de grond. ‘Officer down!’ roept zijn collega.

Sean Suiters tragische dood leidde onlangs al tot één van de aangrijpendste scènes van We Own This City, de sterke miniserie waarmee showrunner David Simon een vervolg gaf aan zijn klassieke serie The Wire. Het dramatische tafereel vormt tevens het startschot van deze krachtige documentaire van Sonja Sohn. Als actrice was zij vijf seizoenen lang te zien in The Wire, Simons verpletterende ontleding van de Amerikaanse ‘war on drugs’, als de gedreven politieagent Kima Greggs.

Al snel worden er in The Slow Hustle (85 min.) vragen opgeworpen over Suiters dood: was het wel doodslag? Of kon het ook moord zijn? Of zelfs zelfdoding? Sean Suiter was betrokken geraakt bij duistere zaakjes van een speciaal politieteam en zou een dag na zijn dood tegen collega’s getuigen in een corruptiezaak. Het leek te veel op zelfmoord om zelfmoord te kunnen zijn, stelt Justin Fenton, misdaadverslaggever van The Baltimore Sun en schrijver van het boek We Own This City, cryptisch.

Met Suiters vrouw en kinderen, collega’s en plaatselijke journalisten loopt Sohn, die in haar debuut Baltimore Rising al de gespannen situatie in haar thuisstad en de Black Lives Matters-rellen na de dood van Freddie Gray in beeld bracht, de hele affaire door. Ze komt daarbij automatisch terecht bij de hoofdrolspelers van We Own This City: het wapenopsporingsteam van Wayne Jenkins, de verpersoonlijking van de ‘bad cop’. Dat heeft Baltimore jarenlang als een roversbende geplunderd.

Sonja Sohn plaatst intussen serieuze vraagtekens bij de officiële lezing van wat er op 15 november in die desolate steeg in West-Baltimore is gebeurd. Hoewel hij zelf politieagent was, zou Sean Suiter zomaar één van de vele zwarte Amerikanen kunnen zijn die een gewelddadige confrontatie met de politie moet bekopen met de dood. ‘Give us the shooter’, roepen boze Black Lives Matter-demonstranten niet voor niets boos als het officiële onderzoek naar de ware toedracht is afgerond. ‘Give us the shooter of Sean Suiter.’

The Martha Mitchell Effect

Netflix

Martha Mitchell is de vrouw van John. John Mitchell is de minister van justitie van Dick. Tricky Dick is de bijnaam van Richard. Richard Nixon is de president. De president van de Verenigde Staten is afgetreden vanwege Watergate. En het Watergate-schandaal zou er nooit zijn geweest zonder Martha.

Tenminste, dat laatste wordt beweerd door Richard Nixon, de man die er al een halve eeuw mee wordt geassocieerd. Martha Mitchell beweert op haar beurt overigens dat Nixon ervoor heeft gezorgd dat haar huwelijk is stukgelopen. En haar voormalige echtgenoot John kon ze geen van tweeën de baas en moest dat uiteindelijk met enkele jaren gevangenisstraf bekopen.

Terug naar Martha: ze was de traditionele Law & Order-man Nixon al meteen een doorn in het oog, vertellen ooggetuigen zoals politiek journalist Helen Thomas, Nixons campagnemedewerker Jeb Magruder en Witte Huis-jurist John Dean in The Martha Mitchell Effect (41 min.). Véél te luidruchtig. Eigenwijs bovendien. Ongeleid projectiel. Een vrouw, kortom, die haar plek niet kende.

In de tijd waarin Martha Mitchell groot werd deelden mannen de lakens uit in het publieke leven. Vrouwen werden geacht om een ceremoniële rol te vervullen en moesten zich in het bijzijn van hun echtgenoot gedragen als een onopvallend decoratiestuk: gedwee positie kiezend achter hun (witte) man, die met zijn Old Boys Network wel eens eventjes de wereld bestierde .

Dat was niets voor Martha Mitchell, een flamboyante verschijning die haar mening nooit onder stoelen of banken stak. Tot afgrijzen van de Republikeinse president, die haar man in 1972 had benoemd tot hoofd van zijn herverkiezingscampagne. Toen de Watergate-affaire losbarstte, werd zij een serieus bedrijfsrisico. Enter Martha Mitchell, ‘politiek gevangene’.

Dit verhaal, dat perspectief op één van de grootste schandalen uit de Amerikaanse politieke geschiedenis, nu precies vijftig jaar geleden, doet er nog altijd toe en wordt door de filmmakers Anne Alverguey en Debra McClutchy puntig opgediend, met smakelijke nieuwsbeelden, televisie-interviews met Martha en offscreen quotes van ‘tout Washington’.

The Martha Mitchell Effect wordt daardoor niet alleen een adequate Watergate-reconstructie, maar ook een treffend beeld van een tijd waarin achter elke succesvolle man een sterke vrouw mocht staan. Tenminste, zolang ze er maar niet achteruit kwam.

Twee Mannen

NTR

Tot de dag vóór het interview heeft Jan Versweyveld getwijfeld: wil hij uit de schaduw treden van regisseur Ivo van Hove, de man met wie hij al ruim veertig jaar samen leeft en creëert? Hij verkoos altijd de luwte, achter de gelauwerde theatermaker. ‘Je hebt mensen die verhalen bedenken’, zegt de scenograaf. ‘En mensen die verhalen moeten vertellen. Ik behoor dan tot die tweede categorie, van hoe vertel je nu iemand anders zijn verhaal?’

Met Internationaal Theater Amsterdam werken de Twee Mannen (73 min.) in het voorjaar van 2021 aan wat een, in de woorden van Versweyveld, ‘vreselijke’ nieuwe voorstelling moet worden: Age Of Rage. Een groots opgezet theaterstuk dat bestaat uit een aantal Griekse tragedies, over waarom mensen gewelddadig worden. Een geesteskind ook waarin het onafscheidelijke duo Van Hove en Versweyveld zich echt kan uitdrukken. Al gaat dat niet altijd vanzelf.

Hoewel privébeelden van de twee mannen ontbreken, komt deze film van Suzanne Raes met slechts impressies van de uitgebreide voorbereidingen, het intense repetitieproces en de nerveuze try-outs toch héél dicht bij hen. Bij zowel hun werkrelatie (die symbiotisch lijkt, maar toch zeker niet vrij is van meningsverschillen) als hun persoonlijke verhouding (waarin genegenheid, in elk geval vroeger, ook gepaard ging met stevige, zelfs fysieke conflicten).

‘Een relatie is een evolutie die nooit stopt’, vertelt Jan aan interviewer Frénk van der Linden, die ook aan de basis stond van deze film. Ivo wil niet eens nadenken over hoe ‘t zou zijn als Jan ooit weggaat. ‘Dat is een afgrond waar ik niet in wil kijken’, zegt hij na enig aandringen. Samen, ook met een uitgebreide cast en crew, werken ze toe naar de première. Ivo streng dirigerend, Jan alles in zich opnemend met een fotocamera. Ze moeten hun ideeën vinden en uitdragen, tegenslag overwinnen en de stress bezweren.

Één ding staat voorop in deze fascinerende weerslag van de helletocht die een voorstelling kan zijn of worden: het mag ‘geen theater van de middelmaat, dat je overal kan zien’ worden. Waarvan akte. Hetzelfde geldt voor deze knetterende film.

Larry Kramer In Love & Anger

HBO Max

Staand bij het katheder lijkt hij even in gedachten verzonken. En dan ineens begint Larry Kramer (1935-2020) aan zo’n kenmerkende tirade over het HIV-virus, dat in de voorgaande jaren een ravage heeft veroorzaakt in zijn gemeenschap. ‘De pest’, roept hij. ‘De pest is hier uitgebroken.’ Het is september 1991. Kramer kijkt woest de zaal in en herhaalt nog maar eens. ‘De pest. Veertig miljoen besmette mensen. Het is een plaag en niemand durft het toe te geven.’ De Amerikaanse schrijver en AIDS-activist sluit zijn speech uiteindelijk in stilte af. En met een hele diepe zucht.

In Larry Kramer In Love & Anger (81 min.) gaat regisseur Jean Carlomusto terug naar de oorsprong van de woede van haar hoofdpersoon. Ze belandt bij diens onverdraagzame vader en komt via een ongelukkige studietijd en korte, heftige periode als scenarioschrijver in Hollywood uit bij Kramers controversiële debuutroman Faggots (1978). Daarin stelt hij de preoccupatie met seks in de gaywereld aan de kaak. ‘Ik ben boos op mezelf en m’n vrienden, maar uiteindelijk mag je doen wat je wilt’, zegt hij daarover tijdens een televisie-interview met homoactivist Vito Russo. ‘Ga daarna alleen niet klagen dat alles tegenvalt.’ Hij specificeert: ‘Het leven is geen makkie en een relatie ook niet, maar er wacht je een mooie beloning als je iets verder kijkt dan het orgasme.’

En dan wordt de wereld, die hij van binnenuit keihard heeft aangepakt, begin jaren tachtig ineens overvallen door een ziekte die ‘homokanker’ wordt genoemd. In eerste instantie is er in de Verenigde Staten weinig aandacht voor het HIV-virus en de verpletterende gevolgen daarvan. Niet gek volgens Larry Kramer, die zoals gebruikelijk van zijn hart nooit een moordkuil maakt. ‘De patiënten zijn flikkers, nikkers, latino’s, junkies en hoeren. Daarom!’ Toch geeft AIDS hem ook de gelegenheid om ‘hate to say I told you so’ te zeggen. Kramer houdt staande dat iemands geaardheid méér is dan zijn of haar geslachtsdeel. Die boodschap wordt alleen zeer wisselend ontvangen binnen de homowereld: als een broodnodige wake-up call of juist als een pijnlijke expressie van zelfhaat.

Die tweespalt is exemplarisch voor Larry Kramers positie in zijn eigen gemeenschap, zo laat dit portret uit 2015 treffend zien. Met zijn eloquentie en drift wint hij harten, maar veroorzaakt hij ook deining en ongemak. Befaamd zijn z’n aanvallen op Ed Koch, de burgemeester van New York waarover wordt gefluisterd dat hij zelf homoseksueel was, en zijn aanvaringen met immunoloog Anthony Fauci, de overheidsfunctionaris die later ook het gezicht zou worden van Amerika’s respons op het Coronavirus. De gayactivist spoorde hem op alle mogelijke manieren aan om in actie te komen. Ruim dertig later kijkt Fauci niettemin met waardering terug op Kramers rol. En die is op zijn beurt ook mild over de man die uiteindelijk een succesvol AIDS-beleid ontwikkelde.

Toen deze documentaire werd gefilmd, was Larry Kramer inmiddels een broze, oude man geworden. Hij lag in het ziekenhuis om te herstellen van een levertransplantatie en was nauwelijks nog te herkennen als de militante activist die zowel mede- als tegenstanders de stuipen op het lijf kon jagen. Larry Kramer In Love & Anger is desondanks een passend eerbetoon aan een man die zijn eigen strijd werd en zo, met het nodige kunst- en vliegwerk, de wereld een heel klein beetje beter maakte.

Conductivity

‘Je bent totaal niet verbonden met de muziek’, zegt een docent tegen Emilia Hoving. ‘Een beetje autistisch.’

Medestudent James Kahane krijgt de feedback dat het soms net is alsof hij met een lasso staat te zwaaien.

En een repetitie van I-Han Fu wordt bruusk onderbroken door dirigent Hannu Lintu: ‘Willen we werkelijk dat het klinkt als een mars?’

Dirigeren is volgens Lintu, docent aan de Sibelius Academie in Helsinki, een vak dat vraagt om volwassenheid, tijd en ervaring. En daarvoor moet elke aspirant-dirigent dan weer zijn eigen blokkades nemen. De drie studenten, die Anna-Karin Grönroos voor Conductivity (74 min.) drie jaar heeft gevolgd, zitten nog in de beginfase van hun ontwikkeling en hopen ooit het stadium van volwaardige beroepsbeoefenaar te bereiken. Vooralsnog moeten zij zich echter laten welgevallen dat ze, ten overstaan van een groep professionele muzikanten, door hun leermeesters worden gecorrigeerd of aangepakt. Tough love. Met zo nu en dan een wel geplaatst complimentje.

Waarbij het gevaar bestaat dat de leerlingen niet meer op hun gevoel durven te vertrouwen en veel te veel gaan denken. ‘Dit kan ervoor zorgen dat je onzeker staat te dirigeren’, vertelt Emilia Hoving. ‘En dan heeft het orkest moeite om je te begrijpen, omdat je in conflict bent met jezelf.’ Die worsteling is soms duidelijk zichtbaar in de lichaamstaal van de studenten. Terwijl ze geacht worden om als een generaal de leiding te nemen, ogen ze regelmatig als een konijn in de koplampen. De vanzelfsprekendheid en autoriteit waarmee een ervaren collega het orkest bespeelt is hen in elk geval (nog?) wezensvreemd.

Kalm observeert Grönroos haar drie hoofdpersonen voor, tijdens en na repetities en concerten. Ze laat hen zo nu dan ook, buiten beeld, aan het woord over hun eigen ontwikkeling. Kijkers worden daardoor gedwongen om héél goed te kijken en te luisteren, zodat ze zich ervan kunnen vergewissen of – en zo ja: hoe – de jonge dirigenten groeien in hun rol. Gaandeweg lijken die inderdaad steeds vaker, met het hele lichaam of juist alleen met mimiek en subtiele handbewegingen, één te worden met de muziek en komt die glanzende carrière als topdirigent misschien toch nog in zicht.

Keep Sweet: Pray And Obey

Netflix

Hoe meer vrouwen, hoe meer kinderen, hoe meer aanzien en hoe dichter bij God. Vandaar dat de Profeet Warren Jeffs, zijn persoonlijke vertegenwoordiger op aarde, een hele harem om zich heen verzamelde. Daarvoor gold: hoe jonger, hoe beter. Kindbruiden. En hij arrangeerde meteen ook de huwelijken van andere mannen van de Fundamentalist Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints (FLDS): wie kreeg welke echtgenotes? En hoeveel vrouwen in totaal?

Vrouwen als vee, vat zijn jongere broer Wallace het bondig samen in de vierdelige serie Keep Sweet: Pray & Obey (192 min.), waarin de mormoonse kerkgemeenschap uit Utah kritisch wordt doorgelicht. De Jeffs werden met polygamie opgevoed. Hun vader Rulon was tot zijn dood in 2002 geestelijk leider van FLDS, had ruim zestig kinderen en bleef tot aan het eind nieuwe vrouwen aan zijn g/heilige collectie toevoegen. Ze zagen er stuk voor stuk uit alsof ze rechtstreeks afkomstig waren uit Little House On The Prairie.

Inmiddels is zijn zoon Warren nu alweer twintig jaar geestelijk leider van de kerkgemeenschap. En dat zal hij naar eigen overtuiging ook blijven tot ‘het einde van de wereld’, dat inmiddels talloze malen door hem is aangekondigd. Zonder tastbaar resultaat, vooralsnog. Intussen heeft Jeffs de gemeenschap verder uitgebouwd tot een karikaturale sekte, waar zijn wil natuurlijk wet is, elke vrouw (lees: elk minderjarig meisje) de zijne kan worden en alle geldstromen toevallig ook zijn kant op worden gedirigeerd.

Rachel Dretzin en Grace McNally schetsen met (voormalige) leden, insiders en critici hoe de situatie binnen FLDS, in de naam van de Heer, steeds verder ontspoort. Zeker als Warren Jeffs in een verdorven meesterzet zo’n beetje alle belangrijke mannen, waaronder zijn eigen broers, verdoemt tot ‘Zoon des Verderfs’ en vervolgens uit de kerk zet. Daarmee zijn ze, volgens die geheel eigen Latter-Day Saints-logica, meteen ook hun vrouwen en kinderen kwijt. En de Profeet wil zich daar natuurlijk best over ontfermen.

Het is een typisch sekteverhaal, degelijk verteld met veel persoonlijke getuigenissen, dat op een tamelijk voorspelbare wijze ontspoort. Zoals nu eenmaal steevast gebeurt als één man alle macht naar zich toetrekt en vervolgens steeds extremere middelen nodig heeft om zijn positie te behouden. Totdat zijn parochianen in een nieuw onderkomen in Eldorado, Texas – hun eigen hemel op aarde waar je je ergste vijand nog niet naartoe zou sturen – volledig geīsoleerd zijn geraakt van de wereld en de realiteit van alle andere aardbewoners.

Als politie en justitie interesse beginnen te krijgen voor hoe Warren Jeffs FLDS in z’n greep houdt en minderjarige meisjes dwingt tot geslachtsgemeenschap, slaat de Profeet zowaar op de vlucht. Hij zal op de Top Ten Most Wanted-lijst van de FBI belanden, samen met onder anderen Osama Bin Laden, en uiteindelijk toch worden gedwongen om zich te verantwoorden voor de rechter.

Naziha’s Lente

Het moest een portret worden van de vrouw achter het probleemgezin. De alleenstaande Marokkaanse moeder uit Amsterdam-West met tien kinderen, waarvan er al een aantal in aanraking waren geweest met justitie. Een sterke vrouw nochtans, die druk doende was om haar zaakjes op orde te krijgen. En toen zette een dramatische gebeurtenis Naziha’s leven helemaal op zijn kop. Hoe kon regisseur Gülsah Dogan haar oorspronkelijke idee, het geven van een menselijk gezicht aan een hardnekkig maatschappelijk probleem, overeind houden, zónder de waarheid geweld aan te doen?

Naziha’s Lente (90 min.) is de uitkomst van wat een worsteling moet zijn geweest. Een film over een Marokkaans-Nederlandse vrouw die zich bijna letterlijk heeft moeten vrijvechten. ‘Ik vind het jammer voor je dat je zonder vader moet opgroeien’, schrijft ze in een brief aan haar jongste kind en enige dochter Rachma (waarmee de documentaire begint en wordt afgesloten). ‘Ik had het graag anders gewild. Ik wil voor jou een ander leven dan wat ik heb gehad. Ik wil, Inshallah, dat je elke kans benut die op je pad komt. Ik wil dat je leert om voor jezelf op te komen en je stem laat horen.’

Als vrouw en moeder draagt Naziha de sporen van een ongelukkig huwelijk met een veel oudere man. Hij ‘kocht’ haar van haar moeder, maakte haar maar liefst tienmaal zwanger en hield er ronduit archaïsche ideeën over mannen, vrouwen en de opvoeding op na. Die komt Naziha nog steeds tegen: binnen zichzelf en bij haar jongens. Als Rachma straks zestien is, stelt één van haar zoons bijvoorbeeld half grappend over Naziha’s dochter, krijgt ze een hoofddoek en een plek in de keuken. En van een relatie met een jongen met een andere afkomst kan natuurlijk ook geen sprake zijn.

Terwijl ze zo voortdurend met één van haar opgroeiende kinderen in de weer is, ervoor moet zorgen dat er dagelijks eten op tafel komt en het huis aan kant is, mag Naziha zichzelf niet kwijtraken. Ze probeert los te komen van alle hulpverleners en haar ondertoezichtstelling te laten beëindigen. Naziha wil op eigen kracht verder, als spil van haar eigen gezin, voorbeeldfiguur in de wijk én vertrouwenspersoon. Daarvoor heeft ze zelfs een certificaat verdiend. Haar eerste. ‘Ik had die al van kinderen baren’, grapt ze tijdens de officiële uitreiking. ‘Maar dat is zonder certificaat.’

Met zulke scènes geeft Gülsah Dogan Naziha’s Lente lucht. Haar hoofdpersoon mag dan regelmatig het slachtoffer zijn geworden van haar achtergrond, cultuur of situatie, ze is in wezen geen slachtoffer. Binnen moeilijke omstandigheden probeert Naziha in deze delicate film uit 2014 te allen tijde verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en de haren. ‘Het is nog geen tijd voor mij’, constateert ze tegelijkertijd. ‘Ik weet dat die put zo groot is, zo donker, zo diep, dat ik bang ben dat ik, als ik die put eenmaal opendoe, erin val. En daar hebben mijn kinderen niks aan.’

Naziha’s Lente is hier te bekijken.

His Big White Self

‘Als Mandela oorlog wil, dan kan hij die krijgen!’, houdt Eugène Terre’Blanche zijn aanhang met gebalde vuist voor. De leider van de extreemrechtse Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB) is in 1991 een niet te onderschatten machtsfactor in Zuid-Afrika, waar het Apartheidsregime piept en kraakt in z’n voegen. Al is het simpelweg door de dreiging van bruut geweld.

Met zijn gestaalde troepen, die zo zouden kunnen doorgaan voor een nazi-keurkorps en die bovendien een vlag eren waarop in eerste instantie een Swastika lijkt te prijken, kan de Afrikaner-leider elk moment een nieuwe geweldsgolf ontketenen in het land, waar een witte minderheid al tientallen jaren de grotendeels zwarte bevolking onderdrukt. Terre’Blanche staat totale segregatie voor, waarbij alle zwarte Zuid-Afrikanen tot hun eigen thuisland zijn veroordeeld.

De voormalige boer en politiechef, die graag te paard opereert, waant zich onaantastbaar als Nick Broomfield hem, samen met zijn chauffeur/dommekracht J.P. Meyer en diens echtgenote Anita, portretteert in The Leader, His Driver, And The Driver’s Wife. Veertien jaar later gaat de Britse filmmaker opnieuw op bezoek bij His Big White Self (93 min.), die dan net uit de gevangenis is. Ook ‘s mans voormalige chauffeur en zijn (inmiddels ex-)vrouw participeren weer in deze tweede film.

In de tijd die is verstreken sinds de eerste documentaire heeft er een aardverschuiving plaatsgevonden in Zuid-Afrika. ANC-leider Nelson Mandela, die in 1990 na 27 jaar gevangenschap eindelijk is vrijgekomen, wordt in 1994 tot president gekozen en zal het land vervolgens vijf jaar lang leiden. En het ANC is anno 2006 nog altijd de toonaangevende politieke partij. Het is een wereld waarin Zwart Zuid-Afrika de dienst uitmaakt en ‘The Leader’ en de zijnen nauwelijks meer op hun plek lijken.

Hoewel zij veelal blijven vasthouden aan hun archaïsche mengeling van traditioneel christelijke en racistische denkbeelden, zijn Terre’Blanche en de andere AWB’ers hun sleutelpositie in het land allang kwijtgeraakt. De herinneringen aan het Apartheidsregime, dat Nick Broomfield met archiefmateriaal nog eens in al zijn lelijkheid oproept, zijn echter nog lang niet vervaagd. En het barbaarse geweld waarmee dit tot het bittere einde toe is verdedigd kan elk ogenblik weer oplaaien.

De gevaarlijke bullebak Terre’Blanche, zichtbaar in beelden die de documentairemaker vijftien jaar eerder maakte, oogt inmiddels als een teruggetrokken oudere man, die zich gedeisd houdt en vooral bezig is met preken in de kerk en het schrijven van gedichten. Al verliest een oude vos zoals hij nooit helemaal zijn streken, zo blijkt als de theatraal aangelegde Broomfield – incognito, vanwege zijn lastige relatie met ‘The Leader’ – hem uiteindelijk in zijn thuisbasis Ventersdorp tóch voor de camera weet te krijgen.

Enkele jaren na het filmen van His Big White Self zal Eugène Terre’Blanche overigens alsnog worden ingehaald door de haat, die hij en andere landgenoten hebben gezaaid. Hij wordt in 2010 op zijn eigen boerderij op brute wijze vermoord.

Yo No Me Llamo Rubén Blades

Gema Films

‘Rubén, waarom deze documentaire? Waarom is die belangrijk voor je?’ vraagt regisseur Abner Benaim als salsaster Rubén Blades hem thuis zijn collectie strips heeft laten zien. ‘Ik zal je eerlijk zeggen: ik heb meer verleden dan toekomst’, antwoordt zijn protagonist. ‘Heb je gezien wat er is gebeurd met Prince? Hij stierf op 57-jarige leeftijd, zonder testament.’

Dat wil de begenadigde vertolker van geëngageerde Latijns-Amerikaanse muziek onder geen beding laten gebeuren. Vandaar Yo No Me Llamo Rubén Blades (Engelse titel: Rubén Blades Is Not My Name, 84 min.), een biografie uit 2018. ‘Dit hier is onderdeel van mijn nalatenschap’, stelt de zanger. ‘Ik wil de dingen zeggen die belangrijk voor me zijn. Want als ík ze nu niet zeg en uitleg wat ik bedoel, zullen andere mensen er straks hun interpretatie op loslaten.’

Tegelijkertijd wil hij zijn carrière als artiest zo langzamerhand afsluiten. Er is nog zoveel meer in het leven voor de man die ook jurist is, in talloze films speelde en ooit kandidaat was voor het presidentschap van zijn geboorteland Panama. In dit (zelf)portret loopt hij letterlijk door zijn leven, langs de plekken en mensen die hem hebben gevormd: San Felipe (de stad van zijn jeugd), New York (de plek waar hij carrière maakte) en Cambridge (waar hij studeerde aan Harvard University).

De vermaarde schrijver Gabriel García Márquez noemde Blades ooit ‘de populairste onbekende persoon’. In deze film kijkt die nu terug op een veelbewogen leven en loopbaan, samen met zijn echtgenote Luba Mason, de zoon die hij pas op latere leeftijd leerde kennen en muzikale collega’s zoals Paul Simon, Sting en Andy Montañez. ‘De carrière van een zanger eindigt nooit’, zegt die laatste, bijgenaamd The Godfather Of Salsa. ‘Totdat God Onze Vader de kaars uitblaast.’

‘Ik ben de zanger, populair overal waar ik ga, zingt Rubén Blades tenslotte zelf aan het eind van dit gedegen portret, terwijl hij een aanstekelijk ritme klapt. ‘Maar als de show voorbij is ben ik gewoon maar een mens. En leef ik mijn leven van plezier en verdriet, goede en slechte tijden.’