The Hunt For Gaddafi’s Billions

VPRO

Na een uur krijgt hij telefoon en moet plotseling weg. George Darmanovic laat zijn gesprekspartners Misha Wessel en Thomas Blom met allerlei vragen achter. De Zuid-Afrikaanse geheimagent weet alles over de weggesluisde miljarden van de Libische leider Muammar Gaddafi, maar heeft het achterste van zijn tong nog niet laten zien.

Darmanovic vertrekt met de belofte dat hij bij een volgend interview foto’s en ander bewijsmateriaal zal laten zien. Wessel en Blom zullen hem echter nooit meer ontmoeten. Zes weken later wordt zijn ontzielde lichaam gevonden in de Servische hoofdstad Belgrado. Hij is geliquideerd. Later volgen ook de twee huurmoordenaars die Darmanovic zouden hebben neergeschoten.

Deze kille afrekeningen lijken aan te tonen dat er echt wat op het spel staat in The Hunt For Gaddafi’s Billions (91 min.). Ettelijke miljarden dollars, zoals het zich laat aanzien. Toen de grond hem te heet onder de voeten werd, ten tijde van de Arabische Lente van 2011, besloot de Libische leider Gaddafi een groot deel van zijn vermogen, geschat op zeker 150 miljard dollar, clandestien naar het buitenland te verplaatsen. Als een enorme oorlogskas of voor – wie zal het zeggen? – een riant bestaan als pensionado.

Wat is er met dat geld gebeurd? En wie heeft er zich over ontfermd? Het spoor in deze groots opgezette internationale productie leidt naar Zuid-Afrika, waar een deel van de verdwenen cash werd vrijgemaakt voor een wapendeal en daarna spoorloos is verdwenen. Twee concurrerende groeperingen – bestaande uit dubieuze diplomaten, privédetectives, geheimagenten, wapenhandelaren, premiejagers en huurlingen – zetten de jacht in op de verdonkeremaande schat. Voor de goede zaak, hun land of – zo gaat dat in deze schimmige wereld – het op te strijken vindersloon.

Hun jarenlange speurtocht naar waar Gaddafi’s erfenis terecht is gekomen leidt Wessel en Blom naar de donkerste spelonken van de internationale diplomatie, waar ze stuiten op enkele politieke kopstukken die zich ogenschijnlijk in duistere zaakjes hebben begeven. Onderweg hebben de Nederlandse onderzoeksjournalisten zowaar ook een ontmoeting met een Deep Throat-achtige anonieme bron. In een parkeergarage, natuurlijk.

Stukje bij beetje komen ze in deze enerverende jacht op Gaddafi’s geld en de bijbehorende goudzoekers zo steeds dichter bij wat er met die miljarden gebeurd zou kunnen zijn.

The Filmmaker’s House

IDFA

Nee, niemand zit op een film over gewone mensen te wachten. Seriemoordenaars, willen ze zien. Of iets met seks. Daarin heeft de Britse documentairemaker Marc Isaacs dan weer geen interesse. En dus kan hij naar financiering voor zijn films fluiten.

Uit arren moede begint hij in zijn eigen huis te filmen. Ogenschijnlijk zonder idee of plan. De twee werkemannen die een nieuwe schutting in zijn tuin plaatsen. Zijn Colombiaanse hulp in huis, die net haar moeder heeft moeten afgeven. De gesluierde Pakistaanse buurvrouw met een zieke echtgenoot en zin om te koken. En de dakloze Slovaak die hij een tijdelijke slaapplek aanbiedt.

The Filmmaker’s House (75 min.) oogt in eerste instantie als een onopgesmukt portretje van de mensen die toevallig bij hem, de filmende filmer, te gast of aan het werk zijn. Isaacs volgt hen met de camera en voert terloopse gesprekjes. Aan de eettafel raken alle aanwezigen bovendien in gesprek met elkaar. Stuk voor stuk blijken ze – scoop! – hun eigen verhaal te hebben.

Gaandeweg wordt steeds duidelijker dat het om een geconstrueerde werkelijkheid gaat, waarbij de documentairemaker een hand heeft in alles wat er zich voor zijn ogenschijnlijk registrerende camera afspeelt. En dat lijkt uiteindelijk ook de boodschap van deze aardige film – wat is waar of authentiek? – die de tijd neemt om naar zijn onverwachte (anti)climax te wandelen.

Klassen

Human

Zou Dennis van de Dierenwinkel zich nog melden? Bij het begin van de zevendelige serie Klassen (350 min.) begin je héél even te twijfelen: die voice-over stem, die lekker losse vertelwijze, die zorgvuldige casting, die toegang tot precaire situaties en die bijzonder smaakvolle muziek. Is dit een nieuwe aflevering van Schuldig, de gelauwerde documentaireserie uit 2016 over schuldenproblematiek in Amsterdam-Noord, waarmee Dennis uitgroeide tot een publiekslieveling?

Nee, dit is een logisch vervolg. Dezelfde toon, setting en invalshoek, andere thematiek. Kansen(on)gelijkheid in het onderwijs, ditmaal. Aan de hand van enkele Amsterdamse kinderen in het laatste jaar van de basisschool, die worden voorbereid op hun overstap naar de middelbare, en enkele tieners die daar net terecht zijn gekomen schetsen Ester Gould, Sarah Sylbing en Daan Bol een levendig portret van een multiculturele samenleving, waarbinnen klasseverschillen, en bijbehorende problemen zoals onderadvisering van vooral allochtone basisschoolkinderen, aan de orde van de dag zijn (gebleven).

Op de Weidevogel hoopt bijvoorbeeld vrijwel iedere leerling op een VWO-advies, terwijl de kinderen op sommige andere scholen – noem het vooral geen zwarte scholen – stelselmatig een lager advies krijgen dan hun prestaties eigenlijk rechtvaardigen. Het is één van de voornaamste thema’s van de Amsterdamse wethouder van onderwijs en armoede, Marjolein Moorman (PvdA), onderwijspsycholoog Bowen Paulle (die spreekt over ‘the prison of low expectations’) en schoolbestuurder Mirjam Leinders, enkele van de professionals in deze Nederlandse evenknie van de veelgeprezen serie America To Me. Intussen proberen de leerlingen en hun bijzonder betrokken leerkrachten ‘gewoon’ het uiterste eruit te halen – of, tenminste, op koers of het rechte pad te blijven.

Halverwege de eerste aflevering van deze bijzonder boeiende serie, waarvan ik tot dusver vier afleveringen heb gezien, komt zowaar Dennis van de Dierenwinkel nog even langs, als een toevallige passant in het leven van de kinderen en een subtiele herinnering aan het feit dat Schuldig en Klassen zich in hetzelfde decor afspelen en thematisch ook nauw verweven zijn.

Zappa

Piece Of Magic

In het huis dat hij ooit bewoonde is in een aparte vleugel zijn complete oeuvre opgeslagen. De weerslag van bijna 53 jaar Frank Zappa. Méér dan een mensenleven eigenlijk kan bevatten. Regisseur Alex Winter kreeg voor deze definitieve biografie toegang tot het persoonlijke archief van de muzikant, provocateur en ‘experimentalist’ Zappa (129 min.), die in 1993 na een veelbewogen leven en carrière zijn laatste adem uitblies.

De dwarse Amerikaan was een genre op zich, wars van gebaande paden en de mainstream. Creatief, gedreven en bijzonder eigenzinnig. Nooit tevreden ook. De muziek die hij maakte klonk nooit zo mooi als hij hem in zijn hoofd had gehoord, volgens zijn voormalige gitarist Steve Vai. De componist Zappa leed echt onder de beperkingen – in geld, middelen of de capaciteiten van zijn muzikanten – die hem werden opgelegd. Vai kan er wel om lachen: ‘Sorry, Frank!’

In deze lijvige documentaire is het vooral Zappa zelf, die het woord voert. Hij wordt bijgevallen door echtgenote Gail, zijn vaste illustrator Bruce Bickford en leden van zijn begeleidingsband The Mothers Of Invention. Zoals het bij leven en welzijn ook meestal ging. Frank zette de toon. Een welbespraakte vrijdenker, met uitgesproken opinies, veel dadendrang en niet al te veel oog voor zijn directe omgeving. Zelfs voor zijn eigen gezin.

Treffend is in dat verband de anekdote rond de ontstaansgeschiedenis van het nummer Valley Girl. De aanleiding was een briefje dat zijn dochter Moon, om wie hij zich slechts beperkt bekommerde, onder de deur naar zijn studio doorschoof: ‘Daddy, hi! I’m 13 years old. My name is Moon. Up until now I have been trying to stay out of your way while you record. However, I have come to the conclusion that I would love to sing on your album, if you would like to put up with me.’ En zo geschiedde. Het zou Zappa’s enige hit worden.

Hij was verder niet van de aaibare muziek. Geen aaibare man ook. Een eenzaat. De vleesgeworden contramine. Met die karakteristieke snor en sik, spottende lach en altijd een sigaret in de hand. Totdat de tijd hem inhaalde, in de vorm van die K-ziekte. Deze weelderig aangeklede film, waarvoor zijn archief liefdevol is geplunderd, getuigt van ‘s mans onbedwingbare drang om te scheppen.

Downstream To Kinshasa

Andana Films

Het is een indrukwekkend gezicht. Voorop loopt een Afrikaanse priester, met een opzichtige kwast en een emmertje wijwater. Na hem volgt een hele stoet mannen en vrouwen. Een groot deel van hen loopt met krukken. Anderen maken duidelijk gebruik van een beenprothese. Ze zijn onderweg naar een massagraf, met slachtoffers van de zesdaagse oorlog in het noordoosten van Congo. Bij de stad Kisangani bonden twee buurlanden, Oeganda en Rwanda, daar in 2000 de strijd met elkaar aan. De deelnemers aan de mars overleefden de slachting, maar ze kwamen gehavend uit de strijd. Zonder een arm of een been. Of erger.

In een boot gaan ze vervolgens op weg naar de hoofdstad, Downstream To Kinshasa (89 min.). Van tevoren was er nog discussie: blijft die ene beroepsklager welkom? En is het eigenlijk wel handig als mensen met allerlei serieuze beperkingen meegaan? Douchen en poepen zijn voor mij echt een beproeving, bekent Sola, een krachtige jonge vrouw en begenadigde zangeres die beide benen mist. Ze zal de anderen uiteindelijk toch vergezellen, voor een soms barre tocht op de Congorivier. Naar een stad die helemaal niet op hun komst zit te wachten.

Die queeste om hun recht te gaan halen, de beloofde compensatie voor opgelopen schade, wordt door regisseur Dieudo Hamadi doorsneden met beelden van een pijnlijke theatervoorstelling over de oorlog en de gevolgen daarvan, waarin enkele reizigers een hoofdrol vertolken. ‘Kijk wat we zijn geworden!’ roept Président Lemalema, een krachtige man die zich staande moet zien te houden met twee krukken, vanaf het toneel. ‘Denk je dat we zo geboren zijn? Kinderen en volwassenen kijken op ons neer. We zijn waardeloos geworden.’

En nu zijn ze op zoek naar ‘bloedgeld’, smartengeld voor de ledematen die bruut werden afgehakt en het bloed van hun familieleden dat nodeloos werd vergoten. Onderweg maken ze ook een persoonlijke reis door; het permanente ervaren van waardeloosheid, dat nog eens wordt versterkt door hoe ze soms worden behandeld, maakt gaandeweg ruimte voor een gevoel van eigenwaarde. Zo wordt deze scherpe, emotionele én fraaie documentaire uiteindelijk toch een eerbetoon aan menselijke kracht.

Belushi

Showtime

De achternaam volstaat: Belushi (108 min.). Bijna veertig jaar na zijn dood, op slechts 33-jarige leeftijd, spreekt die nog altijd tot de verbeelding. John Belushi werd beroemd als gezicht van het populaire comedyprogramma Saturday Night Live, stal de show in de bioscoophit National Lampoon’s Animal House en vormde met zijn vaste kompaan Dan Aykroyd het onvergetelijke duo The Blues Brothers.

Intussen bouwde hij wel een heftige cocaïneverslaving op, die zijn toch al ontregel(en)de gedrag verder versterkte. Die tragiek – van een man die zichzelf gaandeweg helemaal kwijtraakt – vormt vanzelfsprekend ook de ruggengraat van deze gedegen biografie van R.J. Cutler, al krijgt ook hij zijn vinger er niet helemaal achter waarom Belushi steeds de rand van de afgrond opzocht.

‘Honey’, schrijft hij in een brief aan zijn vrouw en muze Judy. ‘Ik ben serieus verslaafd. Ik krijg mijn emoties niet onder controle als ik gebruik, maar het lukt me niet om daarmee te stoppen.’ Uit alle verhalen die in deze film – waarvoor Cutler gebruik kon maken van audio-interviews die Belushi’s biograaf Tanner Colby een jaar of tien geleden deed met intimi en collega’s zoals Dan Aykroyd, Chevy Chase en Carrie Fisher – rijst het beeld van een man die en plein publique een kuil graaft en er dan, inderdaad, zelf invalt.

Belushi werd, zoals ze dat zo treurig zeggen, ‘an accident waiting to happen’. Toen hij botste met zijn eigen sterfelijkheid – de boosdoener was naar verluidt heroïne – ging een beeldbepalende komiek verloren, waarop in deze documentaire met traditioneel archiefmateriaal en enkele geanimeerde sequenties nog eens ouderwets de schijnwerper wordt gezet. Zoals eerder gebeurde in thematisch verwante films over komieken als Robin Williams, Garry Shandling en Bill Hicks. Belushi dus.

El Father Plays Himself

Herrie

‘Dus je ziet hem in de scène zelf niet drinken?’
‘Klopt’
‘Dan kan hij net doen alsof hij dronken is.’
‘Nee, doen alsof werkt niet. Dat zou er verschrikkelijk uitzien.’
‘Maar wat dan, Jorge?’
‘Daarom moeten we het echt doen.’
‘We gaan hem dus laten drinken voor de scène?’
‘Ja, laat hem drinken.’
‘Verdomme, man!’

Jorge Thielen Armand is onverbiddelijk. De fles zal er aan te pas moeten komen. De man die zich dadelijk aan de rum gaat overgeven ligt nu nog rustig in een hangmat, te wachten totdat hij weer aan de bak moet. Alle aanwezigen weten hoe Jorge Thielen Hedderich dan wordt. Jorge’s vader, die hij uit het oog was verloren en die hij nu heeft gevraagd als hoofdrolspeler voor zijn nieuwe speelfilm La Fortaleza, heeft een kwaaie dronk. Straks is het gedaan met de rust.

Die film, die onlangs in competitie werd vertoond tijdens het International Film Festival Rotterdam, is gebaseerd op Hedderichs leven en zijn worsteling met een alcoholverslaving. Vader speelt dus zichzelf. En in deze observerende documentaire van Mo Scarpelli moet hij ook nog eens zichzelf zíjn. El Father Plays Himself (105 min.) wordt daarmee een gelaagd dubbelportret van de twee Jorges, die zich op drie verschillende manieren tot elkaar moeten verhouden; van vader tot zoon, van regisseur tot hoofdrolspeler en van het ene documentaire-personage tot het andere.

Het is onvermijdelijk dat de grens tussen feit en fictie daardoor vervaagt. Zeker als ze voor de opnames naar de Venezolaanse jungle vertrekken, waar ontsnappen (aan elkaar) onmogelijk is, de druk om te presteren behoorlijk oploopt en drankgebruik elke scène kan verpesten – of, misschien nog wel gevaarlijker, juist kan redden. Binnen die prikkelende setting zoekt Jorge soms doelbewust de furie op die in ‘el father’ huist en probeert hij tegelijkertijd de banden met hem aan te halen. Dat proces, intiem en pijnlijk, vormt de basis voor deze indringende karakterschets van een kind en de ouder van wie hij vervreemd was geraakt.

Acasă, My Home

Astra Film

Dit verhaal zou zich kunnen afspelen op een onontgonnen stuk wildernis in Zuid-Amerika. Of op een nagenoeg verlaten Indonesisch eiland. Met ontblote bast peddelt een groepje verwilderde jongens in een bootje door het water. Op zoek naar vis, een zwaan achtervolgend. Volledig één met de natuur. Op de achtergrond prijkt alleen een rijtje grauwe flats. De Roemeense hoofdstad Boekarest bevindt zich op nauwelijks een steenworp afstand.

Twintig jaar geleden nam de gypsy Gica Enache, teleurgesteld in de reguliere maatschappij, zijn vrouw Niculina mee naar Vacaresti, een verwaarloosd natuurgebied met meren en wilde dieren vlakbij de stad. Daar voedden ze samen maar liefst negen kinderen op. De pater familias doet denken aan het Viggo Mortensen-personage uit de fraaie speelfilm Captain Fantastic, een vader die zijn kroost in de bossen probeert te behoeden voor de consumptiemaatschappij. Tagline: he prepared them for everything except the outside world.

Zoals ook de vergelijking met de documentaire The Wolfpack, over de zes broers Angulo die van hun dominante vader jarenlang hun New Yorkse appartement nauwelijks mochten verlaten, zich onvermijdelijk aandient bij  Acasă, My Home (86 min.). Zeker omdat ook hier de buitenwereld zich steeds nadrukkelijker meldt in de wereld van de Enaches, in de vorm van ambtenaren die van Vacaresti een beschermd natuurpark willen maken en de kinderbescherming die zich zorgen maakt over het welzijn van de kinderen.

Dat kan niet goed gaan. En dat doet het dus ook niet. ‘Wil je zien hoe ik mezelf in brand steek?’ roept de patriarch theatraal als zo’n groepje bemoeials zich meldt op het vervuilde erf bij zijn hut. ‘Gewoon voor de show.’ Voordat hij, met een peuk in de hand, de daad bij het woord kan voegen, wordt de boel gesust. De Enaches zullen moeten terugkeren naar de maatschappij die ze de rug toe hadden gekeerd. En vader Gica, die kampt met gezondheidsproblemen en mede daardoor de controle verliest, gaat mee. Of hij dat nu wil of niet.

De kinderen worden daar eens goed gewassen, gaan naar de kapper en stromen ook in op school, waar ze lezen, schrijven en rekenen kunnen leren. De domesticatie van de zigeuners, een bevolkingsgroep waarop menige Roemeen neerkijkt, verloopt desondanks niet zonder strubbelingen. In deze fraaie debuutfilm van onderzoeksjournalist Radu Ciorniciuc blijven twee totaal verschillende ideeën over het leven met elkaar botsen. Aarden in de nieuwe wereld gaat dus bepaald niet vanzelf, terwijl terugkeren naar de oude eveneens onmogelijk is.

Het is het centrale dilemma van de familie Enache – en vrijbuiters in het algemeen – dat Ciorniciuc vervat in een beeldende vertelling, waarin vissen en het eten of verkopen daarvan een symbolische lading krijgt. Als manier van in contact blijven met de natuur, als product om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien en als activiteit die in de bewoonde wereld alleen op afgesproken plekken geoorloofd is. Het leverde de film diverse filmprijzen op, waaronder de Cinematography Award op het Amerikaanse Sundance Film Festival.

9to5: The Story Of A Movement

In één van de eerste 9to5-blaadjes was hun positie in een woord of tien treffend samengevat: ‘We are referred to as “girls” until the day we retire without pension.’ In de jaren zeventig werkten talloze Amerikaanse vrouwen als secretaresse, klerk of typiste. Ze voelden zich echter niet gehoord door de burgerrechtenbeweging, de eerste feministische golf en de bedrijfswereld waarvan ze onderdeel uitmaakten.

De vrouwen zaten vast in een Groundhog Day-achtige aflevering van Mad Men: ze maakten hele lange dagen op kantoor, werden daarop behandeld als veredelde koffiejufrouw en kregen een schamel loon dat paste bij die status. Totdat enkele activistische vrouwen, bevangen door de tijdgeest, besloten om hun recht te gaan opeisen. En elke seksistische ‘boss’ kon zijn borst natmaken.

‘Sommige chefs beschouwen hun secretaresse als een soort kantoorvrouw, die ze zowel een memo kunnen dicteren als koffie kunnen laten zetten’, constateerde de legendarische tv-journalist Walter Cronkite in zijn aankondiging van een reportage over één van de stakingsacties, de zogenaamde Coffee Rebellion. ‘Maar in Chicago vroegen sommige van die vrouwen vandaag echtscheiding aan.’

In 9to5: The Story Of A Movement (86 min.), de tamelijk conventionele nieuwe documentaire van Julia Reichert en Steven Bognar (die dit jaar een Oscar wonnen voor American Factory), blikken kernfiguren van de emancipatiebeweging terug op hun strijd met ‘male chauvinist pigs’ en scepsis in de eigen gelederen. Die vormde ook de inspiratie voor de Hollywood-comedy Nine To Five, met de activiste actrice Jane Fonda in de hoofdrol.

De speelfilm, en de titelsong die Dolly Parton daarvoor schreef, zou hun ideeën naar de mainstream brengen, waar gelijke rechten voor vrouwen op de maatschappelijke agenda kwamen te staan en ook de term ‘seksuele intimidatie’ gemeengoed zou worden. Die historie wordt in deze documentaire, met veel aansprekend archiefmateriaal en vlotte muziekjes, hartstikke netjes opgetekend.

Jungle

IDFA

‘Tell me I’ll never have to be ‘out there’ again’ zegt een vrouw in de klassieke romcom When Harry Met Sally met gevoel voor drama tegen de man die haar heeft gered van het vrijgezellenbestaan. Ze wil nooit meer, echt nooit meer, naar de Jungle (52 min.) waarin de hoofdpersonen van deze dampende Franse documentaire nog altijd van de ene naar de andere liaan zwieren.

In nachtelijk Parijs, stad van de liefde. En van seks. Aantrekken en afstoten. En ruzie. Regisseur Louise Mootz, zelf begin twintig, volgt drie jaar lang vijf generatiegenoten in liefde en leven. Jonge multiculturele vrouwen die aan alles snuffelen wat ook maar een beetje ruikt. Solveig vertelt bijvoorbeeld levendig over hoe ze haar vinger in de anus van een sexbuddy moest steken, Héloïse vindt het zielig voor haar vriendje dat hij zich moest behelpen met een veel te klein condoom (voor ‘whiteys’) en Bonnie duikt met een blauwe pruik op in de cabine van een metrobestuurder. Na afloop: ‘Ik zou wel eens een kwartiertje alleen willen zijn met hem.’

Deze dampende film, op het Zwitserse documentairefestival Visions du Réel uitgeroepen tot beste middellange documentaire, is een schaamteloze aaneenschakeling van roddel, stoerdoenerij, gefilosofeer, flirten en ruzie. Druistig, dramatisch en hitsig. Mootz geeft nauwelijks context en lijkt, aangejaagd door de dampende soundtrack, simpelweg de actie te volgen. Gaandeweg schroeft ze het tempo wat terug en worden de grotere issues van de meiden helder. Studeren of zingen? Thuis wonen of op jezelf? Jongens of toch meiden?

Niet dat dit tot weloverwogen keuzes of beslissingen leidt. Jungle is en blijft een vurige snapshot van het leven in de jungle van de onstuimige jeugd. Out there.

Das Spiel

IDFA

Alleen als hij volstrekt onzichtbaar is, kan hij eigenlijk uitgroeien tot de beste man van het veld. Het is de tragiek van de scheidsrechter. Man in het zwart. Geliefde pispaal van alles en iedereen. Hondenlul zelfs. En de hoofdpersoon van de hele fijne korte documentaire Das Spiel (17 min.). Fedayi San, om precies te zijn. Een Zwitserse arbiter die het Super League-duel tussen Young Boys en Lugano leidt.

Souverein, zo lijkt het. Op basis van deze korte film, die verwantschap vertoont met de fascinerende scheidsrechtersfilm Kill The Referee (2009), krijg je daar echter slechts beperkt zicht op. Want regisseur Roman Hodel heeft nauwelijk oog voor de wedstrijd zelf. Behalve de scheidsrechter en zijn assistenten observeert hij de fans op de tribune, de commentatoren en de crew die de televisie-uitzending in goede banen leidt. En Sans trotse vader die een mooie plek in het stadion heeft gekregen.

Alles, behalve de bal eigenlijk. In de hele docu is ‘het lederen monster’ nauwelijks te zien. Of het moet zijn in die ene heerlijke scène van een steward, die met zijn rug naar het veld staat en geconcentreerd de tribune in de gaten houdt. De man met het gele hesje kijkt nauwelijks op of om als de doelman achter hem een doelpunt incasseert. Voetbal is echt de belangrijkste bijzaak in zijn wereld.

Eerst en vooral is Das Spiel (Engelse titel: The Game) echter een psychologisch portret van een topscheidsrechter in het heetst van de strijd. Rennend, fluitend en gebarend. Voortdurend communicerend met spelers. Corrigerend ook. Fedayi San is bovendien altijd in contact met zijn assistenten, via een audioverbinding die ook in de documentaire is te horen. En haalt zich – hoe kan het ook anders? – regelmatig de woede op de hals van de ‘Schlachtenbummler’ uit Bern of Lugano.

In de rust kijkt hij samen met zijn assistenten op z’n smartphone een twijfelachtig moment uit de eerste helft terug. Penalty of niet? Ze weten het niet zeker. En dan roept de wedstrijd weer in dit prachtige portret van het spel zonder bal.

Dood In De Bijlmer

Witfilm

‘Nederland ziet er niet meer uit zoals Anita van Loon’, zegt Anita van Loon. De medewerkster van uitvaartorganisatie Yarden en hoofdpersoon van de documentaire Dood In De Bijlmer (74 min.) wordt verantwoordelijk voor ‘het eerste multiculturele uitvaartcentrum van Nederland‘, dat moet verschijnen in Amsterdam-zuidoost.

Van Loon bezoekt in dat kader diverse gemeenschappen om bij de potentiële clièntele de vraag te inventariseren. Worden de toiletten wel groot genoeg? vraagt een vrouw van Afrikaanse komaf. Ze is bang dat ze met haar traditionele gewaad niet terecht kan op een kleine Nederlandse wc. Kan ik voor mijn uitvaart mijn eigen drankjes meenemen uit de Lidl of Aldi? wil een man weten.

En er moet een keuken komen in het nieuwe centrum, constateren ze bij de uitvaartonderneming. Zodat er roti kan worden gekookt. Gelukkig mag er op de gekozen plek gewoon lawaai gemaakt worden. Want Ghanezen willen tijdens hun afscheidsceremonies kunnen dansen. Terwijl ze zich zo verdiept in hoe andere culturen de overledene uitgeleide doen, bijvoorbeeld via een soort re-enactment van een Hindoestaanse uitvaart, krijgt Van Loon in eigen kring te maken met een sterfgeval.

‘De dood is wel een dingetje’, constateert ze in deze intrigerende documentaire van Paul Sin Nam Rigter. Intussen kost het haar werkgever heel wat kruim om de business case voor het nieuwe uitvaartcentrum rond te maken. Want is er bij elke cultuur wel evenveel behoefte? De moskee redt het bijvoorbeeld best op eigen kracht. ‘Dit land is gestoeld op het christendom.’, stelt oprichter Muhammad Gaffar scherp. ‘Ze hebben alles verwaarloosd.’

Gedurende vijf jaar volgt Dood In De Bijlmer (Internationale titel: Dealing With Death) het proces dat moet leiden tot een breed gedragen uitvaartcentrum. Tegelijkertijd zoomt de film via bijzonder sprekende fly on the wall-scènes ook in op verschillende uitvaartdiensten, waarbij een zeer extraverte Ghanese afscheidsbijeenkomst en een traditionele Nederlandse begrafenis bijvoorbeeld parallel zijn gemonteerd.

Zulke intieme inkijkjes in verschillende culturen maken tevens helder hoe weinig we eigenlijk van elkaar weten, ook al maken we misschien gebruik van dezelfde school of supermarkt. Het is een gedachte die ook bij Anita van Loon post lijkt te vatten. Ze begint zich af te vragen of dat idee van een uitvaartcentrum voor iedereen niet een zinsbegoocheling is. Want dood gaan we allemaal, maar afscheid nemen doet ieder toch echt op zijn of haar eigen manier. En in zijn eigen omgeving.

Bulletproof

Het is belangrijk dat je ‘superior firepower’ hebt, vertelt de beveiliger van een middelbare school in Texas. ‘We hebben 40.000 dollar betaald voor 22 AR-15’s’, vertelt hij met het semiautomatische geweer in de hand. ‘We hebben negentien beveiligers. We hebben er dus drie over, voor het geval er een wapen kapot is en gerepareerd moet worden.’ De man kijkt nog eens naar het wapen en plaatst het vervolgens zorgvuldig terug in de kluis. Het is de praktische vertaling van het typisch Amerikaanse adagio ‘the only thing stopping a bad guy with a gun, is a good guy with a gun’ en het idee van de school als een potentieel slagveld.

Welkom in Amerika, het land dat ‘school shootings’ niet beantwoordt met het terugdringen van het wapenbezit, maar met nóg meer wapens en beveiliging. Want het ‘second amendment’ van de grondwet, waarin het recht op het dragen van wapens is vastgelegd, mag op geen enkele manier worden aangetast en zorgt ervoor, in theorie althans, dat elke Amerikaan toekomt aan zijn drie basisrechten: ‘life, liberty and the pursuit of happiness’. The National Rifle Association vaart er wel bij. Net als entrepeneurs vanuit allerlei verschillende hoeken, getuige de documentaire Bulletproof (85 min.).

Van de vertegenwoordigers die kogelwerende schoolborden aan de man brengen tot instructeurs die met levensechte games schiettraining geven aan leerkrachten. Van leveranciers van geavanceerde camerasystemen tot het tienermeisje dat op haar eigen kamer ‘wonder hoodies’ fabriceert, coole scherfvesten voor de leerling die het klaslokaal graag levend wil verlaten. En van trainers die workshops geven over hoe onderwijspersoneel dreigend gevaar kan traceren bij leerlingen tot de nieuwscrews die trouw uitrukken als er weer een geweersalvo klinkt in een schoolgebouw.

Filmmaker Todd Chandler schetst in deze kille en afstandelijke documentaire, waarin de camera vanaf een vaste positie de bizarre werkelijkheid vastlegt, een ijzingwekkend beeld van de hele industrie die is ontstaan rond buitensporig schoolgeweld en de reactie daarop van gewone scholieren, bezorgde burgers en demonstranten. Van een zekere distantie bekeken is de conclusie eigenlijk onvermijdelijk: dit is totaal krankjorum. En in Bulletproof, juist door die afstandelijke blik, echt huiveringwekkend in beeld gebracht.

Crazy, Not Insane

HBO

‘Vraag je je nooit af waarom jij geen moorden pleegt?’, vraagt forensisch psychiater Dorothy Lewis aan het begin van Crazy, Not Insane (117 min.) aan Alex Gibney. ‘Dat doe ik zeker’, antwoordt de Amerikaanse documentairemaker. Diezelfde vraag stelde Lewis aan het begin van haar carrière ook aan zichzelf, toen ze met getroebleerde kinderen werkte. Bij hen ontdekte Lewis steeds weer dat misbruik en mishandeling z’n weerslag hadden gehad op de werking van de hersenen. Dat maakte hun gestoorde gedrag verklaarbaar.

Op basis van die bevindingen was het eigenlijk onvermijdelijk dat ze op het terrein van ernstige misdrijven zou belanden. En toen was ook de stap snel gemaakt naar het summum daarvan, de seriemoordenaar. Lewis ontwikkelde de hypothese dat er bij hen sprake kon zijn van een meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Hun gruwelijke daden zouden ze dan hebben gepleegd tijdens dissociatieve episoden (die in deze film zijn verbeeld met duistere animaties).

Dat idee – een kwestie van nurture, in plaats van het toch enigszins geruststellende nature – werd (en wordt) door haar vermaarde vakgenoot Park Dietz direct afgedaan als klinkklare nonsens. Dit soort monsters zijn gewoon ‘born evil’ en kun je dus – als logisch uitvloeisel van dat uitgangspunt – ook rustig ter dood brengen. Dorothy Lewis is daar vanzelfsprekend mordicus tegen en beijvert zich voor behandeling.

Ze zet haar pleidooi in deze film, waarvoor actrice Laura Dern teksten uit de boeken van Lewis insprak, kracht bij met een verwijzing naar de zaak van de ter dood veroordeelde Ricky Ray Rector. Hij was gewend was om zijn toetje voor later te bewaren. Op de dag van zijn executie liet Rector z’n pecannotentaart apart zetten voor ná de executie. ‘Op basis daarvan zou ik zeggen dat hij niet begreep wat het betekende om geëxecuteerd te worden. Maar mijn collega’s zagen er geen been in om de doodstraf te laten uitvoeren.‘ Ze laat een korte stilte vallen. ‘Ik weet niet wie er uiteindelijk dat stuk taart heeft opgegeten.’

Via bekende voorbeelden van beruchte seriemoordenaars en een angstaanjagende ontmoeting met een professionele beul, die in opdracht van de Amerikaanse overheid in heel het land executies uitvoert, belandt de forensisch psychiater in deze boeiende en tamelijk lang uitgevallen documentaire uiteindelijk aan tafel bij de ultieme killer, Ted Bundy. Was dat nou – de traditionele visie – een man die met een zwart hart op de wereld kwam? Of tóch een slachtoffer van zijn jeugd en omstandigheden? Het antwoord van Dorothy Lewis laat zich raden, maar komt toch stevig binnen.

We Are The Thousand

Niemand is een ster. En iedereen. 250 zangers, 150 bassisten, 250 drummers en – kwestie van de Goden verzoeken – 350 gitaristen. Amateurs. Uit elke uithoek van Italië overgekomen. Op eigen kosten bovendien. Om op een grasveld in Cesena één enkel liedje te gaan spelen. Met duizend mannen, vrouwen en kinderen tegelijk. Learn To Fly. Van de Amerikaanse rockband The Foo Fighters. Omdat zanger Dave Grohl en zijn mannen nodig eens bij hen in Italië moeten komen optreden.

Het was een wild idee van ene Fabio Zaffagnini, dat groter werd dan hij in zijn stoutste dromen had kunnen bedenken. Het duurt in We Are The Thousand (78 min.) niet lang of de droom wordt, na het nemen van de verplichte obstakels, zowaar werkelijkheid. En zie die brok in de keel dan maar eens weg te slikken als argeloze kijker. Learn To Fly, niet voor niets inmiddels meer dan vijftig miljoen keer bekeken op YouTube. Een onwaarschijnlijk mooi moment. Van duizend, op zichzelf net zo onbetekenende, mensen als jij en ik die samen uitgroeien tot iets groots en waarachtigs. Dat ook nog rockt.

Het is de vraag of regisseur Anita Rivaroli daar nog overheen kan komen in deze onweerstaanbare feel good-documentaire, waarin gewone (oudere) jongeren, ook tijdens interviews, even in de spotlights komen te staan. De vervolgstap ligt natuurlijk voor de hand: Grohl en z’n Foo Fighters verleiden om naar Italië te komen. Maar dan? Zaffagnini en z’n kompanen van Rockin’1000 weten opnieuw een list te verzinnen. En de argeloze kijker gaat ook dan weer volledig overstag.

White Noise

The Atlantic

‘De alt-right heeft zojuist gewonnen!’ roept Richard Spencer enthousiast in de camera na de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten in november 2016. De mainstreammedia, ofwel ‘de lügenpresse’, heeft dat helemaal niet zien aankomen, zegt de man die de term alt-right muntte. Tijdens een speech voor zijn achterban, enkele dronken dagen na Trumps onverwachte overwinning, gaat hij lekker los. ‘Wij hebben van onze droom de realiteit gemaakt’, schreeuwt Spencer. Hij sluit af met een omstreden leus: ’Heil Trump!’ En inderdaad, een groot deel van de aanwezigen steekt zijn rechterarm ferm omhoog. Een enkeling antwoordt zelfs met ‘Sieg Heil’.

Het komt Richard Spencer ook op eigen kritiek vanuit eigen kring te staan. Later zal hij, als organisator van een helemaal uit de gelopen demonstratie in Charlottesville, nog verder onder vuur komen te liggen en gaandeweg komt hij, hoezeer hij dat zelf ook ontkent, steeds meer alleen te staan. In White Noise (94 min.) volgt regisseur Daniel Lombroso de met onmiskenbaar narcisme behepte Spencer en twee andere sleutelfiguren uit de extreemrechtse beweging tijdens de eerste ambtsperiode van Donald Trump. Hij krijgt daarbij opmerkelijk veel toegang tot mensen die door een groot deel van de samenleving worden beschouwd als racist of neonazi.

‘Fuck islam’, kalkt YouTubester Lauren Southern met lippenstift op haar eigen wangen, in een geheel eigen variant op een make-up tutorial. Ze oogt overigens in alles als een typische influencer. Alleen haar ideeën en de manier waarop ze die uitdrukt zijn nogal extreem. Waar een gemiddelde vlogger eens uitgebreid gaat shoppen, onderneemt Southern bijvoorbeeld een, overigens hopeloos naïeve, trip naar Rusland om daar Poetins inmenging in de Amerikaanse verkiezingen te ‘onderzoeken’. En wat te denken van haar kwalificatie van groepsverkrachting als inherent democratisch? ‘Het is in essentie negen stemmen tegen één over wat ze willen doen.’

Of Southerns omzwervingen door de alt-right wereld werkelijk (alleen) een uitdrukking zijn van diepgewortelde ideeën of toch ook een manier om zichzelf te manifesteren en de winkel draaiende te houden? Die vraag dringt zich tevens op bij Mike Cernovich, een mediapersoonlijkheid die zich eerst manifesteerde als expert op het gebied van male dominance (en het als een teken van kracht ziet dat hij nog altijd alimentatie ontvangt van zijn eerste vrouw). Daarna maakte hij carrière als complotdenker, nationalist en Trump-propagandist. En nu zou hij de politiek eigenlijk het liefst (een heel eind) links laten liggen, om zijn brood te gaan verdienen met de online-verkoop van ‘mindset supplements’.

Via zijn hoofdpersonen, stuk voor stuk aandachtszoekers van het zuiverste water, geeft Lombroso een fascinerende inkijk in de belevingswereld van radicaal-rechtse entrepreneurs. Tussendoor vangt hij zo nu en dan ook de twijfel en frustraties, die ze in het openbaar niet laten zien. Hun levenskeuze heeft ook iets tragisch: (jonge) mensen die hun bestaansrecht volledig ontlenen aan de handel in boosheid en eigenlijk geen andere route meer zien naar een succesvol bestaan. Als Richard Spencer bijvoorbeeld speculeert over de toekomst klinkt hij als een klein jongetje dat wil dat de hele wereld om hem draait. ‘In de etnostaat die ik nooit zal meemaken, maar mijn kleinkinderen wel, zal er een Richard Spencer-boulevard zijn.’

MLK/FBI

Zouden we eigenlijk moeten willen weten wat er op de audiotapes staat die de FBI in de jaren zestig stiekem maakte van burgerrechtenleider Martin Luther King? vraagt één van de sprekers in MLK/FBI (106 min.) zich af. Want de schadelijke ‘feiten’ die de G-men van directeur J. Edgar Hoover destijds op slinkse wijze vastlegden hadden slechts één doel: de ‘most dangerous negro in America’ zwartmaken. En het bewijsmateriaal – van Kings buitenechtelijke affaires, ‘s mans rechterhand met communistische antecedenten en zijn vermeende anti-Amerikaanse sympathieën – was bovendien op volstrekt illegale wijze verkregen.

De onlangs vrijgegeven officiële documenten over deze kwestie stellen vooral de FBI – directeur voor het leven Hoover in het bijzonder – in een kwaad daglicht. King, die in de halve eeuw na zijn gewelddadige dood in 1968 is uitgegroeid tot een held van welhaast mythische proporties, blijkt vooral een gewoon mens, met enorme gaven en enkele, ogenschijnlijk heel normale, karakterzwakten. De FBI daarentegen, die destijds nog door menigeen werd beschouwd als een organisatie met louter nobele wetshandhavers, komt daadwerkelijk naar voren als de ‘dark state’ waarover Donald Trump tegenwoordig regelmatig rept. Een in het duister opererende schaduwoverheid, die bijvoorbeeld een brief over Kings seksuele escapades liet opstellen met maar één bedoeling: de zwarte leider te bewegen om een einde aan zijn leven te maken.

Die achterbakse actie vormt één van de schrijnendste episoden uit de jarenlange pogingen van de binnenlandse veiligheidsdienst om, in Hoovers woorden, ‘the most notorious liar in the United States’ onschadelijk te maken. Die campagne wordt in deze boeiende documentaire van Sam Pollard belicht met een combinatie van oude reportages, interviews en slim uitgekozen en geplaatste fragmenten uit klassieke speelfilms. Hij roept daarmee de turbulente sixties en de bijbehorende strijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging op. Dat archiefmateriaal wordt, buiten beeld, ingekaderd en van context voorzien door FBI-directeur James Comey, burgerrechtenactivist Andrew Young en diverse FBI-agenten, schrijvers en historici.

MLK/FBI is in eerste instantie een historische reconstructie van een scharnierpunt in de recente geschiedenis van de Verenigde Staten. Tegelijkertijd heeft de film een actuele boodschap: zo lelijk wordt de wereld dus als overheidsfunctionarissen en het justitiële apparaat de vrije hand krijgen om vertolkers van een tegengeluid te betitelen als staatsgevaarlijk en het leven onmogelijk te maken. Een dergelijke waarschuwing resoneert op elke plek waar democratische waarden hoog in het vaandel staan. De illegale audiocassettes die de FBI heeft gemaakt van Martin Luther King blijven overigens zeker tot 2027 achter slot en grendel. Het is de vraag of ze dan het beeld van de legendarische burgerrechtenactivist Martin Luther King Jr., of de man daarachter, nog kunnen of mogen kantelen.

‘Til Kingdom Come

IDFA

Totdat de grote eindstrijd losbarst bij Armageddon, waarbij ze volgens de Bijbel recht tegenover elkaar komen te staan, trekken evangelische Amerikanen en Israëlische Joden gezamenlijk op. Teneinde Het Beloofde Land van een bloeiend bestaan te verzekeren. Het is een ‘strategische samenwerking van God’, die de twee partijen vooralsnog geen windeieren legt. Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan werd in 2018 het besluit van de regering Trump om Jeruzalem te erkennen als Israëls hoofdstad en de Amerikaanse ambassade naar die stad te verplaatsen bijvoorbeeld met gejuich begroet.

Jaarlijks doneren conservatieve christenen zo’n 130 miljoen dollar aan The International Fellowship Of Christians And Jews van Yechiel Eckstein en zijn dochter/beoogde opvolger Yael, die in ‘Til Kingdom Come (76 min.) het Amerikaanse heartland afreist om hun boodschap te verkondigen en de bijbehorende giften te incasseren. Dat geld wordt naar verluidt besteed aan Israëliërs die onder de armoedegrens leven, Holocaust-overlevenden en ‘veiligheidsprojecten’. Joodse kolonisten zijn in elk geval bepaald niet ongelukkig met hun werk. Palestijnen, de christenen (!) in het bijzonder, voelen zich intussen ongehoord en behandeld als tweederangs burgers die het land uit worden gejaagd.

‘Waarin verschilt dat van moslims, die zeggen dat ze een mandaat hebben om een Jihad te starten en alle ongelovigen van hun land te verdrijven’, vraagt de Palestijnse dominee Munther Isaac van The Evangelical Lutheran Christmas Church in Bethlehem bijvoorbeeld aan zijn Amerikaanse collega Boyd Bingham IV, die net als zijn vader en grootvader predikant is van de Binghamtown Baptist Church in een tobbend stukje Kentucky. ‘Omdat zij niet ónze God aanbidden’, is het ontluisterende antwoord. Even later is de jeugdige Bingham, die in deze delicate documentaire de spreekwoordelijke godsvruchtige Amerikaan met een vuurwapen vertegenwoordigt, nog duidelijker: volgens de Bijbel is dit Heilig Land. Daarbij passen helemaal geen Palestijnen, christelijk of niet.

Het is een rechtlijnige wijze van denken – nee: geloven – en een gewiekste manier van opereren die steeds weer de kop opsteekt in ‘Til Kingdom Come. De Israëlische filmmaakster Maya Zinshtein, die eerder de oerrechtse voetbalclub Beitar Jerusalem F.C. portretteerde in de explosieve documentaire Forever Pure, maakt daarin een rondgang langs kerkgemeenschappen, lobbygroepen en organisaties die De Joodse Zaak dienen en laat diverse sleutelfiguren daarvan, zoals de Amerikaanse tv-dominee Pat Robertson die de twee partijen bij elkaar bracht, aan het woord. Zo legt ze een labyrint van connecties bloot, dat een nieuw licht werpt op de vooralsnog bijzonder succesvolle Amerikaans-Israëlische combi.

Tenminste, totdat de Messias zich meldt in het Beloofde Land…

Trial 4

Netflix

21 jaar, 7 maanden en 29 dagen. Het is niet de leeftijd van zijn oudste kind, de periode dat hij al bij dezelfde werkgever in dienst is of de tijd dat hij nu is gestopt met roken. Zo lang, bijna 22 jaar, zat de 44-jarige zwarte Amerikaan Sean Ellis vast. Voor een moord die hij niet zegt te hebben gepleegd. Drie keer stond hij al voor de rechter. En nu staat Trial 4 (440 min.) op het punt van beginnen.

Als hij daadwerkelijk heeft gedaan waar ie van wordt beschuldigd, dan is Ellis zo ongeveer het ergste wat je in Amerika kunt zijn: een ‘cop killer’. Op 26 september 1993 zou hij John Mulligan hebben omgelegd. Die werd dood aangetroffen in zijn auto, bij een betaalde beveiligingsklus bij een Walgreens-apotheek in Boston. Een executie leek het. Vijf kogels. In zijn gezicht geschoten ook. Alsof er een signaal moest worden afgegeven.

Dat is nogal wat voor een negentienjarige jongen zonder strafblad. En wat zou zijn motief dan zijn geweest? Het dienstwapen van de agent? Werkelijk? Bovendien heeft het er alle schijn van dat Mulligan een ‘dirty cop’ was. Moet de dader dan niet in een heel andere hoek worden gezocht? Mulligans collega’s bij de Boston Police Department kennen echter geen twijfel: Sean Ellis is, net als zijn vriend Terry Patterson (die ontbreekt in de serie en vreemd genoeg ook slechts beperkt ter sprake komt), schuldig en hoort achter de tralies.

Regisseur Remy Burkel keert de strafzaak tegen Ellis helemaal binnenstebuiten in deze achtdelige serie, heeft in dat kader ook kerngebeurtenissen uit het verleden laten animeren en diept daarnaast de context van de politiemoord tot in detail uit: Ellis’ achtergrond en familiesituatie, corruptie in het politiekorps van Boston, vergelijkbare stinkende zaken, het persoonlijke verhaal van advocaat Rosemary Scapicchio en de politieke situatie in de hoofdstad van Massachusetts, om maar eens wat te noemen. Het voordeel daarvan is dat Trial 4 geen eendimensionale crimetrash is geworden, het nadeel is dat al die zijpaden elke vorm van vaart uit de serie halen.

Iets anders wat je tegen deze docuserie, geproduceerd door Jean-Xavier de Lestrade (die de true crime-klassieker The Staircase regisseerde), kunt inbrengen is dat er wel heel veel kernfiguren ontbreken. Diverse mensen die een zwarte Piet krijgen toebedeeld hebben ervoor gekozen om daarop niet te reageren. Hoewel Burkels betoog, dat grotendeels stoelt op het betoog van Ellis’ strijdbare advocaat Scapicchio, in grote lijnen zeker plausibel lijkt, is voor buitenstaanders nauwelijks vast te stellen of er nog een andere kant zit aan dit verhaal.

De veroordeling van Sean Ellis verdient het zeker om onder het vergrootglas te worden gelegd in een serieuze documentaire, maar Trial 4 is echt te lang, eenzijdig en ongericht om de aandacht over de hele linie vast te houden.

A Thousand Cuts

IDFA

#FreeMariaRessa. Als de Filipijnse journaliste, CEO van de onafhankelijke nieuwsorganisatie Rappler, wordt gearresteerd, leidt dat wereldwijd tot consternatie.

‘Internationale belangenorganisaties voor journalisten stellen dat dit een aanval op de media is’, zegt een interviewer tegen president Rodrigo Duterte. ‘Ach, gossie!’, reageert die sarcastisch. ‘Wat is uw beleid ten opzichte van kritische media?’ wil een andere journalist weten. ‘Jullie zijn de mensen met kritiek’, riposteert de Filipijnse leider. ‘Als dat je je leven kost, is dat je eigen schuld. Ik zal daar geen traan om laten.’

Sinds hij in 2016 voor zes jaar werd geïnstalleerd als president voert Duterte een schrikbewind. Hij propageert openlijk geweld tegen drugsgebruikers en -handelaren. Volgens critici betekent dat de facto een oorlog tegen de armen, die zonder enige vorm van proces naar de andere wereld mogen worden geholpen. Het is alleen niet verstandig om dat in het openbaar uit te spreken, zo bleek al uit grimmige documentaires als On The President’s Orders en The Kingmaker. En dat wordt nog eens onderstreept door A Thousand Cuts (100 min.), een unheimische film die is gelardeerd met allerlei messcherpe Rappler-headlines. Want Duterte is niet alleen van de woorden, maar ook van de daden.

Behalve de onafhankelijk opererende journalist Maria Ressa en haar moedige medewerkers volgt regisseur Ramona S. Diaz (eerder verantwoordelijk voor Motherland) in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen van 2019 ook de vrouwelijke oppositiekandidaat Samira Gutoc, de brute Duterte-vazal Bato ‘ik zou doden voor de president’ dela Rosa die zich kandidaat heeft gesteld voor de Senaat en de populaire zangeres/influencer Mocha Uson. Zij voorziet Duterte van een miljoenenpubliek en pompt zonder scrupules desinformatie en laster over zijn critici rond. Met bijvoorbeeld de hashtag #ArrestMariaRessa tot gevolg.

Gezamenlijk roepen ze in A Thousand Cuts, een titel die verwijst naar de talloze kleine stapjes waarmee een democratie om zeep kan worden geholpen, een naargeestige wereld op, waarin het recht van de wreedste lijkt te gelden en mensen zoals Maria Ressa zich allerlei intimidatie, zowel online als fysiek, moeten laten welgevallen. Deze dappere waakhond, in 2018 verkozen tot Person Of The Year van het Amerikaanse tijdschrift Time, laat zich echter niet zomaar muilkorven door ‘Duterte Harry’, de Filipijnse variant op Clint Eastwoods gewelddadige politieagent. Al heeft die behalve straffe oneliners en een enorme blaffer ook een compleet overheidsapparaat tot zijn beschikking.